HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
VVBAD en KNVI publiceren uitkomsten onderzoek naar opleidingsbehoeften informatieprofessionals
20-07-2017
De Vlaamse en Nederlandse beroepsorganisaties voor informateprofessionals, de VVBAD en de KNVI, hebben laten onderzoeken welke wensen er onder hun achterban leven met betrekking tot de opleiding. Het onderzoek wijst uit dat er met name behoefte is aan een opleiding bestaande uit modules voor mensen die al in de praktijk werkzaam zijn en aan een brede basisopleiding.
De Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD) en de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals (KNVI) hebben gezamenlijk opdracht gegeven tot het uitvoeren van de behoeftepeiling. Het onderzoek is uitgevoerd door Kasperkovitz beleidsonderzoek en advies in samenwerking met onderzoeks- en adviesbureau Dialogic.

Directe aanleiding voor het onderzoek was de opheffing van de Postacademische vorming (PAVO) Informatie- & Bibliotheekwetenschap (IBW) van de Universiteit Antwerpen in 2016, zo meldt de VVBAD in een bericht op haar website.

Om de opleidingsbehoeften voor toekomstige informatieprofessionals in kaart te brengen zijn verkennende interviews gevoerd met een aantal deskundigen in Vlaanderen en Nederland, is een online enquête gehouden onder (werkgevers van) informatieprofessionals en zijn met twee focusgroepen, één in Antwerpen en één in Utrecht, de resultaten uit de enquête besproken met deskundigen uit alle betrokken sectoren.

Uit het onderzoek, waarvan de resultaten gepubliceerd zijn in het rapport Resultaten behoeftenonderzoek opleidingen informatievak in Vlaanderen en Nederland (pdf), blijkt dat er met name behoefte is aan twee typen opleidingen:
  1. Een opleiding bestaande uit modules die inspelen op specifieke ontwikkelingen en diverse daarvoor benodigde competenties voor mensen die al in de praktijk werkzaam zijn. Aan dergelijke modules is zowel op academisch als op hogeschoolniveau behoefte.
  2. In de tweede plaats geven veel organisaties aan ook behoefte te hebben aan een brede basisopleiding, ook al zijn er andere organisaties die instroom van medewerkers met hele andere opleidingen (mits voldoende mogelijkheden voor bijscholing) een goed alternatief vinden. Voor een brede basisopleiding is met name op hogeschoolniveau belangstelling en in Vlaanderen ook op academisch niveau.
Beide typen opleiding zouden volgens de onderzoekers gecombineerd kunnen worden in een opleiding waarvan enerzijds afzonderlijke modules gevolgd kunnen worden (door mensen met een vooropleiding of werkzaam in de praktijk) en anderzijds het volgen van álle modules leidt tot een erkende volledige kwalificatie voor informatieprofessional (bachelor of master).

De onderzoekers stellen dat er belangstelling is voor een gecombineerde Vlaams-Nederlandse opleiding maar ook voor een internationale Engelstalige. Ook dit valt goed te combineren wanneer een dergelijke opleiding grensoverschrijdend samengesteld wordt met modules van opleidingen die in Vlaanderen, Nederland en bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk gespecialiseerd zijn op bepaalde terreinen.

De onderzoekers doen de volgende aanbevelingen:

1. Het is aan te bevelen te inventariseren in hoeverre er een curriculum is samen te stellen uit bestaande opleidingen in Vlaanderen, Nederland en eventueel daarbuiten, met modules die inspelen op de benodigde competenties voor de toekomstige informatieprofessionals. Ook benodigde modules die nog niet in bestaande opleidingen voorkomen zouden duidelijk gedefinieerd moeten worden, zodat nagegaan kan worden of deze te ontwikkelen zijn. Als eerste stap zou gekeken kunnen worden of de modules van dit flexibele curriculum afzonderlijk als bijscholing kunnen dienen. Als tweede stap kan vervolgens nagegaan worden of de modules bij elkaar ook een volledige opleiding tot informatieprofessional kunnen vormen. Binnen een dergelijk curriculum dienen diverse specialisaties mogelijk te zijn om in te kunnen spelen op de zeer diverse vraag naar informatieprofessionals. Zo zal het voor openbare bibliotheken mogelijk moeten zijn meer nadruk te leggen op bijvoorbeeld kennis van speciale doelgroepen, didactische vaardigheden en co-creatie, voor academische bibliotheken op open acces en het ondersteunen van onderzoekers bij datamanagement, voor archieven op het digitaliseren van bestaande archieven en het adviseren van bijvoorbeeld gemeenten bij het inrichten van de toekomstige documentbeheersystemen en bij overheden op het adviseren over inrichting en gebruik van informatie ten behoeve van management en beleid.

2. De rol en betekenis van kennisorganisaties en informatieprofessionals blijkt sterk aan verandering onderhevig. Het zou goed zijn om te komen tot een heldere bijdetijdse definitie van de rol en meerwaarde van toekomstige kennisorganisaties en de taken van de informatieprofessional daarbinnen. De informatieprofessional lijkt in toenemende mate een ‘informatiemakelaar’ te worden, een ‘information steward’, een bemiddelaar rondom zeer uiteenlopende aspecten van kennis en informatie richting zowel interne als externe gebruikers van deze informatie.

3. Verder is het voor actuele expertise van informatieprofessionals ook van belang om in te spelen op de mogelijkheden voor kennisdeling. Binnen iedere deelsector uit dit onderzoek zijn er eigen manieren en netwerken gegroeid waarmee men opgebouwde expertise uitwisselt, van elkaar leert, elkaar wegwijs maakt waar bepaalde kennis of vaardigheden opgedaan kunnen worden. Een inventarisatie van deze netwerken en manieren van kennisdeling en een beschrijving van best practices op dat terrein kunnen een extra instrument bieden voor flexibele en actuele bijscholing van kennis die aan ontwikkeling onderhevig is.

De onderzoekers noemen als een punt van aandacht het feit dat uit de enquête naar voren komt dat een groot deel van de werkzaamheden van kennisintensieve organisaties bestaat uit taken die al van oudsher door bibliotheken en archieven gedaan worden en die onderdeel zijn van de klassieke opleidingen tot bibliothecaris en archivaris, namelijk informatie verzamelen, bewaren, organiseren en beschikbaar stellen voor onderwijs en voor de maatschappij, terwijl tegelijkertijd bij de benodigde competenties voor de toekomstige informatieprofessional sterk de nadruk wordt gelegd op nieuwere taken en vormen van dienstverlening.
Bij het samenstellen van een modulair curriculum dat inspeelt op actuele ontwikkelingen en daarvoor benodigde competenties is het van belang om de klassiekere taken, die nog steeds een groot deel van de werkzaamheden beslaan, niet uit het oog te verliezen, aldus de onderzoekers. Immers, als een organisatie geen klassiek geschoolde bibliothecaris of archivaris meer in dienst heeft zijn er geen andere opleidingen die in deze specifieke kennis en vaardigheden voorzien, zo stelt het rapport.

Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de VVBAD en de KNVI buigt zich momenteel over de conclusies en de aanbevelingen en beraadt zich over verdere stappen, zo meldt de VVBAD.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie