HomeNieuwsNieuwsoverzichtBericht
voetnoot
Onderzoek gemeentelijke bezuinigingen: vooral op ambtelijk apparaat
24-05-2011
Nicis Institute, het kennisinstituut voor steden, heeft onlangs de resultaten gepubliceerd van een vergelijkend onderzoek naar de bezuinigingsmaatregelen van de grootste steden.
De belangrijkste bronnen voor het onderzoek waren de programmabegrotingen 2011 en de daarin opgenomen meerjarenramingen 2011 tot en met 2014 van de 36 grootste Nederlandse gemeenten. Van de 36 grote steden zijn er 25 die al in 2011 starten met de bezuinigingen en die hun bezuinigingsopgaven al per programma of per beleidsdomein hebben geraamd. De onderzoekers maken echter wel het voorbehoud dat deze ramingen voor een groot deel nog indicatief zijn omdat de besluitvorming over de verdere concretisering van de bezuinigingsplannen nog niet is afgerond.

Het grootste deel van de bezuinigingsopgaaf (35%) is begroot via kostenreductie van het ambtelijk apparaat, zo stelt Nicis. Deze kostenreductie vindt plaats door het inhuren van extern personeel te verminderen, door slimmer in te kopen, door taken te concentreren of samen te voegen, door af te zien van feestelijkheden en extra’s, en door de formatie in te krimpen.
De tweede grote bezuinigingspost betreffen de bezuinigingen op de terreinen van het arbeidsmarktbeleid, maatschappelijke opvang en zorg. Bijna een vijfde deel van de bezuinigingen (19%) heeft betrekking op deze uitgavenpost. De derde bezuinigingspost betreft maatregelen op bestuurlijk vlak (8%), zoals het verminderen van het aantal wethouders, het versoberen van de interne en externe informatievoorziening, het beperken van dienstauto’s en dergelijke.

De begrote bezuinigingen op de terreinen van economie, onderwijs, sport en cultuur omvatten samen 9% van de totale bezuinigingsopgave van de 25 gemeenten, zo blijkt uit het onderzoek.
Veel genoemde maatregelen op dit terrein zijn het verminderen van evenementen, het versobere van uitgaven voor bedrijventerreinen, het verhogen van precariobelastingen en dergelijke. De lagere kosten voor onderwijs hebben meestal betrekking op het afstellen of versoberen van investeringen voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen, het afbouwen van extra subsidies die gemeenten aan de scholen binnen hun grenzen verstrekken, het afbouwen van zaken als schoolzwemmen, natuureducatie, cultuureducatie en het verhogen van de eigen bijdrage voor leerlingvervoer, alsook de afbouw van gemeentelijke bijdrage aan achterstandsbeleid.

Op het terrein van kunst en cultuur wordt de bibliotheeksector het hardst getroffen, zo wordt in het rapport gesteld.
De gemeenten Dordrecht, Eindhoven, Den Bosch, Leeuwarden, en Tilburg hebben een bovengemiddeld hoog aandeel van hun bezuinigingen begroot op beleidsterreinen economie, cultuur, sport en onderwijs. Aan de andere kant zijn er de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Breda en Deventer, die veel minder dan gemiddeld op deze beleidsterreinen bezuinigen, zo stellen de onderzoekers vast.

Voor meer informatie, zie de Nicis-website. Het volledige rapport is hier te vinden (PDF).



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie