HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Minister Bussemaker vraagt Raad voor Cultuur advies over toekomst cultuurbeleid
30-01-2015
Minister Bussemaker van het ministerie van OCW heeft de Raad voor Cultuur op 27 januari in een brief gevraagd te adviseren over de toekomst van het cultuurbeleid en de basisinfrastructuur 2017-2020. 
De brief bestaat uit twee delen. In het eerste deel vraagt de minister de Raad te adviseren over een agenda voor het cultuurbeleid. Het gaat in dit deel om ontwikkelingen die op de langere termijn de vraag naar en het aanbod van cultuur beïnvloeden. In het tweede deel stelt de minister de Raad, met het oog op de financiering van cultuur in de periode 2017–2020, een aantal specifieke vragen over (groepen) instellingen.

De minister verwijst naar de Cultuurverkenning (pdf) die de Raad uitbracht in juni 2014 en naar Cultuur in Beeld 2014, dat OCW op 1 december 2014 publiceerde. In beide publicaties wordt een aantal maatschappelijke trends en ontwikkelingen geschetst die van invloed zijn op de cultuursector, zoals individualisering, globalisering, digitalisering en de opkomst van een 'belevenismaatschappij'.

De minister verzoekt de Raad om in het licht van genoemde ontwikkelingen in te gaan op enkele vragen.   

Verwijzend naar ontwikkelingen als de vergrijzing, een stijgend aandeel van de bevolking met een niet-westerse culturele achtergrond, de opkomst van het internet waardoor het publiek sneller toegang tot een wereldwijd aanbod krijgt, het belangrijker worden van de virtuele wereld naast de reële wereld, vraagt de minister aan de Raad: Wat hebben instellingen nodig om bij de hierboven geschetste ontwikkelingen aan te sluiten? 

De minister constateert dat, mede als gevolg van internet, ook op cultureel gebied in toenemende mate sprake is van globalisering terwijl tegelijkertijd steden en regio’s zoeken naar hun eigen culturele karakter en zich in de toekomst sterker kunnen profileren op basis van een eigen profiel. 'Het “cultureel kapitaal” is een belangrijke factor in dit profiel: het bepaalt mede het gezicht van een stad of regio en is ook van belang voor het vestigingsklimaat en het toerisme. In dit verband is ook relevant dat bij een aantal provincies de opvatting over hun verantwoordelijkheid voor het cultuurbestel verandert,' aldus de minister. Haar verzoek aan de Raad: 'Wil de Raad ingaan op het begrip spreiding, zowel als het gaat om de algemene beschikbaarheid van cultuuraanbod als om de ontwikkeling van het eigen profiel van steden en regio’s?'

De minister stelt vast dat nieuwe cultuuruitingen in toenemende mate multidisciplinair zijn, weinig tot geen institutionele kaders kennen, waarbij er wordt samengewerkt in nieuwe samenwerkingsverbanden. 'Dit type instellingen is gebaat bij verschillende vormen van faciliteiten: locaties, financiering, subsidie, coaching, (internationale) contacten en erkenning. Er worden nieuwe financieringsvormen ontwikkeld zoals microkredieten, borgstellingsfondsen en laagrentende leningen,' aldus de minister. Bussemaker vraagt de Raad in dit verband te reflecteren op de volgende vragen:
• Hoe kunnen in de toekomst de verschillende overheden samenwerken en de taken verdelen om de cultuursector optimaal te faciliteren in deze ontwikkeling?
• Hoe kan de maatschappelijke meerwaarde van cultuur in samenwerking met andere domeinen tot uitdrukking komen, en hoe kan de overheid deze samenwerking stimuleren?

Bussemaker stelt dat de betekenis van kunst en cultuur groter is dan in cijfers uit te drukken is. ‘Tegelijk is het voor de cultuursector, de samenleving en de politiek belangrijk een goed overzicht te hebben van bezoekersaantallen, aantal voorstellingen en publieksbereik,’ aldus de minister. Om die reden vraagt ze de Raad op welke onderdelen ze de empirische basis van het cultuurbeleid verder kan versterken.
Ook vraagt ze de Raad welke mogelijkheden deze ziet voor private financiering en andere verdienmodellen, zoals crowdfunding,

In het tweede deel van haar brief stelt Bussemaker dat cultuureducatie een van de prioriteiten in haar cultuurbeleid is. Het rijksbeleid voor cultuureducatie omvat het programma Cultuureducatie met kwaliteit voor het primair onderwijs, de impuls muziekonderwijs, de financiering van de Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs en het Bestuurlijk kader Cultuur en Onderwijs.
De minister vraagt de Raad met betrekking tot dit beleidsgebied advies te geven over de volgende vragen:
• Wil de Raad reflecteren op het huidige aanbod voor de jeugd?
• Welke volgende stappen kan de landelijke overheid nemen om zoveel mogelijk kinderen en jongeren in aanraking te brengen met cultuur?
• Hoe kan de samenwerking tussen private partijen en de overheden op dit vlak nog verder worden versterkt?
• Hoe denkt de Raad over verschillen en verbindingen tussen verschillende disciplines (beeldende kunst, dans, drama, erfgoed, film, literatuur, muziek, nieuwe media, vormgeving)?

De minister verwacht het advies van de Raad voor Cultuur voor 1 april 2015. Voor de zomer stuurt zij haar uitgangspuntenbrief voor de subsidieperiode 2017-2020 aan de Tweede Kamer. Op 15 januari 2015 debatteerde de minister met de Tweede Kamer over de concept-adviesaanvraag. (Zie ook het verslag van Kunsten '92)

Op de website van de Rijksoverheid is de volledige tekst van de adviesaanvraag 'toekomst cultuurbeleid en basisinfrastructuur 2017-2020' (pdf) te vinden.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie