HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Essaybundel ‘Bibliotheek 7.7’ in vijftien korte gastblogs
Wim Keizer
22-08-2014
Bij het afscheid van Hans van Velzen verscheen 7-7-’14 de essaybundel Bibliotheek 7.7 (pdf). Iedereen die door gelegenheidsredacteur Rob Pronk (namens Vereniging van Openbare Bibliotheken, Sectorinstituut Openbare Bibliotheken, Bibliotheek.nl en NBD Biblion) gevraagd werd, kreeg een thema mee. Het is erg verleidelijk uit het caleidoscopische boek te citeren en ik dacht: laat ik dat maar doen in m’n gastblog. Dit keer dus niet één gastblog, maar vijftien korte, over zeer verschillende aspecten van het openbare bibliotheekwerk. Ik beschrijf per persoon (op alfabet) wat me het meeste opviel.
Essaybundel ‘Bibliotheek 7.7’  in vijftien korte gastblogs
Leesbevordering loont
Gerlien van Dalen, directeur van de Stichting Lezen, heeft het, hoe kan het ook anders, over het belang van lezen. ‘Leesbevordering loont, en daarvoor moet de komende jaren – alle bezuinigingen het hoofd biedend – zowel nationaal, provinciaal als lokaal ook in het bibliotheekwerk onverkort gekozen worden.’
De Stichting Lezen wil concreet de volgende zaken realiseren:
  • Een convenant tussen VNG, IPO en OCW over leesbevordering.
  • Positionering van leesbevordering op de beleidsagenda en in de begrotingen van Cultuur én Onderwijs – landelijk, provinciaal, gemeentelijk en bij schoolbesturen.
  • Leesbevordering als structureel onderdeel van de kerndoelen van het onderwijs en het inspectiekader van de Onderwijsinspectie.
  • Jeugdliteratuur en leesbevordering als substantieel onderdeel van de kennisbasis voor de Pabo en in de opleidingen voor pedagogische medewerkers en onderwijsassistenten.
  • Kwalitatieve leesbevordering als onderdeel van de certificeringsnormen voor bibliotheken.
Nieuwe kansen voor samenwerking?
Henk Das, directeur van NBD Biblion, kreeg het thema ‘samenwerking’ mee. Vijfenveertig jaar geleden kwam de stichting Nederlandse Bibliotheekdienst (NBD) tot stand, op basis van het idee dat het ongelooflijk veel voordeel voor de bibliotheekbranche zou kunnen opleveren als boeken op één plaats gekocht en verwerkt konden worden. ‘Alleen al een organisatie als NBD Biblion bespaart de bibliotheekbranche jaarlijks miljoenen en ik heb wel eens plagerig opgemerkt dat NBD Biblion als een van de weinig geslaagde, duurzame bovenlokale samenwerkingsprojecten kan worden gekarakteriseerd’, aldus Das.
Hij is niet zo tevreden over de ontwikkelingen sinds het creëren van het SIOB en Bibliotheek.nl in 2009 en de omvorming van de VOB. Das: ‘Bij het tot stand brengen van samenwerking in de branche lag mijns inziens de focus niet langer primair op het verenigen van openbare bibliotheken, maar op het verenigen qua doelstellingen en afstemming van de drie nieuw ontstane entiteiten. Uiteraard was te verwachten dat de Vereniging, die 30 miljoen overheidssubsidie verloor, zich sterk zou richten op deze nieuwe organisaties waar haar geld beland was, maar dat men hier zo lang in gevangen bleef, heeft mij verwonderd. Samenwerking met SIOB en BNL had duidelijk de prioriteit. Het naar mijn mening kritiekloos volgen van de agenda van OCW daar waar het de ambities voor een landelijke digitale bibliotheek betrof, met als dieptepunt het afromen van de lokale gemeentelijke bibliotheekbudgetten ten behoeve van dit nationale streven, heeft binnen en buiten de branche tot veel verwarring geleid.’
Das wijst op een wethouder die alvast het bibliotheekgebouw ging sluiten in afwachting van alle digitale oplossingen uit Den Haag. ‘Verder is mij de uitspraak van een van onze collega’s in NRC bijgebleven die beweerde dat als zij ooit nog een bibliotheek zou beginnen, er geen boeken in zouden komen. Een slagerij zonder worst als het ware. Het zijn ontwikkelingen en uitspraken die de samenwerking in de branche niet bevorderd hebben.’ Das zegt verder: ‘Schaf vandaag de uitleenfunctie af en het wordt morgen akelig stil in de meeste bibliotheken.’
Nog een dieptepunt noemt Das het streven van een aantal bibliotheken een formulebureau op te richten, met een directeur en een secretaresse en het verlangen toptitels alleen via het formulebureau te leveren. ‘Uiteraard heeft NBD Biblion dit geweigerd. NBD Biblion is er voor alle bibliotheken.’
Ook de oprichting van BNL noemt Das geen gelukkige beslissing. ‘Van meet af aan is door NBD Biblion aangegeven dat innovatie beter tot zijn recht zou kunnen komen in een exploitatieve omgeving. Innovatie zou dan tot stand komen onder marktcondities en naar mijn inschatting goedkoper kunnen worden gerealiseerd.’
Nu SIOB en BNL worden opgenomen in de Koninklijke Bibliotheek (KB), hoopt Das op nieuwe kansen voor samenwerking, waarbij volgens hem de basis de bevordering van het leesplezier op lokaal niveau is (want verreweg het meeste subsidiegeld komt van de gemeenten).

Kwaliteit managers en medewerkers
Volgens Tineke van Ham, bestuurder van de Rijnbrink Groep, moeten we (managers en medewerkers) lef tonen en willen leren, iedere dag weer. Haar thema was de kwaliteit van managers en medewerkers. Van Ham heeft uit gesprekken, ook buiten de bibliotheekbranche, geleerd dat de toekomst ongewis is, dat ieder signaal uit de buitenwereld van belang kan zijn, dat het de kunst is met een voortdurende toestand van onzekerheid om te gaan en dat het nodig is de medewerkers hierin mee te nemen. Ze is ermee gestopt voorspellingen te doen die verder gaan dan twee jaar. ‘Het is van belang de omstandigheden te duiden om op tijd de bakens te verzetten en de koers aan te passen om de continuïteit van de organisatie te waarborgen.’
Van Ham laat echter blijken dat die zogenaamde ‘continuïteit’ gepaard kan gaan met forse inkrimping van het personeelsbestand, want ze stelt vast met Rijnbrink al vier jaar in een continu proces van verandering te zitten en heeft niet de verwachting dat het ooit nog anders wordt. Ze noemt als voorbeeld een organisatie die van 90 naar 17 medewerkers moest inkrimpen om te kunnen blijven bestaan (‘minder in aantal, maar beter in kwaliteit’). Haar aanbevelingen voor het management van bibliotheken: bied ruimte voor experimenten, ontwikkel in co-creatie met klanten en externe partners, daag medewerkers uit hun blik naar buiten te richten. Ze raadt managers aan een positieve mindset voor medewerkers te scheppen en te zorgen dat er voldoende energie in de organisatie blijft.

Maatschappelijke waarde
Frank Huysmans, bureau WareKennis en bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, schrijft over de maatschappelijke waarde van de openbare bibliotheek. ‘Wordt ons belastinggeld wel goed besteed? Is er, zoals de Amerikanen het prozaïsch uitdrukken, wel voldoende bang for the buck?
Huysmans laat zien dat die eenvoudige vraag niet makkelijk te beantwoorden is. Hij noemt een aantal instrumenten om tot kwantificering te komen, maar vindt het hele landschap nogal onoverzichtelijk. ‘Een landelijke, of liever nog internationale standaard zou de voorkeur moeten hebben boven een lokale. Ook zou een wetenschappelijk gevalideerd meetinstrument te verkiezen zijn boven instrumenten die een dergelijke toets niet hebben doorstaan.’ Hij meldt dat het SIOB is gestart zo’n instrument te ontwikkelen. Op vijf gebieden worden er ‘outcomes’ verwacht: educatief, sociaal, cultureel, economisch en affectief. ‘Hoewel al veel voorwerk is verricht, staan we pas aan het begin van het ontwikkelen en valideren van het instrumentarium dat deze vijf domeinen afdekt’, zegt Huysmans.

Waarden van de bibliotheek
‘De merkwaardige paradox doet zich voor dat publieke instellingen, bibliotheken bij uitstek, zich steeds meer zijn gaan spiegelen aan het bedrijfsleven’, vindt Marian Koren, secretaris/directeur van FOBID (Netherlands Library Forum), in haar bijdrage ‘Over waarden van de bibliotheek’.
Zij kijkt naar waarden vanuit de overheid (wetgeving), het bibliotheekveld (zelfregulering van bibliotheken en een beroepscode van professionals) en vanuit de gebruiker (met speciale aandacht voor kinderen). Bij de laatste stelt ze vast dat Nederland internationaal een uitzondering vormt door zich niet te houden aan het Unesco-principe van vrije toegang en kosteloze dienstverlening, ook niet overal voor de jeugd. Ze stelt vast dat de Stelselwet niet is aangegrepen om daar verbetering in aan te brengen, terwijl aangetoond is dat contributie vragen aan jongeren leidt tot behoorlijk minder bibliotheekgebruik. Koren: ‘Een gegeven is ook dat zich op het terrein van het lezen dramatische ontwikkelingen voltrekken; degenen van wie een voorbeeld zou moeten uitgaan lezen zelf niet of nauwelijks: ouders, leraren, politici. Voorlezen gebeurt nog wel aan jonge kinderen, maar houdt als ze naar school gaan vrij snel op, terwijl de positieve werking ervan voor de latere leeservaring bekend is.’ Ze wijst erop dat Hans van Velzen altijd de barricaden is opgegaan voor contributievrijdom voor de jeugd.

Innovatie en fouten
Diederik van Leeuwen, directeur van Bibliotheek.nl, meldt dat hij goed is in fouten maken. ‘Daarom ben ik ook zo geschikt als innovatiemanager: je moet durven fouten te maken, anders beweeg je niet. In het publieke domein is dat vloeken in de kerk, want alle gesubsidieerde euro’s moeten verantwoord worden en met een verslag vol “fouten” word je het volgende jaar “beloond” met een lagere bijdrage.’
Van Leeuwen weet dat BNL in 2021 niet meer bestaat. In plaats van de bijna 200 miljoen raadplegingen uit landelijke databases van ‘de bibliotheek’ in 2014 voorziet hij er meer dan een miljard in 2021.

Gezond cultureel klimaat
‘Een integrale aanpak van diverse cultuurdisciplines leidt al met al tot een rijker, dynamischer en duurzamer cultureel klimaat in een stad. We zijn er nog niet in Leiden, maar de integrale aanpak heeft de toekomst. En dat gaat verder dan zeven jaar vooruit.’ Aldus Willem van Moort, voorzitter van de Raad van Bestuur van BplusC in Leiden.
BplusC verenigt een openbare bibliotheek (in Leiden en Leiderdorp), een regionale muziekschool (in Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar) en een volksuniversiteit (voor de regio) in zich. Van Moort ziet BplusC als een broedplaats van lezingen, ontmoetingen, educatie en mediawijsheid. ‘De grenzen kunnen wat mij betreft niet ver genoeg opgerekt worden om de effectiviteit van ons aanbod te vergroten.’ Wat hij nog mist is een gezamenlijk onderkomen, want BplusC zit nu verspreid over vijf panden.
Naast vragen van subsidies aan de gemeenten voor de basisvoorzieningen (zoals de bibliotheek voor de bestrijding van laaggeletterdheid) vaart Van Moort ook een commerciële koers, waarbij hij als voorbeeld een commerciële dansafdeling noemt, die met zevenhonderd leerlingen uitstekend draait.

Belang boeken onderbelicht
Dat het morgen akelig stil wordt in de bibliotheek als we vandaag de uitleenfunctie afschaffen (uitspraak Henk Das) vindt ook Eppo van Nispen tot Sevenaer, directeur CPNB. Hij zegt het iets anders: ‘Een zevenstappenplan voor de bibliotheek waar boeken geen deel van uitmaken is een korte route naar het eind. Dat gaat de bibliotheek in zeven jaar vanaf nu nooit redden. Boeken zijn en blijven misschien wel het belangrijkste onderdeel van de bibliotheek. Ze geven je legitimiteit en ruimte om er van alles omheen te organiseren.’
En ook: ‘Een gebezigde uitspraak in het veld is dat het niet meer om het uitlenen van boeken gaat. Nee, de bibliotheek moet een laagdrempelig eigentijds verbindingscentrum zijn, waarbij de uitleen, lees het boek, slechts een beperkt deel uitmaakt van die service. Dat lijkt helemaal niet zo gek bedacht maar het zijn juist die boeken die de meeste verbindingen leggen. Een boek is nog steeds een goede zaak.’
Van Nispen zegt dat er weliswaar minder boeken worden verkocht en uitgeleend, maar dat in 2013 het marktaandeel in omzet van het boek juist gegroeid is ten opzichte van de directe vrijetijdsconcurrenten. Hij schat dat in 2021 nog 85% van het boek fysiek zal zijn.
Van Nispen noemt zeven technologische trends met als laatste: alles is verbonden. Daar zou de bibliotheek zich volgens hem het meest senang bij moeten voelen, want dat verbinden gebeurt nu al. ‘Ieder gebruik van museum of publieke instelling verbleekt bij de gebruikscijfers van de bibliotheek’, vindt Van Nispen.

Bouwstenen bibliotheekvisie
‘Voor politiek, maar evenzeer voor het management van maatschappelijke organisaties, is een toekomstvisie onontbeerlijk. En daarmee bedoel ik niet een blauwdruk of een meerjarenprogramma zoals in de Sovjet-planeconomie. Het gaat om een vergezicht als inspiratiebron, maar ook als richtsnoer voor plannen, investeringen, keuzes. En een uiterst nuttig kader voor alledaagse beslissingen over “problemen”.’
Bas Savenije, directeur van de KB, gelooft niet dat alle problemen oplosbaar zijn en hij stelt voor om niet-oplosbare problemen dan ook geen ‘problemen’ te noemen, maar als tragiek trachten te accepteren. Dit in navolging van Paul Frissen, die zei: ‘De grenzen van de maakbaarheid (moeten) eerder als tragiek dan als tekortschietende kennis en kunde (…) worden opgevat.’
Savenije geeft geen toekomstvisie over de volle breedte, maar benoemt een paar accenten die aanknopingspunten bieden voor een debat hierover.
Hij stelt vast dat het woord ‘bibliotheek’ drie betekenissen heeft, namelijk het gebouw (‘ik ga naar de bibliotheek’), de organisatie (‘de bibliotheek heeft 100 medewerkers’) en de functie (‘heeft de bibliotheek nog wel een toekomst nu iedereen zijn informatie toch via Google zoekt?’). Hij pleit ervoor in een toekomstvisie de functie en de vormen van dienstverlening centraal te stellen. De locatie is dan eerder een onderdeel van die diensten dan een eigenstandige identiteit.
Verder bepleit hij uit te gaan van de kernwaarden betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit, omdat die kernfunctie niet door de markt kan worden overgenomen. Aspecten van dienstverlening kunnen volgens hem wel aan commerciële organisaties worden uitbesteed, maar niet de essentie. Zo is Google niet onafhankelijk en dus niet volledig betrouwbaar.
Als derde wil hij meer overkoepelende samenwerking van bibliotheektypen, leidend tot zoveel mogelijk gezamenlijke elementen in de infrastructuur. Hij wijst op een onderzoek van de KB waaruit blijkt dat 13% van de mensen die niet werkzaam zijn of studeren aan een universiteit belangstelling heeft voor het lezen van wetenschappelijke artikelen. Dit vraagt volgens Savenije om samenwerking tussen universiteiten en openbare bibliotheken, in het afsluiten van licenties en in het streven naar Open Access voor wetenschappelijke informatie.
De ‘nationale digitale bibliotheek’ kan volgens hem als onafhankelijke dienstverlener een nuttige rol vervullen in het voor iedereen toegankelijk maken van betrouwbare informatie, ook voor mensen met weinig geld en ook met betrekking tot fysieke informatie.

Bibliotheekwerk in zeven p’s
Björn Stenvers, kwartiermaker van Amsterdam Heritage & OAM/SAM, gaat na waar het bibliotheekwerk over zeven jaar in zeven p’s staat: personeel, product, presentatie, promotie, prijs, plaats en politiek en schetst daar vergezichten bij. Slotconclusie: ‘Gegeven de marktomstandigheden (toenemende macht van het bedrijfsleven, toename van spanning bij het gebruik van de openbare ruimte, een monotone economie en een terugtrekkende overheid) is de bibliotheek een rots in de branding. Politiek en burger vinden beide dat je aan de bibliotheek niet mag knabbelen. En dan is het goed, om, net als Hans van Velzen, het beste jongetje van de klas te blijven en in 2021 ook aan bibliotheken te blijven bouwen zoals De Keyser vierhonderd jaar geleden deed.’ Stenvers begint zijn bijdrage met Hendrick de Keyser (1565-1621), die in zijn tijd diverse bibliotheken bouwde voor particulieren en instellingen, bedoeld als rustruimten, voor overdenking, discours en inspiratie.

Leenrecht en e-books
‘Over zeven jaar, in 2021, mogen bibliotheken zeker e-books uitlenen. Hetzij omdat de rechter heeft bepaald dat dat onder het wettelijke uitleenregime valt, hetzij omdat de Europese wetgever de regels heeft aangepast met hetzelfde resultaat, hetzij – de minst waarschijnlijke variant -, omdat alle uitgevers en auteurs het licht hebben gezien en er vrijwillig tegen redelijke voorwaarden toestemming voor geven.’
Uitspraak van Dirk Visser, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht en advocaat. Hij begint met de LiteRom, door Gerrit Komrij in 1993 ‘de grootste literaire diefstal van de eeuw’ genoemd. De LiteRom was een cd-rom met ongeveer 43.000 literaire recensies. ‘Nu staan er 115 miljoen hele boeken in digitale vorm illegaal op e-readers van individuele Nederlanders (…). Deze eeuw heeft nog 85 jaar te gaan, maar het is nu al mogelijk om te voorspellen dat de grootste literaire diefstal van deze eeuw wordt gepleegd door Google en door individuele eindgebruikers’, zegt Visser. Hij vindt bibliotheken bij uitstek geschikt om gebruikers te verleiden tot legaal gebruik van e-books.

Verbazing
Architect Aat Vos heeft zich de afgelopen tijd verbaasd over de heftige reacties op de bibliotheken van Karmac. Hij vindt: ‘Commerciële bibliotheken zijn een teken aan de wand van de transitie van het bestel als geheel. Een onomkeerbaar proces. En dat kun je naar mijn mening altijd maar beter “joinen” dan “beaten”.’
Vos ziet veel kansen als kennis, kunde, ervaring, maatschappelijke betrokkenheid en culturele componenten van het huidige bibliotheekbestel samenwerkingen initiëren met commerciële partijen. Vos: ‘Het lijkt me sterk dat het huidige stelsel van VOB, KB, SIOB, Bibliotheek.nl (ja, ik ken de toekomstplannen), de vele PSO’s en gefuseerde bibliotheken thans op de meest kostenefficiënte wijze opereert.’
Vos maakt zich, net als Henk Das, kwaad over ‘het formulebureau’: een met belastinggeld ontwikkelde formule wordt volgens hem uitgebaat door bepaalde bibliotheken of PSO’s. Hij vindt dat de kennis, de merken en de modellen publiek bezit moeten worden.

Spreiding onder druk
Chris Wiersma, directeur denieuwebibliotheek (Almere), schrijft over spreiding. Hij is er zeker van dat heel veel van de filialen, zoals we die nu kennen, in 2021 zullen zijn verdwenen. ‘De Karmac-bibliotheken en vergelijkbare bibliotheken hebben de aftocht moeten blazen: er is geen toekomst voor bibliotheken die niets anders doen dan uitlenen. Andere (de meeste) zijn opgegaan in scholen en buurthuizen, of getransformeerd tot aantrekkelijke wijk- of stadsdeelvoorzieningen, stand alone, of in cultuurhuizen. Ze hebben een veelzijdige dienstverlening, zijn veel open en vooral: maken een vitaal onderdeel uit van wijk, dorp en stad. Ze binden talent en energie in hun omgeving aan zich in de personen van bevlogen vrijwilligers. De bibliotheken zijn van de burgers. Ze brengen informatie en cultuur dichtbij’, aldus Wiersma, die rondkeek in Leeszaal Rotterdam West en daar onder de indruk raakte, zodat hij vragen stelt: ‘Zijn wij iets kwijtgeraakt als openbare bibliotheek? Zijn de professionalisering en verstatelijking doorgeschoten? Van wie is de bibliotheek eigenlijk nog? Bovengemeentelijke en grootstedelijke structuren en een landelijke huisstijl met glossy foto’s bemoeilijken het antwoord op die vraag.’

Partner en ondernemer
Erna Winters, directeur Bibliotheek Kennemerwaard (Alkmaar en omgeving), heeft het over de ‘gemeente als partner en de bibliotheek als ondernemer’. Zij nam in haar werk een tienpunten-lobbyplan van Hans van Velzen als voorbeeld. Winters zegt: ‘In deze maatschappij kan een gemeente het zich niet veroorloven om een instelling die aan de basis van zelfredzaamheid van burgers staat zomaar uit te kleden en zich te richten op maar één doelgroep of één element van de dienstverlening. Een goede directeur kan de samenhang van de verschillende elementen van de dienstverlening van de bibliotheek aantonen, en hoe deze bijdraagt aan antwoorden op maatschappelijke vraagstukken binnen een gemeente.’
In zee gaan met een commerciële aanbieder kan op korte termijn ‘winst’ opleveren, maar de vraag is wat de langetermijneffecten zullen zijn. Winters: ‘Ik wil niet zeggen dat het hebben van een goede relatie met vertegenwoordigers van de gemeente volgens bovenstaande richtlijnen een gegarandeerd antwoord is op concurrentie van commerciële partijen. Ik denk wel dat het een stuk lastiger is voor raadsleden en wethouders om te kiezen voor een platte voorziening als de bibliotheek consequent met een gedegen inhoudelijk verhaal komt.’

Bibliotheken in de publiciteit
Tot slot mezelf. Ik mocht het hebben over ‘bibliotheken in de publiciteit’. Er zijn drie manieren om in de publiciteit te komen: 1. Adverteren of op andere wijze reclame (laten) maken in eigen of andere (digitale) media, 2. Persberichten sturen (free publicity) en 3. Dingen doen die aandacht trekken (iets organiseren met nieuwswaarde).
Alle drie methoden hebben voor- en nadelen, waarbij voor de laatste geldt dat deze het mooist is als het goed gaat, maar het grote risico in zich draagt dat het fout gaat, want ‘nieuws’ is wat afwijkt van het gewone. Vaak is het beter niet in de publiciteit te komen dan wel. Er gaat veel meer goed dan niet goed, maar ‘nieuws’ gaat grotendeels over wat er niet goed gaat in de wereld. Wie alleen maar nieuwsberichten leest of naar nieuws kijkt, krijgt een vertekend beeld.
Ik ga ook nog in op lobbyen (wat in feite losstaat staat van ‘publiciteit’) en beschrijf, zij het verkort, net als Erna Winters het tienpunten-lobbyplan van Hans van Velzen.

De weinigen (??) die het hele boek nog niet gelezen hadden, kunnen, geprikkeld door m’n sterk verkorte weergaven, hier terecht.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie