HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
KB publiceert rapport over samenwerking bibliotheken met primair onderwijs
30-12-2016
De Koninklijke Bibliotheek (KB) heeft onlangs de resultaten bekendgemaakt van haar inventarisatie van de dienstverlening van bibliotheken aan basisscholen en aan het speciaal (basis)onderwijs in het schooljaar 2015–2016. Het gaat zowel om landelijke programma’s, zoals de Bibliotheek op school, als om lokaal ontwikkelde programma’s en initiatieven. 
Het onderzoek werd dit jaar voor de tweede keer uitgevoerd via het Bibliotheekonderzoeksplatform. In totaal hebben 119 bibliotheken (van de in totaal 153 basisbibliotheken) deelgenomen aan het onderzoek. Gezamenlijk vertegenwoordigen deze 119 bibliotheekorganisaties 752 vestigingen in 312 gemeenten en hebben ze ruim een miljoen jeugdleden in de leeftijd van 4-12 jaar (81% van de inwoners tussen 4 en 12 jaar in hun werkgebied). De uitkomsten van het onderzoek zijn uitgewerkt in het rapport Samenwerking openbare bibliotheken met het primair onderwijs, 2015-2016 (pdf).

Uit het rapport blijkt onder andere dat door bibliotheken met 80 procent van de lagere scholen wordt samengewerkt op het gebied van leesbevordering. Het gaat dan om 4659 scholen van de 5855 scholen in het werkgebied van de aan het onderzoek deelnemende bibliotheken (totaal kent Nederland circa 7600 basisscholen). Het gaat hier om zowel reguliere samenwerking of eigen programma’s als om samenwerking volgens de aanpak de Bibliotheek op school. Voor samenwerking op het gebied van informatievaardigheden en mediawijsheid liggen die percentages op respectievelijk 40 en 23 (respectievelijk 2347 en 1366 scholen).
Het rapport noemt het opvallend dat het aantal scholen waarmee men zegt samen te werken op het gebied van leesbevordering en informatievaardigheden in 2016 lager ligt dan in de vorige meting in 2015 (pdf). Voor mediawijsheid lijkt dit aantal wél te zijn gestegen, namelijk met 17 procent.

Over de aard van de samenwerking zegt het rapport dat het op het gebied van leesbevordering in de meeste gevallen ging om het organiseren van activiteiten in de groep of de schoolbibliotheek, het organiseren van informatieavonden en workshops voor ouders en workshops en trainingen voor leerkrachten. Daarnaast ging het ook vaak om ondersteuning bij de vormgeving van het leesonderwijs, onder andere in de vorm van het opstellen van een leesplan, het bijwonen van teamvergaderingen bij en advies geven over het gebruik van boeken bij zaakvakken. Ten opzichte van 2015 is de focus in 2016 meer verschoven naar het bieden van workshops en trainingen voor ouders en docenten en minder naar advies geven over het gebruik van boeken bij zaakvakken en de begeleiding van vrijwilligers en leerlingen. Het aantal leesbevorderingsprogramma’s dat bibliotheken in 2015 aanboden is nagenoeg hetzelfde gebleven in 2016. Het gaat dan voornamelijk om de Nationale voorleeswedstrijd, de Kinderboekenweek en de Nationale Voorleesdagen, gevolgd door BoekStart / Boekenpret (90%) en de Nederlandse Kinderjury (84%). In 2015 stelden de 94 bibliotheken samen met 1179 scholen een leesplan op, in 2016 werd dit met 1327 scholen gedaan. Het aantal scholen waarmee een leesplan werd opgesteld steeg daarmee van 31% naar 36%.

De dienstverlening van bibliotheken in het kader van informatievaardigheden en mediawijsheid bestaat voornamelijk uit activiteiten voor de leerlingen (respectievelijk 87% workshops en 76% activiteiten in de schoolbibliotheek). Daarnaast organiseert een groot deel van de bibliotheken informatieavonden voor ouders (66%) en bieden ze leermiddelen aan (63% en 53%).

Gemiddeld waren er 5,2 papieren boeken en 22,7 digitale boeken per leerling beschikbaar, aldus het rapport. Deze collectie zetten de bibliotheken en scholen in voor werkvormen als vrij lezen, voorlezen en praten over boeken. Het eigendom over de collectie is verschillend geregeld. Zo kan de collectie eigendom zijn van de bibliotheek en maakt de school er enkel gebruik van. Ook kan de collectie eigendom zijn van de school of kan er sprake zijn van gecombineerd eigendom. Op de meeste scholen is de collectie eigendom van de school zelf (39%) of is het eigendom gecombineerd (29%). In een kwart van de gevallen is de collectie eigendom van de bibliotheek (25%). Soms is er überhaupt geen vaste collectie beschikbaar:voor 7% van de scholen is dit het geval. In vergelijking tot 2015 blijkt de collectie in 2016 vaker eigendom te zijn van de school ((een toename van 12%), het gecombineerd eigendom van de collectie neemt licht af (met 5%). De bibliotheken is gevraagd om aan te geven op hoeveel scholen ze gebruik maken van bibliotheeksystemen voor de registratie van uitleningen. Op 45% van de scholen worden de uitleningen niet geregistreerd of is niet bekend of de uitleningen worden geregistreerd. Dit is onder andere het gevolg van het eigendom van de collectie: daar waar de collectie eigendom is van de school, registreert de bibliotheek de uitleningen niet.

De 119 bibliotheken hadden in 2016 minimaal 570 medewerkers beschikbaar voor samenwerking met het primair onderwijs, voornamelijk in de functie van onderwijsspecialist of leesconsulent.

De samenwerking met het primair onderwijs wordt voornamelijk gefinancierd door de bibliotheken (92%) en de scholen (85%) zelf. 52% van de bibliotheken ontvangt ook middelen uit simuleringsfondsen, waaronder Kunst van Lezen. Nog eens 42% ontvangt extra financiering van de gemeente om de samenwerking vorm te geven. In vergelijking tot 2015 blijkt de bibliotheek in 2016 meer frequent de belangrijkste financier te zijn. In 2015 waren dit hoofdzakelijk nog de scholen. Opvallend noemt het rapport het aantal bibliotheken dat in 2015 geen financiering kreeg of had vrijgemaakt voor de financiering: dit aantal lijkt in 2016 aanzienlijk te zijn afgenomen. De scholen leveren voornamelijk een bijdrage per product of dienst.Opvallend is dat er met 488 scholen wel wordt samengewerkt, maar dat de bibliotheken voor deze samenwerking geen financiering ontvangen van de school zelf. Mogelijk dat de financiering hier via een derde partij, zoals de gemeente, verloopt, aldus het rapport. De bibliotheken hebben over het algemeen vaker structureel middelen gealloceerd voor samenwerking volgens de aanpak de Bibliotheek op school, dan voor reguliere samenwerking met het onderwijs. Gemiddeld gaat het om €183.000 per bibliotheek voor de Bibliotheek op school, terwijl dit bedrag voor reguliere samenwerking lager ligt: gemiddeld €103.000.
De bijdrage per leerling bedraagt gemiddeld €7,50 terwijl de bijdrage per school uitkomt op gemiddeld €525,30.

In het kader van het onderzoek is ook specifiek gekeken naar de samenwerking met scholen volgens de aanpak de Bibliotheek op school (dBos). In totaal wordt in het kader van dBos met 29% van de scholen in het werkgebied van de betrokken bibliotheken samengewerkt op het gebied van leesbevordering. Dit is 17% voor informatievaardigheden. Met name voor het onderdeel informatievaardigheden binnen dBos is de groei tussen 2015 en 2016 opvallend groot, het aantal scholen dat de aanpak is gaan implementeren is tussen 2015 en 2016 flink gegroeid.
 
Het volledige onderzoek is te vinden op het Bibliotheekonderzoeksplatform:


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie