HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Ministerie van OCW: maatregelen voor betere financiële monitoring bibliotheeksector
27-03-2012
In een vandaag verzonden Kamerbrief kondigt staatssecretaris Zijlstra van OCW maatregelen aan om de financiële monitoring van de bibliotheeksector te verbeteren. Ook gaat hij in op de uitkomsten van een basismeting naar de financiële stromen in de bibliotheeksector.
De basismeting is uitgevoerd door de DSP-groep en bestrijkt de periode 2001-2009, de periode die lag tussen de start van de bibliotheekvernieuwing in 2001 en het afsluiten van het Bibliotheekcharter eind 2009.

Uit de basismeting blijkt onder andere dat totale uitgaven van gemeenten, provincies en Rijk aan het bibliotheekwerk nominaal met 37% toenamen van € 389 miljoen in 2001 naar € 533 miljoen in 2009. Na inflatiecorrectie bedraagt de reële stijging 18%. In 2009 namen de gemeenten 84% van de financiering van openbare bibliotheken voor hun rekening, het Rijk 7% en de provincies 9%.
Voor de gemeenten is sprake van een toename van € 322 miljoen in 2001 tot € 446 miljoen in 2009, een stijging van 39% (na inflatiecorrectie 20%). Voor de provincies geldt een stijging van € 34 miljoen (2001) tot € 49 miljoen (2009), een toename van 44% (na inflatiecorrectie 25%).  De uitgaven van het Rijk stegen van € 25 miljoen in 2001 naar € 38 miljoen in 2009, een stijging van 52% (na inflatiecorrectie 33%).

In het kader van de basismeting is - op basis van een kwalitatieve verkenning onder een beperkt aantal bibliotheken (zes) - een eerste model ontwikkeld voor de toerekening van kosten aan kernfuncties en de fysieke en digitale bibliotheek. Dit model moet de komende jaren verder worden verfijnd, zo stelt de staatssecretaris in zijn brief..
Uit deze verkenning blijkt globaal dat de zes betrokken bibliotheken in 2009 hun budget vooral hebben besteed aan de kernfuncties Lezen en literatuur (38%) en Kennis en informatie (33%), gevolgd door Ontwikkeling en educatie (11%), Ontmoeting en debat (6%) en Kunst en cultuur (5%).
Ook kan uit de verkenning worden geconcludeerd dat de bibliotheken in 2009 het grootste deel van hun budget hebben uitgegeven aan de fysieke dienstverlening (83%) in of vanuit het bibliotheekgebouw of op alternatieve locaties. Tussen 2007 en 2009 kan een lichte toename worden geconstateerd in de relatieve kosten die bibliotheken besteden aan de digitale infrastructuur en dienstverlening (van 13% naar 17%).

De staatssecretaris stelt dat de kwaliteit en vergelijkbaarheid van beschikbare financiële gegevens 'weerbarstige materie' is en meldt op de drie overheidsniveaus afspraken te hebben gemaakt om tot kwaliteitsverbetering van de beschikbare gegevens te komen.

Op landelijk niveau gaat het dan om afspraken met het SIOB om een 'stevige, coördinerende rol' te vervullen. Onder andere zal de Bibliotheekmonitor uitgebreid worden met een financiële module. Zo komt via de Bibliotheekmonitor periodiek een actualisering van de
basismeting beschikbaar en wordt het mogelijk beleidsinhoudelijke gegevens te koppelen aan financiële cijfers. Ook zal het SIOB de komende jaren toewerken naar een landelijke onderzoeksagenda voor de langere termijn.
Zijlstra zal in zijn voorstel voor bibliotheekwetgeving bepalingen opnemen die ertoe moeten leiden dat in de toekomst de gewenste financiële en prestatiegegevens over de bibliotheeksector openbaar beschikbaar komen. De toekomstige financiële structuur zal ook in de wetgeving een plaats krijgen.

Voor het provinciale niveau heeft Zijlstra afgesproken dat in het voorjaar van 2012 provincies in IPO-verband het basispakket van de PSO’s vaststellen, zoals overeengekomen in het Bibliotheekcharter 2012-2012, een pakket van ondersteuningsdiensten die alle PSO’s aan basisbibliotheken aanbieden, ongeacht de provincie waarin zij zijn gevestigd. Dit basispakket zal (mede)sturend zijn in de opdrachtgever- en opdrachtnemerrelatie tussen de individuele provincie en PSO. De financiële cijfers van de PSO’s zullen hierdoor beter vergelijkbaar worden, aldus Zijlstra.

Op lokaal niveau zal de VOB in 2012 met haar leden werken aan verfijning en actualisering van het Branche Informatie Systeem (BIS), wat moet leiden tot een meer precieze toerekening van vooral de kosten aan de diverse kernfuncties, de fysieke en digitale bibliotheek en de afzonderlijke producten en diensten. Het toerekeningsmodel dat bij de basismeting in samenwerking met de zes bibliotheken is ontwikkeld, zal daarbij worden betrokken. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van gegevens uit het Datawarehouse van Stichting Bibliotheek.nl. Het CBS, dat de BIS-cijfers valideert, wordt nauw bij de BIS-aanpassing betrokken. In het kader van de BIS-aanpassing zal ook een systeem van bedrijfseconomische benchmarking worden geïmplementeerd. De VOB zal bovendien het maatschappelijk ondernemerschap nadrukkelijker agenderen.


De volledige tekst van de Kamerbrief is hier (PDF) te vinden.



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie