HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Regering niet bang voor verstoring e-bookmarkt door bibliotheken
13-10-2014
De regering is niet bang voor verstoring van de e-bookmarkt door openbare bibliotheken. De PvdA-fractie in de Eerste Kamer had daar vrees voor uitgesproken, maar minister Jet Bussemaker zegt in haar 10 oktober verschenen ‘memorie van antwoord’ op de vragen en opmerkingen uit de Eerste Kamer dat rechthebbenden toestemming moeten geven voor de uitlening van e-books. Zij zullen dat volgens de minister niet doen als het uitlenen van e-books ongewenste concurrentie met de verkoop ervan zou betekenen
De nadere procedure over het voorstel-Stelselwet en de memorie van antwoord wordt 14 oktober in de commissie-OCW van de Eerste Kamer vastgesteld, zo blijkt uit de site van deze Kamer.

Over de vrees van de PvdA voor marktverstoring (zie ook het bericht van 17 september op Bibliotheekblad.nl) zegt de memorie van antwoord (pdf): ‘Op grond van een uitzonderingsbepaling in de Auteurswet mogen openbare bibliotheken zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbenden onder bepaalde voorwaarden fysieke exemplaren van werken uitlenen. Deze uitzondering geldt niet voor het uitlenen van digitale werken. Daarvoor is toestemming vooraf nodig. In de praktijk krijgt dit vorm in overeenkomsten tussen de openbare bibliotheken en uitgevers/auteurs. Daarin is onder meer een vergoeding per uitlening geregeld. Aan alle rechtendragende titels die voor uitlening in de catalogus van de digitale bibliotheek zijn opgenomen – op dit moment circa 7000 titels – liggen dergelijke overeenkomsten ten grondslag. Bij het tot stand komen van deze overeenkomsten wegen partijen mee of uitlening via de openbare bibliotheek tot verstoring van de markt, dat wil zeggen tot ongewenste concurrentie met de verkoop van boeken, zou kunnen leiden. Als rechthebbenden van mening zijn dat een bepaald digitaal aanbod tot marktverstoring leidt, zullen zij over dat aanbod geen overeenkomsten met de openbare bibliotheek afsluiten.’

Geen vervanging
De memorie van antwoord reageert op vragen van de VVD-fractie hierover dat goedkoop aanbieden van e-books door uitgevers geen vervanging van een digitale bibliotheek kan betekenen. De regering zegt:
a. Het private digitale aanbod is geen vervanging voor het publieke fysieke en digitale aanbod van de openbare bibliotheek;
b. De digitale openbare bibliotheek verschilt wezenlijk van het private digitale aanbod;
c. De fysieke en digitale bibliotheek zijn niet uitwisselbaar.
Deze mening wordt uitvoerig onderbouwd.

Monitor Koninklijke Bibliotheek
Op de vraag van GroenLinks aan welke criteria wordt afgemeten of het stelsel goed functioneert en welke doorzettingsmacht de minister heeft om in te grijpen, wordt verwezen naar de verantwoordelijkheid van de lokale democratie, de wettelijke noodzaak overleg te voeren bij plannen tot sluiting van bibliotheken en de monitorfunctie van de Koninklijke Bibliotheek. ‘De monitor brengt jaarlijks de ontwikkelingen in het bibliotheekwerk in beeld. Indien de bibliotheekmonitor lacunes in het stelsel laat zien, zal dit aanleiding zijn voor een bestuurlijk overleg met gemeenten en provincies’, zo meldt de memorie van antwoord.

Toegevoegde waarde provincielaag
GroenLinks vroeg ook waarom de provinciale bestuurs- en uitvoeringslaag gehandhaafd blijft, ondanks bezwaren die daartegen zijn ingebracht. Daarover is het antwoord: ‘Het provinciale niveau functioneert naar behoren en biedt toegevoegde waarde in het fysieke domein, zoals bij het interbibliothecair leenverkeer. De provinciale ondersteuningsorganisaties nemen ook taken op zich die kleine organisaties niet efficiënt kunnen regelen. Uitvoering op provinciaal niveau levert hier financieel voordeel op. Sinds enige jaren is bij de provinciale ondersteuning van het bibliotheekwerk een proces van opschaling aan de gang. Er is één provinciale ondersteuningsinstelling voor de provincies Zuid-Holland en Noord-Holland, één voor de provincies Gelderland en Overijssel en één voor de provincies Noord-Brabant en Limburg. Verdergaande stappen liggen in de lijn van de verwachting. De regering geeft aan dit proces van onderaf de voorkeur boven een wettelijk opgelegde herindeling. Op grond van artikel 29 zal de wet binnen vijf jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd. Het functioneren van het provinciale niveau is één van de onderwerpen van deze evaluatie. Indien de resultaten van de evaluatie daar aanleiding toe geven, kan worden besloten tot een wijziging in de toedeling van deze taken.’

De volledige tekst van de memorie van antwoord staat op de site van de Eerste Kamer en op de site van de Rijksoverheid (bij ‘Letteren en Bibliotheken’).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Wim Keizer
15-10-2014 08:50
Aanvulling:
De OCW-comissie stelde 14 oktober voor het wetsontwerp 4 november plenair te behandelen.
Zie site Eerste Kamer.
Wim Keizer
22-10-2014 09:09
Tweede aanvulling:
Plenaire behandeling is nu voorzien voor 11 november.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie