HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Stilte
Marina Polderman
27-02-2014
Vorig jaar besloot ik me een weekend terug te trekken in een klooster. Het moest er een keer van komen, nadat ik een paar jaar ervoor een artikel schreef waarin ik een vergelijking maakte tussen bibliotheken en kloosters en mezelf de vraag stelde waarom het de kloosters in deze tijd zo goed lukt om zich te positioneren, terwijl dat voor bibliotheken toch een stuk moeilijker blijkt te zijn.  
Stilte
Wie een jaar of tien geleden had verkondigd dat kloosters bezig zouden zijn aan een revival en een populaire plaats zouden worden als rustpunt in de samenleving, was op zijn minst wat meewarig aangekeken. Kloosters, die plaatsen waar de tijd lijkt stil te staan? Dat er voor een ‘simpel’ kloosterweekend nu soms lange wachtlijsten zijn en kloosterlingen zoeken naar mogelijkheden om de stroom aan gasten binnen de perken te houden, hadden weinigen toen zien aankomen. 

Geen betere leerschool dan de ervaring en zo vertrok ik op een winterse vrijdagmiddag naar het klooster in Velp bij Grave. Het werd een bijzondere ervaring. Stilte, discipline, rust en bovenal een oprecht en zuiver contact met andere ‘zoekers’. Na twee dagen begon het echter ook te kriebelen. Ik miste de dynamiek van het leven. En toen ik weer naar buiten reed, werd ik overvallen door een enorm blij gevoel deel te zijn van het aardse leven. Afgelopen week herlas ik het prachtige boek Het verlangen naar gezag van Christien Brinkgreve, waarin zij een beschrijving geeft van een paar dagen in een klooster. Haar woorden over het vertrek beschrijven precies wat ik toen voelde: ‘Maar ik ervoer ook het intense gevoel van bevrijding toen ik de enclave verliet, zoals ik dat ook vroeger altijd voelde als de laatste schoolbel ging en ik weg mocht’.

Toch nam ik een belangrijke les mee. Stil worden, in een dynamische tijd, is belangrijk om dingen helder en met een scherpe geest te kunnen zien. Ik moest eraan denken, toen in de afgelopen maand de nieuwsberichten over e-books, de commissie-Cohen en de nieuwe bibliotheekwet over elkaar heen buitelden. Wie niet oppast, zou zomaar bij de bibliotheekwaan van de dag blijven steken. Na alle hectiek besloot ik het rapport van de commissie-Cohen eens rustig mijmerend en reflecterend door te nemen. Een heldere analyse, mooie teksten, lezenswaardige passages, waar we als sector met recht trots op mogen zijn. Maar ergens in hoofdstuk 4 begon het te kriebelen. Want een stemmetje in mij vroeg zich steeds maar af: maar hoe dan? Met welk personeel gaan we deze bibliotheek van de toekomst vormgeven?

Aangekomen bij het slot van het rapport (pdf) - hoofdstuk 5: 'De weg naar de toekomst' - kon het niet anders of nu zou een visie op de toekomstige medewerker komen, of in elk geval een poging daartoe. Want je hoeft geen bedrijfskundige te zijn om te beseffen dat een verschuiving van een distributie- naar een kennisorganisatie toch vooral met en door het sociale kapitaal van een organisatie zal ontstaan. ‘Ontwikkelingen in de samenleving en in de branche vragen daarnaast ook een groot aanpassingsvermogen van de medewerkers van bibliotheken. Door technologische ontwikkelingen en centralisering verdwijnen traditionele werkzaamheden uit het takenpakket en door verschuivingen in de dienstverlening komen er nieuwe taken bij.’ Ja, zo ver waren we zelf ook al.

Dat een rapport dat een beeld schetst van de bibliotheek van de toekomst, nauwelijks aandacht besteedt aan de mensen die die bibliotheek gaan vormen, vind ik op zijn zachtst gezegd vreemd en eigenlijk een groot gemis. Ook in al het andere bibliotheeknieuws blijft het oorverdovend stil als het gaat om het nadenken over het aantrekken van het juiste personeel voor de bibliotheek van de toekomst. Dat de LibrarySchool in Nederland geen voet aan de grond kreeg, waar juist dit onderwerp hoog op de agenda stond, geeft ook te denken. Ik word er eerlijk gezegd een beetje bang van. Want alles goed en wel, we kunnen nog tal van rapporten schrijven over de bibliotheek en de toekomst ervan, maar zolang we geen visie hebben op de bibliothecaris, de medewerker, het kapitaal dat deze bibliotheek vorm gaat geven, vraag ik me af wat de waarde is van al die mooie woorden over de bibliotheek. 

Mijn voorstel is dan ook om samen eens wat stiller te worden en goed na te denken over die bibliotheekmedewerker van de toekomst. Misschien is een kloosterweekend daarvoor wel een uitgelezen mogelijkheid. Zodat we met dat ‘intense gevoel van bevrijding’ echt kunnen gaan werken aan de bibliotheek van de toekomst.

Marina Polderman 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Erna Winters
27-2-2014 15:08
 Ik begrijp je vraag en zorg. In mijn beleving begin je met veranderingen met een visie waar je naar toe wilt. Het rapport Cohen geeft een aan scenario's waar je lokaal de keuze uit kunt maken. Als je dat hebt gedaan, dan volgt daar vervolgens een visie op je personeelsbeleid. Een visie daarop, een analyse van de competenties die je nu in huis hebt, welke je nodig hebt en vervolgens een plan hoe je daar gaat komen. Dat de commissie Cohen dat niet heeft gedaan vind ik dus logisch, het lijkt mij een lokaal op te pakken handschoen. 
Marina
28-2-2014 10:00
Ik geloof dat een visie op talentontwikkeling de lokale grenzen overstijgt. Hoe ontwikkel je bibliotheekorganisaties zo dat het ook voor jong hoogopgeleid personeel een aantrekkelijke werkomgeving wordt? Die mensen gaan we hard nodig hebben als we tot een bibliotheek willen komen zoals die in het rapport Cohen wordt omschreven. Dat vraagt een gedegen personeelsbeleid op lokaal niveau, maar toch zeker ook een sterke visie en ondersteuning op landelijk niveau.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie