HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Boekmanstichting: Bibliotheken in toenemende mate afhankelijk van vrijwilligers
24-06-2015
Bij bibliotheken werken inmiddels meer vrijwilligers dan betaalde krachten, zo blijkt uit onderzoek dat de Boekmanstichting op 22 juni presenteerde tijdens het symposium Kaalslag of cultuuromslag. Vergeleken bij andere cultuursectoren nemen in de bibliotheekbranche vrijwilligers gezamenlijk echter nog een relatief beperkt aantal gewerkte uren voor hun rekening.
Volgens de Boekmanstichting is het aantal fte's in vaste dienst in de bibliotheken sinds 2010 met 25 procent gedaald (zie ook dit bericht van 20 november 2014), terwijl het aandeel vrijwilligers in fte's met 27 procent is gestegen. (Het CBS maakt al sinds 2003 geen melding meer van het aantal vrijwilligers, zo blijkt uit cijfers op Statline.) Het gaat dan om een kleine 8000 mensen, zo meldt Trouw over het onderzoek. Het aantal betaalde krachten ligt op zo'n 6500. Opgemerkt dient echter te worden dat de betaalde krachten gezamenlijk zo'n 4000 fte's vertegenwoordigen en de vrijwilligers ongeveer 400 fte's.

De Boekmanstichting onderzocht het aandeel vrijwilligers voor de hele culturele sector en constateert dat bij tal van festivals, theaters, bibliotheken, filmhuizen en musea vrijwilligers bijspringen nu er door crisis en bezuinigingen vaste krachten ontslagen worden. In 2013 werkten in musea 64 procent meer vrijwilligers dan in 2005 en in instellingen voor podiumkunsten is die stijging 59 procent. In musea werkt nu driekwart van de mensen onbetaald. Het gaat om ruim 32.000 mensen. Ze doen 42 procent van alle werkzaamheden (tegenover 32 procent in 2005). Bij poppodia en festivals werkt 64 procent van alle mensen voor niets, bij de podiumkunsten is dat 40 procent, ruim achtduizend mensen.
Trouw: 'De ontwikkeling heeft als effect dat vrijwilligers betaalde krachten verdringen, concludeert de Boekmanstichting. Dat blijkt uit het feit dat personeelskosten minder zijn gestegen dan de kosten voor programmering, huisvesting, marketing en dergelijke. Ook stijgt het percentage werk dat door vrijwilligers wordt gedaan.'

Voor sectoren als musea, podiumkunsten en openbare bibliotheken, zijn vrijwilligers onmisbaar geworden om instellingen draaiende te houden en/of geopend voor het publiek, aldus de Boekmanstichting (pdf). Vergeleken bij andere cultuursectoren is het aandeel vrijwilligers bij bibliotheken nog relatief bescheiden, zo blijkt uit de presentatie van Dimitri Lahaut (pdf), die zich baseerde op cijfers in de Cultuurindex. Weliswaar is 53% van alle werkzame personen in de bibliotheek vrijwilliger, zij nemen gezamenlijk echter 10% van alle gewerkte uren voor hun rekening (was 6% in 2011). Voor de musea liggen die cijfers bijvoorbeeld op respectievelijk 73 en 42 procent.

In de tijdens het symposium Kaalslag of Cultuuromslag? Feiten, cijfers en kansen in de cultuursector 2015 gepresenteerde uitgave Boekman 103 komt niet alleen de inzet van vrijwilligers aan de orde, maar wordt ook aandacht besteed aan de gevolgen van de culltuurbezuinigingen van de laatste jaren. Uitgangspunt daarbij is recent onderzoek van Berenschot. (Zie ook de berichten van 16 maart en 18 maart jl)

De Volkskrant
constateert op basis daarvan dat de grootste klap in de cultuursector nog moet komen. De bezuinigingen van de rijksoverheid zijn grotendeels achter de rug en de provincies korten dit jaar ­gemiddeld ruim 40 procent op de kunsten, maar van de gemeenten (verantwoordelijk voor tweederde van de cultuursubsidies) kunnen nog veel bezuinigingen verwacht worden. Dit jaar wordt door gemeenten ­gezamenlijk zo'n 7 procent minder uitgegeven aan cultuur dan vijf jaar geleden. ­Onderzoeker Bastiaan Vinkenburg van ­onderzoeksbureau Berenschot voorspelt dat die dalende lijn de komende jaren sterk doorzet. Zo is nu bijvoorbeeld al bekend dat de gemeente Maastricht in de periode 2015-2018 2,75 miljoen op culturele instellingen zal bezuinigen.
In zijn presentatie (pdf) geeft Vinkenburg aan dat gemeenten vooral bezuinigen op bibliotheken en centra voor kunsten. 'In kleine gemeenten krijgt vooral de cultuureducatie het nog zwaarder te verduren. Daar wordt vaak bijna het hele cultuur­budget gebruikt door ­cursuscentra en bibliotheken. Waar het Rijk er in 2011 voor koos om de ­bibliotheken grotendeels te ontzien, krijgen die in de kleine gemeenten ­mogelijk indirect dus alsnog een klap,' aldus de Volkskrant. (Zie ook deze reportage van Nieuwsuur.)

Bibliotheken hebben van alle cultuurinstellingen geringe eigen inkomsten, die ook weinig stijgen.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie