HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Beelden, beeldvorming en werkelijkheid
Wim Keizer
14-07-2016
Waren we net met vijf convenanten hard op weg een ‘maatschappelijke bibliotheek’ te worden, komt die Paul Postma ons vertellen dat de kerntaak van de openbare bibliotheek het uitlenen van papieren en elektronische boeken is! Om daarmee het lezen te bevorderen! Hij staat nog steeds achter zijn in 2014 gedane uitspraak: ‘Praat daar niet met dedain over, dit is uw megafunctie. Organiseer het goed en efficiënt en doe andere dingen erbij, maar wees er trots op.’ En: ‘Als bibliotheek onderscheid je je niet met nieuwe taken op het gebied van digitaal belasting aangeven en dergelijke. Daar doen gemeenten, vakbonden en woningbouwcorporaties (als het gaat om huurtoeslag) ook al aan. Bedrijven als Mofibo komen ook niet op het idee zich op die terreinen te begeven. Het is heel belangrijk te sturen op je business, je zakelijke formule. Met het fysieke netwerk van bibliotheken en de digitale diensten van de KB, gekoppeld aan de Nationale Bibliotheekpas, ben je heel goed bezig. Je kunt al reserveren, er is interbibliothecair leenverkeer, er zijn e-books, samen heb je daarmee een heel mooi concept, waar je veel mee kunt doen. En het is allemaal leesbevordering. Je kunt ook lees-communities creëren met aanbevelingen op basis van leesgedrag; nu pakken Bol.com en Amazon dit op en die doen het commercieel.’ 
Beelden, beeldvorming en werkelijkheid
Hoewel ik niet hou van marketingjargon en ik altijd weer de neiging heb te kijken wat woorden als ‘business case’ (of businesscase) nu eigenlijk precies betekenen (zaakgeval?), vind ik de Businesscase voor de Nationale Bibliotheekpas (NBP) een interessant stuk. Het geeft een schets van de situatie van het bibliotheekwerk, vertelt bij verschillende diensten en onderwerpen wat wel en niet essentieel is om de kerntaak door middel van de NBP te versterken en komt ook met een waardebepaling per onderwerp (hoe groot de financiële of de maatschappelijke waarde is). Aan de hand van de uitkomst is een stappenplan gemaakt voor de invoering van de NBP en het hanteren van deze NBP als nationaal marketinginstrument.

Etiketten plakken
Moet de ‘klassieke uitleenbibliotheek’ zich omvormen tot een moderne ‘maatschappelijke bibliotheek’, het liefst natuurlijk ‘toekomstbestendig’? Als het aan creatieve handelaren in toekomstbestendigheid ligt natuurlijk wel. Maar dan moeten de VOB-leden misschien niet met Postma in zee gaan.
De grote vraag was en is echter of de tegenstellingen wel zo groot zijn als door etikettenplakkerij wordt gesuggereerd. Je kunt op z’n minst drie dingen van elkaar onderscheiden, namelijk de beelden van de bibliotheek zoals die leven in de hoofden van financiers en gebruikers, het imago zoals de bibliotheek het zelf graag zou willen zien en probeert uit te stralen en de werkelijke identiteit. Ik denk dat de optimale situatie pas bereikt is als deze drie samenvallen, maar in een tijd waarin de feiten er veel minder toe lijken te doen dan beeldvorming, schijnt het onvermijdelijk te zijn dat er discrepanties blijven zitten tussen deze drie. Maar was een bibliotheek er niet voor bedoeld om die gaten zo klein mogelijk te houden, in plaats van zelf voluit mee te doen aan vergroting van discrepanties?
Krijgen we een ‘participatiemaatschappij’? Dan ontstaan er participatiebibliotheken. Moeten we meer doen aan ‘persoonlijke ontwikkeling’, dan krijgen we een Ontwikkelhuis. Moeten gemeenten in het kader van de drie grote decentralisaties nieuwe ‘maatschappelijke taken’ uitvoeren? Dan komen er maatschappelijke bibliotheken. Het is heel begrijpelijk allemaal, de schoorsteen moet blijven roken en als wethouders zelf geen literatuur meer lezen en moderne bibliotheekmanagers geen liefde voor boeken en schrijvers hebben, maar wel een ‘bibliotheek’ (nou ja: een organisatie met die naam) in stand willen houden, gaan ze eensgezind andere dingen benadrukken. Maar voor wie (zoals ik) lezen van boeken een belangrijke persoonlijke en maatschappelijke activiteit vindt en dus meent dat ‘klassieke uitleenbibliotheek’ niet als scheldwoord moet worden gebruikt, is het verfrissend iemand als Postma te ontmoeten die uitlenen een heel modern concept noemt, die laat blijken veel kansen te zien voor leesbevordering (door middel van de NBP als marketingvehikel) en die de nieuwe ‘maatschappelijke taken’ toch een beetje marginaal gedoe durft te noemen.

Vijf officiële functies
Zoals ik zei, lijken de tegenstellingen door etikettenplakkerij (propaganda) wellicht groter dan ze zijn. Nu is dat met vijf officiële functies ook wel begrijpelijk. Bibliotheken zijn er volgens de Stelselwet om kennis en informatie ter beschikking te stellen, om mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie te bieden, om het lezen te bevorderen en mensen kennis te laten maken met literatuur, om ontmoeting en debat te organiseren en om mensen kennis te laten maken met kunst en cultuur. Voor een duidelijk beeld is vijf erg veel en biedt het ook heel veel mogelijkheden om, los van de werkelijke inzet van financiële en personele middelen, propaganda te bedrijven die, om bijvoorbeeld wethouders en gemeenteraadsleden te behagen, een andere beeld van de bibliotheek geeft dan feitelijk het geval is.
Maar als het goed zou zijn, kijken financierende overheden niet alleen naar de propaganda (het gewenste beeld), gaan ze ook niet uit van hun eigen vooroordelen (het imago in hun hoofd), maar kijken ze vooral naar de feitelijke inzet van middelen, zoals die kan blijken uit de verantwoording van de met de betrokken overheid overeengekomen prestatie-overeenkomst. Ik probeer de laatste tijd wat van die prestatie-overeenkomsten tussen bibliotheek en gemeente te pakken krijgen en dan valt mij een mix op, met een enorm verschil tussen vaag geformuleerde doelen (eigenlijk niet of nauwelijks meetbaar) en concrete doelen: vaak toch nog het aantal leden en het aantal uitleningen, maar ook het aantal bereikte scholen en het aantal ondernomen activiteiten (als lezingen, media-educatie, e.d.). Daar komt bij wat Bas Pool, deelnemer VOB-werkgroep Nieuw Rekeningschema en werkzaam bij Bibliotheek AanZet, op de VOB-site zei: ‘De wijze van financieren en de eisen die een gemeente (en met hen vaak de accountant) stelt aan de wijze van verantwoorden bepaalt gedeeltelijk de inrichting van de financiële administratie. Het probleem hierbij is dat gemeenten vaak ook niet precies kunnen aangeven wat ze bijvoorbeeld met output/outcome etc. bedoelen en dat er binnen basisbibliotheken vaak verschillende eisen vanuit verschillende gemeenten liggen.’

Verdeling middelen
We hebben vijf wettelijke functies, maar het lijkt erg onwaarschijnlijk dat bibliotheken hun middelen precies evenredig verdelen over die vijf functies (20% voor elke functie). In 2012 heeft de DSP-groep op verzoek van OCW nagegaan hoe het dan wel zit. Dit leidde tot het rapport Basismeting financiële structuur openbare bibliotheeksector, dat aan de Tweede Kamer werd aangeboden met een brief d.d. 27 maart 2012. De onderzoekers moesten vaststellen dat de inzet van de gelden moeilijk vast te stellen is. De vijf functies zijn vaag en ruim omschreven en overlappen elkaar ten dele. Literatuur is ook cultuur en zonder informatie geen kennis. Misschien wel ontmoeting en debat, maar de bibliotheek wil toch juist graag debatten op basis van kennis organiseren?
De DSP-groep heeft geprobeerd er achter te komen hoe het zit, niet door een landelijke enquête te houden (waar eerst wel aan gedacht was), maar door een kwalitatief onderzoek te verrichten onder zes basisbibliotheken van verschillende grootte. Deze bibliotheken hadden formats ingevuld met de kostentoerekening naar de functies. Dit leverde slechts 'indicatieve cijfers’ op. De gemiddelde uitslag van het jaar 2009 was: kennis en informatie: 33%, ontwikkeling en educatie: 11%, lezen en literatuur: 38%, ontmoeting en debat: 6% en kunst en cultuur: 5%. De overhead (d.w.z. bedrijfsvoering, innovatie en overige producten) besloeg 7%. Bij mijn weten heeft er nooit vervolgonderzoek plaatsgevonden om te kijken welke verschuivingen er sinds 2009 zijn opgetreden, maar misschien kan dat nieuwe VOB-rekeningschema er toe leiden dat er in de toekomst betere gegevens voorhanden zijn.

Dicht bij elkaar houden
Die feitelijke gegevens hebben natuurlijk alleen maar zin als ze in propaganda, marketing en promotie ook goed gebruikt worden en als ze vervolgens ook echt doordringen tot financiers en gebruikers.
Ik hoop dat beeldvorming, gewenst imago en werkelijkheid elkaar zo dicht mogelijk kunnen benaderen. Daar zijn we, vermoed ik, op den duur beter mee af dan elkaar als bibliotheken en overheden te bestoken met beelden die niet in de werkelijkheid geworteld zijn.
Ik was vorige week in ‘School 7’, de nieuwe bibliotheek van Den Helder. Een heel mooie, nieuwe bibliotheek (met een naam die inwoners meteen begrijpen; Den Helder nummerde vroeger de scholen), met ook Volksuniversiteit en Historische Vereniging erin. Een klassiek schoolgebouw uit 1903, waarvan de oude buitenmuren binnenmuren zijn geworden in de L-vormige nieuwbouw eromheen. Niet alleen klassieke uitleenbibliotheek, ook niet alleen maatschappelijke bibliotheek, niet alleen participatiebibliotheek, niet alleen ontwikkelbibliotheek, niet alleen ontmoetingsbibliotheek, maar gewoon een Openbare Bibliotheek om trots op te zijn.

Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie