HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Onderzoek Stichting Lezen & Schrijven: laaggeletterden vaker langdurig arm
15-06-2016
Mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen blijken vaker langdurig arm te zijn dan niet-laaggeletterden, zo stelt Stichting Lezen & Schrijven op basis van onlangs gepubliceerd onderzoek. De Stichting pleit ervoor dat in de aanpak van armoede structureel naar laaggeletterdheid gekeken gaat worden.
Een belangrijke conclusie van het onderzoek noemt Stichting Lezen & Schrijven dat armoede en laaggeletterdheid hand in hand gaan: laaggeletterdheid is vaak een belemmering om zelfredzaam te zijn en armoede vergroot de kans op laaggeletterdheid. 

Voor het onderzoek, dat in opdracht van Stichting Lezen & Schrijven is uitgevoerd door Ingrid Christoffels en Pieter Baay van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ecbo) en Ineke Bijlsma en, Mark Levels van het Research Centre for Education and the Labour market (ROA) van de Universiteit Maastricht, zijn gegevens van het grootschalige internationale PIAAC-onderzoek over taalvaardigheid gekoppeld aan  aan integrale inkomensgegevens over laaggeletterdheid en gegevens over de woonomgeving.

De onderzoekers stellen in hun rapport, getiteld Over de relatie tussen laaggeletterdheid en armoede (pdf), dat op basis van de PIAAC-steekproef geschat kan worden dat de groep arme laaggeletterden ongeveer 236.000 mensen omvat. Uit cijfers van het SCP blijkt dat ruim 600.000 mensen langdurig arm zijn. De Algemene Rekenkamer meldde onlangs dat er 2,5 miljoen Nederlanders zijn die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen ( een veel hoger aantal dan het door het kabinet gehanteerde cijfer van 1,3 miljoen)
 
Van de laaggeletterden moet 19% ten minste één jaar rondkomen van een inkomen onder de armoedegrens. Verder blijkt ruim 6% van de laaggeletterden langdurig arm. Voor niet-laaggeletterden ligt dit percentage op 2,5%. Laaggeletterden blijken niet significant vaker werkloos te zijn dan niet-laaggeletterden, al hebben ze wel banen met een gemiddeld lagere status dan niet laag-geletterden. Laaggeletterden zijn wel vaker inactief - in de zin dat ze vaker buiten de arbeidsmarkt staan en niet naar school gaan of een cursus volgen - dan mensen die niet-laaggeletterd zijn. Verder blijken laaggeletterden bijna drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als niet-laaggeletterden, aldus de onderzoekers.
 
Laaggeletterdheid is ook van invloed op sociale inclusie en andere immateriële uitkomsten. Laaggeletterden rapporteren bijvoorbeeld dat ze minder vrijwilligerswerk doen. Ze hebben minder sociaal vertrouwen, ervaren minder politiek vertrouwen en hebben een slechtere gezondheid dan niet-laaggeletterden. Laaggeletterdheid heeft daarnaast een versterkend effect op de relatie tussen armoede en gezondheid. Het verbeteren van de taalvaardigheid zou dus niet alleen kunnen bijdragen aan betere perspectieven op de arbeidsmarkt en vermindering van armoede. Verbetering van geletterdheid kan mogelijk ook bijdragen aan de mate waarin men zich onderdeel voelt van de samenleving en hoe men de eigen gezondheid ervaart, aldus de onderzoekers.

Laaggeletterden hebben vaker laagopgeleide ouders. en wonen vaker in een wijk met minder sociale status. Kinderen van laaggeletterden zijn volgens de onderzoekers dubbel benadeeld. 'Ten eerste zal het voor laaggeletterde ouders moeilijker zijn om een taalrijke leesomgeving te creëren waarbij ze onder andere minder boeken in huis hebben. Ten tweede is gebleken dat in Nederland de kwaliteit van de school een relatief belangrijk deel van leesprestatie voorspelt, waarschijnlijk omdat er sprake is van een clustering van kinderen met een minder bevoordeelde sociaal-economische achtergrond.'

Concluderend stellen de onderzoekers:  'De achterstand van laagopgeleiden is de laatste 25 jaar gegroeid ten opzichte van hoger opgeleiden en de prognose is dat deze achterstand verder zal groeien. Laagopgeleiden hebben een slechtere positie op de arbeidsmarkt dan middelbaar en hoogopgeleiden, onder andere doordat ze niet beschikken over de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor veelgevraagde en goedbetaalde banen. Ontwikkelingen zoals globalisering, flexibilisering van de arbeidsmarkt en het toenemende belang van digitale vaardigheden leiden ertoe dat werkgevers meer eisen stellen aan de vaardigheden van hun werknemers. Goed kunnen lezen en schrijven behoort tot de kernvaardigheden van werknemers. Te verwachten is dat, zonder extra maatregelen, de armoedeproblematiek onder laaggeletterden eerder toe dan af zal nemen.'

Merel Heimens Visser, directeur van Stichting Lezen & Schrijven, stelt in reactie op het onderzoek: 'Wij pleiten ervoor dat in de aanpak van armoede structureel naar laaggeletterdheid gekeken gaat worden en dat mensen die een laag taalniveau hebben, verwezen worden naar een cursus in de buurt.'

Overigens wordt in de onlangs verschenen bundel Meritocratie. Op weg naar een nieuwe klassensamenleving? ook gewezen op het verband tussen het opleidingsniveau van ouders en de kansen die hun kinderen later hebben in de samenleving. Afkomst speelt nog een grote rol in het onderwijs en in de samenleving, een kind van hoogopgeleide ouders maakt aanzienlijk meer kans op succes in het onderwijs en op de arbeidsmarkt dan een kind van laagopgeleide ouders, aldus hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer, samensteller van de bundel. In een interview met NRC Next (op 6 juni verschenen onder de titel 'Gelijke kansen? Dat is een illusie’) stelt De Beer onder andere bang te zijn dat de maatschappij verandert in een nieuwe klassensamenleving, waarin met name het opleidingsnivueau van de ouders kinderen een enorme voorsprong kan geven.
De Onderwijsinspectie kwam in april in het rapport De staat van het onderwijs (pdf) tot vergelijkbare conclusies.
 
De bundel, met bijdragen van verschillende sociologen en politicologen, is te downloaden van de website van Open Access Publishing in European Networks (OAPEN).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie