HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Ministerie van OCW publiceert rapport 'Cultuur in Beeld 2014'
04-12-2014
In het op 1 december door het ministerie van OCW uitgebrachte rapport Cultuur in Beeld 2014 wordt geconcludeerd dat ondanks de bezuinigingen op de cultuursector de cultuurparticipatie in Nederland hoog blijft. Wel werd er minder gelezen: bibliotheken leenden in 2013 minder boeken uit, aldus het rapport.
Cultuur in Beeld wordt jaarlijks uitgebracht door het ministerie van OCW. De editie van dit jaar is de eerste die inzicht biedt in de eerste ontwikkelingen na het ingaan van de bezuinigingen van het vorige kabinet op de culturele instellingen in 2013.

In de Kamerbrief (pdf) bij het rapport meldt minister Bussemaker dat er met ingang van 2011 door de rijksoverheid 200 miljoen euro is bezuinigd op de gesubsidieerde culturele sector, ruim 21 procent van de cultuurbegroting. Daarvan is per 2013 125 miljoen euro bezuinigd op uitgaven aan de culturele basisinfrastructuur (BIS, inclusief de rijkscultuurfondsen).

Volgens het rapport staat de cultuurparticipatie in Nederland in de top 3 van Europa, na Denemarken en Zweden, waar het gaat om bezoek aan podiumkunsten, musea, bibliotheken, film, boeken lezen en luisteren en kijken naar culturele programma’s op radio en tv. 'Zowel het aanbod van cultuur als het bezoek aan cultuur vertoont in 2013 een positiever beeld dan in de periode daarvoor,' aldus de minister in haar Kamerbrief.
´Ondanks de bezuinigingen van het vorige kabinet was er in 2013 veel cultureel aanbod. Het aantal uitvoeringen van door het Rijk gefinancierde instellingen zoals orkesten, dansgezelschappen en theatergezelschappen was hoger dan in de periode 2009-2012. Gemiddeld waren de zalen voor meer dan de helft bezet. (…) Er zijn maar weinig instellingen daadwerkelijk gestopt met hun activiteiten nadat ze van de rijksoverheid minder of geen meerjarige subsidie meer kregen,´ aldus het rapport. Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen. Enkele instellingen werden geconfronteerd met kortingen van verschillende overheden. De werklast van medewerkers ging omhoog, contracten werden geflexibiliseerd. Het aantal giften van met name de bedrijven, particulieren en private fondsen is sterk gedaald. Bovendien vergrijst het publiek van de meer traditionele cultuur.

Het rapport laat aan de hand van cijfers uit de Vrijetijdsomnibus 2012 (VTO) van het SCP zien dat het bezoek aan de bibliotheek door de groep jonger dan 19 jaar hoger ligt dan het bezoek van dezelfde leeftijdsgroep aan musea. Voor de groep ouder dan 20 jaar scoren de musea juist betere bezoekcijfers. Over de gehele linie laten bibliotheken lagere bezoekcijfers zien dan de musea (42 procent tegenover 49 procent), waarbij voor beide instellingen geldt dat ze meer hoger dan lager opgeleide bezoekers hebben (alhoewel de verschillen voor de musea groter zijn). Musea trekken duidelijk veel meer bezoekers uit de hogere inkomensgroepen, waar de bezoekers van bibliotheken over alle inkomensklassen bijna gelijkelijk verdeeld zijn. De bibliotheken onderscheiden zich doordat ze onder niet-westerse groepen duidelijk een veel beter bereik hebben dan de musea (51 tegenover 37 procent). Het rapport stelt hierover: ‘Behalve de vergrijzing heeft herkomst van de bevolking invloed op de cultuurparticipatie. Niet-westerse allochtonen nemen minder vaak deel aan cultuur. Dit geldt het sterkst voor de canonieke cultuur, in mindere mate voor de populaire cultuur. Het geldt niet voor het bezoek aan bibliotheken.’

Het rapport kijkt ook naar het aantal vrijwilligers dat binnen de verschillende cultuursectoren actief is en spreekt van een enorme groei van het aantal vrijwilligers in musea en schouwburgen gedurende de periode 2005-2011. ‘In een aantal deelsectoren binnen de culturele sector zijn relatief veel vrijwilligers werkzaam. In de openbare bibliotheken is bijna de helft van het totale aantal medewerkers vrijwilliger,’ aldus het rapport.

In de paragraaf over het beleid mbt digitalisering meldt het rapport: 'Het rijksbeleid richt zich op het vormen, duurzaam bewaren en toegankelijk maken van digitale collecties en op het versterken van netwerken en digitale vaardigheden. De afgelopen vijftien jaar is veel geïnvesteerd in het maken van de digitale collectie, met onder andere de programma’s Beelden voor de Toekomst en het Geheugen van Nederland. Om het gebruik van digitale culturele (erfgoed)collecties te vergroten zullen archieven, bibliotheken, musea en andere instellingen nu intensiever moeten samenwerken aan een gezamenlijke infrastructuur. Het ministerie van OCW stimuleert de samenwerking tussen cultuursectoren onderling en met gebruikers zoals onderwijs, onderzoek, toerisme en creatieve industrie. De ontwikkeling van nieuwe competenties krijgt aandacht in het beleid voor digitale geletterdheid, mediawijsheid, leesbevordering en cultuureducatie. Rijksdiensten en cultuurfondsen werken aan de verbetering van de digitale dienstverlening aan burgers, bedrijven en instellingen. Dit past bij de ambities van het rijksbrede programma Overheid Digitaal 2017.

Minister Bussemaker stelt in haar Kamerbrief overigens ook dat het nog te vroeg is om na een jaar al conclusies te trekken over de gevolgen van de bezuinigingen op de langere termijn. Ook omdat nog niet duidelijk is hoe gemeentelijke en rijksbezuinigingen zich tot elkaar verhouden. Bussemaker komt daarom met een onderzoeksagenda, waarin het bijvoorbeeld zal gaan over de impact van veranderde publieksvoorkeuren, over de effecten van de flexibilisering op de arbeidsmarkt en over het stimuleren van creatieve vakken in het onderwijs. Bovendien wil de minister in haar adviesaanvraag aan de Raad voor Cultuur, medio januari 2015, vragen om in te gaan op de mogelijke witte vlekken in de culturele basisinfrastructuur. Begin 2015 presenteert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een rapport over de maatschappelijke betekenis van cultuur en de richting van het cultuurbeleid. Hierbij wordt gekeken hoe omringende landen hiermee omgegaan zijn en wat de Nederlandse overheid hiervan kan leren. Dit rapport geeft naar alle waarschijnlijkheid waardevolle inbreng bij de keuzes en inrichting voor het cultuurstelsel 2017-2020, aldus de minister.

Onlangs werd overigens door de Boekmanstichting en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de website Cultuurindex Nederland gelanceerd. Deze website biedt aan de hand van vier pijlers (capaciteit, participatie, geldstromen, concurrentie) inzicht in statistische cijfers voor vijf sectoren: film, letteren, erfgoed, beeldend en podiumkunsten. De website, die jaarlijks geactualiseerd wordt, gaat terug op de publicatie De staat van de cultuur en de Cultuurindex Nederland 2013, die in december 2013 als (te downloaden) publicatie (pdf) verscheen. De index brengt al het beschikbare cijfermateriaal uit de culturele sector samen en toont hiermee ontwikkelingen over een langere termijn in onderlinge samenhang.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie