HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Zwarte gaten in de publieke informatievoorziening
Gert Staal
18-08-2017
Een paar jaar geleden woonde ik tijdens het afscheid van Bas Savenije als directeur van de KB een presentatie bij van filosoof en hoogleraar in de informatie-ethiek Luciano Floridi* van de Universiteit van Oxford. Zijn verhaal was in zijn geheel onderhoudend en intellectueel uitdagend, maar hij deed één uitspraak, de kern van zijn betoog, die bij mij tot op de dag van vandaag is blijven hangen. En wel deze: de publieke sector heeft het zoeken, bewaren, ordenen en beschikbaar stellen van nuttige informatie als publieke functie grotendeels verkwanseld aan private partijen, in de meest belangrijke mate aan dominante marktpartijen als Google en Facebook. We zijn het primaat op die publieke informatievoorziening kwijt. Dat geeft serieuze problemen in een moderne democratie. En dat hebben we zelf laten gebeuren.
Zwarte  gaten in de publieke informatievoorziening
De gevolgen van een onvolkomen digitale transitie in de publieke informatievoorziening (d.w.z. in de digitale wereld zijn niet dezelfde functies ontwikkeld als in de analoge) ervaren wij inmiddels dagelijks: weerstand tegen inentingen door schijnwetenschap van charlatans, regelrechte geschiedvervalsing door presidenten en hun staf, informatiebubbels, fake news en fake presidents. Dat heeft naar mijn mening één grondoorzaak: een falende publieke informatievoorziening. Objectiviteit, neutraliteit, waardenvrijheid zoals we dat vaak noemen (alhoewel ik dat woord maar matig duidelijk vind). Waarom is dat zo erg? Omdat het primaat op grote delen van de publieke informatievoorziening bij partijen is beland die dat niet goed kunnen, daar niet voor geëquipeerd zijn, andere bedoelingen hebben, en het daarom ook niet goed oppakken. Bij het ontbreken van betrouwbare publieke informatiebronnen, in combinatie met het bewust toedienen van grote hoeveelheden desinformatie, en het zelfs onthouden van cruciale informatiebronnen is de democratie in het geding. Dan gedijen vooral botte commerciële belangen, populisme, dictators en dictators in-de-dop als de spreekwoordelijke kool. Floridi illustreerde het laatste fenomeen (de onthouding van bepaalde informatie) met een bekend citaat uit Alice in Wonderland van Lewis Carroll: ‘There are things you don’t know you don’t know’. Hoe houd je het volk dom? Door het geen informatie te geven. Nu zal ik de laatste zijn om te zeggen dat we terug moeten naar het papier, of dat we een digitale politie of censuur moeten invoeren, of door de staat gecontroleerde websites voor van alles en nog wat, maar in deze (historisch nog steeds als vroeg aan te merken) fase van de digitale transitie zijn er bepaalde gaten in de publieke informatievoorziening gevallen, die we zullen moeten repareren om erger te voorkomen: er is een grote maatschappelijke urgentie als het gaat om een adequate publieke informatievoorziening om de moderne democratie overeind te houden.

De ontstane lacune zou ik willen omschrijven als zwarte gaten in de publieke informatievoorziening. Zwarte gaten hebben de eigenschap dat ze met hun zwaartekracht (aantrekkingskracht) alle materie opzuigen. Niets ontsnapt eraan, zelfs licht niet. Dat zijn de Googles, WhatsApps en Facebooks van deze wereld. Zij veroorzaken een lacune aan materie in het publieke domein (aan informatie) doordat deze veelvraten data, informatie en kennis aanzuigen die elders belegd zouden moeten zijn om goed en objectief te worden ontsloten.

In zekere zin moet de democratie op een moderne manier gebruik gaan maken van hedendaagse digitale middelen om de lacunes op te vullen. Alleen kan de overheid dat vaak zelf niet zo goed: automatisering blijft een probleem – het is ronduit schokkend te moeten constateren hoe slecht dit bij de overheid georganiseerd is getuige diverse voorbeelden uit het recente verleden. Bovendien heeft de overheid haar rol op het gebied van de publieke informatievoorziening in toenemende mate overgelaten aan marktpartijen. Daarom is dit gebied juist waar ik een aantal grote gaten waarneem die bibliotheken goed kunnen helpen invullen, juist met hun specifieke kennis en ervaring. Namelijk: bouw en/of faciliteer neutrale plaatsen waar een gemeenschap nieuwe digitale publieke informatievoorzieningen gestalte kan geven. Zelf door de gemeenschap, zijdelings bijgestaan en gefinancierd door de overheid, door bibliotheken gefaciliteerd en herbouwd waar nodig. Zonder commerciële bijbedoelingen en met een duidelijk kwaliteitsoogmerk, en een visie op neutrale waardenvrije informatieverstrekking.

Kunnen commerciële partijen dat dan niet doen? Hoor ik veel bestuurders zeggen. Het mantra van de markt. De markt kan toch alles, wil toch alles? Dat is helaas niet waar, en zeker niet als het gaat om publieke informatievoorziening. Ik heb niets tegen commerciële aanbieders, laat dat duidelijk zijn: ze vervullen een nuttige rol. Alleen is niet voor alles een business case voorhanden: niet alles wordt betaald door een klant, heeft een klant, is een product of dienst. Inzet van private partijen kent nog een ander, veel groter probleem: het zijn eenvoudigweg geen organisaties met een publieke missie, ze zullen die ook nooit krijgen. Wat ze inmiddels wel in handen hebben gekregen uit onmacht, onkunde, onwil of wat dies meer zij, zijn bijna-monopolies op cruciale onderdelen van de publieke informatievoorziening die in de eerste plaats nooit in het private domein hadden mogen belanden. Google heeft in de westerse wereld een houdgreep op zoeken. Facebook heeft dat op het contact met uw medemens in de groep. WhatsApp op onze onderlinge berichtgeving, en zo verder. Alleen: de recente geschiedenis toont ook dat veel commerciële partijen zich doorlopend blijven verschuilen achter zwakke argumentatie om gebruikers vooral niet te hoeven monitoren op gedrag en lastig te vallen, om belangrijke informatie met een publiek karakter goed te beheren en risicovolle informatie beter te managen. Daarbij werken ze zonder kwaliteitsoogmerken passend bij publieke informatie, en vaak zonder überhaupt een visie en beleid op publieke informatievoorzieningen te hebben ontwikkeld, voldoende onafhankelijkheid te hebben, en privacy goed te kunnen waarborgen. Dat is ook niet hun rol. Dat kan je, en mag je, dus ook niet van ze verwachten. Tot zover de aanbieders.

Vanuit het gebruikersperspectief doemen er ook enkele problemen op. Als gebruikers willen zoeken, is het vaak zeer onwenselijk dat de zoekresultaten worden ‘bijgestuurd’ naar zoekresultaten waarvoor betaald wordt, dat die zoekresultaten worden gemanipuleerd uit commerciële overwegingen. De beste SEO-strategie of het hoogste mediabudget is leidend, niet het beste product. Het is verder bedenkelijk als aandacht/reuring/sensatie genereren louter een commercieel motief vormt voor nieuwssites, als zoekresultaten voortdurend omgeven worden door betaalde advertenties over het betreffende product die uit uw profiel worden opgemaakt met uw toestemming, of als schijnbaar objectieve zoekresultaten verwijzen naar commerciële sites van dezelfde leverancier (waarvoor Google recent is beboet). Het is als consument ook lang niet altijd prettig, zelfs ronduit vervelend, om tijdenlang achtervolgd te worden met advertenties over accuschroefboormachines, als je er toevallig een jaar geleden eentje gezocht (en allang gekocht) hebt op internet. Het kan ook (met name in een niet zo vrij land, zeer vervelend zijn getraceerd te worden op je online zoekgedrag, surfgedrag, geventileerde meningen en uitlatingen, gevolgd door partijen en overheden waarvan de bedoelingen niet altijd even positief zijn. De tracering van je online gedrag wordt als product op grote schaal doorverkocht aan partijen die wij niet kennen. Het recht op online privacy binnen publieke digitale domeinen is een groter goed dan veel mensen beseffen, en meer bewustwording daarover is belangrijk. ‘Do no evil’? Zo naïef is toch niemand meer? Ik raad u allen aan eens een maandje zonder Google of Facebook door het leven te gaan. Ik zoek inmiddels met de neutrale zoekmachine DuckDuckGo en heb mijn Facebook-account jaren geleden gesloten omdat de klantvoorwaarden van Facebook mij niet zinden. Heeft u ze wel eens gelezen of een poging daartoe gedaan?

Tot zover over de zin en onzin van private partijen en hun rol in de publieke informatievoorziening. Daar zitten veel haken en ogen aan, en overheden moeten naar mijn mening een rol herwinnen in publieke informatievoorziening in het belang van de democratie en de burgerrechten.

Wat kunnen we dan, en hoe moet dat dan? vraagt u zich wellicht af.

Laat ik een paar voorbeelden noemen die lokaal in den lande al her en der worden ingevuld in deelprojecten (in bundeling en opschaling van dergelijke initiatieven zit de kiem voor de oplossing):
  • Goede neutrale digitale informatie over gezondheid en gezond leven, gezonde voeding, sporten, over zorgaanbieders, op logische plaatsen bij elkaar gezet en goed ontsloten met trefwoorden. Gestructureerde activiteiten rond informatieverstrekking in samenwerking met zorginstellingen en landelijke instellingen zoals beroepsverenigingen, huisartsenkoepels, zorgkoepels, patiëntenverenigingen.
  • Promoten, faciliteren en misschien zelfs ontwikkelen van neutrale, waardevrije, advertentievrije, cookievrije zoekmachines en neutrale lokale informatieve websites (de platformtechnologie daarvoor ligt zo ongeveer op straat).
  • Niet-commerciële community sites op een open platform faciliteren voor de lokale gemeenschap, interessegroepen, belangengroepen.
  • Gemeentelijke informatievoorziening over praktische gemeentelijke zaken, over bestuur en politiek: in de ene gemeente is deze documentatie goed ontsloten, in de andere is het dramatisch slecht. Dat zou veel beter kunnen! De gemeenten kunnen overigens nog wat leren van (en heel veel geld besparen met) onze WaaS-aanpak… Een kans?
  • Informatiebronnen over lokale geschiedenis, over lokale gebruiken, interessante plaatsen, boeiende mensen met hun verhalen, orale tradities.
  • Veel beter ontsloten en toegankelijk gemaakte informatiebronnen over cultuur: literatuur, literatuurkritiek, kunst en kunstgeschiedenis, etc.
  • Werken aan betere ontsluiting van goed geordend publiek toegankelijk bronnenmateriaal voor onderwijsdoeleinden. Dit kan ook veel beter en actueler als we het samen doen, d.w.z. serieus de discussie aangaan met PO- en VO-instellingen. Vooral daarbij focussen op hoe wij ze in die zin beter kunnen helpen, in de klassen, maar vooral ook waar het formeel onderwijs stopt en leerlingen werkstukken en scripties moeten maken, of waar additionele ondersteuning van individuele leerlingen nodig is zonder dat daar direct commerciële partijen bij worden betrokken. Daarvoor wellicht ook onderwijskundige expertise aantrekken.
  • Gestructureerde, op maat gemaakte informatievoorzieningen voor het sociaal domein in goede afstemming met welzijnsstichtingen, met UWV en sociale diensten, over informatieverstrekking rondom die sociale voorzieningen.
Kansen zijn er nog volop op het vlak van de publieke informatievoorziening. Feitelijk komt dit neer op het heruitvinden van de publieksservice in de digitale wereld. Met de bibliotheek 3.0, na de klassieke bibliotheek, en de retailbibliotheek, zullen wij de kern van het vak - informatieontsluiting, toegang, e-bronnen collectiebeleid, en gemeenschappelijke voorzieningen - opnieuw digitaal moeten neerzetten. Om op dit terrein nieuwe rollen van betekenis te spelen en relevantie te herwinnen, zullen bibliotheken wel een aantal randvoorwaarden moeten invullen (deze lijst is zeker niet limitatief):
  • Hernieuw onder politici het besef dat blijven investeren in goede publieke informatievoorzieningen buiten de zwarte gaten, een factor van levensbelang is in een gezonde democratie. En vooral dat moderne bibliotheken daarbij een rol kunnen spelen.
  • We zullen moeten beseffen dat marketing en digitale productontwikkeling belangrijke competenties zijn. Voor goede marketing op het gebied van e-books heeft de sector op dit moment weinig aandacht. Een concreet voorbeeld: met e-books leggen we het af tegen Bol.com, zonder dat dat nodig is. Het aanbod van titels van Bol.com is te vergelijken met dat van de bibliotheek, maar de wijze waarop ze bij Bol aan de man gebracht worden is dat niet (Bol.com is ruwweg twee keer zo duur en adverteert zich suf in de zomer). Ik beschik niet over gedetailleerde informatie over de performance van Bol.com, maar mijn indruk is dat we ons hier met marketing van de kaart laten vegen.
  • We zullen vaardigheden als informatiekunde, mediawijsheid en nieuwe competenties vakinhoudelijk opnieuw op de kaart moeten zetten. Dat vergt dat er voor zaken die die nieuwe vakkennis en competenties vereisen (bestaande en nieuwe), nieuwe erkende opleidingen moeten komen. De reeds bij bibliotheken werkzame medewerkers bieden we, zo nodig, voldoende mogelijkheden tot bij- en omscholen. Daarnaast ook nieuwe mensen van buiten de sector aannemen voor competenties die we zelf niet hebben ontwikkeld.
  • We zullen meer gaan leren van elkaar (één keer ontwikkelen, 155 keer gecontroleerd uitrollen), en zo formules professioneel ontwikkelen, uitrollen en beleggen. Dat betekent dat onderlinge samenhang en samenwerking sterk kunnen worden verbeterd.
  • We zullen nieuwe proposities voor vormen van publieke informatievoorziening geduldig moeten bouwen en uitrollen op een professionele wijze, en daarbij de samenwerking zoeken met overheden in de vorm van goed gestructureerde en onderbouwde plannen, zodat zij ons als partner zien bij dit probleem, waar overheid en semi-overheid zelf (getuige de gemiddelde website van overheid of not-for-profitinstellingen) enorm mee worstelen, en wij oplossingen kunnen bieden voor gapende gaten in de publieke informatievoorziening in het nieuwe digitale landschap.
Hoe gaan we dat dan organiseren?

Nieuwe middelen verwerf je als bij de overheid het besef groeit dat het thema van de digitale publieke informatievoorziening in de democratie met urgentie geadresseerd moet worden, het besef dat er zwarte gaten zijn, dat het ontbreken van adequate digitale publieke informatievoorzieningen buiten de private sector onze democratie aantast, en dat daar iets aan moet gebeuren. Laten we dat agenderen. Middelen krijg je vervolgens alleen met goed onderbouwde relevante plannen die worden gedragen en die ook alleen om die reden worden gefinancierd. Daarin tonen we een gedegen visie op die nieuwe digitale publieke informatievoorzieningen. Soms ook door oude denkbeelden los te laten.

Laten we dat concreet maken, nu is de tijd rijp.

Sean Spicer lives. He is among us.

Gert Staal. Directeur Bibliotheek Lek & IJssel.


* Ik heb de presentatie van Luciano Floridi gekregen. Voor wie de tekst wil nalezen, stuur me een berichtje.



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (6)

Joost Heessels
18-8-2017 16:56
 Mag ik wijze op een disucussie op linkedin en daaruit voort gekomen schrijven van Michel Wesseling en mijn eigen persoontje met als strekking dat weer meer van dit soort geluiden moeten produceren omdat anders de bibliotheek ten onder gaat. Lees aub: https://michelwesseling.me/2017/08/18/de-openbare-bibliotheek/ en http://bibliofuture.nl/2017/08/15/openbare-bibliotheek-handreiking/
Het is een oproep om te komen tot een nieuw manifest om te komen te de hereiking van de bibliotheek in het licht van de digitale ontwikkelingen. Dank dus ook Gert Staal voor dit schrijven.


Bart van der Meij
21-8-2017 06:24
Prima visie, lijkt me. Maar nu? Bijdragen (ook inhoudelijk) aan landelijke agenda's innovatie en informatievaardigheid. Fokus op generieke ontwikkeling ipv lokale innovatie. Muren slechten tussen 'traditionele' bibliotheeksegmentatie (wo, hbo, scholen, ob), opbouwen landelijke (kennis)infrastructuur (niet alleen ict). Lokaal diensten aanbod obv landelijke structuur.
Zijn bibliotheken bv in gesprek met KOOP bij ICTU? Wat zou dat kunnen betekenen?


 
Joost Heessels
22-8-2017 11:47
Bart, zet jij dan eens in een schrijven uiteen hoe je dit op zou moeten pakken!
Robin Verleisdonk
23-8-2017 09:48
Sterke visie en ook iets wat wij als innovatieteam van de Bibliotheek Eindhoven onlangs met het digitale team van de KB hebben besproken. Als nationale bibliotheek toewerken naar één multimediaal platform dat de gebruiker op een gemakkelijk en efficiente manier voorziet van bruikbare informatie en content. We hebben zoveel, maar we zetten het niet goed in de etalage en de toegang is zó omslachtig.

Helaas lijkt het er vooralsnog op dat de bibliotheek op nationaal niveau flink op slot zit. Er is in de loop der tijd nogal een logge structuur gecreerd met een flinke verscheidenheid aan digitale partijen. Er was bij de KB dan ook weinig bewegingsvrijheid om op ons idee voor een multimediaal platform in te gaan. Persoonlijk zou ik pleiten voor enerzijds het optimaliseren van de bestaande digitale platformen, maar parellel daaraan een compleet nieuw platform ontwerpen en ontwikkelen. Dat wel past bij deze tijd.  

Het wordt tijd dat we ons verenigen, want we hebben de slag al lang en breed verloren. Maar: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. 
Joost Heessels
23-8-2017 14:59
Beste Robin,
vele van ons roepen dit al tijden, hoe gaan we ons verenigen is dan de vraag? 



 
Gert Staal
31-8-2017 11:30
Volgens mij is dit artikel van Huffington Post zeer relevant in de context van de blog.

Google Just Proved That Monopolies Imperil Democracy, Not Just The Economy

http://www.huffingtonpost.com/entry/google-monopoly-barry-lynn_us_59a738fde4b010ca289a1155

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie