HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Onheilspellend: commissie van wijzen
Wim Keizer
01-05-2017
'Komende maand zal het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) het eindverslag van het onderzoek naar de ontwikkeling van de afdracht van leenrechtvergoedingen (2006-2015) naar de Tweede Kamer sturen. Ons bestuur heeft kennis genomen van de voorlopige rapportage. Op basis daarvan is besloten een commissie van wijzen in te stellen die samen met de KB en de branche met inachtneming van de onderzoeksresultaten tot een goede oplossing moet komen voor deze kwestie.'
Onheilspellend: commissie van wijzen
Dit meldde de VOB-site op 12 april onder het kopje 'Wat ons bestuur besproken heeft op 30 maart'. Het is weer zo’n cryptisch bericht, waaruit de lezer zelf maar moet raden wat er eigenlijk aan de hand is. In plaats van Kremlinologie heb je er Vobologie voor nodig. Kennelijk is die voorlopige rapportage dermate verontrustend dat er nog voordat de buitenwereld er kennis van heeft mogen nemen al een 'commissie van wijzen' moet worden ingesteld die een goede oplossing moet vinden voor 'deze kwestie'. Maar over welke kwestie gaat het nou eigenlijk? Dat vertelt 'ons bestuur' ons niet.

Patholoog-anatoom
Bij de term 'commissie van wijzen' moet ik altijd meteen denken aan het vermaarde boek Tegels lichten van H.J.A. Hofland. Naar aanleiding van de Greet Hofmans-affaire, waar het Nederlandse volk in 1956 niets van mocht weten, besloot het kabinet een commissie van wijze mannen in de stellen. Hofland: 'Het opdoemen van wijze mannen is een van de meest onheilspellende tekenen in de Nederlandse samenleving, het staat bijna gelijk aan het verschijnen van de patholoog-anatoom, en schrik heerste dan ook allerwegen.'

Niet voorspoedig
Wat zou er zo verontrustend kunnen zijn aan die voorlopige rapportage? In december doemde dankzij de Vereniging van Letterkundigen (VvL) al berichtgeving op, waaruit geconcludeerd kon worden dat het onderzoek niet voorspoedig verloopt. Dit had ik overigens in maart vorig jaar al voorspeld door de onderzoekers veel succes te wensen, want gegevens die er niet zijn, zoals die van uitleningen op scholen die hun uitleningen niet (goed) registreren, kun je ook niet onderzoeken. Dan rest maar één ding: tot zo goed mogelijk beredeneerde schattingen te zien komen, wat de Stichting Leenrecht vorig jaar gedaan heeft in haar vanuit de bibliotheekwereld aangevochten marktverkenning.

Berk en Van Bohemen
Naar aanleiding van de geluiden uit de VvL en de Stichting Leenrecht reageerde columniste Marjan Berk en schreef Francien van Bohemen van de VOB haar een open brief, die weer gevolgd werd door een open brief van de VvL. Zowel VvL als VOB waren zo onverstandig zich te baseren op een niet openbaar gemaakte tussenrapportage van het onderzoek. Toen ik Aad van Tongeren van OCW verzocht om die tussenrapportage te mailen, zodat iedereen na berichtgeving hierover kon snappen waar die discussies nu eigenlijk op gebaseerd waren, was zijn reactie: 'Het rapport waar de VOB en VvL uit citeren, is nog niet openbaar. Het is een concept waar een aanvulling op wordt gemaakt. OCW is er niet gelukkig mee dat uit een conceptrapport ("work in progress") wordt geciteerd, omdat dit onnodige verwarring oplevert.' Ik hoorde ook dat OCW de betrokken partijen dringend ontraden heeft nog langer uit tussenrapportages te citeren.

'Niet moedwillig'
Van Bohemen schreef onder andere: 'De 20 miljoen uitleningen die de Stichting Leenrecht heeft becijferd kunnen door de onderzoekers niet hard worden gemaakt. (...) In het algemeen blijkt uit het rapport dat bibliotheken te goeder trouw handelen en dat er niet moedwillig wordt geprobeerd om onder het leenrecht uit te komen.'
De VvL reageerde: 'Het verschil in aantallen uitleningen is niet zozeer "niet hard gemaakt" zoals Van Bohemen stelt, nee, het is niet onderzocht. En hoezo kan dat dan niet? Nou ja, onder meer omdat de VOB geen prioriteit ziet in het correct doorgeven van die uitleenaantallen. Het zou goed zijn als de VOB aandacht zou besteden aan de wijze van opgave door haar leden, zodat grote onduidelijkheden als deze uit de wereld worden geholpen.'

Soorten uitleningen
Uit de hele discussie blijken nogal wat simplificaties, want we hebben in deze kwestie te maken met verschillende soorten uitleningen, namelijk: uitleningen van openbare bibliotheken in bibliotheken (leenrechtplichtig), uitleningen op scholen waarvan de collectie onder verantwoordelijkheid van een bibliotheek valt (ook leenrechtplichtig) en uitleningen op scholen waarvan de collectie niet onder verantwoordelijkheid van een bibliotheek valt, maar de verantwoordelijkheid van de school zelf is (niet-leenrechtplichtig). In het laatste geval is het de grote vraag of, en zo ja hoe, uitleningen worden bijgehouden. Dat geldt natuurlijk ook voor allerlei vrijwilligersbibliotheken waar het reguliere openbare bibliotheekwerk geen bemoeienis mee heeft.

Enigszins los van de typen uitleningen speelt dat de Stichting Leenrecht geconstateerd had dat er over 2015 verschillen zitten tussen wat de bibliotheken aan haar opgaven en wat het CBS vermeldde (bij Leenrecht 73,8 miljoen, waarvan 68,9 miljoen boeken, en bij het CBS 78,8 miljoen, waarvan 73,4 boeken).

Geen controle
Het kan in de eerste twee gevallen zijn dat er wel eens verschillen tussen de opgaven voorkomen. Iedereen die z’n oor te luisteren legt in de bibliotheekwereld kan zonder commissie van wijzen weten wat daar aan de hand is: er zijn bibliotheekdirecteuren die cijfermatige gegevens niet interessant vinden en meer houden van mooie verhalen. Die laten het verstrekken van gegevens over aan ondergeschikten ergens laag in de organisatie. Die zullen heus wel te goeder trouw zijn, maar zullen zich ook kunnen vergissen, zonder dat er controle plaatsvindt op wat zij doorgeven. Verstrekken van gegevens, waar de Koninklijke Bibliotheek (wettelijk verantwoordelijk voor de verzameling) net weer om gevraagd heeft, moet bij de bibliotheken 'Chefsache' worden. Maar wat scholen doen met eigen collecties: daar zijn bibliotheken niet verantwoordelijk voor.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (4)

Janne Rijkers
9-5-2017 18:31
Een interessant artikel. Dank, Wim Keijzer. Eén correctie is echter op zijn plaats, meen ik. De conclusie dat uitleningen 'onder verantwoordelijkheid van de school' (wat dat ook precies moge betekenen) 'niet-leenrechtplichtig' zouden zijn, wordt niet gestaafd door wettekst, jurisprudentie of anderszins. 
 
In de wettekst is sprake van een vrijstelling van betaling, zonder verdere toelichting. Ten tijde van de totstandkoming van de leenrechtregeling zorgde OCW alsnog voor de vergoeding (in plaats van de onderwijsinstelling). 
Wim Keizer
14-5-2017 18:04
Artikel 15 lid 1 van de Auteurswet ( http://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2015-07-01 ) zegt:
“Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het uitlenen als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 3° ( http://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2015-07-01#HoofdstukI_Paragraaf4_Artikel12 ) , van het geheel of een gedeelte van een exemplaar van het werk of van een verveelvoudiging daarvan die door de rechthebbende of met zijn toestemming in het verkeer is gebracht, mits degene die de uitlening verricht of doet verrichten een billijke vergoeding betaalt. De eerste zin is niet van toepassing op een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder 12° ( http://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2015-07-01#HoofdstukI_Paragraaf3_Artikel10 ) tenzij dat werk onderdeel uitmaakt van een van gegevens voorziene informatiedrager en uitsluitend dient om die gegevens toegankelijk te maken.”

En lid 2:
“Instellingen van onderwijs en instellingen van onderzoek en de aan die instellingen verbonden bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek zijn vrijgesteld van de betaling van een vergoeding voor uitlenen als bedoeld in het eerste lid.”

Ik heb, als niet-jurist, “vrijgesteld van betaling” vertaald met “niet-leenrechtplichtig”. Of daar verschil tussen is weet ik niet, maar het praktische resultaat is dat er niet hoeft te worden betaald.
Wat de vergoeding betreft die OCW ten tijde van de totstandkoming van de leenrechtregeling in plaats van de onderwijsinstelling (eenmalig?) verzorgd zou hebben, verwijs ik naar het eind van dit artikel van vorig jaar maart (uitspraken Arjen Polman), onder het tussenkopje “Afkoop leenrecht”: http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/uitgelicht/bericht/1000007099 .

Ik ga ervan uit dat OCW in of na het onderzoeksresultaat iets zal zeggen over dit onderwerp. Overigens hebben openbare bibliotheken voor zichzelf vaker gepleit voor afkoop van het leenrecht, bijvoorbeeld door er een deel van de “vernieuwingsgelden” voor te gebruiken. De vernieuwingsgelden zijn terechtgekomen bij de Koninklijke Bibliotheek (budget van € 21,4 miljoen voor “Stelsteltaken en digitale infrastructuur”. Ik weet niet of openbare bibliotheken het erg vervelend zouden vinden als uit dit bedrag het leenrecht wordt afgekocht.
Wat “uitleningen onder verantwoordelijkheid van de school” precies zijn, zal, mag ik aannemen, ook benoemd worden in het onderzoeksresultaat. 
Hans van Duijnhoven
15-5-2017 10:05
Ik wil iets anders naar voren brengen.

Wordt het langzamerhand geen tijd om het hele financieringsgebouw rondom het openbare bibliotheekwerk tot de grond toe te gaan afbreken én in een majeure beweging weer te gaan opbouwen.

Uitgangspunt is dat elke burger RECHT heeft op de totale collectie én expertise van haar of zijn openbare bibliotheek. Oftewel: we stoppen met lokale financiering. Schaffen contributies af. Je krijgt als burger op vertoon van je paspoort of ID-kaart een pasje. En je mag vanaf dat moment alles komen lenen. Zo nodig in een tijd waarin miljoenen medelanders feitelijk amper meer kunnen lezen noch schrijven. Én zo hard nodig in een tijd waarin bijna alles onderhevig is aan radicale verandering. Schrijvers (en vooruit: uitgevers) krijgen een redelijke vergoeding voor door leden en schoolkinderen geleende (beter: gebruikte = gelezen) boeken. Bespaart miljoenen op uitvoeringskosten; georganiseerd wantrouwen. Bureaucratie. Geld dat we inzetten om mensen in onze gemeenschappen te verleiden meer en/of andere 'dingen te gaan lezen. Er met elkaar over in gesprek te gaan. Nadenken over onze uitdagingen en dilemma's die voor ons liggen.
Groepen die al doende proberen ‘iets’ waardevols aan haar gemeenschap toe te voegen. Denk aan adviezen, een boek, een blog, een enquête, de start van een nieuw initiatief et cetera.

Lokaal mogen gemeenteraden natuurlijk besluiten om bovenop het landelijke subsidiebedrag extra geld beschikbaar te stellen. Als aanmoediging. Om een ontstaan idee vlot te trekken.

Volgens Rutger Bregman en andere kritische tijdgeestvolgers ontbreekt het in onze tijd aan dromers, én grootse ideeën. Velen zijn bang hun nek uit te steken. Leggen zich bij voorbaat neer bij dat er toch niets haalbaar kan zijn. Wordt het geen tijd dat de Nederlandse bibliotheeksector een groots visioen poneert: de bibliotheek is voor alle burgers. Gratis. Rutger Bregman had het in zijn inmiddels fameuze kerstartikel op 24 december 2015 over het zogenaamde Raam van Overton. Een kenmerk daarvan is dat wat ooit onhaalbaar - ja zelfs volstrekt verwerpelijk – leek, toch ooit door velen omarmd werd. Denk aan de afschaffing van slavernij, rechten voor vrouwen, homo’s en transgenders, Zwarte Piet, het basisinkomen, zelfrijdende auto’s en zelflerende systemen die veel werk overbodig zullen maken.
Er komt zelfs een tijd dat mensen zich niet meer kunnen voorstellen, noch heugen dat er ooit een tijd was dat er in Nederland betaald moest worden voor jouw lokale bibliotheek.

https://www.nobb.nl/oss/zoekresultaten/155-algem1/citaten/5176-citaat-318

Wim Keizer
19-6-2017 11:30
 
Goed idee, Hans, iets om mee te nemen in de "midterm review" van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, een wet die ik geen Bibliotheekwet zou willen noemen.

 

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie