HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Coen van Hoogdalem: 'Bibliotheek heeft ervoor gezorgd dat er een e-leescultuur is ontstaan'
Maarten Dessing
31-05-2017
Na vandaag laat Coen van Hoogdalem de bibliotheekbranche achter zich, na er ruim zeven jaar werkzaam te zijn geweest. De 66-jarige projectdirecteur Nationale Bibliotheekpas bij de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) gaat per 1 juni met pensioen. Van Hoogdalem verlaat de VOB met een goed gevoel. Hij heeft veel mooie dingen gezien in de sector en iedere dag met bevlogen mensen kunnen werken. Al vond hij de branche een enkele keer ook 'een samenzwering van idioten'.

Coen van Hoogdalem: 'Bibliotheek heeft ervoor gezorgd dat er een e-leescultuur is ontstaan'
Van Hoogdalem werkte meer dan dertig jaar voor de ANWB, was daarna een korte periode hoofd marketing bij de TU Delft en kwam in april 2010 binnen als secretaris voor de commissies marketing en digitale bibliotheek bij de VOB.
Toen Van Hoogdalem bij de VOB solliciteerde, had hij eigenlijk niets met de bibliotheek. ‘Ik kwam er zoals alle mannen in Nederland alleen om af en toe iets te lenen op de kaart van mijn vrouw,’ blikt hij terug. ‘Al vond ik de bibliotheek wel een club die van belang is voor de maatschappij.’ Hij dacht vooral: ‘Ik heb ervaring met marketing, ik heb ervaring met belangenbehartiging en ik heb ervaring met digitale toepassingen. Dus ik heb een brief geschreven en ben aangenomen.’ En nu ‘heeft de bibliotheek er een fan voor het leven bij’.

De jaren bij de bibliotheek zijn je dus bevallen?

‘Uitstekend. Een van de eerste dingen die me opvielen was hoe bescheiden de branche is. Maar ik heb hier een aantal heel goede dingen zien gebeuren. Toen ik kwam werd bijvoorbeeld RIFD-technologie al jarenlang in de branche toegepast. Daar was veel discussie over in de maatschappij. Ik ken bedrijven die eraan begonnen, maar bij wie het grandioos mislukte. En de bibliotheek paste het gewoon toe. Of neem de site van Bibliotheek.nl, die vanaf het begin werd ontwikkeld op basis van responsive design. Sites van bedrijven zagen er op de mobiele telefoon niet uit, die van de bibliotheek wel. Maar niemand die het opviel. En vergeet het e-lezen niet.’

Hoezo?
‘Ik denk dat de openbare bibliotheek ervoor heeft gezorgd dat er in Nederland een e-leescultuur is ontstaan. Uitgevers mogen de bibliotheek daarvoor dankbaar zijn, want zij hebben die cultuur niet ontwikkeld. Als de bibliotheek geen aanbod had geschapen, werden er nu aanzienlijk minder e-books aangeschaft en gelezen dan nu het geval is. Kijk naar de gebruikers- en omzetstatistieken en je ziet een opvallende correlatie. Stijgt het gebruik bij bibliotheken, dan stijgt ook de omzet uit verkoop. Zit er een knikje in de groei bij bibliotheken, dan zie je ook een knikje in de verkoopcijfers.’

De sector mag trots zijn op zichzelf?

‘Absoluut. Dat gebeurt helaas veel te weinig. Ook de medewerkers zijn zó bevlogen. We zijn bezig met het Juridisch Loket om een pilot op te zetten waarbij je via de bibliotheek toegang kunt krijgen tot rechtsbijstand. Ik verzorgde laatst een bijeenkomst voor de vijf, zes deelnemende bibliotheken. Alle aanwezigen, toevallig allemaal dames, hadden zó veel hart voor de maatschappij en de bibliotheek. Geweldig. Ze waren ook nog eens allemaal boven de vijftig – op één na. Maar als ik die bevlogenheid en betrokkenheid zie, kan ik alleen maar denken: hoezo klagen we dat dit een oude sector is? Menig bedrijf zou jaloers zijn op zulke medewerkers.'

Toch zullen de afgelopen jaren niet voorbij zijn gegaan zonder momenten van ergernis.
‘Ik ben iemand voor wie het glas altijd halfvol is. Ik ben iedere dag met plezier naar mijn werk gegaan. Maar ja, ik heb ook wel eens geroepen dat de bibliotheeksector “een samenzwering van idioten” is: als je met een briljant idee komt, doet iedereen zijn best het te torpederen. Een citaat van Jonathan Swift. Toen we begonnen met de Nationale Bibliotheekpas had Nicolette van Ham een schitterend projectplan met een krachtige onderbouwing geschreven. Daarbij hoorde onder meer harmonisatie van tarieven en voorwaarden. Heel logisch vanuit marketingperspectief en niet ingewikkeld om in te voeren als je kijkt naar de bandbreedte van bestaande tarieven. Maar nee, dat was zeven bruggen te ver. Dus na vijf jaar zijn we eindelijk – eindelijk! – zo ver dat de klant in 90% van de bibliotheken met een pasje terecht kan. Daarover heb ik weleens hartgrondig gevloekt. Terwijl die harmonisatie er uiteindelijk toch komt.’

Waarom zeg je dat?
‘Kijk naar het digital only-abonnement. De KB heeft berekend dat dat 42 euro kost en heeft vanuit haar machtspositie gezegd: alleen bibliotheken die minimaal dat bedrag aan hun leden vragen, kunnen ook digital only aanbieden. Dat hebben bibliotheken zwijgend geslikt. Het mooie is: 42 is niet alleen het antwoord op alle vragen in The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams, het is ook nog eens het standaardtarief waar Nicolette van Ham in haar projectplan op uitkwam. Ha ha.’

Waar komt het verzet van de lokale bibliotheek vandaan?
‘Elke lokale bibliotheek is een zelfstandig koninkrijk dat zijn eigen grenzen verdedigt. Dat is soms vermoeiend. Maar ik moet erbij zeggen: per saldo is men altijd bereid om bij elkaar te komen en tot een oplossing te komen. Ik kan je verzekeren: bij de TU Delft stond onderlinge samenwerking bij verschillende vakgroepen en faculteiten niet bovenaan het lijstje. Het enige is dat de ingewikkelde structuur van de branche maakt dat nog meer samenwerking en overleg is geboden dan nu het geval is.’

Waarom is de ingewikkelde structuur zo’n probleem?

‘Drie overheidslagen die verantwoordelijk zijn voor de financiering, waarbij het rijk het minste bijdraagt maar wel de grootste broek aan trekt. Dat creëert inefficiëntie, waarbij soms dingen drie keer worden bedacht. Bibliotheken zijn in grote lijnen allemaal hetzelfde, dus wat in Groningen wordt bedacht is vaak goed toepasbaar in Limburg. Maar waar de onderlinge communicatie tussen bibliotheken binnen de provincie nog wel gaat, is die met bibliotheken daarbuiten al heel wat moeilijker.’

Geef eens een voorbeeld van de inefficiëntie?
‘Vanuit de VOB organiseren we in samenwerking met een externe partij een bijeenkomst over de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Veertien dagen later komt ProBiblio met drie masterclasses rond deze verkiezingen, alleen voor de bibliotheken in hun werkgebied: Noord- en Zuid-Holland. Was het echt niet mogelijk geweest om iets eerder de koppen bij elkaar te steken, het budget samen te voegen en iets moois en groots neer te zetten voor heel Nederland?’

Zie je wel verbetering?
‘Zeker. Neem de inkoop van e-content. De samenwerking was natuurlijk logisch, bibliotheken kunnen nu eenmaal niet ieder voor zich e-books inkopen. Maar zo is er wel een efficiënte organisatie ontstaan: met de inkoopcommissie van de KB, waarin de branche prima vertegenwoordigd is. Natuurlijk blijft er discussie over de vraag of de juiste dingen worden aangeschaft en of het niet te lang duurt, maar de organisatie van de inkoop functioneert uitstekend. Ook de branchestrategie “Route 2020” vind ik op dit punt uitstekend. Met de parels wordt geprobeerd bestaande initiatieven in het zonnetje te zetten, zodat andere bibliotheken daarvan kunnen profiteren. De proeftuinen zijn er op gericht bibliotheken te laten samenwerken in plaats van iedereen zelf het wiel te laten uitvinden.’

Heb je zelf ook bijgedragen aan deze verbetering?
‘Een van de eerste dingen waar ik bij mijn aantreden mee te maken kreeg was de invoering van een landelijke huisstijl. Prima, dacht ik, dat heb ik al eens meegemaakt: dat leid je als een militaire operatie en in een halfjaar is het geregeld. Wie schetst mijn verbazing dat dat in deze branche toch anders werkte. De huisstijl wordt niet van bovenaf ingevoerd. Nee, dat moet van de bibliotheek zelf zijn. Het moet lokaal worden gedragen. Toen heb ik het merkteam bedacht: een groep marketingprofessionals uit de bibliotheken die de huisstijl bewaakt en ontwikkelt.. Dat werkt hartstikke goed, hoewel het er niet makkelijker op is geworden.’

Hoezo?
‘Door al die multifunctionele gebouwen die in opgang zijn zie je dat bijvoorbeeld De Nieuwe Kolk zichzelf nu in de markt zet als DNK. Het woord “bibliotheek” gebruiken ze niet meer. Dan vraag ik me af: blijft de bibliotheek dan zichtbaar? We moeten erop letten dat we het merk, het begrip, de functie en de plek “bibliotheek” blijven laden. Het overkoepelende merk “bibliotheek” is nog altijd sterker dan “merken” als DNK, Stadkamer en zelfs OBA.’

Tegelijk vind je het belangrijk dat iedere bibliotheek zijn eigen gezicht blijft houden.
‘Natuurlijk. De bibliotheek is geen Hema of Ikea. Iedere bibliotheek maakt gebruik van dezelfde landelijke instrumenten – van de Nationale Bibliotheekpas tot de campagne “De bibliotheek maakt je rijker” – maar geeft daar een eigen invulling aan. Dat is een kracht. Het stelsel werkt het best als we landelijk de grote lijnen uitzetten en lokale bibliotheken zo veel mogelijk vrijheid geven om daar invulling aan te geven. Als je te veel centraal wil regelen, krijg je veel tegenkracht. Denk aan de harmonisatie van de tarieven voor de Nationale Bibliotheekpas.’

Wat beschouw je na zeven jaar als je grootste succes?
‘Er is een structuur rond marketing neergezet die werkt. Analoog aan het merkteam is er een campagneteam opgezet dat inmiddels door de CPNB wordt gezien als een gelijkwaardige partner. Een team ook dat tegen alle partijen die iets willen van de bibliotheek kan zeggen: wij zijn niet alleen een distributiekanaal voor jullie campagne, dus wat levert het ons op? En zo in gesprek gaat met anderen om de bibliotheek beter te positioneren. Daarnaast vind ik de Nationale Bibliotheekpas toch een succes. Er staat een structuur. Mijn opvolger kan die straks benutten als marketinginstrument.’

Had jij dat niet zelf nog willen doen: de Nationale Bibliotheekpas benutten voor marketing.
‘Dat is jammer, ja. Ik had gehoopt dat het systeem in december vorig jaar klaar was, zodat ik nog een eerste aanzet had kunnen geven voor een marketingplan. Maar zoals zo vaak in deze branche duurt het langer dan voorzien. Het is niet anders. Ik ga nu eerst vakantie houden – de zomer komt eraan – en daarna kijk ik wat er op mijn pad komt. Ik ga niet meer fulltime werken, maar ben links en rechts beschikbaar voor klussen. Ook in deze sector, dus wie weet wat ik op dit gebied nog eens doe.’

Tekst: Maarten Dessing



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie