HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
VOB reageert op voorstel KB tarieven 'lokaal digitaal'
14-09-2016
De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) heeft op 1 september gereageerd op het voorstel van de Koninklijke Bibliotheek (KB) aangaande het zogeheten pakket ‘lokaal digitaal’, het nieuwe pakket tarieven voor ‘fysiek + digitaal’ lenen. De VOB formuleert vijf uitgangspunten die voor haar in dit verband belangrijk zijn. 
In het voorstel van de KB wordt uitgegaan van een ‘standaardtarief’ van 42 euro voor leden van openbare bibliotheken die ook e-books van de ‘landelijke digitale bibliotheek’ willen lenen. Voor ‘digital only’ was al eerder afgesproken dat het tarief 42 euro blijft. Daarnaast mag er ook een ‘klein abonnement’ (een soort kennismakingsabonnement) worden aangeboden van 21 euro. Daarvoor mogen leners maximaal 6 e-books per jaar lenen. Dit abonnement kan alleen worden aangeboden bij een gecombineerd lidmaatschap dus niet als ‘digital only’. Verder mogen bibliotheken alleen aan minima en ‘specifieke groepen’ een korting verlenen op het standaardtarief van 42 euro, ook alleen bij een gecombineerd lidmaatschap. Hoe deze afspraken tot stand komen is een zaak tussen bibliotheek en gemeente(n). Een lidmaatschap voor jongeren tot en met 17 jaar kan gratis blijven, maar geldt niet meer voor alle beschikbare e-books. Gratis lenen kan alleen voor jeugd-e-books t/m C-titels die voorzien zijn van AVI, voor e-books die te vinden zijn op www.lezenvoordelijst.nl en verder voor 6 titels uit het gehele e-booksaanbod. Aan de jeugd kan ‘digital only’ niet worden aangeboden.

In haar brief van 1 september (pdf) stelt de VOB het voorstel van de KB te zien als betrekking hebbend op een ‘overgangsfase’. De VOB verwijst daarbij naar de dit najaar te verwachten uitspraak in de proefprocedure over e-books en leenrecht, waarover de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie deze zomer advies uitbracht. ‘Wij zijn in afwachting van de definitieve bevindingen van het Europese Hof (en de vertaling daarvan vervolgens in Europese en nationale regelgeving). We gaan ervan uit dat het huidige licentiesysteem voor e-books niet toekomstbestendig is en er nieuwe modellen voor beschikbaarstelling aan kopers en aan bibliotheken zullen ontstaan. In dat licht bezien wij uw recente voorstellen, die wij derhalve beschouwen als voorstellen voor een overgangsfase,’ aldus de VOB.

De VOB formuleert vijf uitgangspunten bij het beoordelen van het KB-voorstel. Over het tarief van 42 euro voor het digitale lidmaatschap stelt de VOB: ‘Wat ons betreft is het digitale tarief van € 42,- nodig om de overgangsfase waarin we ons bevinden te overbruggen. Als tijdelijke oplossing is dit tarief acceptabel als het niet als bodemprijs voor alle digitale en fysieke abonnementen gaat functioneren en als er in de komende jaren geen prijsverhoging volgt. Op termijn hopen we echter dat het leenrecht het landelijke digitale tarief overbodig maakt.’ Verder stelt de VOB het ongewenst en onjuist te vinden als in een decentraal stelsel de KB centraal een minimumtarief voor het gecombineerde (fysiek/digitaal) lidmaatschap zou vaststellen. ‘Het bieden van ruimte tot het leveren van maatwerk aan bv. minima en kwetsbare groepen is essentieel,’ aldus de VOB.
De VOB vraagt speciale aandacht voor de positie van de jeugd en geeft daarbij aan het belangrijk te vinden dat jongeren geen financiële belemmeringen ondervinden als ze voor school, studie of voor leesplezier bibliotheekboeken (fysiek danwel digitaal) gebruiken. ‘Wat ons betreft moeten jeugdlidmaatschappen per definitie combinatielidmaatschappen zijn waarbij de wettelijke contributievrijstelling tot 18 jaar volledig gegarandeerd blijft,’ aldus de VOB, die ook nog toevoegt dat de grote investeringen die er vanuit leesbevorderingsdoelstelling gedaan worden in de samenwerking met het onderwijs, het concept van de Bibliotheek op school, door de tariefstelling van de KB niet in gevaar gebracht mag worden. ‘Leenrecht is immers niet van toepassing op schoolbibliotheekwerk. Dat zou ook voor het gebruik van de jeugd t/m 17 jaar van de digitale bibliotheek overwogen kunnen worden,’ aldus de VOB.
De VOB merkt tenslotte nog op: ‘Wij zien graag meer duidelijkheid aan de kant van de uitgevers wat betreft de beschikbaarstelling van de e-books. Een verplichting aan de kant van de bibliotheken moet wat ons betreft altijd samenhangen met een verplichting waarbij ook de uitgevers zich committeren. Het e-booksaanbod van de bibliotheek is nog niet op het niveau dat een tarief dat moet concurreren met de markt, verantwoord is. En dat is natuurlijk niet de taak van de bibliotheek. De bibliotheek moet bevorderen dat er gelezen wordt. Dat is ook het belang van uitgevers.’

In de brief wordt met enkele concrete opmerkingen nader ingegaan op een aantal punten in het KB-voorstel. Zo merkt de VOB op een verbreding naar de gehele digitale bibliotheek te missen, waardoor het voorstel niet enkel betrekking heeft op e-books maar op het gehele digitale aanbod, en ook dringt de vereniging aan op ‘nadere informatie en openheid’ aangaande de mogelijkheid tot thuisgebruik van alle digitale content die binnen de digitale bibliotheek beschikbaar is. Verder geeft de VOB aan meer duidelijkheid te willen zien over het commitment van de uitgevers. ‘Waarvoor moeten bibliotheekgebruikers gaan betalen? Wat krijgen ze daarvoor? Graag zouden wij hier meer inzicht in hebben in kwantitatieve en in kwalitatieve zin,’ aldus de VOB, die ook aangeeft het aanbod voor de jeugd te beperkt te vinden. ‘Voor de openbare bibliotheek blijft het uitgangspunt dat de jeugd t/m 17 jaar onbeperkt toegang moet hebben tot álle boeken van álle niveaus. Wat het aanbod aan ‘Lezen voor de lijst’-boeken precies behelst zien wij graag nog nader verduidelijkt,’ zo stelt de vereniging. De term ‘klein abonnement’ is volgens de VOB verwarrend. ‘Zo is onder meer onhelder hoe dit zich verhoudt tot het abonnement op de fysieke bibliotheek. Wij pleiten ervoor om deze abonnementsvorm om te dopen zodat duidelijk is waarvoor dit staat: een beperkt gebruik van e-books om aan het fenomeen te proeven,’ aldus de VOB.

Tenslotte spreekt de VOB nog haar ongenoegen uit over de procedure: ‘Wij zijn ervan overtuigd dat als de VOB bijtijds in positie wordt gebracht om op de inhoud van voorstellen te reageren, er kostbare tijd kan worden gewonnen en nodeloze frustraties kunnen worden voorkomen.’ En nodigt de KB uit ‘om op korte termijn te bespreken hoe we tegemoet kunnen komen aan de concrete wensen van de branche’.  


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie