HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Advies Raad voor Cultuur: subsidie Stichting Lezen handhaven
19-05-2016
In zijn advies aangaande de cultuursubsidies voor de periode 2017- 2020 honoreert de Raad voor Cultuur de subsidieaanvraag van Stichting Lezen, die een bedrag van 1.870.000 euro had aangevraagd. Het subsidiebedrag dat Stichting Lezen structureel vanuit het ministerie van OCW ontvangt blijft daarmee gelijk aan voorgaande jaren.
De Raad voor Cultuur stelt in het advies over de culturele basisinfrastructuur (BIS) voor de jaren 2017-2020 echter wel dat het plan dat Stichting Lezen heeft ingediend te weinig focus heeft. Stichting Lezen signaleert volgens de Raad terecht een aantal knelpunten, maar geeft geen inzicht in de wijze waarop zij meent deze het hoofd te kunnen bieden. Op basis van een financiële analyse noemt de Raad de financiële situatie van Stichting Lezen alarmerend.

De Raad stelt daarom als voorwaarde dat Stichting Lezen een nieuw activiteitenplan indient met aandacht voor de volgende punten:
  • Stichting Lezen formuleert een overtuigender visie op haar identiteit of signatuur, mede in relatie tot de activiteiten van (samenwerkings)partijen in hetzelfde werkveld en tegen de achtergrond van relevante ontwikkelingen in het onderwijs.
  • De instelling laat zien zich minder op de praktische of operationele uitvoering van leesbevorderingsactiviteiten te richten en zich meer te oriënteren op onderzoek naar en de coördinatie en evaluatie van deze activiteiten.
  • De instelling licht de financiële relaties tussen haar activiteiten nader toe. Zij onderzoekt bovendien beter de wegen die leiden naar aanvullende financiering.
De Raad prijst Stichting Lezen als 'spin in het web' met een groot publieksbereik die erin slaagt leesbevordering bij de belanghebbende partijen op de agenda te zetten en die een uitstekende onderzoeksagenda heeft en 'solide interventieprogramma’s op het gebied van (literair) lezen' initieert, maar is op een aantal punten ook kritisch. Zo mist de Raad in de subsidieaanvraag een toekomstvisie en is daarom van oordeel dat Stichting Lezen meer focus moet aanbrengen in haar aanbod van projecten, 'mede in relatie tot (verwachte) wijzigingen in de inkomsten als gevolg van de beëindiging van additionele projectsubsidies'. Het beleid op het gebied van digitaal lezen vindt de raad te weinig specifiek. Verder blijkt uit het ingediende plan niet helder hoe de activiteiten uit de basissubsidie en de additioneel gesubsidieerde activiteiten in het kader van het actieplan ‘Kunst van Lezen’ zich tot elkaar verhouden. Ook de rolverdeling met de Koninklijke Bibliotheek is onduidelijk, aldus de Raad.
 
Uit het door Stichting Lezen ingediende activiteitenplan wordt niet helder hoe de verhouding is tussen de verschillende beleidsterreinen waarop Stichting Lezen zich beweegt. De Raad stelt dat het niet duidelijk is 'of de focus van Stichting Lezen ligt op het produceren van wetenschappelijke en operationele kennis op het gebied van leesbevordering ten behoeve van uiteenlopende stakeholders, of eerder op het daadwerkelijk ("praktiserend") vergroten van leesvaardigheden bij (jonge) lezers, al dan niet in achterstandsposities'. De Raad vindt dat Stichting Lezen zich minder zal moeten richten op de praktische uitvoering van leesbevorderingsactiviteiten en meer op onderzoek naar en de coördinatie en evaluatie van deze activiteiten. De Raad verwacht van Stichting Lezen een overtuigender visie op haar signatuur, mede in relatie tot de activiteiten van onder andere OCW (in het bijzonder in relatie tot het grootschalige actieprogramma ‘Tel mee met Taal’), de Koninklijke Bibliotheek en Stichting Lezen & Schrijven, en tegen de achtergrond van relevante ontwikkelingen in het onderwijs.

De Raad vindt dat de financiële positie van Stichting Lezen reden tot zorg is. 'In het activiteitenplan staat niet gekwantificeerd wat het resultaat en de doelstelling zijn van de diverse activiteiten, voor wie, tegen welke prijs en waarom welke activiteiten al dan niet worden voortgezet. Stichting Lezen geeft niet aan hoe ze de toekomstbestendigheid van de financieringsmix wil vergroten en concludeert dat "wat nodig en mogelijk is met de huidige middelen niet kan worden gerealiseer". Een strategische verkenning naar de mogelijkheid ook diensten te leveren aan commerciële partijen zou om deze reden voor de hand liggen. Stichting Lezen maakt niet duidelijk welke keuzes gemaakt zullen worden indien de benodigde middelen onverhoopt niet worden verworven. De raad mist een alternatief plan waarin Stichting Lezen zich oriënteert op inkomsten van derden,' aldus de Raad voor Cultuur.

De Raad stelt verder te hopen spoedig te kunnen oordelen over de wijze waarop de Koninklijke Bibliotheek in het kader van de Bibliotheekwet de inrichting van openbare (digitale) bibliotheekvoorzieningen vormgeeft. Daarbij zullen ook complexe vraagstukken rond auteurs- en leenrecht betrokken worden, met inachtneming van de soms strijdige belangen van commerciële en publieke partijen, aldus de Raad. Ook kondigt de Raad een advies over mediawijsheid aan.

De Raad heeft de aanvraag van de Stichting Schrijvers School Samenleving (SSS) negatief beoordeeld. Schrijvers School Samenleving opereert naar het oordeel van de Raad te geïsoleerd, en zal in een nieuwe alliantie met De Schoolschrijver haar beleid moeten herformuleren. Schrijvers School Samenleving laat nu niet zien op welke wijze de organisatie bijdraagt aan leesbevordering. Het blijft daardoor onduidelijk of de activiteiten van Schrijvers School Samenleving daadwerkelijk effectief zijn, aldus de Raad.

Het Letterkundig Museum mag wat de Raad voor Cultuur betreft nog rekenen op een subsidie van 1.050.704 euro. Het Letterkundig Museum had 1.937.032 euro aangevraagd. Het Letterkundig Museum reageert in een persbericht teleurgesteld op het advies. 'De Raad voor Cultuur is vol lof over het Letterkundig Museum / Kinderboekenmuseum, maar die lof wordt niet vertaald in een advies dat leidt tot herstel van het subsidieniveau van vóór de bezuinigingen in 2013. De buitensporige korting van 25% die het museum in de vorige periode kreeg opgelegd (jaarlijks € 700.000, totaal € 2,8 miljoen) blijft als het aan de Raad ligt gehandhaafd,' aldus het Letterkundig Museum. Directeur Aad Meinderts stelt: Dit advies treft de hele organisatie maar in het bijzonder onze archieffunctie en dat terwijl het Letterkundig Museum de hoeder is van het nationaal literair erfgoed. (...) Het behoud en beheer van de collectie en de relatie met de universiteiten zijn onder een aanvaardbaar niveau gezakt. Dit is te wijten aan de onderbezetting (zo mist het museum een hoofd Collecties), die het rechtstreekse gevolg is van de bezuinigingen: 30% van het personeel werd in 2013 noodgedwongen ontslagen. Het museum beschikt over € 0 aankoopbudget en liep daardoor onlangs het handschrift van Hersenschimmen mis. Voor digitalisering is geen cent beschikbaar gekomen. Nederland volhardt in zijn verkwanseling van het literair erfgoed.'

Het Letterkundig Museum / Kinderboekenmuseum hoopt via de Tweede Kamer herstel van het subsidiebedrag te realiseren.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Wim Keizer
30-5-2016 14:20
Desgevraagd meldde OCW dat het voornemen van de Raad voor Cultuur (RvC) om over “de wijze waarop de KB in het kader van de Bibliotheekwet de inrichting van openbare (digitale) bibliotheekvoorzieningen vormgeeft” te adviseren nieuw voor hem is.
De Raad voor Cultuur kan ongevraagd adviseren, maar er is wel periodieke afstemming met OCW over de timing, zodat een advies kansrijk kan zijn.
OCW noemt het voornemen begrijpelijk, daar de RvC altijd adviseerde over de bibliotheeksubsidies en het bibliotheekstelsel als onderdeel van het vierjaarlijkse advies over alle cultuursubsidies.
Nu de taken van het SIOB met de Wsob zijn ondergebracht bij de KB, heeft de RvC geen formeel moment meer om over deze taken te adviseren en zoekt men een eigen moment. OCW ziet dat het liefst gekoppeld is aan de midterm review van de wet of aan de evaluatie.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie