HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Rapport-Gerritsen: vier irritaties
Wim Keizer
13-01-2017
Wat is een ‘bibliotheek’ zonder organisatie, zonder gebouw en zonder collectie?
Het antwoord van de Commissie Toekomst Lokaal Bibliotheekbestel, naar haar voorzitter Commissie-Gerritsen genoemd, is: een website met verwijzingen. Iemand zal die site in de lucht moeten houden. Maar daar is geen organisatie voor nodig, het kan ook door één flexibel inzetbare zzp’er gedaan worden.  
Rapport-Gerritsen: vier irritaties
Ik heb het woord bibliotheek tussen aanhalingstekens gezet, want het moet volgens de commissie niet meer gaan om bibliotheken (of andere organisaties), maar om functies, ofwel ‘van boekenbewaarplaats naar vitale schakel, van organisatie naar kernfuncties’ zoals titel en ondertitel van het door de commissie gemaakte rapport luiden.

Boeken worden niet bewaard
Ik heb het rapport (pdf) van kaft tot kaft gelezen en ik zal maar met de deur in huis vallen: het viel niet mee. Hoewel er best zinnige dingen in het rapport staan, zoals de aanbeveling door de Koninklijke Bibliotheek (KB) te laten controleren of gemeenten de wettelijke kernfuncties wel uitoefenen, heeft het geheel toch irritatie bij me opgewekt. 

Die irritatie ontstond in de eerste plaats al door het woord ‘boekenbewaarplaats’. Een openbare bibliotheek was en is geen boekenbewaarplaats, maar een instituut dat het lezen van boeken wil bevorderen, niet door ze te bewaren maar door ze actief aan te bieden en het lezen ervan op allerlei mogelijke manieren te promoten, waarbij verouderde boeken worden weggedaan en worden vervangen door nieuwe. Nergens in het rapport wordt iets positiefs gezegd over boeken. De verwaarlozing van het belang van boeken lezen, die soms zelfs ontaardt in regelrecht dedain, neemt toe en de geletterdheid neemt af. Dat laatste wordt als probleem gezien, ook door de commissie. Zou het niet zo kunnen zijn dat dit probleem rechtstreeks veroorzaakt wordt door de trendy verwaarlozing van het boek als belangrijk middel om de geletterdheid op te vijzelen? Het lijkt me niet onwaarschijnlijk. Volgens mij is in deze tijd van snel getwitter, wereldwijde geruchten, haastige conclusies, informatiebubbels, nepnieuws en complottheorieën het belang van boeken lezen groter dan ooit.

Deconstructie
In de tweede plaats raakte ik geïrriteerd door het uitgangspunt van de commissie de kernfuncties centraal te stellen en ze helemaal los te zien van een organisatie. Ik snap de gedachte erachter wel: die is dat er naast de bibliotheek ook andere organisaties zijn die in een gemeente kernfuncties kunnen uitoefenen, dat een gemeente niet meer verkokerd (afdelingen cultuur, welzijn, onderwijs) moet opereren, maar problemen integraal moet bekijken en dat het van de situatie afhangt welke kernfuncties kunnen bijdragen aan de oplossing van welke maatschappelijke problemen. Maar als je alleen maar naar losse functies kijkt zonder context en zonder ze na de toegepaste deconstructie opnieuw (anders) in elkaar te zetten, verwaarloos je toch het gegeven dat een bibliotheek (of welke andere organisatie dan ook) meer is dan de som der delen. Er is ook zoiets nodig als een bezield organisatorisch verband: een groep mensen die uit meer bestaat dan losse zzp’ers en vrijwilligers, mensen die elkaar dagelijks beïnvloeden en stimuleren om er samen het beste van te maken.
 
Plaatje rapport Gerritsen

Moeilijk te begrijpen scenario’s
Ik schreef dat het van de situatie afhangt wat er nodig is. Daar zit m’n derde irritatie. Om verschillende situaties te onderscheiden, die zich zelfs binnen één gemeente kunnen voordoen, komt de commissie met vier scenario’s. Maar hoezeer ik er ook m’n best voor doe, ik krijg ze niet helder voor ogen. Het kan zijn dat het ligt aan m’n gebrekkige voorstellingsvermogen, maar wat moet ik mij (pagina 13 Managementsamenvatting) voorstellen bij ‘1. Digitaal. Centraal-Regionaal’, ‘2. Digitaal. Fysiek in co-creatie’, ‘3. Publiek. Privaat & Sponsoring’. En ‘4.Centraal met vrijwilligers’. Deze aanduidingen komen verder niet terug, want in het hoofdstuk Toekomstscenario’s heten ze: Scenario 1: Gecentraliseerde overheid, lage betrokkenheid burgers, Scenario 2: Regisserende overheid, hoge betrokkenheid burgers, Scenario 3: Terughoudende overheid, hoge betrokkenheid burgers en Scenario 4: Terughoudende overheid, ad hoc samenwerking met burgers.
Op pagina’s 61/62 staat een XY-as die de scenario’s duidelijker maakt: de horizontale as gaat van lage participatiegraad (links) maar hoge participatiegraad (rechts) en de verticale as van grote rol overheid (boven) tot kleine rol overheid (onder). Hierdoor ontstaan dan vier velden met de vier scenario’s. Er zijn ook plaatjes van de scenario’s, maar ook die roepen bij mij geen verhelderende beelden op. Bijlage 2 beschrijft de vier scenario’s, maar daar staan dan in de voorafgaande plaatjes 1 naast 4 (pagina 121) en 2 naast 3 (pagina 122), in plaats van 1-4 op een rijtje, zoals in de beschrijvingen zelf.
Jammer is, en dat is meteen mijn vierde irritatie, dat de vormgever op pagina’s 61/62 scenario’s 3 en 4 verwisseld heeft, waardoor we een hoge betrokkenheid van burgers krijgen bij een lage participatiegraad en omgekeerd. De vormgever en de eindredactie hebben wel meer steken laten vallen. In de inhoudsopgave kreeg de Managementsamenvatting geen paginanummer en is het hoofdstuk ‘1 Inleiding’ niet in kleur, waardoor het lijkt alsof dit allemaal bij de Managementsamenvatting hoort.
In de tekst zelf ontbreekt dan weer bij hoofdstuk 2, 'De bibliotheek anno 2016', het hoofdstuknummer, waardoor het lijkt alsof deze tekst nog bij de Inleiding hoort.

KB-scenario’s duidelijker
Een paar jaar geleden kwam de KB al met vier scenario’s. Die vond ik een stuk duidelijker, ook qua beschrijving. Ik heb ze besproken in een gastblog op website Bibliofuture (zie onderaan WWW september 2016). De horizontale as ging van ‘Overheid trekt zich terug’ (links) naar ‘Overheid blijft investeren’ (rechts) en de verticale van ‘Private en publieke partijen bieden concurrerende alternatieven’ (boven) naar ‘Bibliotheek als uniek centrum voor informatie (monopolist)’ (onder). Daardoor ontstonden de vier scenario’s Sterfhuis (linksboven), Transformatie (rechtsboven), Evolutie (rechtsonder) en Integratie (linksonder). Het is jammer dat de commissie deze KB-benadering (pdf) niet tot uitgangspunt heeft genomen en verder heeft uitgewerkt.
Ik heb de indruk dat de commissie te veel onderwerpen en varianten in de vier scenario’s heeft willen stoppen en dat die varianten niet altijd direct te maken hebben met een grote of kleine rol van de overheid of een lage of hoge participatiegraad.

Vervaging
In de Managementsamenvatting staat verwoord wat de consequenties zijn van functies helemaal centraal stellen als gevolg van het bredere perspectief dat gemeenten kiezen, met meer taken en verantwoordelijkheden en minder geld: ‘Kernfuncties gaan zo een meer centrale plek innemen en meerdere partijen zullen (een deel van) de kernfuncties in de lokale omgeving invullen. Grenzen tussen branches zullen vervagen, omdat meer samenwerking ontstaat tussen bijvoorbeeld bibliotheken, welzijnsorganisaties en onderwijs. Er komen meer publieke en private (zowel bedrijven als burgers) aanbieders van kernfuncties. Het bibliotheekstelsel wordt dus een meer open stelsel met een grotere diversiteit van aanbieders.’
Tja, het kan waar zijn, maar waarom dan nog spreken over een ‘bibliotheekstelsel’ als alles vervaagt. Zoals vaker is betoogd, is de enige unieke functie van bibliotheken de uitleenfunctie van boeken, maar ja die is ‘klassiek’ en dus achterhaald, zo vindt ook de commissie.

Opdracht
Hoofdstuk 1, Inleiding, meldt dat de opdracht van de commissie was te onderzoeken: a. Hoe kunnen de kernfuncties lokaal waarde toevoegen en wat betekent dit voor gemeenten en lokale bibliotheken? En b. Wanneer is er op landelijk niveau sprake van een sterk stelsel en wat betekent dit voor lokale bibliotheekvoorzieningen? De commissie vertelt bijgedragen te hebben aan de Gezamenlijke Innovatieagenda, maar meer opgaven te hebben geïdentificeerd waaraan kernfuncties iets kunnen doen.

Focus
Hoofdstuk 2 beschrijft de bibliotheek anno 2016 en gaat in op de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob). De commissie zegt: ‘In bijna alle gemeenten voert de openbare bibliotheek de kernfuncties uit. Op een aantal plaatsen is dit uitbesteed aan andere (commerciële) aanbieders, die een beperkter aanbod hebben en meestal niet alle kernfuncties vervullen. Daartegenover staan lagere kosten voor de uitvoering.’
De commissie stelt vast dat bij de meeste bibliotheken de focus ligt op lezen en leren en in mindere mate op informeren. De kernfuncties kunst & cultuur en ontmoeting & debat verschillen per bibliotheek. Vaak hebben bibliotheken hierin wel een coördinerende of faciliterende taak, maar gebeurt de uitvoering door andere partijen, vooral in de sectoren welzijn, kunst & cultuur en onderwijs. Per functie geeft de commissie aan wat de bibliotheken doen met de functies en wat andere organisaties daar doen. De lijstjes zijn samen ongeveer even lang.
Met andere woorden: op veel terreinen kunnen andere organisaties hetzelfde als de bibliotheek en kun je als gemeente dus ook kiezen voor zo’n andere organisatie.

Stilte
Hoofdstuk 3 laat de trends en ontwikkelingen zien en de impact op de kernfuncties. Zes belangrijke trends op macroniveau zijn: toenemend belang kennissamenleving, toenemende flexibilisering van arbeid, publieke taak wordt steeds meer een publieke zaak (d.w.z.: van het publiek zelf), meer publieke taken naar gemeenten en minder taken naar provincies, veranderende bevolkingssamenstelling en doorzettende technologisering. Alle kernfuncties hebben volgens de commissie toegevoegde waarde voor de uitdagingen in de lokale omgeving, zij het in wisselende combinaties. De commissie geeft daar voorbeelden van, zoals: ‘Het aantal mensen met een burn-out en andere stress-gerelateerde aandoeningen neem toe. Oorzaken zijn onder meer baanonzekerheid, hoge werkdruk en altijd en overal bereikbaar en beschikbaar zijn. De kernfuncties “lezen” en “ontmoeting & debat” kunnen gezondheid en welzijn bevorderen door vormen van ontspanning en onthaasting te bieden (rust, stilte, vrijplaats om te denken).’
Stilte? Hoe vaak zijn bordjes ‘stilte’ niet op de hak genomen om een ‘klassiek’ beeld van de openbare bibliotheek te schetsen. Hier toont de commissie dus toch even waardering voor iets klassieks! De commissie vindt ook: ‘In een wereld waarin de hoeveelheid informatie explosief toeneemt, worden informatie filteren, selecteren en beoordelen op betrouwbaarheid, duiden en betekenis geven steeds belangrijker. De kernfunctie “informeren” kan daarin een belangrijke rol spelen.’
Ja, daar ben ik het mee eens, maar dit is primair de klassieke taak van de journalistiek (‘check and recheck’). De bibliotheek verleent voornamelijk diensten met bronnen van anderen. Vandaar discussies over auteurs- en leenrecht. Bibliotheken worden wel wettelijk geacht betrouwbaar te zijn en dienen dus te selecteren op en te verwijzen naar betrouwbare informatie.

Microniveau
Hoofdstuk 4 komt met de eerder al genoemde toekomstscenario’s. Het hart is de XY-as op pagina’s 61/62. Belangrijke thema’s op microniveau van gemeenten, waar kernfuncties een oplossing voor kunnen bieden, zijn: tegengaan tweedeling in samenleving, bevorderen van geletterdheid, integratie nieuwe Nederlanders, bijdragen aan positief innovatieklimaat, digitale innovatie, goed onderwijs en kunst & cultuur. Een schema op pagina’s 65/66 laat de opgaven zien en de mogelijke bijdragen van kernfuncties (ongeacht wie ze uitvoert). Overigens zijn dit allemaal onderwerpen waarover bij verkiezingen keuzes kunnen worden gemaakt, maar zoals altijd in dit soort a-politieke rapporten worden die keuzes niet benoemd.

Varianten
Hoofdstuk 5 geeft praktische handvatten voor invulling in de lokale omgeving, met uitwerking in voorbeeldmodellen voor stad en platteland. Ervan uitgaande dat het belang van collecties voor alle kernfuncties kleiner wordt (en dat de digitale collectie groter wordt en de fysieke kleiner) en dat het aantal locaties zal afnemen, heeft de commissie per thema een overzicht gemaakt met de varianten: geen collectie, digitale collectie en digitale plus fysieke collectie, gerelateerd aan: geen locatie, wel locatie en mogelijke extra inzet op de doelgroepen jeugd, ouderen en sociaal zwakkeren. De wat ik maar noem meest minimalistische variant besprak ik al in de aanhef: geen collectie en geen locatie. Die levert dan voor alle thema’s een verwijssite op. De maximale variant is uiteraard de combinatie van een locatie met digitale en fysieke collecties.
De commissie adviseert de KB om voorbeelden te laten zien of te ontwikkelen voor de manier waarop verantwoording wordt afgelegd over het succes van de inzet van kernfuncties op de maatschappelijke uitdagingen. Ook wil de commissie graag meer afspraken van het type overeenkomsten met het UWV en de Belastingdienst, zo mogelijk ook als voorbeelden van publiek-private samenwerking in de lokale omgeving.

Afnemend personeelsbestand
Hoofdstuk 5 gaat ook in op het personeel. De commissie meldt dat tot 2020 een derde van het personeelsbestand van bibliotheken met pensioen gaat en in de vijf jaar daarna nog eens bijna een kwart. De commissie noemt ook de daling van het personeelsbestand van 9060 in 2009 tot 6841 in 2014. Zie ook de CBS-cijfers.
Het spreekt vanzelf, gegeven de trends die de commissie ziet, dat nieuw personeel flexibel moet zijn. Nieuwe taken komen er op gebied van gastheerschap, didactiek en pedagogiek, cultureel ondernemerschap, lobby, fondsenwerving. ‘Medewerkers die van oudsher bibliothecaris zijn, worden deels ingezet als trainer of educatief professional.’ Ook vrijwilligers worden genoemd, maar daarvan zegt de commissie: ‘Op termijn zal er geen extra besparing ontstaan voor aanbieders van kernfuncties, omdat er al zo vaak vrijwilligers worden ingezet.’
Bij de uitwerking voor stad en platteland geldt dat het uitgangspunt voor lezen en leren volgens de commissie hoe langer hoe meer de digitale landelijke collectie zal zijn, zij het dat dit op het platteland langzamer zal gaan door de sterkere vergrijzing aldaar.

Rollen KB
Hoofdstuk 6 behandelt het landelijke netwerk en de benodigde ondersteuning. De commissie stelt vast dat de Wsob geen concrete indicatoren noemt om te bepalen hoe ernstig lacunes in het netwerk zijn. Ook is er geen kader voor de minimale invulling per kernfunctie. De commissie ziet twee rollen voor de KB: ten eerste de lokale invulling van kernfuncties ondersteunen door o.a. effectieve formules te ontwikkelen, goede ‘shared services’ te bieden en gemeenten te ondersteunen met goede voorbeelden en advisering. En ten tweede monitorend en sturend op te treden, ook via controle op gemeenten.
Ik vind dat een prima idee van de commissie, maar bij de aanbieding van het rapport op 14 december zagen we al dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niets voelt voor controle en dat ook de KB en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), de hang naar gemeentelijke autonomie kennende, er geen heil in zien.
Verderop in dit hoofdstuk vraagt de commissie ook nog van de KB de ontwikkeling van een landelijk kader voor opleiding en scholing te versnellen en om een analyse te maken van de digitalisering op de volgende vlakken: benodigde standaarden voor invulling kernfuncties, business case voor verdergaande shared services, passendheid van wetgeving in het digitale tijdperk en verdergaande digitale dienstverlening in de combinatie landelijk-lokaal.

POI’en dienstverlenend
De commissie is niet erg positief over de provinciale rol. Ik vermoed dat de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) niet blij zijn met het rapport. POI’en moeten vooral dienstverlenend zijn, de inhoud van de ondersteuning wordt met name bepaald door de lokale bibliotheken en gemeenten. De commissie vraagt zich af of innovaties en kennisuitwisseling altijd wel provinciale ondersteuning nodig hebben. Het zou mogelijk ook landelijk kunnen. En aangezien digitaal lezen toeneemt en fysiek lezen afneemt, moet het interbibliothecaire leenverkeer (IBL) op termijn opnieuw onder de loep worden genomen.

Beleefd-positief
VOB en KB wijdden beleefd-positieve opmerkingen aan het rapport (‘over veel onderdelen moet het gesprek verder worden aangegaan’), ook al is het daar, net als bij de POI’en, waarschijnlijk al in diepe lades verdwenen. We hebben tenslotte ook nog de veel vragen oproepende Innovatieagenda.
Waakt er nog iemand over het belang van de uitleenfunctie? Blijkens de reacties op 14 december is dat vooral OCW, want senior beleidsadviseur Aad van Tongeren noemde die functie de kern van het openbare bibliotheekwerk.

Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (3)

Rob Bruijnzeels
17-1-2017 08:44
Fraaie, harde en ware analyse Wim. En wat dat dedain over boeken betreft: misschien moet de commissie Gerritsen maar eens het interview lezen over de waarde van boeken en lezen dat President Obama afgelopen vrijdag gaf in de New York Times:  

And that’s why seeing my daughters now picking up books that I read 30 years ago or 40 years ago is gratifying, because I want them to have perspective — not for purposes of complacency, but rather to give them confidence that people with a sense of determination and courage and pluck can reshape things. It’s empowering for them.

https://www.nytimes.com/2017/01/16/books/transcript-president-obama-on-what-books-mean-to-him.html?_r=2


Wim Keizer
17-1-2017 10:07
Agnes Klitsie
21-1-2017 12:26
Mooi artikel Wim. Je moet nog heel lang aan de bak in het bibliotheekvak. Agnes

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie