HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Vlaamse regering geeft goedkeuring aan twee decreten
15-02-2012
Het Cultureel-erfgoeddecreet en het decreet Lokaal Cultuurbeleid gaan voor advies naar de Raad van State.
De Vlaamse regering heeft opnieuw haar principiële goedkeuring aan het Cultureel-erfgoeddecreet en het decreet Lokaal Cultuurbeleid gehecht, zo bericht de VVBAD. Beide decreten gaan nu naar de Raad van State voor advies.

De VVBAD schrijft voorts op haar website: ‘Het decreet Lokaal Cultuurbeleid werd nog lichtjes gewijzigd. Nieuw is dat Vlaamse beleidsprioriteiten nu opgenomen zijn in het decreet. Het gaat om drie zeer breed geformuleerde prioriteiten. Artikel 3, 2° stipuleert: ‘de gemeente richt een laagdrempelige bibliotheek in, aangepast aan de hedendaagse noden’. De Vlaamse regering zal deze prioriteiten verder specificeren. De rol van de provincies staat opnieuw ingeschreven in het decreet. Artikel 44 bepaalt dat elke provincie het initiatief neemt tot een streekgericht bibliotheekbeleid. Een beetje vreemd is dat hetzelfde artikel ook meteen een reeks bevoegdheden van de provincies vastlegt, die niet onmiddellijk met het lokaal cultuurbeleid te maken hebben. Zoals in eerdere versies van het decreet worden er in artikel 9 een aantal voorwaarden opgesomd waaraan de openbare bibliotheek moet voldoen. Vereisten met betrekking tot personeel ontbreken daarin. Alleen artikel 3 bepaalt vaagweg: ‘Dit veronderstelt onder andere de aanwezigheid van de nodige deskundigheid binnen de respectieve instellingen.’

In de memorie van toelichting wordt het belang van de definitie van de openbare bibliotheek (art. 2, 4°) benadrukt, een definitie die inmiddels vertrouwd genoeg in de oren klinkt. De openbare bibliotheek is, zoals in het huidige decreet:
"een basisvoorziening waar elke burger terecht kan met zijn vragen over kennis, cultuur, informatie en ontspanning. Ze bemiddelt actief bij het beantwoorden van deze vragen. De openbare bibliotheek is actief inzake geletterdheid, cultuurspreiding en cultuurparticipatie. De bibliotheek werkt in een geest van objectiviteit en vrij van levensbeschouwelijke, politieke en commerciële invloeden. 

In de memorie van toelichting wordt deze definitie geduid door middel van een uitgebreide opsomming:
• opbouwen en ontsluiten van collecties, zowel geschreven teksten, audiovisuele materialen als digitale informatiebestanden die actueel, pluriform en representatief zijn voor het veld van kennis en cultuur;
• geven van inlichtingen aan gebruikers uit en over deze collecties, het bieden van mogelijkheden tot het ter plaatse raadplegen van deze collecties en het uitlenen van materialen uit deze collecties;
• bevorderen van (informatie- en media)geletterdheid en e-inclusie;
• verwijzen naar andere (bibliotheek)voorzieningen indien materialen niet uit eigen collectie verstrekt kunnen worden;
• bieden van hulp en advies aan gebruikers bij bibliotheek- en informatiegebruik;
• kwalitatieve, snelle en gebruikersvriendelijke dienstverlening;
• speciale aandacht voor achtergestelde groepen op cultureel, educatief en sociaal-economisch gebied (bijv. laaggeschoolden, gehandicapten, allochtonen, senioren, personen in armoede);
• vraagontwikkeling: nieuwe thema's formuleren, latente behoeften signaleren;
• bevorderen van culturele diversiteit en pluriforme informatie: dit slaat zowel op de informatie en de literatuur die wordt aangeboden, als op het doelpubliek van de bibliotheek. Het begrip pluriforme informatie slaat op het aanbieden van een brede waaier;
• toegang bieden tot zoveel mogelijk gegevensbestanden zodat informatie ter beschikking komt die anders niet bereikbaar is voor grote categorieën van de bevolking;
• overheidsinformatie van alle bestuursniveaus voor iedereen ter beschikking stellen;
• publieksinformatie ter beschikking stellen (informatie van belang op cultureel, educatief en maatschappelijk gebied);
• bevorderen van cultuurparticipatie en –educatie, zo mogelijk in samenwerking met andere culturele instellingen;
• samenwerking met het onderwijs (bijv. leveren van educatieve materialen, begeleiden van leerlingen) en andere netwerken;
• speciale aandacht voor de bibliotheek als belangrijke actor in het kader van levenslang leren;
• leesbevordering: meewerken en ontplooien van leescultuurinitiatieven;
• bewaren en overdragen van documentair erfgoed voor de komende generaties;
• bevorderen van ontmoeting en contact tussen de gebruikers.

Het decreet vermeldt geen subsidiebedragen. De vraag is dan ook of de bibliotheken van de verschillende overheden voldoende middelen zullen ontvangen om hun uitgebreide opdracht op een kwaliteitsvolle manier te vervullen.’

De grootste aanpassing van het Cultureel-Erfgoeddecreet heeft betrekking op de erfgoedconvenants. Met uitzondering van Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven en Mechelen wordt er gekozen voor intergemeentelijke convenants. De vijf genoemde steden kunnen intekenen op Vlaamse beleidsprioriteiten voor cultureel erfgoed. Ze beslissen zelf hoe ze de ontvangen middelen dan inzetten. Voor de intergemeentelijke convenants blijft het ‘instrument’ van de erfgoedcellen behouden.

Uit het ontwerpdecreet is de programmatorische vrijheid voor conservatoren en archivarissen geschrapt (huidige decreet, art. 19, §2, 5°). De decretale opdrachten van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek werden geherformuleerd, zodat ze beter aangepast zijn aan de realiteit. Zo moet ze bijvoorbeeld niet meer ‘een duurzame bewaring en terbeschikkingstelling van gedigitaliseerde cultureel-erfgoedcollecties en digitale publicaties’ organiseren, maar ze wel ondersteunen. Waar ze nu zelf zou moeten digitaliseren, wordt dat in de toekomst expertise over digitalisering opbouwen en ter beschikking stellen.’

Het Cultureel-erfgoedoverleg, waar de VVBAD deel van uitmaakt, heeft bij het ontwerpdecreet bedenkingen geformuleerd, die hier te lezen zijn.

Zie ook de eerdere berichtgeving over het Decreet Lokaal cultuurbeleid


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie