HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Onderzoek SCP: lichte daling bereik en bezoekfrequentie bibliotheken
21-10-2016
Bibliotheken hadden in 2014 een bereik van 39%, zo stelt het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in een recent verschenen onderzoek. In de periode tussen 2012 en 2014 daalde het bereik van bibliotheken met 3 procentpunten.
In het onderzoek, getiteld Sport en cultuur. Patronen in belangstelling en beoefening (pdf), wordt ingegaan op de (mate van) deelname aan en betrokkenheid bij tal van sportieve en culturele activiteiten. Het onderzoek is gericht op de betekenis van sport en cultuur in het dagelijks leven in de periode 2012 en 2014. Het onderzoek is gebaseerd op de Vrijetijdsomnibus (vTO), een enquête die het SCP in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanaf 2012 tweejaarlijks uitvoert. De eerste meting is gedaan in de winter van 2012/2013, de tweede meting heeft€ in de winter van 2014/2015 plaatsgevonden.
De onderzoekers onderscheiden voor wat het cultuurbezoek betreft vijf categorieën: populaire voorstellingen (musicals, films, popconcerten etc), gecanoniseerde voorstellingen (opera, toneel, klassieke muziek, ballet etc), beeldende kunst (bekijken ervan in musea en daarbuiten), erfgoed (o.a. historische musea, volkenkundige musea, archieven, historische gebouwen etc.) en bibliotheken.

De onderzoekers concluderen dat in 2014 iets meer dan negen op de tien mensen (minstens één keer) een culturele instelling, voorstelling, uitvoering of tentoonstelling heeft bezocht. ‘Opnieuw kennen populaire voorstellingen het grootste bereik (82%), gevolgd door erfgoed (66%) en beeldende kunst (59%). Bibliotheken (39%) en gecanoniseerde voorstellingen (38%) sluiten de rij,’ aldus het onderzoek. In de periode tussen 2012 en 2014 deed zich geen verandering in het bereik van populaire en gecanoniseerde voorstellingen voor. In die jaren daalde wel het bereik van bibliotheken (met 3 procentpunten), en steeg het bereik van musea (met 4 procentpunten).

De bezoekfrequentie voor bibliotheken lag in 2014 op gemiddeld 4,3 keer per jaar (was 4,6 in 2012). De onderzoekers hebben ook gekeken naar een aantal kenmerken van de bezoekers. Voor de bibliotheken geldt dat 33% van de mannen en 45% van de vrouwen minstens een keer per jaar gebruikmaakt van de voorziening. Ook daarmee is de bibliotheek (net als met de bezoekfrequentie) vergelijkbaar met de categorie ‘gecanoniseerde voorstellingen’. De andere drie categorieën hebben niet alleen een hogere bezoekfrequentie maar ook een bijna gelijkwaardige verdeling van mannelijke en vrouwelijke bezoekers. Verder valt op dat bij de bibliotheken de bezoekers in de leeftijdscategorieën 6-11 jaar (82%) en 12-19 jaar (62%) oververtegenwoordigd zijn en die in de leeftijdscategorieën 20-34 jaar (33%), 50-64 jaar (27%) en ≥ 65 jaar (27%) ondervertegenwoordigd. Anders dan bij de andere door de onderzoekers onderscheiden categorieën (met uitzondering van de ‘populaire voorstellingen’) zijn die bezoekers wel bijna gelijkelijk verdeeld over alle inkomensgroepen. Het bereik van bibliotheken ligt in stedelijke gebieden circa 7-8% hoger dan in niet-stedelijke gebieden. De bibliotheek bereikt relatief meer niet-westerse bezoekers (51%), maar zit daarmee op ongeveer hetzelfde niveau als ‘beeldende kunst’ en 'erfgoed'. De categorie 'gecanoniseerde voorstellingen' scoort met 30% aanzienlijk slechter en de categorie populaire voorstellingen met 81% aanzienlijk beter.

Bibliotheken zijn de meest nabijgelegen culturele voorziening, gevolgd door musea en theaters/schouwburgen. 30% van de bibliotheken ligt binnen een straal van een kilometer en 47% op een afstand van 1 tot 2 kilometer. Voor 19% van de bezoekers geldt een afstand van 1-5 kilometer en voor 3% een afstand van 5-10 kilometer.

Het onderzoek gaat, in het kader van gegevens over mediagebruik, ook nog even in op het lezen van boeken. ‘Het lezen van papieren exemplaren geeft een lichte teruggang te zien, van 78% naar 76% van de bevolking dat zegt in de twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek minstens enkele keren een boek te hebben gelezen. Het percentage mensen dat minstens elke maand boeken leest, bleef daarentegen stabiel op 51%. Daar staat een groeiend bereik van e-books tegenover. Het totale bereik van e-books steeg van 16% naar 22%, het percentage dat minstens maandelijks e-books leest, ging van 8% naar 12%. Beide trends bij elkaar optellend, blijft het lezen constant: het totale bereik van boeken lezen (minstens enkele keren per jaar) was en bleef 79%, het maandelijks bereik bleef ruim de helft (54% in 2012, 55% in 2014),’ aldus de opstellers van het rapport.

Voor het volledige rapport (pdf), zie de website van het Sociaal Cultureel Planbureau.
Er is ook een persbericht beschikbaar. Zie hier over de Vrijetijdsomnibus.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie