HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Motie voor de goede sier
Wim Keizer
29-11-2017
Daar gaan we weer: een beetje vrijblijvend het grote belang van openbare bibliotheken benadrukken, maar structurele maatregelen nemen, ho maar! Schijnheilig gedoe. Dat moest ik denken toen ik las dat de Tweede Kamer een motie van Lodewijk Asscher (PvdA), mede ingediend door Vera Bergkamp (D66), Peter Kwint (SP), Michel Rog (CDA), Corinne Ellemeet (GroenLinks) en Carla Dik-Faber (CU), heeft aangenomen.  
Motie voor de goede sier
In die motie (pdf) wordt de regering verzocht ‘zich in te spannen voor het behoud van bibliotheken in kleine gemeenten en om bij de aangekondigde midterm review over de positie van bibliotheken een plan voor te leggen om de ambitie “iedereen heeft toegang tot de bibliotheek” nader vorm te geven’. De motie constateert ‘dat steeds meer bibliotheken in kleine gemeenten sluiten’. OCW-minister Ingrid van Engelshoven (D66) toonde zich wat terughoudend en wilde bezien wat mogelijk is. Zij wilde er niet op vastgepind worden dat er in elk dorp een bibliotheek moet blijven. De Kamer had het in het debat (Word-document) over ‘heel kleine gemeenten’, ‘73 kleine plaatsen’ en een bedrag van 7 miljoen euro dat beschikbaar zou zijn in de Cultuurbegroting.

Ik zou deze motie een beetje schijnheilig willen noemen. Schijnheilig, omdat vrijwel alle partijen nog maar kort geleden, in 2014, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) hebben aangenomen: een stelselwet en geen bibliotheekwet. En wat was de belangrijkste reden om deze wet maken? Die is dat de met OCW-gelden ontwikkelde landelijke digitale bibliotheek goed geregeld moest worden, bij de Koninklijke Bibliotheek (KB). Met dankbare steun van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is daar ook geld voor onttrokken uit het gemeentefonds. Volgend jaar gaat er 12,2 miljoen euro naar de KB om daarmee e-content te kunnen kopen. Wat zeuren die Kamerleden eigenlijk: elke Nederlander, ook in heel kleine plaatsen, heeft ongeacht het gemeentelijke beleid toegang tot de landelijke digitale bibliotheek en dat is precies wat de Wsob wilde.

Substitutie
De VNG was in 2012 voorstander van substitutie: zo veel en snel als maar mogelijk is papier, boekenkasten en gebouwen vervangen door e-content. Met volledige instemming van PvdA-minister Jet Bussemaker (en eerder al VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra) van OCW. In de meeste gevallen hebben de gemeenten de onttrekking linea recta doorbezuinigd in hun eigen subsidie. En tja, dan sneuvelt er wel eens een fysieke vestiging. Maar de wereld is toch digitaal geworden? En tja, dan wordt er wel eens een personeelslid ontslagen (sinds 2007/2008 27% minder personeelsleden en bijna 22% minder arbeidsjaren).

Geen verplichting
Iedereen, vooral ook de Kamer, kan weten dat een lokale bibliotheek niet bekostigd wordt door het rijk of provincies, maar door de gemeente (artikel 1 Stelselwet).
Iedereen kan ook weten dat de Stelselwet een gemeente niet verplicht een bibliotheek in stand te houden en dat er geen toezicht en sancties zijn als een gemeente zich niet aan de wet houdt. Want, zo zegt de memorie van toelichting (MvT, pdf) op pagina 20: ‘Een bekostigingsplicht of zorgplicht verhoudt zich niet tot de algemene beleidslijn bestuurlijke verantwoordelijkheden op een zo laag mogelijk niveau te leggen. Ook zou – conform de systematiek van de Financiële verhoudingswet – geregeld moeten worden dat de financiële consequenties van een zorgplicht of bekostigingsplicht kunnen worden opgevangen door de gemeente. Daar is binnen de OCW- of rijksbegroting geen financiële ruimte voor.’
Ik lees ‘daar is geen ruimte voor’ als: dat hebben we er niet voor over. Geen kwestie van niet kunnen, maar niet willen.
En over toezicht en sancties (pagina 24 MvT): ‘Het wetsvoorstel beoogt meer richting en samenhang te bewerkstelligen in de context van een decentraal stelsel. Dat is vormgegeven via een beschrijving van de functies van een openbare bibliotheek en van de onderwerpen die bibliotheken in gezamenlijkheid moeten uitvoeren. Verwacht wordt dat partijen elkaar er op aanspreken, als daarvan wordt afgeweken. Wettelijk toezicht en wettelijke sancties passen niet bij het karakter van onderhavig wetsvoorstel.’
Met andere woorden: een vrijblijvende wet vol goede bedoelingen, maar geen boetes voor wie zich er niet aan houdt.

Verantwoordelijkheden
Ik beschouw de motie als een loos politiek gebaar: zie eens hoe goed wij het voor hebben met bibliotheken! Als de Kamer echt structureel iets goeds wil doen, moet zij de hele Wsob veranderen. En als er 7 miljoen euro beschikbaar is, weet ik wel iets beters dan het aan kleine gemeenten met 73 kleine plaatsen te geven. Gemeentebeleid is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad, niet van de Tweede Kamer. Die heeft het openbare bibliotheekwerk doelbewust gedecentraliseerd gelaten, want de eind jaren tachtig ingezette decentralisatie is nooit meer teruggedraaid, integendeel, er is, ook op andere terreinen dan welzijn en cultuur, heel veel bijgekomen.

Wim Meijer
In 1975 loodste staatssecretaris Wim Meijer (PvdA) de Wet op het openbare bibliotheekwerk door de Kamer, de meest centralistische wet die op bibliotheekgebied ooit bestaan heeft. In het boek Wim Meijer, tegen de stroom in zegt Meijer onder andere: ‘Buurthuizen, volkshogescholen, bibliotheken: alles wat meehelpt aan het aloude ideaal van de verheffing is successievelijk afgebroken en betekenisloos gemaakt. Ook door latere kabinetten met de PvdA trouwens. Dat heeft mij diep geraakt. De samenleving heeft zo’n enorme behoefte aan cultuur, aan inhoud. Maar de aandacht die wij daaraan hebben gegeven in de eerste jaren van het kabinet-Den Uyl is nooit meer teruggekomen.’
Meijer zegt ook interessante dingen over ‘Haagse bemoeizicht’, in relatie tot de decentralisatie van verantwoordelijkheden naar gemeenten: ‘Zodra er in een gemeente problemen zijn met de uitvoering van zoiets als de ouderenzorg zit de Kamer er meteen bovenop. Terwijl ik denk: als je de verantwoordelijkheid in handen legt van de gemeente, láát die dan ook daar. Maar dat vinden landelijke bestuurders en ambtenaren erg moeilijk. Toen ik als staatssecretaris van CRM voorstellen had ingediend voor decentralisatie van het welzijnsbeleid naar de gemeente, zei een van mijn topambtenaren: “Je bent met de auto in hooguit twee en een half uur in elke uithoek van dit land, waarom zou je dan decentraliseren? Laten wij in Den Haag het nu maar zelf regelen, dat kunnen wij veel beter!” Ik vrees dat hij niet de enige was die er zo over dacht. En nog steeds.’
Meijer bekent eerlijk in zijn tijd als staatssecretaris en PvdA’er ook niet erg voor decentralisatie te zijn geweest, maar later, als Commissaris der Koningin in Drenthe, tot het inzicht te zijn gekomen dat het vaak beter is verantwoordelijkheden naar regionaal of lokaal niveau over te dragen.

Goede sier maken
Ik vind: of je decentraliseert en je bemoeit je er ook niet meer mee, of je recentraliseert en maakt het rijk weer verantwoordelijk, maar de Kamer doet op bibliotheekgebied geen van beide. Zij probeert alleen een beetje goede sier te maken door te pleiten 7 miljoen euro als een soort lapmiddeltje in te zetten.
Ik denk niet dat Van Engelshoven van plan is zo’n bedrag te geven aan kleine gemeenten met samen 73 plaatsen waar geen bibliotheekvestiging meer is. Veel eerder zal OCW geneigd zijn het geld te gebruiken als smeermiddel om het voor bibliotheken aantrekkelijker te maken mee te doen aan een landelijk collectief bibliotheeksysteem en om degenen die ‘nee’ of ‘nee en ja tegelijk’ zeiden over te halen toch mee te doen.
De vraag is nog wel hoe de Kamer eigenlijk aan dat getal van 73 komt. Asscher c.s. hebben het in de motie over ‘kleine gemeenten’, maar spraken in het debat over ’73 kleine plaatsen’. In de WWW van november (‘De maand die was’) liet ik zien dat er, alle typen bibliotheekvestigingen opgeteld, op 1 januari 2017 70 vestigingen minder waren dan op 1 januari 2013 (en 361 bibliobushaltes minder). Die 70 zit dichtbij 73. Een of andere lobbyorganisatie zal de Kamer wel hebben ingefluisterd dat het er nu 73 minder zijn.

Structurele aanpak
E-books krijgen niet de grote doorbraak die vijf jaar geleden verwacht werd. Volgens mij kan de landelijke digitale bibliotheek best met minder subsidie toe. Ik zou zeggen: decentraliseer ook hier, draai de onttrekking voor een deel terug en stop van die 12,2 miljoen euro weer een flink deel in het gemeentefonds.
Is er 7 miljoen euro uit de Cultuurbegroting te besteden? Kijk eens naar de positie van schrijvers en koop er, samen met een deel van die 12,2 miljoen, jaarlijks het leenrecht mee af. Daar zijn alle openbare bibliotheken erg mee geholpen. Het scheelt ook een hoop administratief gedoe (een kostenpost op zich), en je hoeft dan ook niet, zoals de Auteursbond wenst, scholen te belasten met het bijhouden van uitleningen (lijkt me geen goed idee, als je kijkt naar wat scholen administratief allemaal al moeten doen). Je hoeft je ook niet langer bezig te houden met de ingewikkelde vraag of uitleningen van een ‘de Bibliotheek op school-school’ nu onder verantwoordelijkheid van de bibliotheek vallen (wel leenrecht) of onder de verantwoordelijkheid van de school zelf (geen leenrecht).
Dus, Kamer, ik roep op geen rijksgeld te geven aan heel kleine gemeenten (waar er door herindelingen steeds minder van zijn), maar echte, structurele keuzes te maken. 

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie