HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Het Geheugenpaleis
Agnes Klitsie
24-09-2013
Oftewel: Ik weet de weg in een huis dat niet meer bestaat (Kousbroek)

Zonder dat ik het zelf wist, heb ik mijn hele leven in de bibliotheek ongeveer hetzelfde gedaan wat de geheugenkunstenaars in het boek Het geheugenpaleis; de kunst van het onthouden van Joshua Foer doen.

Het Geheugenpaleis
Het principe van Het geheugenpaleis stoelt op het benutten van je uitstekende ruimtelijke geheugen om informatie met een minder vanzelfsprekende volgorde te structureren en op te slaan.

Ik maakte er vaak een grapje van als klanten mij om een boek vroegen: staat in kast 15, derde meter, tweede plank van boven. Want zo onthield ik de meeste boeken. Ik kende het SISO uit mijn hoofd en de ruimte waar ik werkte, volgde dat systeem. De boeken werden wel eens verschoven, maar dat was een kwestie van even wennen. Daarnaast kon ik veel voorkanten van boeken onthouden als ze bijzonder waren. Ook iets wat in Het geheugenpaleis wordt geadviseerd: ‘maak de associatie zo gek mogelijk en je onthoudt het beter’. Daarnaast heb ik ook twintig jaar lang wekelijks drie boeken gerecenseerd voor RTV Noord-Holland en Max en daardoor heb ik heel veel boeken gelezen en voorkanten onthouden.

En wat lees ik in een artikel uit De Groene Amsterdammer (22-08-2013) over een onderzoek van Arianne Baggerman (hoogleraar geschiedenis van de uitgeverij en boekhandel), op basis van egodocumenten, naar de geschiedenis van het lezen in de negentiende en vroege twintigste eeuw? Uit dat onderzoek blijkt hoezeer inhoud en fysieke vorm van boeken in het menselijk geheugen zijn verknoopt! Dat zal met digitale informatie dus nooit lukken en die ervaring heb ik ook. Ik heb geen ruimte waar ik de informatie op kan slaan!

Afgelopen weken heb ik voor het eerst gewerkt in een bibliotheek met een retailconcept met werelden als ‘Leven en liefde’, ‘Literatuur en cultuur’, ‘Kennis en samenleving’, ‘Spannend en actief’ en bijbehorende PIM-indelingen. Ik was af en toe wanhopig. Weg is mijn geheugenpaleis, weg zijn mijn wetenschapsgebieden en weg zijn heel veel vertrouwde boeken die ik zo uit de kast kon halen. De cultuurschok is groot en de overgang totaal. Ik vergis me vaak in het kiezen van een wereld; zou elektronica bij ‘Wetenschap’ staan of bij ‘Huis en tuin’? (Beide in dit geval.) Staat duurzaamheid bij ‘Wetenschap’ of ‘Huis en tuin?’ (Beide in dit geval.) Ik kies voor ‘Opvoeding en onderwijs’ als ik het boek Het puberende brein (443!) van Crone voor een klant uit de kast moet halen, maar ik moet naar ‘Lichaam en gezondheid; hersenen’. Ik kan maar moeilijk een bruggetje maken tussen allerlei trefwoorden die lukraak door elkaar staan. Doordat ik met het SISO ben opgegroeid, weet ik de volgorde van de filosofen, de schrijvers, de kunstenaars, omdat ze naar perioden waren ingedeeld. Dat was in mijn eigen bibliotheek al gedeeltelijk losgelaten om de klanten tegemoet te komen, maar ik weet nog hoe leuk ik het vond in Amsterdam, waar alles weer op tijd was ingedeeld. Je wist uit welke eeuw een filosoof, schilder, schrijver kwam door het systeem. Nu moet ik steeds weer naar de computer lopen om te kijken waar ik een boek kan vinden. En de klant natuurlijk ook.
Ik krijg nog heel veel klanten die het betreuren dat het oude systeem is losgelaten. Weg dat ene nummer en de eerste vier letters van een schrijver, maar nu vijf lagen in een catalogus: de wereld, de subcategorie, het symbool, het trefwoord en de eerste vier letters van de schrijver! Ook veel medewerkers hebben moeite boeken te vinden. Onderzoeken mogen dan wel uitwijzen dat 80 procent van de klanten loopt te dwalen en per ongeluk tegen een boek aan loopt, maar dat is niet onze ervaring. Er komen nog veel mensen gericht vragen stellen en ook zijn er veel klanten die gericht in de computer zoeken. Maar die worden met het nieuwe systeem niet meer bediend. Dit systeem richt zich op de mensen die in een impuls dingen meenemen. Zoals een mevrouw vorige week tegen mij zei: ‘Ik word zo hebberig van al die glanzende nieuwe boeken’. Die klanten krijg ik natuurlijk niet, want die gaan zelf op zoek naar glanzende nieuwe thrillers, maar de klanten die vragen naar bladmuziek van Yann Tierssen zijn voor mij de klanten die het verschil maken.

Ik las recentelijk het boek Borderline times; het einde van de normaliteit van de Belgische psychiater Dirk de Wachter. Hij schrijft bijna aan het einde van zijn boek ‘fast, short, kicking, new en loud is tenslotte ook het rijtje waarop men uitkomt als men kritisch kijkt naar de gedaanteverwisseling die oeroude gezaghebbende instellingen als musea en bibliotheken recentelijk ondergaan. Eeuwenlang hadden ze hun reputatie te danken aan een veelheid van informatie die ze in zich droegen. En dat was voldoende. Eilanden van kennis waren het, men ging er heen om zich ergens in te verdiepen, om ergens stil bij te staan, iets beter te doorgronden, iets uit te diepen; en daar de tijd voor te nemen.’ Ook musea trekken publiek met ‘een belevenis’. Ik kan het woord ondertussen niet meer horen en zien (beleef Boxtel zag ik op een poster boven een interview met de burgemeester van Boxtel).
De Wachter schrijft ook: ‘Om voor jezelf een nieuwe legitimiteit te bevechten kun je twee dingen doen: je voegen naar de eisen van de commercie (defensief), of offensief met zelfbewustzijn, rust en geduld je eigen identiteit in de strijd werpen als domein van experiment, waar een bezoek een ontdekkingstocht is die inspanning vergt en aan het denken zet.'
Zijn argument is dat mensen daar in toenemende mate behoefte aan zullen hebben, als contrast met de instant bevrediging waarop andere cultuurdomeinen, zoals media, zich onder druk van de commercie steeds meer richten.

Ik ben ondertussen een maand verder en merk dat ik dan misschien niet zo goed meer word als ik was, maar dat ik binnen de drie jaar die ik nog te gaan heb nog een heel eind zal komen. Want dat is mijn instelling: ik stort me ergens op en rust niet voordat ik grip heb op de materie. Grappige ervaringen, zoals dat ik twee keer langs een display ben gelopen en toch alweer die boeken ergens in mijn onderbewustzijn heb opgeslagen. Een middelbare scholier kon twee boeken voor zijn lijst niet vinden en ik pak ze allebei ver verwijderd van elkaar van een paneel (stomverbaasd, hoe weet je dat nou?). Die ervaringen heb ik nodig om er vertrouwen in te krijgen dat het me gaat lukken.

En wat betreft de herrie in het medialab (fast, kicking, new en loud), de vakantie is over en het is al een stuk rustiger geworden. We hebben stilteplekken in onze bibliotheek, gelukkig. Want misschien is het wel waar, het nieuwe moet er ook zijn om te overleven, maar het oude mag niet overboord gegooid worden. Want er is absoluut behoefte aan en het was ook een deel van onze identiteit. Ik ben het met De Wachter eens: er zal steeds meer behoefte komen aan plekken waar het rustig is. Die moet de bibliotheek ook bieden.

Agnes Klitsie


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (4)

Aad van Tongeren
2-10-2013 15:48
Het is sowieso een mooi citaal van Rudy Kousbroek. Vraag: wordt hij - drie jaar na z'n dood - nog gelezen in de openbare bibliotheken? 
leo willemse
3-10-2013 14:48
Goed stuk! En nee Aad, ook Rudy Kousbroek wordt niet meer gelezen-althans het is lang geleden dat iemand een vraag over hem stelde-maar ja, 80 % pakt intuitief, dus wie weet heeft hij per ongeluk zijn weg naar de lezers gevonden...
Aad van Tongeren
3-10-2013 16:08
...terwijl het werk van Kousbroek zoveel waardevolle inzichten en fraaie omschrijvingen bevat!
carla tuinman
9-10-2013 13:54
Mijn geheugenpaleis is nog niet ingesteld op de nieuwe indeling. Nu kom ik ook maar 1 x per 14 dagen of zelfs 3 weken in de bibliotheek, dus bij binnenkomst moet ik bijna weer opnieuw beginnen. Ik vind het nog steeds een verschrikking en loop van hot naar her. Misschien ligt dat aan de leeftijd (66 jr),  de flexibiliteit is nog niet in volle gang

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie