HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Onttrekking gemeentefonds voor e-books lijkt overbodige actie
Wim Keizer
26-06-2014
Is de onttrekking van gelden uit het gemeentefonds om daarmee de Koninklijke Bibliotheek (KB) via OCW in staat te stellen centraal e-content voor openbare bibliotheken in te kopen niet grotendeels overbodig? Helemaal zeker weet ik het niet, maar ik heb grote twijfels over het maatschappelijk nut van die onttrekking. 
Onttrekking gemeentefonds voor e-books lijkt overbodige actie
Die twijfels zijn mede gebaseerd op het cijfermateriaal dat tot nu toe in officiële stukken en presentaties openbaar is gemaakt. Ik weet zeker dat er ook diverse schattingen en veronderstellingen bestaan die niet op internet te vinden zijn, maar zo lang die niet openbaar zijn valt er geen betoog op te baseren.

Van € 8 naar 12,2 miljoen
De onttrekking uit het gemeentefonds loopt op van € 8 miljoen in 2015 naar € 12,2 miljoen in 2018. De meicirculaire over het gemeentefonds heeft het vastgelegd. De genoemde bedragen betreffen (bij 16,7 miljoen inwoners) in 2015 € 0,48 per inwoner en in 2018 € 0,73 per inwoner. De vrijwillige omslaggelden voor e-content, die ingaand 2015 niet meer geheven worden, bedroegen in 2014 € 0,35 per inwoner (bij gebrek aan aanbod hoefde niet hoger gegaan te worden). Bibliotheken kunnen nu uitrekenen wat de gemeenten hen extra kunnen gaan korten. Iets marginaals als het aanbieden van e-content moest in deze tijden van verregaande decentralisatie voor de echt belangrijke maatschappelijke taken (€ 11 miljard voor ‘de 3D-transitie’ van Rijk naar gemeenten) zo nodig tegen alle decentralisatietrends in centralistisch geregeld worden. Het is niet duidelijk of de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) of OCW daar de grootste druk bij uitgeoefend heeft, maar ze werden het eens. Want tja, die behoudende bibliotheken die nog erg hechten aan hun geldverslindende papieren boeken en gebouwen zouden zo maar hebben kunnen besluiten om zelf, via hun vrijwillige omslaggelden, veel minder e-content aan te schaffen dan de door het Rijk bekostigde informatie-infrastructuur aankan (iets als: wel een Hogesnelheidslijn, maar geen Fyra).

Twee staatjes
De VNG hanteert in een recente presentatie (pdf) twee staatjes, gebaseerd op de CBS-cijfers: de stijging van de gemeentelijke subsidies sinds 1999 (van € 295 naar € 450 miljoen) en de daling van het aantal boekenuitleningen sinds 1999 (van 144 miljoen naar 85 miljoen). Als het waar is dat bibliotheken gemiddeld nog 80% van hun budget aan de uitleenfunctie van boeken besteden, kun je zeggen dat van de € 450 miljoen aan gemeentelijke subsidies € 360 miljoen voor de uitleningen is. Dat is bij 85 miljoen boekenuitleningen (aan jeugd en volwassenen samen) dus € 4,24 per uitlening. Voor alleen volwassenen gaat het om € 4,22 per uitlening. Omdat volwassenen ook contributie betalen, kunnen de kale kosten die uit subsidie worden betaald op € 2,42 per uitlening worden geschat (zie berekening 1; ter wille van de leesbaarheid staan enkele berekeningen onderaan dit gastblog).
Als er werkelijk een goed aanbod van e-books zou zijn, dat tegen dezelfde condities en met dezelfde maatschappelijke doelen uitgeleend kan worden als papieren boeken, is er veel voor te zeggen die € 2,42 per fysieke uitlening te vervangen door een veel lager bedrag per stream/download. Maar dat aanbod is er nog niet en bovendien hebben papieren boeken voor veel mensen meerwaarde boven e-content. Met ‘dezelfde condities’ bedoel ik ook dat niet de uitgevers bepalen wat bibliotheken mogen aanbieden, maar dat bibliotheken zelf kunnen beslissen wat ze ‘aanschaffen’ (ook al is een licentie iets anders dan een vast te pakken ding). Nu dat laatste niet het geval is, vind ik dat die onttrekking van gelden uit het gemeentefonds alleen al daarom niet had moeten plaatsvinden. Maar de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), toch ook onderdeel van het ‘Haagse circuit’, durfde niet dwars te gaan liggen en de grote meerderheid van de leden drong daar ook niet op aan.

Groot raadsel
Wat gaat de KB eigenlijk doen met de onttrekkingsgelden? Dat is in het licht van wat tot nu toe officieel bekend gemaakt is nog een groot raadsel. Want uit de door de VOB-inkoopcommissie en Bibliotheek.nl (BNL) met rechthebbenden gemaakte afspraken blijkt dat weliswaar voor de long-tail-boeken (alles ouder dan drie jaar) aan die rechthebbenden betaald moet worden zonder dat daar gebruikersinkomsten tegenover staan, maar voor de head- en shoulder-materialen ligt dit anders (head is jonger dan een jaar en shoulder is tussen 1 en 3 jaar). Immers, met uitgevers is afgesproken dat er aan gebruikers € 20 voor 18 streams/download van de head- en shoulderboeken zal worden gevraagd, ofwel € 1,11 per stream/download. Uit door BNL op 17 april bekendgemaakte cijfers blijkt dat aangeboden is voor de headcategorie twee soorten vergoedingen te gaan betalen: € 0,60 per stream/download voor de CPNB-top-60 en € 0,48 voor de overige e-books jonger dan een jaar. Voor de shoulderboeken (tussen 1 en 3 jaar oud) is € 0,36 per stream/download genoemd. BNL/KB houden dan per categorie respectievelijk € 0,51, € 0,63 en € 0,75 over (zie berekening 2).

Bruto- en netto-inkomsten
Wat gaat er met dat overblijvende geld gebeuren? In het in juni 2013 door de VOB-leden aangenomen stuk over het e-bookpluspakket staat: ‘De incassering van deze gelden verloopt ook centraal via BNL. De netto-inkomsten worden op basis van nacalculatie zo spoedig mogelijk door BNL periodiek uitgekeerd aan de bibliotheek waar het desbetreffende lid het e-bookpluspakket heeft afgenomen.’
Hoe groot zijn die ‘netto-inkomsten’? Daarvan zegt het stuk, zonder bedragen te melden, dat ‘de marge om te komen tot de netto-inkomsten alle kosten betreffen die samenhangen met het uitlenen van e-books, zoals: transactiekosten (betaling online-afname door lid, verslaglegging en facturatie aan de uitgever indien van toepassing), dataverkeer, beveiliging (DRM en/of watermerken indien van toepassing), beheerskosten bij distributeurs (zoals CB). De kosten voor de benodigde infrastructuur direct gerelateerd aan het leveren van de e-books aan de kant van de aangesloten bibliotheken en het beheer daarvan zijn voor rekening van BNL.’
Met andere woorden: er zijn kosten die betaald moeten worden uit de genoemde bruto-opbrengsten van respectievelijk € 0,51, 0,63 en 0,75 per stream/download, maar hoeveel er aan netto-inkomsten overblijft is nog niet duidelijk.

Schatting inkomsten
Is er iets te zeggen over het totaal aan bruto-inkomsten uit die € 20 per 18 streams/downloads? Voor het antwoord is het zinvol de samenvatting van het adviesrapport van Kwink Groep, Rebel Groep en ML advies (die met de door het Rijk overgenomen bedragen van € 8 miljoen tot € 12,2 miljoen kwamen) eens goed te bestuderen (helaas werd het volledige rapport niet gepubliceerd, zodat niet duidelijk is waar de aannames precies op gebaseerd zijn).
Maar uit lezing van de samenvatting valt te concluderen dat de ‘bruto-inkomsten’ ca. € 1,21 miljoen kunnen zijn (zie berekening 3). Daar moeten dan nog wel de (voor mij) onbekende kosten van af om tot de netto-inkomsten voor bibliotheken te komen.
Maar de conclusie is al duidelijk: voor de head- en shoulderboeken (waar mensen het meest belangstelling voor zullen hebben) is die uitname uit het gemeentefonds overbodig, zo lang er daadwerkelijk sprake kan zijn van ‘netto-inkomsten’.

Voor e-books € 6,7 miljoen
Wat de long tail betreft, is afgesproken de uitgevers € 0,24 per stream/download voor het eerste jaar te betalen en € 0,12 (gelijk aan het huidige leenrecht voor papieren boeken) voor alle jaren daarna. Voor het gemak stel ik het gemiddelde even op € 0,18, hoewel het lager wordt naarmate er meer oudere long-tail-boeken worden geleend. Gebruikers gaan bibliotheken niet betalen voor long-tail-boeken (waarom eigenlijk niet?), dus hier staan geen eigen inkomsten tegenover de kosten.
Het rapport van Kwink c.s. verwacht 14,08 miljoen streams/downloads voor long tail. Bij een gemiddeld te betalen bedrag van € 0,18 kosten die dus € 2,53 miljoen. In werkelijkheid kan het lager zijn, omdat € 0,18 aan de hoge kant lijkt. Maar zelfs € 2,53 miljoen is al aanzienlijk minder dan de in het rapport genoemde € 6,7 miljoen voor e-books in 2018. Ja, € 6,7 miljoen en geen € 12,2 miljoen, want het rapport gaat niet alleen over e-books, maar ook over andere e-content. Het (afgeronde) bedrag van € 12,2 miljoen in 2018 bestaat uit:
• ca. € 6,7 miljoen voor e-books;
• ca. € 2 miljoen voor kranten en andere databanken;
• ca. € 0,8 miljoen voor e-muziek;
• ca. € 0,6 miljoen voor e-content voor jeugd en onderwijs;
• ca. € 2 miljoen ruimte voor ontsluiting en ontwikkeling (gerekend is met 20% bovenop het ‘pure inkoopbudget’).

Het rapport maakt onderscheid tussen vraagafhankelijke, aanbodgeoriënteerde en beleidsmatige benaderingen. Alleen het bedrag voor e-books is gebaseerd op zo goed mogelijke schattingen over de vraag. De bedragen voor e-muziek en ontsluiting/ontwikkeling zijn beleidsmatig. En de bedragen voor kranten/databanken en jeugd/onderwijs zijn gebaseerd op het aanbod.
Overigens heb ik van bibliotheekdirecteuren vaak opgevangen dat de krantenbank en andere databanken heel weinig gebruikt worden. Er is in het verleden aangedrongen op onderzoek, maar is dat ooit uitgevoerd? Is het wel gerechtvaardigd hier gewoon door te gaan met een ‘aanbodgeoriënteerde aanpak’ en daar € 2 miljoen voor uit trekken?

Met OCW-geld long tail digitaliseren?
Maar goed, er is dus in 2018 € 6,7 miljoen voor de long tail beschikbaar, terwijl deze volgens de Kwink-schattingen over het gebruik gemiddeld zo’n € 2,53 miljoen gaat kosten. Wat gaat de KB doen met de resterende € 4,17 miljoen (€ 6,7 minus 2,53 miljoen)? In een interview met Bibliotheekblad (nummer 2/2013) zei BNL-directeur Diederik van Leeuwen dat ‘met name voor de long-tail-titels’ de gemeentefondsgelden nodig zullen zijn. Maar als belangrijk probleem zag hij wel dat er juist van die long-tail-titels nog weinig e-bookaanbod is. Maar Van Leeuwen verwachtte van de interesse van bibliotheken een stimulerende werking, waardoor uitgevers zouden kunnen beginnen met het digitaliseren van hun backlists.
Dit punt kwam ook terug in het voorstel over het e-bookpluspakket op de VOB-ledenvergadering van juni 2013. Daarin staat: ‘De uitgevers hebben slechts een fractie van de gepubliceerde boeken [in het long-tail-segment] beschikbaar. Met publieke middelen zou de long tail verder gedigitaliseerd kunnen worden en zowel via bibliotheken als – in ruil voor beschikbaarheid – via de commerciële kanalen van de uitgever ontsloten kunnen worden.’
Vraag rijst dus of de uitname van gelden uit het gemeentefonds gaat leiden tot een public-private partnership tussen KB en uitgevers. En of de openbare bibliotheken daar evenveel baat bij zullen hebben als de uitgevers. Hebben er veel mensen belangstelling voor om long-tail-titels als e-book te gaan lenen (oneerbiedig ook wel ‘oude meuk’ te noemen, want pas na 70 jaar blijkt of daar klassiekers voor de gratis eregalerij tussen zullen zitten)? Ik denk dat de meeste mensen geïnteresseerd zullen zijn in nieuwe boeken. En daar wensen de uitgevers een heffing van € 20 per 18 streams/downloads voor om niet de indruk te wekken dat zo’n aanbod ‘gratis’ kan zijn.

Opbrengsten niet verdisconteerd
Het rapport van Kwink c.s. zegt dat in het vastgestelde bedrag van € 12,2 miljoen in 2018 eventuele opbrengsten die ontstaan uit het vragen van een bijdrage aan gebruikers niet zijn verdisconteerd. In de afweging om dit niet te doen heeft een rol gespeeld dat de schatting van potentiële opbrengsten sterk hypothetisch is, omdat de bibliotheken hun beleid voor de bijdragen die ze willen vragen elk moment kunnen aanpassen en er pas in 2014 ervaring wordt opgedaan met het beschikbaar stellen van e-books op grote schaal.
Nou, door het uitstel van het e-bookpluspakket zal er in 2014 weinig ervaring worden opgedaan. Maar het rapport maakt wel een schatting (gebaseerd op een te verwachten vraag naar lenen van e-books), waarbij toch aangenomen mag worden dat een logisch uitgangspunt is dat er zeker aan volwassenen een bijdrage wordt gevraagd, zoals dat ook gebeurt voor het mogen lenen van fysieke boeken (nieuw en oud). Ik had het logisch gevonden als er in het rapport een aanname over de opbrengsten was opgenomen (waardoor er minder geld aan het gemeentefonds onttrokken had hoeven te worden), daar ook de genoemde, uit de onttrekking te betalen uitgaven sterk hypothetisch zijn.

Op het netvlies
Tijdens de bijeenkomst van de KB op 5 juni over de integratie van BNL en het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) heb ik gevraagd of alle afspraken die BNL/Inkoopcommissie met uitgevers gemaakt hebben of nog willen maken onverkort meegaan naar de KB. De VOB-leden zijn in juni 2013 akkoord gegaan met de bedragen uit het e-bookpluspakket voor de periode tot en met 2014. Ap de Vries, directeur van de VOB, antwoordde dat dit vraagstuk op het netvlies staat van alle betrokken partijen, zoals VOB, Inkoopcommissie en KB. Zij zullen er in juli zorgvuldig naar kijken. Ik ben benieuwd naar de uitkomst.

Marketingjargon groeibibliotheek
Waar ook nog wel eens zorgvuldig naar mag worden gekeken, is het door BNL ten aanzien van e-books gebruikte marketingjargon dat sterk gebaseerd is op het concept van een traditionele groei-uitleenbibliotheek (door mij al eens aangeduid als tralalabibliotheek). Waar bibliotheken momenteel erg hun best doen te laten zien dat ze een grote rol kunnen spelen in het sociale domein (de gigantische 3D-operatie) en de traditionele uitleenfunctie al lang voorbij zijn (er zijn al ‘participatiebibliotheken’ gesignaleerd), is alle jargon rondom de digitale bibliotheek nog gebaseerd op groei in uitleningen. Wie gaat roepen voor e-books ‘een marktaandeel van 50%’ te willen veroveren en soortgelijk ondernemersjargon gebruikt, kan dus gewoon wachten op reacties van echte ondernemers , zoals de brief die het Nederlands Uitgeversverbond (NUV) en de Vereniging van Letterkundigen (VvL) op 26 mei naar OCW en de Tweede Kamer stuurden. En de VOB in een reactie op 2 juni maar weer uitleggen dat uitlenen van e-books bijdraagt aan de ideële leesbevordering door de bibliotheek. Ja, maar het is niet handig ook hier dan toch weer een woord als ‘marktaandeel’ te gebruiken.
Ook het Kwink-rapport zegt dat het niet uitgesloten moet worden geacht dat er discussies gaan ontstaan over de vraag tot waar de bibliotheken in hun aanbod mogen gaan ten einde niet oneigenlijk te concurreren met marktpartijen. Uitgevers kunnen, als ze willen, ook zelf e-books te leen aanbieden en hebben er dan geen behoefte aan hun e-content aan bibliotheken beschikbaar te stellen. ‘Bibliotheken zullen uitgevers moeten overtuigen dat de wederzijdse businessmodellen aanvullend op elkaar zijn’, zegt het rapport.

KB en marktdenken
Kortom, we zijn er nog niet met de e-books. Wat willen bibliotheken bieden dat uitgevers niet kunnen bieden en waarom zou de overheid het ‘veroveren van marktaandeel’ door bibliotheken moeten betalen? De KB wekt tot nu toe de indruk weinig op te hebben met marketing- en ondernemersjargon en positioneert zich nog als een echt ideële instelling op bibliotheekgebied, maar ook zij krijgt te maken met overheden en openbare bibliotheken die erg houden van marktdenken.
De bibliotheken moeten niet alleen uitleggen dat wederzijdse businessmodellen (een woord dat ik niet gekozen zou hebben) aanvullend op elkaar zijn, zij moeten de samenleving overtuigen van de maatschappelijke waarde van het uitlenen van e-books en de ideële activiteiten daar omheen. Ik ben het helemaal eens met wat Jan de Waal hierover schreef

Lukt dat niet, dan wordt het niets met e-books in bibliotheken.



Berekeningen:

1. Kosten per uitlening aan volwassenen uit subsidie:
Van de 85 miljoen boekenuitleningen waren er in 2012 40,7 miljoen voor de jeugd (ofwel 47,9 %) en 44,3 miljoen voor volwassenen (ofwel 52,1%). Dat betekent dat van de € 360 miljoen subsidie (80% van € 450 miljoen) die naar schatting nog aan de uitleenfunctie wordt besteed 52,1% (ofwel € 187 miljoen) voor de uitlening aan volwassenen is: € 4,22 per uitlening.
In 2012 leenden 1,74 miljoen volwassen gebruikers 44,3 miljoen boeken, dat is 25 per jaar per gebruiker. Bij een gemiddelde contributie van € 45 per jaar voor de uitleenfunctie is dat een bijdrage van € 1,80 per uitlening. Blijft dus voor volwassenen € 2,42 per uitlening aan kosten over uit subsidie.

2. Wat er overblijft van € 1,11 per stream/download:
Voor de top-60 boeken houdt BNL/KB € 1,11 min 0,60 = € 0,51 per stream/download over, voor de overige headtitels € 1,11 min 0,48 = € 0,63 en voor de shouldertitels € 1,11 min 0,36 = € 0,75. Ervan uitgaande dat er uitgevers zijn die met de te vergoeden bedragen akkoord gaan.

3. Bruto-inkomsten head- en shoulderboeken:
De samenvatting van het Kwink-rapport maakt de schatting dat van de 80 miljoen boekenuitleningen er in 2018 20% uit e-books kunnen bestaan. Dat zijn 16 miljoen streams/downloads. Van die 16 miljoen zou 12% shouldertitels kunnen zijn en 88% long-tail-titels. 12% van 16 miljoen is 1,92 miljoen, 88% is 14,08 miljoen.
Bij een gemiddelde aan uitgevers te vergoeden bedragen voor head- en shouldertitels van 0,48 per stream/download kost het dus 1,92 miljoen x € 0,48 = € 921.600. Het levert op € 1,11 x 1,92 miljoen = € 2,13 miljoen. M.a.w.: de ‘bruto-inkomsten’ kunnen ca. € 1,21 miljoen zijn (2,13 miljoen minus 921.600).
Het kan ook meer zijn, naarmate er meer shouldertitels voor € 0,36 per keer worden geleend en minder headtitels van € 0,60 of € 0,48, want dan wordt het gemiddeld te vergoeden bedrag uiteraard lager dan € 0,48 per stream/download en kost het minder dan € 921.600.


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (5)

Jan de Waal
7-7-2014 12:28
Mooi artikel...helder..jammer dat het achter een login zit. Ik heb tijdens de klankbord -ebook-bijeenkomst nog niets gemerkt van enige activiteiten om inhoudelijk iets met het e-book aanbod te doen. Zelfs de aanschaf van de titels heeft nog een hoogniveau van binnenhalen wat binnen te halen is, geen enkele selectie criteria. Er is wel een beleid dat titels die niet geleend worden, zo'n 15% van het aanbod om die niet meer in te kopen. Maar zelfs een uitlening is voldoende om zo'n e-book titel te " redden". Terwijl uit de zaal wel bleek dat iedereen maar willekeurig titels kiest om te testen.
Wat is de fysieke bibliotheek al veel langer duidelijk is dat distributie (uitlenen van boeken) en allerlei inhoudelijke en sociale taken (nota's vol die het allemaal mooier kunnen omschrijven) een duidelijk taak is. Dit moet schijnbaar op digitaal niveau opnieuw uitgevonden worden. Het gaat dus niet alleen om e-books uit te lenen. We moeten veel meer bieden dan digitale distributie. Voor de inhoudelijke kant van een digitaal aanbod is weer andere kennis en inzet nodig. Ik hoop dat we hiermee snel van start gaan en ook de juiste start maken.
Wim Keizer
14-7-2014 12:23
Nu BNL volop bezig is haar taken over te dragen aan de KB, lijkt me "veel meer bieden dan digitale distributie" een belangrijk thema voor het beleid dat de KB wil gaan voeren. Tot nu toe was BNL "adviseur" van de VOB-Inkoopcommissie (met naar mijn gevoel erg veel marketing-talige invloed op die commissie), maar straks is de inkoop de verantwoordelijkheid van de non-profit-instelling KB "op voordracht van vertegenwoordigers van de lokale bibliotheken". (artikel 18 Stelselwet).

Wat Bibliotheekblad en login betreft: inderdaad jammer, maar wie er echt bij wil, moet even nagaan of haar of zijn werkgever een of meer abonnementen op Bibliotheekblad heeft (en een wachtwoord vragen), zelf een abonnement nemen of zich abonneren op Bibliotheekblad.nl voor slechts € 39,95 per jaar. Zo lang uitgever NBD Biblion haar beleid niet verandert.

Verder ben ik op z'n tijd erg voor stilte (
http://www.bibliotheekblad.nl/rubrieken/gastblogs/bericht/1000005605), maar over de berekeningen waarmee ik in m'n artikel kom blijft het wel erg oorverdovend stil.
Hoe hoog zijn nou precies die kosten die BNL moet maken (het verschil tussen bruto- en netto-inkomsten) bij head en shouldertitels?
Diederik van Leeuwen
30-7-2014 11:29
Ik stoor me toch wel weer aan dat tendentieuze gemopper en geklaag, ook dat suggestieve waarom het zo oorverdovernd stil is. Misschien was ik op vakantie en stel je mij vragen niet vooraf, maar pas nadat je dit artikel hebt gepubliceerd, Wim? Goh, ja verdomd...

Zo ingewikkeld en duister is het allemaal niet, maar we gaan toch niet alle afspraken met uitgevers open en bloot communiceren als de prijsstelling en het ter beschikking stelling van ebooks nog zo gevoelig en niet uit-ontwikkeld is? Bovendien staan uitgevers dat contractueel helemaal niet toe - begrijpelijk. Dit is ook in een ALV van de VOB aan de orde gekomen en afgesproken onderling (juist 'onderling houden').

Gemiddeld genomen zijn de kosten van een ebook-uitlening 50% licentie-vergoeding en 50% overige kosten. Dat heeft te maken met wel/niet DRM of watermerk (kosten 8 - 10 ct per download), rapportages, transactiekosten, kosten inkoop, opslag etc. Bij een aantal titels is in aanvang ook een voorschot betaald voor een x-aantal uitleningen. Als dat aantal niet gehaald wordt zijn de kosten per uitlening dus hoger dan 12, 24 of 36 cent.

Bovendien vergeet je de btw te verrekenen: de inkomsten bij een pluspakket zijn dus niet 20,- maar 16,53. Globaal gesproken zijn de (beredeneerde) licentiekosten voor 18 titels 6,50, de overige kosten dus ook 6,50 en resteert er dus ca. 3,50 marge. Tenzij iemand inderdaad alleen maar top-titels leest. Maar er zullen ook leden zijn die slecht5 ebooks lezen en zo verder. Aangezien de bibliotheken in 2014 al betaald hebben voor de inkoop van ebooks via het omslaggeld is er besloten op de ALV van de VOB 10,- per ingeschreven pluspakket terug te laten vloeien naar de bibliotheken. Nu de verkoop van het ebookpluspakket niet meer dit jaar gestart wordt zal dit dus nu niet plaatsvinden. Hoe dit vanaf 2015 gaat verlopen is nog onderwerp van gesprek tussen VOB en KB.

En over 'marketing-termen': er is nooit door BNL gezegd dat we een marktaandeel 'gaan veroveren' van 50%, wel uitgelegd dat - daar waar we nu bij uitgevers meer dan 10% als bibliotheken inkopen van de gedrukte media - we straks met het e-book budget de markt voor ebooks verdubbelen. En ja, dat is dus een 'marktaandeel' van 50%. Belangrijk richting uitgevers om aan te geven welke rol er voor bibliotheken weggelegd is in dit domein.

Ik begrijp eerlijk gezegd niet hoe je vanuit het perspectief van bibliotheken dit negatief kunt uitleggen: het geeft toch juist de maatschappelijke relevantie aan van de bibliotheek, ook in het digitale domein?

Diederik van Leeuwen
30-7-2014 11:45
@jandewaal: leg mij eens uit waarom je ebooks zou moeten selecteren als de leden zelf mogen bepalen wat ze willen lezen en je ook alleen maar betaalt (als bibliotheek of lid) voor wat je leest?

We hebben als bibliotheken nu in Nederland een unieke inkoop gerealiseerd in het digitale domein van 'pay per use' - dat is toch fantastisch? Stel dat een bibliotheek in het fysieke domein onbeperkt zou kunnen kunnen inkopen en uitlenen, zou dan ook niet ieder gepubliceerd boek worden aangeboden?

Of wil je een kant op waarbij de bibliotheek bepaalt wat er gelezen moet worden (met nadruk op het woord 'moet')?

Overigens wordt er bij de inkoop daar waar we voorschotten betalen of boeken afkopen (bijvoorbeeld bij de VakantieBieb app of eerder bij het online lezen) wel degelijk selectie toegepast en wel door een aantal van je collega's uit hoofde van de inkoopcommissie.
Wim Keizer
31-7-2014 12:41
Bedankt voor je reactie, Diederik van Leeuwen.
Ik heb het nieuws dat het e-bookpluspakket wordt uitgesteld tot 2015 en dat de bibliotheken geen tientje terugkrijgen (maar dat dit voor 2015 en volgende jaren onderwerp van gesprek is tussen VOB en KB) even apart vermeld (zie onder Nieuws, 30 juli).

Eén van mijn meerdere vragen was hoe hoog de marge is (ofwel: de “netto-inkomsten”, d.w.z. het verschil tussen de “bruto-inkomsten” en de kosten die naast de aan uitgevers te betalen vergoeding gemaakt moeten worden). Van Leeuwen noemt voor de gemiddelde aan uitgevers te betalen licentievergoeding € 6,50 per 18 streams/downloads (hierna verder “uitleningen” genoemd). Dat is € 0,36 per uitlening. € 0,36 is het gemiddelde van het maximaal te vergoeden bedrag (voor de CPNB-top 60) van € 0,60 per uitlening en het laagste te vergoeden bedrag (voor “long-tail”-boeken na het eerste jaar) van € 0,12 per uitlening. De vraag die hierbij dan wel rijst is waarom die long-tail wordt meegeteld, waar we het hebben over het e-bookpluspakket. Immers, long-tail-boeken vallen niet in dat e-bookpluspakket.
Ik heb in m’n berekeningen (met schattingen) het gemiddelde genomen van € 0,60, € 0,48 en € 0,36 (dus alleen de bedragen van de “head”- en “shoulder”-boeken): € 0,48.

De te maken kosten schat Van Leeuwen ook op € 0,36 per uitlening (€ 6,50 voor elke 18). Van elke € 1,11 (€ 20 per 18 uitleningen) blijft dus € 1,11 minus € 0,72 = € 0,39 over. Ik was mij er niet van bewust dat er BTW verrekend moet worden en dat de echte “netto-inkomsten” dus € 3,53 per 18 uitleningen zijn in plaats van € 7 (20 minus 13). Ofwel € 0,20 per uitlening (i.p.v. € 0,39).
Ok, dat weten we dan. Het was maar één van m’n vragen. En niet de belangrijkste.

De kern van m’n betoog ging over de onttrekking van gelden uit het gemeentefonds. Ik heb gezegd dat ik alleen al om het feit dat bibliotheken niet vrij kunnen kiezen wat ze aan e-books aanschaffen tegen die onttrekking ben. Daarnaast heb ik gezegd de onttrekking grotendeels overbodig te vinden, daar de gebruikers van het e-bookpluspakket zelf de kosten van de head- en shoulder-boeken betalen, zo lang er sprake is van “netto-inkomsten”.

Ook heb ik gezegd een bedrag van € 6,7 miljoen voor e-books (uit de long-tail-categorie) erg veel te vinden als er op basis van berekeningen van de Kwink-groep c.s. kan worden vastgesteld dat er gemiddeld maar € 2,53 miljoen aan uitgevers betaald hoeft te worden. Ik realiseer me nu dat ook voor long-tail-titels de andere BNL-kosten worden gemaakt en dat er dan minder overblijft. Maar hoe dan ook lijkt € 6,7 miljoen me te veel. Echter, een vraag die ik hierbij ook had (en heb) is: waarom zouden gebruikers niet hoeven te betalen voor long-tail-titels en wel voor head- en shouldertitels, waar voor papieren boeken een vaste contributie (bedoeld voor de uitleenfunctie van alle typen boeken, jong en oud) wordt betaald?

Verder heb ik gezegd het logisch te hebben gevonden als de Kwinkgroep wel een schatting van de gebruikersinkomsten had gemaakt, waar ook schattingen over de vraag naar het lenen van e-books worden gemaakt. Op die laatste schattingen zijn de bedragen van de onttrekking nota bene gebaseerd, zij het niet duidelijk op welke wijze, daar niet het volledige Kwink-rapport gepubliceerd is.
Bij meetellen van gebruikersinkomsten had m.i. de onttrekking veel lager kunnen zijn.

Tot slot nog even iets over de inleidende woorden van Van Leeuwen. Ik klaag en mopper niet en stoor me in discussies ook nergens aan. Wat ik probeer te doen is zo koel en analytisch mogelijk (in dit geval met berekeningen aan de hand van openbare gegevens) een betoog opbouwen, vanuit m’n credo dat openbaar bibliotheekwerk en bibliotheekvernieuwing discussies in de openbaarheid verdienen. Dat dit soms als storend wordt ervaren, is mij bekend. Verder was m’n constatering dat het oorverdovend stil bleef helemaal niet specifiek aan VOB-inkoopcommissie-adviseur Van Leeuwen gericht (en ging het ook helemaal niet specifiek over de door BNL te maken kosten; zoals ik zei niet het belangrijkste onderdeel van m’n artikel), maar gewoon aan iedereen die iets verstandigs zou kunnen of willen zeggen over de inhoud van m’n artikel. Maar misschien heb ik zelf bij Van Leeuwen een klein misverstand in het leven geroepen door het meteen daarna te hebben over de door BNL te maken kosten. Dat spijt me, ik gun Van Leeuwen van harte z’n vakanties. En ik vind het prettig dat hij reageert.

Ook vind ik dat “de schuld” van de situatie waarin het openbare bibliotheekwerk is komen te verkeren (en waarin anno 2014 marktdenken de boventoon lijkt te voeren) niet bij Van Leeuwen als directeur van de stichting BNL (geen zuiver publieke instelling , maar ook geen zuiver bedrijf) ligt, maar bij het halfslachtige beleid dat de Nederlandse politiek en de achtereenvolgende bewindslieden van OCW nu al jarenlang voeren. Zoals bij de discussies over de Stelselwet nog weer eens is aangetoond. Ook de beide HEC-rapporten hebben dit helder verwoord.
Binnen die lastige omstandigheden heeft Van Leeuwen gedaan wat hij kon en daar mag hij ook wel eens een compliment voor hebben. Bij deze!

Natuurlijk is het ook Diederik van Leeuwen z’n goede recht opvattingen te hebben over wat een landelijke digitale bibliotheek wel of niet moet doen. Maar dat de KB het, zoals blijkt uit de woorden van KB-directeur Bas Savenije, noodzakelijk vindt dat we eerst eens moeten definiëren wat een “landelijke digitale bibliotheek” eigenlijk is of zou moeten zijn, lijkt me toe te juichen. Daarbij speelt natuurlijk ook een grote rol wat de KB precies kan doen met € 3 miljoen OCW-subsidie aan stelselgeld, € 17 miljoen aan geld voor “de landelijke digitale infrastructuur” en met € 12,2 miljoen (ingaand 2018) aan geld voor “e-content”.
Ik hoop dat de VOB, die namens haar leden met de KB in overleg is, haar leden hierover een aantal interessante varianten weet voor te leggen, waaruit gekozen kan worden.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie