HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Is de Stichting Leenrecht gek geworden?
Wim Keizer
17-03-2016
Is de Stichting Leenrecht gek geworden door te suggereren dat het werkelijke aantal uitleningen van bibliotheken substantieel hoger ligt dan de CBS-cijfers aangeven?
Is de Stichting Leenrecht gek geworden?
Met name kinderboekenschrijvers klagen over soms fors dalende leenrechtopbrengsten. Zij wijten dit ten dele aan het fenomeen ‘de Bibliotheek op school’ (dBos). Schoolbibliotheken waren en zijn voor hun eigen uitleningen vrijgesteld van leenrecht. Maar sinds dBos er is, kan er onderscheid gemaakt worden tussen uitleningen die onder verantwoordelijkheid van de school vallen (vrijgesteld van leenrecht) en uitleningen in het kader van dBos die onder verantwoordelijkheid van de bibliotheek vallen (waar een leenrechtvergoeding voor betaald moet worden).
Doordat er tevens bezuinigd wordt op het ‘klassieke bibliotheekwerk’, is de gedachte ontstaan dat uitleningen aan jeugdleden zich verplaatsen van bibliotheken naar scholen, in het kader van dBos. Waarbij het niet altijd meer duidelijk is onder wiens verantwoordelijkheid ze vallen. 

Reden voor de Stichting Leenrecht een marktverkenning (pdf) te laten uitvoeren. Waarin ook ingegaan wordt op verschijnselen als vrijwilligersbibliotheken, commerciële aanbieders, boekspots en minibibliotheekjes waarvan ook niet altijd helder is of de uitleningen worden geregistreerd en meetellen voor het leenrecht.

Extrapolaties
Zoals de naam al zegt, is het verhaal van de Stichting Leenrecht een ‘verkenning’ en geen echt onderzoek. Dat onbetaalde verlengingen niet meetellen voor het leenrecht wordt genoemd. Maar gebleken is dat veel gegevens, met name van uitleningen op scholen (of ze nu wel of niet meetellen voor het leenrecht), ontbreken of (nog) onbekend zijn. Daardoor zag de Stichting Leenrecht zich genoodzaakt in de marktverkenning aan extrapolatie en interpretatie van andere onderzoeksgegevens te doen. Maar of de uitkomsten echt kloppen is de vraag.

De discussie die kinderboekenschrijvers en de Stichting Leenrecht hebben aangezwengeld heeft er toe geleid dat het ministerie van OCW besloten heeft een onderzoek uit te voeren. De hoop is dat het in juni klaar kan zijn.

Enorm verschil
Eén vraag die mij nu al triggerde is of het aantal uitleningen via dBos 20 miljoen of een kleine 1,8 miljoen per jaar is (of ze nu wel of niet onder het leenrecht vallen). Die 20 miljoen staat genoemd in de marktverkenning (pagina 22). De kleine 1,8 miljoen komt voor in een voorbeeldrapportage najaar 2014 (pdf) van dBos (pag. 9/10). De verschillen zijn wel heel erg groot. Een mooie kluif voor de door OCW in te schakelen onderzoekers.

Ondertussen stelde ik aan de betrokkenen vragen over hun getallen. Uit de antwoorden bleken twee dingen al duidelijk: die 20 miljoen is een beredeneerde schatting op basis van rapporten met cijfers over het leesgedrag van Nederlanders en antwoorden op vragen over leengedrag. Maar klopt de interpretatie van die cijfers ook voor ‘bibliotheken op school’?
Wat al wel heel duidelijk werd, is dat die 1,8 miljoen (van 1001 scholen) helemaal niet klopt.

40 tot 50 uitleningen
Stichting Leenrecht meldde aan de 20 miljoen uitleningen gekomen te zijn door uit te gaan van 30% deelname van scholen aan dBos in 2013, wat neerkomt op 2000 tot 2500 scholen. Die zouden, gegeven een gemiddeld aantal leerlingen van circa 220, ongeveer 450.000 leerlingen hebben. Volgens door Leenrecht geraadpleegde onderzoeken van Gfk-Intomart en The Choice lenen kinderen gemiddeld per jaar 40 tot 50 boeken. 450.000 x 40 komt uit op 18 miljoen, 450.000 x 50 komt uit op 22,5 miljoen. Gemiddeld 20 miljoen. Ook uit ander onderzoek blijkt, zo zegt Leenrecht, dat de ‘ontlezing’ van met name boeken lang niet zo sterk is als de dalende uitleencijfers van het CBS aangeven. Die CBS-cijfers laten zien dat het totale aantal uitleningen in 1999 158 miljoen was en in 2014 78 miljoen. Een daling van 80 miljoen.
Voor boeken ging het om 144 miljoen in 1999 (waarvan 84 miljoen voor volwassenen en 60 miljoen voor de jeugd) en om 72 miljoen in 2014 (waarvan 37 miljoen voor volwassenen en 35 miljoen voor de jeugd). Een totale daling van ook 72 miljoen, waarvan 47 miljoen bij volwassenen en 25 miljoen bij de jeugd. Kan het kloppen dat het verlies van 25 miljoen bij de jeugd sinds het bestaan van dBos is gecompenseerd met 20 miljoen uitleningen op scholen (of deze nu wel of niet onder leenrecht vallen, maar waarvan een deel in de 35 miljoen CBS-uitleningen aan de jeugd zal zitten)? Het lijkt niet waarschijnlijk, maar onderzoek mag het uitwijzen, als het al mogelijk is er onderzoek naar te doen, want wat ook mij bleek is dat veel gegevens over dBos ontbreken.

1,8 miljoen klopt niet
Ik vroeg Adriaan Langendonk, programmacoördinator van Kunst van Lezen (waar dBos onder valt), of die 1,8 miljoen uitleningen op 1001 scholen wel kloppen. Hij antwoordde dat ze niet juist zijn. ‘Er waren over de meting 2014/2015 1.657.500 uitleningen op de 548 scholen die de uitleencijfers binnen de “Monitor de Bibliotheek op school” hebben ingevuld. Dat is een gemiddelde van 3025 uitleningen per school per jaar (van november tot november)’, zo zei Langendonk. Hij wilde nagaan hoe die 1,8 miljoen er in gekomen zijn.

14 uitleningen
Op de vraag of hij meer actueel inzicht kan geven, antwoordde Langendonk dat de enige betrouwbare cijfers die hij kan melden afkomstig zijn van bibliotheken die de ‘Monitor de Bibliotheek op school’ invullen. En dan nog specifiek als er een leesconsulent is die de geregistreerde uitleningen vermeldt. Hij zei dat momenteel (per 1 maart 2016) 2870 scholen meedoen aan de Bibliotheek op school. Dat is 43,8% van het totaal aantal reguliere basisscholen dat eind 2014 in Nederland gevestigd is (6549).
Langendonk meldde verder dat hij op 14 uitleningen per leerling per jaar uitkomt (bij een gemiddeld leerlingenaantal van 222 per school).
De voorlopige cijfers komen van 1300 scholen die meededen aan de Monitor, waarvan er slechts van 800 uitleencijfers zijn ingevuld. Langendonk wist nog niet waarom het voor de andere 500 niet gedaan is. Hij wist ook nog niet of de cijfers van de 800 scholen die wel uitleningen vermelden schattingen zijn of via een uitleensysteem geregistreerd worden. Hem zijn nu geen andere cijfers bekend dan van de 800 scholen ‘die leesmotivatie hoog in het vaandel hebben staan’.

Van 1,8 miljoen naar 8,9 miljoen
Oké, dus 14 uitleningen per leerling per jaar (en geen 40 tot 50). Van 800 scholen, met gemiddeld 222 leerlingen, is bekend dat ze uitleencijfers invullen. Dan kom ik voor die 800 scholen op 800 x 222 x 14 = 2,48 miljoen uitleningen.
Voor 1300 scholen, waarvoor de Monitor wordt ingevuld, hoewel het van 500 daarvan (die geen uitleencijfers hebben) niet zeker is of ze de leesmotivatie net zo hoog in hun vaandel hebben staan als de genoemde 800, kom ik dan op 1300 x 222 x 14 = 4 miljoen.
Stel even dat die 14 geldt voor alle scholen die meedoen aan dBos, dan is het 2870 x 222 x 14 = 8,9 miljoen. Toch al een heel ander getal dan 1,8 miljoen, hoewel nog geen 20 miljoen. In die orde van grootte kom je pas als je alle basisscholen telt en er vanuit zou gaan dat ook bij alle niet-dBos-scholen 14 boeken per leerling per jaar worden uitgeleend: 6549 x 222 x 14 = 20,3 miljoen.

Ik wens de onderzoekers succes, niet alleen om te bepalen hoeveel uitleningen er op scholen plaatsvinden, maar ook nog eens om daarbinnen het onderscheid te maken tussen wel en niet leenrechtplichtig. In elk geval één bibliotheekdirecteur, Frans Bergfeld van Bibliotheek Waterland, vertelde daar op dit moment voor zijn werkgebied geen zicht op te hebben (zie mijn artikel van 10 maart).

Karmac: niet-commerciële activiteiten
Wat die andere nieuwe vormen van bibliotheekwerk betreft, bleek dat Karmac gewoon leenrecht betaalt. Leuk is wel dat Karmac qua bibliotheekwerk, in relatie tot leenrecht, wordt gezien als ‘een commerciële partij die niet-commerciële activiteiten uitvoert’, zoals Arjen Polman van de Stichting Leenrecht mij meldde. Het boekje Het Kwartje van Nuis (pdf), dat de Stichting Leenrecht liet verschijnen over de geschiedenis van het leenrecht, zegt (pagina 90) dat commerciële bibliotheken voorlopig een leenrechtvergoeding betalen, als ze ‘uitlenen in de zin der wet, dus zonder economisch voordeel en in openbare toegankelijkheid’. Dat is hier dus blijkbaar het geval. Al eerder schreef ik over de soorten ondernemingen die we erbij gekregen hebben, sinds ‘ondernemerschap’ ook in de gesubsidieerde sector ‘in’ is geraakt: culturele ondernemingen, maatschappelijke ondernemingen, sociale ondernemingen en maatschappelijk verantwoord ondernemende ondernemingen, naast de boosdoeners: de alleen op winst beluste ondernemingen.

Overige vormen
Wat de overige nieuwe verschijningsvormen van bibliotheekwerk betreft, denk ik dat de uitleningen gewoon aan de Stichting Leenrecht worden doorgegeven als de uitvoering in handen is van een openbare bibliotheekorganisatie die tot ‘het stelsel’ behoort. In de andere gevallen, die nu, zo vermoed ik, nog vrij marginaal zijn, zal dat niet het geval zijn. Het officiële bibliotheekwerk doet er mijns inziens verstandig aan geen mengvormen te laten ontstaan.

Wim Keizer

N.B.: zie ook het interview met Rian Visser, waarin zij o.a. ook reageert op een opinieartikel van Chris Wiersma (pdf).


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (8)

Hans van Duijnhoven
21-3-2016 10:40
Zou er eindelijk eens iemand op 'het' ministerie kunnen opstaan en de portemnonnee trekken. Schaf in één grote operatie al het tel-gedoe af (Stichting leenrecht) én geef de auteurs zeg twintig miljoen. Mogen ze onder elkaar verdelen. En de uitgevers krijgen er een deel van, maar zeker niet de hoofdmoot. Jaarlijks worden de uitleencijfers van enkele bibliotheek geanalyseerd en op basis daarvan wordt naar rato geld overgemaakt aan schrijver A, B en C. Het geld dat we dan nóg overhouden wordt door het ministerie gebruikt om een ferme impuls te geven aan leesbevordering. Practise what you preach! Stop met geld verspillen aan overhead en gebruik het voor concrete projecten, die her en der in den lande worden georganiseerd. Past ook mooi in de nieuwe 'trend': top-down is uit; bottom-up is in.
Wim Keizer
22-3-2016 11:28
Mee eens, Hans, een jaarlijks terugkerende afkoop is een optie (waar al vaker om gevraagd is). Ik wijs daar ook op in m’n column Uitsmijter in het komende nummer 3 van Bibliotheekblad.

In het slot van “Het kwartje van Nuis” (http://www.cedar.nl/uploads/2/Leenrecht/lrBWkwartjenuis0915-digitaal.pdf) komt Arre Fockema Andreae, voorzitter van de Stichting Leenrecht tussen 2007 en 2013, met een andere optie. Hij zegt: “Een stelling die ik in de loop der jaren heb verdedigd is: ik hoop dat het leenrecht kan worden afgeschaft. Het leenrecht is ervoor om de maker een redelijke vergoeding te geven voor het gebruik van zijn werk. Waarom moeten we zo ingewikkeld doen met computers en allerlei opgaven, tellen, reparteren, dan weer 3 procent inhouden, enzovoort, om uiteindelijk de auteur drie tientjes te betalen. Waarom kunnen we niet, zoals de hele digitale wereld werkt, een systeem hebben waarbij als een object wordt uitgeleend de uitlener dit automatisch meldt en de maker automatisch 0,6 cent krijgt of weet ik hoeveel. En aan het eind van het jaar maakt ie zijn sommetje – net als bij de OV-chipkaart. Dat zou mijn droom zijn.”
Frank Huysmans
22-3-2016 17:51
Ik ben geen expert in dit soort zaken, maar afgaande op de tekst van de EU-richtlijn uit 2006 zijn andere oplossingen voor compensatie aan rechthebbenden dan het leenrechtsysteem mogelijk. Daarvoor zou dan wel onze Auteurswet moeten worden aangepast.
Agnes Klitsie
29-3-2016 17:00
 Je bent nog de enige blogger!! Agnes Klitsie
Wim Keizer
30-3-2016 11:20
@Frank, zou je die tekst van de EU-richtlijn 2006 even kunnen citeren (of er een linkje naar leggen)?
Binnen de twee opties die ik noem (jaarlijkse afkoop door OCW of verregaande automatisering conform OCV-chipkaart, genoemd door Fockema Andreae) kun je ook school- en universiteitsbibliotheken eventueel meenemen, maar dat vereist dan aanpassing van artikel 15c lid 2 van de Auteurswet (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001886/2015-07-01) dat thans luidt: “Instellingen van onderwijs en instellingen van onderzoek en de aan die instellingen verbonden bibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek zijn vrijgesteld van de betaling van een vergoeding voor uitlenen als bedoeld in het eerste lid.”
Een andere optie die bij de VvL-bijeenkomst op 5 februari genoemd werd is: helemaal geen leenrecht meer, maar papieren boeken net zo behandelen als e-books (dus uitsluitend uitleningen met toestemming van de rechthebbenden – veelal uitgevers -, die daarvoor betaald krijgen). Daar zijn uitgevers voor, maar schrijvers en illustratoren tegen, zoals ook blijkt uit “Het kwartje van Nuis”, want de laatste twee categorieën verwachten meer inkomsten uit leenrecht dan wanneer het (zoals nu bij de e-books) via de uitgevers loopt.

@Agnes, de redactie zoekt nieuw gastblog-talent.
Wim Keizer
30-3-2016 11:25
Correcties: OCV-chipkaart = OV-chipkaart.

En: Uitgevers zijn voor handhaving van de huidige situatie rond uitlenen van e-books. Niet om papieren boeken ook op die manier te regelen.
Lourense Das
4-4-2016 11:02
Het probleem zit 'm toch vooral in het sluiten van bibliotheekfilialen en in plaats daarvan openen van schoolbibliotheken? Daardoor lopen auteurs nu leenrechtinkomsten mis. Wat mij betreft moet het Min van OC&W de leenrechtvergoeding 'afkopen' door op basis van de leesmonitor (jaarlijkse cijfers) de auteurs een redelijke vergoeding te betalen. Het gaat hier om een landelijk project, ondersteund door datzelfde ministerie. Misschien moet de auteurswet daar inderdaad voor worden aangepast, maar auteurs mogen niet de dupe worden van nationaal bibliotheekbeleid.
Tim Hinterding
6-4-2016 16:26
krreg eergisteren een mail van stichting Leenrecht, naar aanleiding van een tweet van eervorig jaar.
ik liet mij daar kritisch uit over de uitvoering van het leenrecht voor kunstenaars en dat die gelden vooral naar de ambtenaren gaan en niet naar kunstenaars.

helemaal eens dat de leengelden beter meteen naar de rechthebbenden kunnen gaan.
de overheadkosten voor deze werkverschaffingsregeling kunnen ook beter gaan naar de harde werkers die nog niet zoveel uitgeleend worden.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie