HomeRubriekenPeilingItem
voetnoot

Peiling

De inzet van vrijwilligers wordt voor bibliotheken steeds meer een noodzakelijk kwaad
Bibliotheken zien zich onder druk van vaak forse bezuinigingen in toenemende mate geconfronteerd met een duivels dilemma: ze kunnen ervoor kiezen voorzieningen in afgeslankte vorm te handhaven dankzij de inzet van vrijwilligers of zij stellen zich op het standpunt alleen volwaardige vestigingen open te houden die gerund worden door professionals. Wordt de inzet van vrijwilligers voor Nederlandse bibliotheken steeds meer een noodzakelijk kwaad? 

 
Bibliotheek Oosterschelde kreeg in de gemeente Tholen te maken met aanzienlijke bezuinigingen. Als gevolg daarvan werden de vestigingen in vier kernen in de gemeente vervangen door het concept Bieb in de Buurt, een afgeslankte bibliotheekvoorziening waar gebruikers geholpen worden door vrijwilligers. Jannie van Vugt, directeur Bibliotheek Oosterschelde: ‘Ik vind het veel te negatief om de term “noodzakelijk kwaad” te gebruiken voor onze vrijwilligers. Het is wel een noodzakelijkheid dat je je verbindt met de burger in je werkgebied. In de gemeente Tholen wordt in het beleid een belangrijke rol toegekend aan burgerparticipatie. Als opdrachtnemer van die gemeente moesten we bepalen wat we willen blijven doen met minder geld en we hebben besloten burgerparticipatie te verbinden met de nieuwe financiële realiteit zodat er een voor ons werkbare vorm ontstaat. Dat is de Bieb in de Buurt geworden. Wij zien het werk voor de jeugd (mediawijsheid, leesbevordering e.d.) als onze professionele kerntaak, waarmee we de meeste maatschappelijke waarde leveren. Ingegeven door de bezuinigingen hebben we besloten de uitleenfunctie op basis van burgerparticipatie te gaan uitvoeren. Uitgangspunt is daarbij dat we ondersteunend zijn aan de lokale vrijwilligers. Zo’n keuze voor een nieuw concept gaat over het loslaten van dogma’s en blauwdrukken, zowel voor ons als organisatie als voor de klanten. Hoe ver kun je gaan met het loslaten van oude vermeende “kroonjuwelen”, zoals de uitleenfunctie. Een punt van aandacht is de continuïteit, je bent afhankelijker van vrijwilligers voor het in standhouden van bibliotheekvoorzieningen. Wij zijn echter geen regisseurs van vrijwilligerswerk, wij voegen onze dienstverlening toe aan de plekken waar mensen zich al georganiseerd hebben. Als de lokale gemeenschap geen waarde hecht aan die dienstverlening en dus ook niet bereid is daar in uitvoerende zin aan bij te dragen, dan kunnen wij het ook niet meer draaien. Misschien dat er over vijf jaar geen Bieb in de Buurt meer is omdat er geen vrijwilliger meer te vinden is, maar dat is dan een consequentie van de keuze. Als je minder geld te besteden hebt, maak dan een keuze die spoort met waar je maatschappelijk de meeste relevantie hebt. Ik denk dat die niet in onze traditionele uitleenfunctie zit, maar in wat wij kunnen betekenen voor de jeugd. Kun je als organisatie jezelf een spiegel voorhouden en vragen: wat is nou echt onderscheidend en wat is nou echt geld waard, daar gaat het om.’

Jouke Bethlehem, directeur Bibliotheken Noord-Fryslân, is een principiële tegenstander van het inzetten van vrijwilligers. Bethlehem: ‘Toen wij in bepaalde kernen te maken kregen met bezuinigingen hebben wij er juist voor gekozen de vrijwilligers buiten de deur te houden en in te zetten op professionaliteit. Die visie wordt ook gedragen door de 14 gemeenten waarvoor wij bibliotheekwerk leveren. Wij hebben er dus voor gekozen om enkele vestigingen te sluiten die we misschien open hadden kunnen houden met vrijwilligers en ons te concentreren op vestigingen in de wat grotere kernen. Het handhaven van voorzieningen wil niet altijd zeggen dat je je dienstverlening daarmee op een niveau houdt dat aansluit bij de wensen van het publiek. Op korte termijn denk je misschien een oplossing gevonden te hebben, maar op de langere termijn ga je alsnog de afgrond in. Toen wij besloten vestigingen te sluiten, zijn er hier en daar lokale initiatieven geweest om een soort bibliotheek op te zetten uitgaande van de inbreng van de eigen inwoners, maar al die initiatieven zijn nu, zo’n vier jaar later, weer verdwenen. Je merkt dus dat in de meeste gevallen zo’n aanbod te beperkt is en niet voldoende kwaliteit biedt om voor die inwoners interessant te zijn. Wij hebben uiteindelijk geen ledenverlies geleden en zagen vorig jaar bijvoorbeeld nog een toename van het aantal uitleningen met vijf procent, ondanks het feit dat we vier vestigingen hebben gesloten. We kiezen voor kwaliteit in de dienstverlening, want dat is wat klanten willen, en daarvoor zijn ze wel bereid wat verder te reizen. De druk van bezuinigingen en daardoor de verleiding om met vrijwilligers te gaan werken wordt wel steeds groter, maar het hoeft geen “noodzakelijk kwaad” te zijn. Het is niet noodzakelijk, maar hangt af van de keuzes die je maakt en van je beleidsvisie. En hoe je het ook wendt of keert, er is dan toch deels sprake van arbeidsverdringing. In de praktijk geeft het, ondanks uitgebreide taakafbakeningen, binnen je organisatie spanningen tussen mensen die in het ene geval wel betaald worden en mensen die het onbetaald doen. Bovendien bevestig je door steeds meer een beroep te doen op vrijwilligers het traditionele beeld dat de uitleenfunctie van de bibliotheek het belangrijkste is en dat daarbij geen professionaliteit komt kijken. En je legitimeert daarmee in zekere zin bezuinigingen omdat het beeld kan ontstaan dat een bibliotheek ook kan bestaan op basis van vrijwilligers.’

Wat vindt u, wordt de inzet van vrijwilligers vanwege de toenemende bezuinigingen voor Nederlandse bibliotheken steeds meer een noodzakelijk kwaad?

Geef uw mening en licht die toe in het reactieveld.

Zie ook Bibliotheekblad nr 4 2016.

 

De inzet van vrijwilligers wordt voor bibliotheken steeds meer een noodzakelijk kwaad
Eens (16 stemmen)
50%
Oneens (16 stemmen)
50%

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie