HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Jan Klerk: ‘Ik wil zoveel mogelijk beperkingen wegnemen’
Eimer Wieldraaijer
06-05-2015
Sinds een halfjaar geeft Jan Klerk leiding aan de Bibliotheek Katwijk. Zijn ideeën over de te realiseren hoofdvestiging en de nagestreefde vernieuwing van het producten- en dienstenaanbod in het Zuid-Hollandse vissersdorp laten zich het best samenvatten als een fluwelen revolutie.
Jan Klerk: ‘Ik wil zoveel mogelijk beperkingen wegnemen’
Na elf jaar manager innovatie en educatie te zijn geweest bij de bibliotheek Zuid-Kennemerland, ging je medio 2011 naar Bibliotheek.nl. Daarna werd je, op 1 september 2014, aangesteld als directeur van de Bibliotheek Katwijk. Hoe kijk je terug op je periode in Haarlem en omstreken?
‘Er is in die jaren veel gebeurd en tegelijkertijd is veel hetzelfde gebleven. Ik kwam van Texel en maakte in Haarlem de opkomst van internet mee. Nu ik in Katwijk werkzaam ben, doet veel me denken aan mijn tijd op Texel. In de bibliotheek is eerlijk gezegd niet zoveel veranderd. Dat klinkt wellicht negatiever dan ik bedoel, want ik beschouw het als positieve kracht. Iedereen heeft een beeld bij de bibliotheek. Voor menigeen is het een onveranderd fenomeen. Je loopt er naar binnen, ziet boekenkasten, mensen zitten er aan tafels te lezen, er zijn exposities, dat idee. Op Texel hadden we dat al en in Katwijk hebben we dat in feite nog steeds.’

Geldt dat ook voor Haarlem?
‘Toen ik er begon, was het een gesloten bolwerk. Een echte wsf-bibliotheek. Zo’n deftig instituut met veel nadruk op de collectie. Het was niet gek dat de mooiste boeken direct het magazijn in verdwenen. Tussen 2000 en 2006 hebben we een enorme slag gemaakt om van de bibliotheek een meer naar buiten gerichte organisatie te maken. Alle luiken en vensters gingen open. Geen gesloten afdelingen met collecties meer. Alles moest transparant. Ook niet onbelangrijk: de productie moest omhoog. Van een paar activiteiten zijn we naar meer dan honderd activiteiten per jaar gegaan. Er was altijd wat te doen, het werd hartstikke druk. Na het vertrek van Ariette Skolnik en de komst van Lotte Sluyser als directeur, kwam de nadruk op marketing te liggen. Zeg maar: de verkoop en de resultaten van het product. Ook kwam er een stationsbibliotheek. Misschien niet zozeer vernieuwend in wat je daar doet, maar wel in hoe het eruitziet en de plek waar je het product aanbiedt.’

Wat heb je voor je gevoel wel en niet bereikt in Haarlem?
‘Over wat we daar hebben bereikt, ben ik heel tevreden. Op alle fronten wel. De bibliotheek is een populaire instelling. Politiek gezien staan we er goed voor. In de samenleving is er een breed draagvlak. Waar het kon, is het werk efficiënt gemaakt. De resultaten mogen er zijn. In mijn laatste jaar daar zijn we begonnen met de Bibliotheek op School. Daar hebben we nog niet echt een slag in kunnen maken, maar desalniettemin kijk ik met een tevreden gevoel terug.’

Je had niet de ambitie om Lotte Sluyser op te volgen?
‘Nee, dat leek me niet verstandig. Een nieuwe directeur kan daar als een onbeschreven blad aan de slag. Je moet niet te veel van je verleden meenemen. Na elf jaar ben je niet meer onbevooroordeeld en is er behoefte aan een frisse blik.’

Wat deed jou besluiten voor Katwijk te gaan?
‘Precies op het moment dat er ten aanzien van mijn positie op detacheringsbasis bij BNL – want dat deed ik ook – twijfel was, diende de vacature in Katwijk zich aan. Bekend was dat de overgang van BNL naar de KB eraan kwam, waarbij er alleen zekerheid werd geboden aan de medewerkers in vaste dienst. Ik had geen zin lang in onzekerheid te verkeren, dus ben ik om mij heen gaan kijken. Toen ik die baan in Katwijk op internet zag langskomen, dacht ik: hé, dat lijkt me wel wat! Ik heb iets met de kust. Niet voor niets heb ik op Texel en in Zandvoort gewerkt. Vervolgens heb ik een sollicitatiebrief geschreven. Uit het eerste prettige gesprek vloeide een tweede nog leuker gesprek voort en zo ben ik het geworden.’

Wat trof je aan in Katwijk?
‘Een ontzettend actieve bibliotheek. Alles wat je in Nederland in bibliotheken kunt tegenkomen, vind je hier ook. De vijf functies die de bibliotheekwet benoemt, zie je hier terug. Misschien heeft het te maken met de christelijke, conservatieve signatuur van Katwijk, maar lezen wordt als extra belangrijk gezien. Net als de ontwikkeling van kinderen. Er is een groot draagvlak voor de bibliotheek. Iedereen ziet deze als nuttige instelling. De pr is uitstekend. We staan elke week met een pagina in de lokale krant, de Katwijksche Post, waar vrijwel de gehele bevolking op geabonneerd is.’

Je bent in een warm bad terechtgekomen?
‘Ja, ik vind van wel. Mijn voorgangster Margreet Buwalda heeft als oude rot in het vak de boel perfect op orde gekregen. Ze heeft een goede organisatie neergezet. Daar kan ik alleen maar gebruik van maken.’

Je krijgt geen grote bezuiniging voor de kiezen, zoals elders?
‘De bezuinigingen hier zijn gering vergeleken bij de enorme kaalslag in andere gemeentes. Dat heeft deels te maken met het feit dat de gemeente Katwijk niet graag geld uitgeeft. Men doet hier geen onverantwoorde uitgaven. Elk dubbeltje wordt twee keer omgedraaid voordat het wordt uitgegeven. Daar heb je nu voordeel van. Ook in deze tijd heeft de gemeente – ondanks de bezuinigingen waar men mee te maken heeft – niet of nauwelijks moeite de begroting rond te krijgen. Ook de enorme transitie in het kader van de decentralisatie door het rijk, waarbij gemeentes verantwoordelijk worden voor jeugdzorg, werk & inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen, is hier netjes voorbereid en ingepast. Aan de andere kant kun je ook last van die aanpak hebben. Zo loopt er in Katwijk al heel lang een discussie over de nieuwe hoofdbibliotheek. In principe ligt het geld op de plank, maar men doet er erg lang over om tot een beslissing te komen. De kogel had vorig jaar maart al door de kerk moeten zijn ten aanzien van een cultuurhuis waar de bibliotheek samen met andere partners in zou komen te zitten, maar dat is nog steeds niet het geval. Publicitair is dat niet handig gespeeld. In die zin dat het project last had van “onderbuikgeluiden”. Cultuur wordt hier algauw als luxe gezien. In de volksmond was het cultuurhuis meteen “de Kolos van Jos”, naar Jos Wienen (CDA), de burgemeester van Katwijk. Omdat zijn hart ernaar uitgaat, zit de bibliotheek bij de burgemeester in de portefeuille, terwijl cultuur bij wethouder Jacco Knape (SGP) is ondergebracht.’

Waar ging het mis?
‘Misschien heeft de burgemeester in zijn enthousiasme en gedrevenheid iets te veel druk op het project gezet. Wienen wilde een multifunctionele instelling neerzetten vlak bij de oude kerk op het Andreasplein, niet ver van zee. Dat riep veel weerstand op bij de bevolking en is door sommigen slim uitgespeeld. Met als gevolg dat niemand zich nog aan het project wilde branden bij de lokale verkiezingen. Iedereen trok zijn handen ervan af en het project donderde in elkaar.’

Is het daarmee definitief van de baan?
‘Nee, vlak na mijn aantreden in september is er een nieuwe start gemaakt, waarbij ervoor is gekozen eerst een locatie te kiezen en daarna de rest van het project in gang te zetten. Het is voorzichtigheid troef. Alles wordt gewikt en gewogen.’

Is het project inhoudelijk hetzelfde gebleven?
‘Van een cultuurhuis kun je niet langer spreken, maar wel van een soort bibliotheek-plus, waarbij de plus nog ingevuld moet worden. In ieder geval zal die plus toeristische informatie en horeca omvatten, maar of we daar met andere partners en zo ja: welke zullen gaan zitten, is nu nog niet duidelijk. Dat hangt mede af van het aantal meters dat we kunnen realiseren.’

In Rijnsburg hebben jullie onlangs een nieuwe vestiging gerealiseerd. Is dat de opmaat naar de bibliotheek-plus?
‘In 2012 hebben Rob Bruijnzeels en Jan-David Hanrath als Ministerie van Verbeelding een plan opgesteld. Een aardig plan dat erop neerkomt dat de wijkvestigingen zoals we die kennen veranderen in multifunctionele voorzieningen waar de bibliotheek onderdeel van is. Met als kenmerkend verschil ruimere openingstijden dan nu. In Rijnsburg zijn we bijvoorbeeld thans van negen tot negen open. Dat is een zelfvoorzienende instelling geworden, waarbij we concessies hebben gedaan aan onze personeelsbezetting. De bibliotheek bedruipt zich goeddeels met selfservice, al zijn er op sommige momenten wel medewerkers aanwezig en worden er ook activiteiten georganiseerd. Zoiets gaan we dit jaar ook in Valkenburg doen, een andere wijk van Katwijk. Verder hopen we een dergelijke wijkvestiging in Hoornes (Katwijk-Noord) te openen. Dat brengt het totaal op drie zelfvoorzienende multifunctionele instellingen waarbij de bibliotheek in een wijkgebouw zit met horeca en wisselende partners.’

En de plannen voor de hoofdvestiging op de nieuwe locatie?

‘We denken dan aan een bibliotheek die veel groter is dan deze, waar veel meer zitplaatsen zullen zijn, waar de openingstijden ruimer zijn. Een bibliotheek die interessant is voor toeristen, en waar de Katwijker zich nadrukkelijk in herkent. De bibliotheek hoort een afspiegeling te zijn van de gemeente waar zij zit. De lokale thema’s moet je kunnen aflezen aan de bibliotheek. Geen zoveelste retailvestiging met alleen maar werelden en collecties, maar een bibliotheek die met name Katwijks van karakter wil zijn. Een bibliotheek waar je prettig kunt verblijven en een kopje koffie of lunch wilt gebruiken. Zoals je dat in Rozet of de OBA aantreft, want Katwijk kan zo’n voorziening goed gebruiken. De gemiddelde Katwijkse ondernemer hoopt dan ook dat de nieuwe bibliotheek als publiekstrekker zal fungeren, een impuls gaat geven aan de economie in het winkelgebied.’

Je bent drie jaar betrokken geweest bij BNL. In hoeverre blaast de Bibliotheek Katwijk op dat vlak haar deuntje mee?

‘We zullen in elk geval de landelijke ontwikkelingen netjes volgen. We hebben noch de schaal noch de mensen om specifiek Katwijkse digitale producten te ontwikkelen. Dat moet je ook niet willen. Belangrijk is dat we intern kennis hebben van wat er nationaal wordt aangeboden. Dat we in staat zijn dat goed uit te leggen aan het publiek en dat we daar ook de aandacht op vestigen. Dat doen we trouwens al. Zo is er elke dinsdagmorgen SeniorWeb in de bibliotheek, waarbij we mensen onder meer laten zien hoe je een e-book op je reader of tablet zet en meer van dat soort zaken.’

Hoe staan we er landelijk voor met BNL?
‘De branche wil dat alles wat BNL aankondigt op tijd en een-op-een beschikbaar is, maar in de praktijk heb ik gemerkt dat het bij het opstarten van digitale producten moeilijk is te definiëren wat je als eindresultaat nastreeft. Je begint als het ware met een onscherp beeld en kunt niet anders dan dat beeld tijdens de rit constant bijstellen. In Nederland hebben we het bibliotheekwerk reuze ingewikkeld georganiseerd, er zijn diverse partijen bij betrokken, waaronder bibliotheekleveranciers, er is de NBD die er met zijn digitale producten doorheen fietst, en dan willen we alles vanuit een ideaalplaatje perfect aan elkaar geknoopt hebben, terwijl alles wat je landelijk bedenkt op alle verschillende lokale systemen perfect moet werken. Dat kan gewoon niet. Zeker niet met onze beperkte middelen. Wij kunnen een fractie besteden van de Amazons of Googles. Die kunnen prachtige multiplatformproducten maken die op elk device werken.’

Dat is een gegeven. Wat kun je daaraan doen?

‘Misschien niet alles zelf bedenken, maar listig meeliften op partijen die dat allemaal al hebben bedacht en gemaakt. Aan de andere kant: als je ziet wat er bijvoorbeeld staat met ons e-bookplatform, vind ik dat best knap. We hebben bijna tienduizend titels in de aanbieding, er is goed onderhandeld met uitgevers. Volgens mij is dat nergens zo goed geregeld in bibliotheekland als bij ons. Qua functionaliteit is het geen Amazon, maar we zitten wel in de goede richting.’

Wat verwacht van je de overgang van SIOB en BNL naar KB?
‘Hoe minder spelers, hoe meer regie. Ik verwacht dat deze opschaling tot verbetering zal leiden en tot minder politiek geharrewar tussen landelijke spelers. Als ik eraan denk met hoeveel partijen we voorheen alles aan het afstemmen waren… Dat wordt nu overzichtelijker, als het goed is.’

Je hebt ook een blog waarop je regelmatig ingaat op ontwikkelingen rond nieuwe media en de samenleving als geheel. Projecteer dat eens op de bibliotheek.
‘Er zijn meer vragen en minder antwoorden. Naar de toekomst leidt geen recht pad. Met elkaar hebben we wel een bepaalde richting uitgestippeld, maar het blijft een zoektocht. Dat boeit me enorm, om als bibliotheek overeind te blijven. De bibliotheek als gebouw, als instelling, dat wordt ingewikkeld. Mede in dat licht is het goed dat de muurtjes tussen al die domeinen gaan verdwijnen, dat ze bij de gemeente ook meer op helikopterniveau gaan kijken. Het gaat erom dat je in een wijk iets neerzet wat interessant is voor de bewoners, niet dat er verschillende instituten staan. Wat kunnen we als bibliotheek doen om interessant te zijn? Dat is de vraag. In dat licht zie ik onze nieuwe bibliotheek vooral als facilitator. We zijn open, het licht en de kachel branden, en daar doen we dingen die dicht bij onze core business liggen en waar we verstand van hebben. Nu brengen we dingen; straks wordt het meer halen en brengen. Een plek waar mensen en organisaties dingen komen delen. Dat vereist dat ik zelf meer als regisseur zal opereren dan als traditionele directeur. Voor mij is het de uitdaging onze medewerkers mee te nemen in dat proces, dat ze even gemotiveerd aan de slag gaan als ze nu al doen. Als bibliotheek zijn we ontstaan in tijden van schaarste: qua aanbod, qua openingstijden, et cetera. We werken nog steeds met vervelende boetes. Daar valt veel te verbeteren. Een gebouw dat van negen tot negen open is heeft een grote voorsprong op een gebouw dat van elf tot vijf open is. Of we, net als in Tiel, de boetes gaan afschaffen? Misschien. Alles is bespreekbaar. Ik wil zoveel mogelijk beperkingen wegnemen. Deze tijd wordt gekenmerkt door een enorm aanbod in de vrijetijdssfeer. Op Netflix kun je de hele dag series lurken. Met Spotify heb je altijd muziek. En de bibliotheek maakt alles ingewikkeld. Dat verschil is veel te groot. Als we interessant willen zijn in de vrijetijdsbeleving van mensen, moeten we meer te bieden hebben dan nu. Een licht en open gebouw waar het goed toeven is, met snel en gratis wifi en geen overdaad aan beperkende maatregelen. Zonder revolutionair te zijn, kun je zo toch het verschil maken.’

Tekst en foto: Eimer Wieldraaijer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie