HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
In Memoriam Paul Mekking
Wim Keizer
30-08-2017
Op 22 augustus 2017 is in Schiedam Paul Mekking (geboren te Leiden op 23 november 1945) overleden. Hij werkte als directeur Facilitaire diensten en algemeen directeur bij ProBiblio van 1 september 1998 tot 1 maart 2005, was van 2006 tot 2014 voorzitter van de Raad van Toezicht van Bibliotheek Schiedam en vanaf de oprichting in 2012 tot zijn overlijden voorzitter van de Stichting Rogues. 
In Memoriam Paul Mekking
Enkele markante uitspraken die ik mij van Paul Mekking kan herinneren, hebben te maken met de officiële bibliotheekvernieuwing, waar hij al vrij snel na zijn aantreden bij ProBiblio mee te maken kreeg. Hij onderschreef de noodzaak van vernieuwing. Paul had echter wel grote bedenkingen bij de snelheid van het proces en de financiële gevolgen voor ProBiblio en de 30-min-bibliotheken (in gemeenten tot 30.000 inwoners), die toen met werkgeverschap en directievoering nog ‘aangesloten’ waren bij ProBiblio. Wat hem betreft mocht het vernieuwingsproces langzamer. Het einde van de eerste fase van de bibliotheekvernieuwing (met het Procesbureau van Wim Kamerman) per 1 januari 2008 heeft hij niet meer meegemaakt, want hij vertrok begin 2005.

Menu
Paul meende dat de bibliotheekwereld wel erg veel met ‘de toekomst’ bezig was. Daar zei hij over: ‘Mensen die een restaurant bezoeken, willen nooit weten wat er in de toekomst op het menu staat, maar wat ze tijdens hun bezoek kunnen eten.’
Bij het verschijnen van het rapport-Meijer (2000), waarin stond dat Provinciale Bibliotheekcentrales (PBC’s) zich moesten omvormen tot bedrijven zonder winstoogmerk die zichzelf moesten bedruipen zei Paul dat zulke bedrijven niet bestaan: of ze zijn privaat, maar maken dan ook de winst die minimaal nodig is voor hun continuïteit, of ze zijn gesubsidieerd en vervullen publieke taken als onderdeel van het stelsel.

Ferrari
Een andere uitspraak van hem (uit 2003) in verband met de omvorming van PBC’s naar Provinciale Serviceorganisaties (PSO’s) was: ‘De provincies kunnen wel een Ferrari aanbieden, maar als de basisbibliotheken de wegenbelasting niet eens kunnen betalen hebben zij er niets aan.’ Dat had te maken met drie dingen die Paul toen signaleerde:
a. clusters van kleinere (veelal 30-min-) bibliotheken zullen geen of nauwelijks fusiewinst kunnen realiseren, maar hebben wel veel tijd en aandacht voor de fusie zelf nodig;
b. de door provincies voorgestane verschuiving van subsidie van reguliere ondersteuningstaken naar nieuwe taken op het vlak van innovatie gaat vooral ten koste van de genoemde clusters, want die zijn nog niet snel toe aan innovatie;
c. door het feit dat PBC’s hun provinciale subsidie ten goede moeten laten komen aan alle basisbibliotheken - grotere (veelal zonder fusieperikelen) en nieuwe (veelal ontstaan na fusies) - wordt de spoeling dunner voor de genoemde clusters.

WordPerfect
Paul was voor z’n komst naar ProBiblio rustend ICT-ondernemer. In een introductie-interview in het ProBiblio-personeelsblad ProFile van oktober 1998 vertelde hij zijn loopbaan in de automatisering in 1967 te zijn begonnen, na een opleiding tot technisch-wetenschappelijk programmeur. Na werkzaamheden bij een computerservicebureau, kwam hij bij een bedrijf dat het Amerikaanse tekstverwerkingspakket WordPerfect in het Nederlands vertaalde en verkocht. Daar zat heel veel groei in. In 1988 kwam Paul in dienst als directeur bij WordPerfect zelf, eerst voor de Benelux en later voor heel Europa. In het interview zegt hij de begintijd leuk te hebben gevonden, maar later niet meer door het vele reizen. ‘Het was een koffer vol! Ik hou wel van reizen, als het maar vakantiereizen zijn en niet zakelijk.’ Hij stopte ermee in 1992. Door de goede zaken die met WordPerfect gedaan waren, was er voor hem geen financiële noodzaak meer om te werken. Maar na zes jaar vrijwilligerswerk ging het kriebelen. Via een lid van de Raad van Commissarissen van ProBiblio hoorde hij van een ontstane vacature: directeur Facilitaire diensten. In het interview zegt hij als één van z’n grootste uitdagingen te zien de vergroting van het kostenbewustzijn. De beloningen in het bibliotheekwerk volgens de cao vond hij aan de matige kant. Volgens hem ondervonden de personeelsleden veel arbeidsvreugde door een grote mate van vrijheid te hebben, maar zou er meer nadruk moeten liggen op kwaliteitsverbetering en klantwaardering, in een wat strakker aangestuurde organisatie.
De personeelsnieuwsbrief ProFile Actueel meldde op 16 november 1998 over een koffiepraatje voor het personeel van de centrale. 'Al strooiend met geld (stuivers) zei Paul dat het wel eens lijkt alsof bij ProBiblio alles kan en of dat geen geld kost. Geld weggooien vindt hij zonde. Paul pleitte ervoor met geld op een van tevoren geplande wijze om te gaan. "Je moet het geld uitgeven ten behoeve van je klanten, niet ten behoeve van jezelf." Hij zei ook: "Er is verandering nodig. Er moet meer centrale aansturing komen en de acceptatie daarvan zal groter moeten worden." Hij riep op tot zelfkritiek, “want daarmee kun je jezelf verbeteren”.’

Verrassend
In een interview in Bibliotheekblad 13/2000 zei Paul over de branche: ‘Wat mij heeft gefrappeerd is de verrassende variatie. Het arbeidsterrein bleek veelomvattender dan ik vanaf de zijlijn had vermoed. Een aangename diversiteit. Negatief is het gebrek aan samenwerking en samenhang. De bibliotheekwereld kent veel machtsblokken: WSF-bibliotheken, Vereniging PBC's, DOS-bibliotheken, LDO-bibliotheken, noem maar op. Iedereen komt alleen maar voor zichzelf op, is er alleen maar op uit delen van elkaars werk over te nemen. Dit is een ongezonde concurrentie, omdat het de burger niet ten goede komt.’ Paul had kritiek op het rapport van de Stuurgroep-Meijer, Open poort tot kennis. Hij vreesde dat het advies zou leiden tot kaalslag op het platteland.

Geen stuurwiel
Eind 2004 besloot Paul per 1 maart 2005 te vertrekken. Hij achtte de tijd gekomen om het transformatieproces over te laten aan een opvolger, ‘mede gelet op de voortdurende traagheid van het besluitvormingsproces.’ In een interviewtje in Bibliotheekblad 3-4/2005 zei hij daar over: ‘Ik sta volledig achter het vernieuwingsproces en ik zie absoluut de noodzaak ervan, maar ik kan niet langer geloofwaardig functioneren in een situatie waarin de provincie er te lang over doet om knopen door te hakken. Als ik vragen vanuit de organisatie krijg, moet ik antwoorden dat we wachten op de provincie. Het is net alsof we op een bus wachten, waarvan ik de chauffeur ben, en de mensen vragen me waar die bus blijft en waar hij naartoe gaat. Ik voel me als een chauffeur zonder stuurwiel, want dat is in handen van de provincie, die zelfs de route nog niet heeft bepaald. Ik vind me daarom niet langer geloofwaardig als eindverantwoordelijke voor deze organisatie. Er moeten nog harde noten gekraakt worden, mensen moeten omscholen en waarschijnlijk moeten er mensen afvloeien. Ik vind dat ik het dan niet kan maken om steeds te zeggen: "Ik wacht al een half jaar op de besluitvorming en het plan van aanpak van de provincie.” Dan sta ik als eindverantwoordelijke voor aap. Alsof het stuk allang begonnen is maar een van de spelers (i.c. ProBiblio) staat nog steeds in de coulissen omdat de regisseur hem niet duidelijk maakt wat zijn rol is. Persoonlijk heb ik nog geen plannen voor de toekomst. Ik ben ook absoluut niet teleurgesteld in het bibliotheekwerk. Ik heb zeer veel geloof in de bibliotheek en met name groot respect voor de WSF-directeuren, voor hun vakmanschap. Maar de pijn zit vooral bij de trage besluitvorming van de provincies.’
Op de vraag wat hem, terugkijkend, tevreden stelde antwoordde hij: ‘Ten eerste de uitstekende samenwerking die is opgebouwd met andere spelers in het veld, vooral SOOB en BOZH [de provinciale directieoverleggen in Noord- en Zuid-Holland – wk]. Ten tweede het feit dat er nu een gezonde organisatie staat. Ik werd benoemd in 1998, direct na de fusie en de verhuizing, op een moment dat de situatie behoorlijk chaotisch was, nu staat er een solide, kostenbewuste organisatie, die elke toets op het gebied van efficiency kan doorstaan.’

Spreadsheet en mensen
Paul was duidelijk primair een financiële man die niet veel affiniteit met politiek en ambtenarij had. Een personeelslid karakteriseerde de toenmalige directie eens als 'drie witte overhemden achter een spreadsheet’ (Paul, met twee financiële collega’s).

Het was niet moeilijk om aanvaringen met Paul te krijgen, maar bovenal staat dat hij veel hart voor zijn mensen had. Dat was ook de reden voor zijn grote zorg over de gevolgen van alle veranderingen voor ProBiblio en de kleinere bibliotheken. Paul hield van bedrijfsfeesten en amusement. Hij heeft eens een filmpje laten maken met ProBiblio-collega’s in jolige poses.

Humorvol en integer
Rammy Speyer, adjunct-directeur bij ProBiblio in de periode van Paul Mekking en thans adviseur van Rogues, kenschetst hem als ‘een man met een uitgesproken visie en een scherpzinnig analytisch vermogen. Een prachtig en humorvol mens, met een groot hart voor het bibliotheekwerk.’
Gerard Alders, die als controller nauw met Paul samengewerkt heeft, zegt over hem: ‘Integer en wars van ambtelijke bureaucratie.’
Theo Schilthuizen, directeur-bestuurder Bibliotheek Schiedam, verklaart: ‘Paul was als een voorbeeld voor mij, ik heb veel van hem geleerd.’

Wij wensen zijn vrouw, Lily van der Velde, die Paul als collega ontmoet heeft bij ProBiblio, alsmede zijn andere familieleden sterkte bij het dragen van het verlies van hun man, vader en opa.

Wim Keizer was in de periode-Mekking directiesecretaris bij ProBiblio en ambtelijk secretaris van SOOB NH, BOZH en Vereniging PBC’s.
Meegewerkt aan dit In Memoriam hebben oud-ProBiblio-collega’s Rammy Speyer, Gerard Alders, Irene Annegarn (juridisch adviseur) en André Brouwer (PR-functionaris en hoofdredacteur ProBiblio-bladen), alsmede Theo Schilthuizen. 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie