HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Rekenkamer: aanpak overheid laaggeletterdheid ontoereikend
23-04-2016
De Algemene Rekenkamer constateert in een recent verschenen rapport dat de aanpak van laaggeletterdheid door de ministeries van Onderwijs (OCW), Sociale Zaken (SZW) en Volksgezondheid (VWS) ontoereikend is. Er zit een kloof tussen de omvang van het probleem en de gekozen aanpak en het beleid bestrijkt bovendien maar een deel van het probleem. Het rijksbeleid om laaggeletterdheid aan te pakken, schiet daarmee te kort en is weinig ambitieus, aldus de Rekenkamer.
De Rekenkamer stelt dat er in Nederland feitelijk 2,5 miljoen mensen zijn die moeite hebben met taal en/of rekenen, een veel hoger aantal dan het door het kabinet gehanteerde cijfer van 1,3 miljoen. Deze kloof tussen het daadwerkelijke aantal en het door de overheid gehanteerde aantal is te verklaren doordat de verantwoordelijke bewindspersonen 65-plussers en mensen die moeite hebben met rekenen buiten beschouwing laten.

In 2015 was er voor de aanpak van laaggeletterdheid 65 miljoen euro van het Rijk beschikbaar, voor dit jaar is dat 74 miljoen euro. Van dit bedrag wordt 56 miljoen euro via gemeenten verdeeld over ROC-instellingen en andere aanbieders van cursussen voor volwassenen. De rest van het budget is beschikbaar voor het ontwikkelen van lesmateriaal en taalnetwerken. Daarvan mag de Stichting Lezen & Schrijven 11 miljoen euro uitgeven voor onder meer de samenwerking tussen lokale en landelijke organisaties. In de jaren 2012-2015 waren er in het rijksbeleid geen concrete doelen voor het verbeteren van de taalvaardigheid beschreven. De ambities van de betrokken bewindspersonen zijn voor 2016-2018 volgens de Rekenkamer bescheiden: 45.000 volwassenen beginnen aan een taalcursus en 45.000 personen verbeteren hun taalbeheersing.

De Rekenkamer heeft gekeken of het beleid van de overheid om het probleem aan te pakken met taal- en rekencursussen ook echt werkt. Centrale vraag daarbij: is het cursusaanbod voldoende en wordt iedereen bereikt?

De Rekenkamer stelt in het rapport Aanpak van laaggeletterdheid (pdf) om te beginnen vast dat er in de praktijk nauwelijks rekencursussen worden aangeboden en dat het beleid zich uitsluitend richt op verbetering van de taalbeheersing. De ambities op dit laatste terrein zijn echter bescheiden: de bewindspersonen streven naar een verbetering van de taalbeheersing van nog geen 5% van de doelgroep in de periode 2016-2018. De taalcursussen die worden aangeboden zijn bovendien niet gericht op het behalen van een taalbeheersing op vmbo-niveau (het niveau waarop mensen ‘geletterd’ worden genoemd), maar op een niet nader omschreven verbetering van de taalbeheersing. Verder zijn er vaak wachtlijsten voor taalcursussen, zo constateert de Rekenkamer. 'De minister van OCW denkt niet dat met meer budget het aantal deelnemers aan de cursussen aanzienlijk kan worden vergroot. De uitkomsten van ons onderzoek wijzen echter in een andere richting. In acht van de dertien regio’s uit onze enquête bleek sprake te zijn van wachtlijsten voor taalcursussen. Oorzaken van de wachtlijsten zijn volgens de cursuscoördinatoren zowel een beperkt budget als een tekort aan vrijwilligers/docenten,' aldus de Rekenkamer.

Ook stelt de Rekenkamer vast dat de minister van Onderwijs naar aanleiding van een motie van de Tweede Kamer in het actieprogramma 2016-2018 versterking van digitale vaardigheden heeft opgenomen, maar tegelijkertijd heeft ze geen instrumenten om  digitale laaggeletterdheid aan te pakken; de wet staat niet toe dat rijksgeld voor computercursussen wordt ingezet.
 
Volgens de Rekenkamer is het onduidelijk of het beleid ook daadwerkelijk bijdraagt aan een afname van het aantal laaggeletterden. De minister van OCW weet, ondanks onderzoek naar de effecten van de taalcursussen, niet of mensen na een cursus beschikken over een taalbeheersing op vmbo-niveau en zij weet evenmin in hoeverre het aantal laaggeletterden mede door haar beleid toeneemt, afneemt of stabiliseert, zo stelt de Rekenkamer.

De Rekenkamer komt met vier aanbevelingen aan de bewindspersonen van OCW, SZW en VWS:
  • Beslis of het laaggeletterdenbeleid zich ook moet richten op rekenvaardigheid en digitale vaardigheden. Zo ja, formuleer hiervoor dan streefwaarden en zorg ervoor dat de beleidsinstrumenten en het beschikbare budget hierop aansluiten.
  • Zorg periodiek voor een volledig beeld van de kenmerken van de cursisten: geslacht, leeftijd en herkomst. Aan de hand daarvan kunnen gerichte maatregelen worden ingezet om groepen te bereiken die niet of nauwelijks deelnemen aan cursussen.
  • Geef ook aan of de ambitie die het huidige kabinet heeft adequaat is in het licht van de omvang van het probleem.
  • Zorg dat er systematisch zicht ontstaat op het begin- en eindniveau van alle cursisten die een taal- of een rekencursus hebben gevolgd. Op die manier kan generiek duidelijk worden in welke mate het beleid bijdraagt aan het verkleinen van laaggeletterdheid onder de bevolking.
Minister Bussemaker van OCW stelt in een reactie (pdf) mede namens de verantwoordelijke bewindspersonen van de ministeries van SZW en VWS dat laaggeleterdheid een 'uiterst weerbarstig en complex maatschappelijk probleem' is. De minister erkent dat de 65-plussers ontbreken in de statistieken, maar schrijft dit toe aan het feit dat het lastig is voor deze leeftijdscategorie betrouwbare cijfers te vergaren. De minister noemt het onwaarschijnlijk dat het aantal laaggeletterden in Nederland de komende jaren snel zal dalen, ondanks de grote inzet van honderden betrokken docenten, vrijwilligers en maatschappelijke organisaties. Als redenen noemt zij onder andere dat de drempel tot het volgen van een cursus vaak te groot is en het feit dat de doelgroep zal blijven groeien door de komst van nieuwkomers en door de vergrijzing. 
De kennis over de mate waarin volwassenen laaggecijferd zijn wil de minister de komende jaren verruimen. Ze vraagt daarom meer aandacht voor rekenen en in het bijzonder voor de samenhang van taal, rekenen en digitale vaardigheden. De minister geeft aan in gesprek te zijn met gemeenten, taalaanbieders en vrijwilligersorganisaties om wachtlijsten aan te pakken en te voorkomen. De komende jaren worden duizenden nieuwe taalvrijwilligers getraind en in elke arbeidsmarktregio worden taalhuizen en taalpunten opgericht om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. Hierdoor kunnen volgens de minister met hetzelfde budget meer deelnemers worden bereikt.

De Algemene Rekenkamer schrijft in het nawoord dat de aanpak hinkt op twee gedachten: de bewindspersonen streven een structurele afname van het aantal laaggeletterden na, maar willen zich niet vastleggen op het aantal volwassenen dat door rijksbeleid geletterd en gecijferd wordt. Op de vaststelling dat de doelgroep niet uit 1,3 miljoen maar 2,5 miljoen personen bestaat, reageert de minister niet. Een toezegging bij de evaluatie van de wet volwasseneneducatie biedt kansen om te zien of rijksmaatregelen resultaat hebben voor de wachtlijsten.

Het rapport is op 20 april 2016 aangeboden aan de Tweede Kamer.

In reactie op het rapport doet Stichting Lezen & Schrijven samen met gemeenten (VNG), het middelbaar beroepsonderwijs (MBO Raad), de Sociaal-Economische Raad (SER) en het bedrijfsleven (VNO-NCW), werknemers (FNV) en bibliotheken (VOB) een oproep om een zogeheten 'Taaloffensief' te starten,  een breed gedragen programma waarin gemeenten, sociale partners, onderwijs, bibliotheken, maatschappelijke instellingen, bedrijven en particulier initiatief - ondersteund door regering en parlement - de handen ineenslaan. 'Stel gemeenten in staat om, samen met onderwijsinstellingen en bibliotheken, taal- en computerlessen te organiseren voor al hun inwoners met taalproblemen. Voor wie het groepsonderwijs nog een brug te ver is, is Taal voor het Leven een oplossing: een getrainde vrijwilliger die als taalcoach mensen verder helpt in het maken van "leeskilometers",' aldus de betrokken organisaties. Doel van het Taaloffensief is om per jaar 100.000 mensen te kunnen bereiken, vier keer zo veel als nu het geval is.

Overigens maakte de gemeente Amsterdam onlangs bekend extra te willen investeren in de aanpak van laaggeletterdheid. Amsterdam heeft besloten om in aanvulling op het door het rijk beschikbaar gestelde budget volwasseneneducatie, 23,3 miljoen vrij te maken voor het programma Taal om te leren 2016-2018. Dit brengt het totaal op 35,5 miljoen. Met het programma Taal om te leren wil Amsterdam de komende drie jaar voor minimaal 14.500 Amsterdammers taalcursussen beschikbaar stellen, aldus de gemeente in een persbericht.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

ellen
12-2-2017 00:19

als trainer van deze taalvrijwilligers  is mij opgevallen , dat de middelen vaak  niet terechtkomen  bij  de doelgroep waarvoor zij zijn bedoeld. Dat komt omdat er geen adequate wervingen worden gevoerd. De taalleerders komen met hun vraag bij een bibliotheek of welzijnstichting terecht en worden vervolgens gekoppeld aan een taalmaatje. Er wordt niet  of onvoledoende gekeken of deze taalleerders wel tot de beoogde doelgroep behoren.                                                                              .

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie