HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Stelselwet, 1 x goed en 2 x slecht
Wim Keizer
29-04-2013
Eén ding vind ik goed aan het voorstel Wet stelsel openbare bibliotheek-voorzieningen en twee dingen slecht. Dat is in hoofdlijnen m’n opinie over de 19 april gepubliceerde concept-wetstekst, inclusief memorie van toelichting.
Stelselwet, 1 x goed en 2 x slecht
Goed is: de concentratie van het SIOB, BNL, de DBNL en de digitale activiteiten van de KB in één organisatie: de KB. Het scheelt een hoop bestuurlijke drukte en de competentiestrijd SIOB/BNL raakt ten einde.
Twee dingen zijn slecht:
  • Het feit dat de wet gemeenten en provincies nergens toe verplicht (en deze ook niet verplicht willen worden).
  • De onttrekking van gelden uit het Gemeentefonds om daarmee de KB landelijk e-content (‘digitale werken’) te laten aankopen.
Mijn conclusie uit het vorige gastblog en m’n column in Bibliotheekblad 4, 2013 blijft overeind: beter geen wet dan deze halfslachtige wet (die de naam Bibliotheekwet niet verdient). Dat is ook niet verwonderlijk, want ik had concepten 18 en 19 van het wetsvoorstel gelezen en de op 19 april op www.internetconsultatie.nl gepubliceerde tekst wijkt daar slechts met wat subtiele woordveranderingen en enkele artikelverschuivingen van af.

Eén bevoegd gezag
Het is goed dat de activiteiten van het SIOB en van BNL worden overgeheveld naar de KB en dat er dus één bevoegd gezag komt voor de landelijke digitale bibliotheek. De huidige spanningen tussen het SIOB (als opdrachtgever) en BNL (als uitvoerder) zijn evident voor iedereen die een beetje oplet. Ook het HEC-rapport constateerde al dat BNL in een uiterst ingewikkeld speelveld moet opereren.

Wat de precieze oorzaken zijn, is mij niet duidelijk, maar feit is dat het ‘Plan van aanpak digitale innovatie 2012’ van het SIOB op 29 november 2011 klaar was en BNL een ‘Jaarplan 2012’ op haar site heeft staan. Maar nu, in het tweede kwartaal van 2013, is er noch een SIOB-plan van aanpak 2013 verschenen noch een BNL-jaarplan 2013. Wel stuurde BNL-directeur Diederik van Leeuwen een brief naar de bibliotheken waarin sprake is van zorgpunten op drie belangrijke onderdelen.

De KB doet heel goede dingen met digitaliseren van historische kranten, tijdschriften en boeken en op pragmatische wijze met KB-dossiers, zonder ingewikkeld te doen over ‘contextualisering’, dus heb ik de verwachting dat ‘een plaats- en tijdonafhankelijke voor het algemeen publiek toegankelijke bibliotheekvoorziening’, ofwel ‘de landelijke digitale bibliotheek’ (gewoon een knopje erbij op de KB-website?) daar in goede handen zal zijn.

Doormodderen
Zoals ik in m’n vorige gastblog aangaf, bevat het HEC-rapport ook adequate signaleringen over de hele branchesector. Maar met die signaleringen heeft het wetsvoorstel niets gedaan. Het voorstel blijft doormodderen op twee onverenigbare gedachten, namelijk aan de ene kant dat het openbare bibliotheekwerk de primaire verantwoordelijkheid van gemeenten is en dat die gemeenten geen enkele verplichting opgelegd hoeven te krijgen en aan de andere kant dat sprake is van één geheel (‘geïntegreerde bibliotheek’).

Netwerkverantwoordelijkheid
De wet begint in artikel 5 met de netwerkverantwoordelijkheid van de gezamenlijke overheden. Maar als er in heel Nederland twee lokale bibliotheken zouden zijn, plus de KB plus één provinciale ondersteuningsinstelling is er wettelijk gezien al een netwerk. De wet zegt namelijk helemaal nergens hoeveel bibliotheken en PSO’s er waar en met welke kwaliteit moeten zijn. Nu snap ik ook wel dat het, met de grote verscheidenheid aan gemeenten die we hebben, lastig is wettelijk te bepalen dat elke gemeente een bibliotheek (mede samen met andere gemeenten) in stand moet houden, maar helemaal niets regelen op dit vlak leidt ertoe dat de thans toegepaste willekeur alleen maar groter zal worden.
Bijna gelijktijdig met het verschijnen van het wetsvoorstel liet de VNG weten geen bezwaar te hebben tegen commerciële bibliotheekactiviteiten als die van Karmac. In haar bericht over het wetsvoorstel haastte de VNG zich te verklaren positief te zijn over het vastleggen van een structurele taak van het rijk voor de digitale bibliotheek, maar zelf voor bibliotheekwerk alle ruimte te willen hebben voor diversiteit in ‘de inrichting van de bibliotheek’ en voor experimenten. ‘De wet moet flexibel zijn om de inhoudelijke transformatie van het bibliotheekwerk ruimte te geven én om zoveel mogelijk bibliotheekvoorzieningen binnen het stelsel te houden. Het voorschrijven van uniformerende verplichtingen draagt daar niet aan bij. Daarnaast moet de meerwaarde van een landelijk collectieplan worden aangetoond’, aldus de VNG.

Dus: het rijk moet verplichtingen hebben (infrastructuur van en e-content voor de landelijke digitale bibliotheek), maar de gemeenten moeten vrijheid-blijheid kunnen genieten.
Tja, eigenlijk ben ik daar niet eens tegen, maar slechts onder één voorwaarde: dat er geen wet komt en geen onttrekking van gelden aan het Gemeentefonds. Willen gemeenten (en bibliotheken) vrijheid? Prima, maar stop dan ook met die stelselfictie van de wet. Zie verder wat ik daar eerder over schreef (aan het eind): laat het Rijk het openbare bibliotheekwerk betalen. Of, als dat niet mogelijk is: laat het Rijk, IPO en VNG dan stoppen met hun bemoeienis en geef bibliotheken de faire kans, samen met hun gemeenten, als echte ondernemers op te treden en er het beste van te maken.

Modern kortzichtig
M’n tweede kritiekpunt, de uitname uit het Gemeentefonds, versterkt deze mening alleen nog maar, want natuurlijk zal deze onttrekking tot verdere gemeentelijke bezuinigingen leiden. De memorie van toelichting meldt: ‘De centrale organisatie van de digitale bibliotheek heeft als consequentie dat de lokale verantwoordelijkheid in hoofdzaak de fysieke bibliotheek betreft en in het digitale domein alleen de specifiek lokale toepassingen. Dit betekent een taakverandering voor openbare bibliotheken en gemeenten.’ Zo’n zin geeft gemeenten die denken en hopen dat alles digitaal wordt wapens in handen (hier moet ik bij zeggen dat gelukkig veel gemeenten hun verantwoordelijkheid nog wel nemen - maar gemeenten komen door de hele operatie van decentralisatie zonder voldoende gelden op zorggebied steeds meer onder druk).
Ik vind dat de VOB krachtig, helemaal dwars voor die onttrekking had moeten gaan liggen (en het alsnog moet gaan doen, of anders het woord taskforce uit haar vocabulaire moet schrappen).
Hoe mooi en waardevol het internet en de digitalisering ook zijn: er bestaan duidelijke aanwijzingen dat voor de verwerving van kennis en informatie en voor educatieve activiteiten ook aandacht, rust, concentratie en contemplatie absolute voorwaarden zijn. Maar die voorwaarden gaan heel slecht samen met overmatig gebruik van digitale media. Openbare bibliotheken kunnen die voorwaarden bieden. De bepaling in de nieuwe bestuurlijke afspraken dat gemeenten bibliotheken moeten stimuleren hun gebruikers zo veel mogelijk digitaal te laten lezen, lijkt aan dezelfde moderne kortzichtigheid te lijden als het plan van Maurice de Hond voor ‘iPad-scholen’. Mijn verwachting is dat hoe meer iPad-scholen er komen, hoe drukker het wordt in de hoofden van de kinderen en hoe meer behoefte er komt aan de rust van onder andere fysieke bibliotheken. En iets anders is dat al weer een paar jaar geleden trendwatcher Adjiedj Bakas toenemende weerzin tegen de digitalisering verwachtte, door kwalijke bijverschijnselen als cyberaanvallen en het misbruik van sociale media (die dus ook asociaal genoemd kunnen worden).

Koopkracht
Hier komt bij dat de argumentatie van OCW voor de uitname van gelden uit het Gemeentefonds en de centrale inkoop en bekostiging van e-content niet deugt. De memorie van toelichting zegt: ‘De aanschaf van digitale media en de afkoop van rechten of licenties overstijgen het niveau van de individuele bibliotheek en kunnen alleen doelmatig op collectief niveau plaatsvinden. De bibliotheekbranche koopt weliswaar collectief in, maar kan met het gehanteerde omslagsysteem onvoldoende collectieve koopkracht organiseren.’
De branche heeft echter aangetoond zelf voldoende koopkracht te kunnen organiseren. Het punt is dat uitgevers nauwelijks meewerken in de verwerving van e-content, maar dat die medewerking wel noodzakelijk is, omdat OCW nog recent heeft laten weten dat de uitzondering in de Auteursrecht voor papieren boeken niet kan gelden voor e-content. Op pagina 22 van de memorie van toelichting, onder ‘leenrecht en e-lending’, wordt dit ook vermeld.
Ik zou nog wel eens willen zien wat OCW doet als de branche instemming met uitnames uit het Gemeentefonds intrekt. Beter geen wet, dan deze wet, zelfs als het zou betekenen dat OCW de KB geen € 17 miljoen ter beschikking stelt voor de landelijke digitale bibliotheek. Dan mist het openbare bibliotheekwerk slechts een kleine 4% van wat er aan subsidies omgaat.

Gewoon regelen
Terugkomend op het positieve punt van de wet, de concentratie bij de KB: die had OCW ook gewoon kunnen regelen door de € 3 miljoen stelselgelden en de € 17 miljoen innovatiegelden van SIOB/BNL naar de KB over te hevelen, zonder wetgeving of wetgeving die alleen maar de KB betreft.
De e-content betalen de bibliotheken de KB dan zelf wel, als er uitgevers bereid zijn die voor een redelijk bedrag te leveren.

Tot zover de hoofdzaken.

Provinciale taken
Als PSO-mens - volgens het wetsvoorstel nu POI-mens - word ik natuurlijk geacht ook nog wat vinden van de provinciale ondersteuningstaken. Artikel 13 meldt:
  1. Een provinciale ondersteuningsinstelling is verantwoordelijk voor de distributie van fysieke werken door middel van het interbibliothecaire leenverkeer binnen de provincie of provincies waardoor zij wordt bekostigd of in stand gehouden.
  2. De provinciale ondersteuningsinstellingen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor a. de distributie van fysieke werken door middel van het interbibliothecaire leenverkeer tussen de provincies en b. de ontwikkeling van innovaties in het fysieke domein in overeenstemming met de KB in verband met haar coördinerende taak.
In de toelichting bij dit artikel staat: ‘Deze taken zijn gebaseerd op een voorstel van het IPO voor een basispakket aan provinciale ondersteuning. Het IPO-voorstel omvatte naast de twee hier genoemde taken ook provinciaal collectiebeleid en het vormen van netwerken. Deze onderwerpen hoeven niet specifiek geregeld te worden, aangezien deze al in de artikelen 5, 6 en 7 als gezamenlijke taken van alle deelnemers aan het bibliotheeknetwerk zijn gedefinieerd.’
Dit is een beetje een raar argument, want als iedereen gezamenlijk verantwoordelijk is, is niemand in het bijzonder verantwoordelijk. Ik zou dus zeggen laat die verantwoordelijkheid bij de PSO’s, net als in de bestuurlijke afspraken 2013-2014. Een gedeputeerde en/of provincieambtenaar kan uit de wetstekst nu lezen dat na 2014 (als de bestuurlijke afspraken zijn afgelopen) verdere beperking van de PSO-taken wettelijk te rechtvaardigen is. Daar is geen bibliotheek bij gebaat.

Lidmaatschappen
De memorie van toelichting zegt op pagina 23: ‘Iedere ingezetene kan lid worden van de landelijke digitale bibliotheek. Dit betekent dat een ieder die in Nederland woont, zich kan inschrijven. Het is daarbij niet noodzakelijk lid te zijn van een fysieke bibliotheek. Dit sluit aan bij gangbare algemene patronen in online mediagebruik.’
Ik ben het daar mee eens als het alleen maar zou gaan om toegang tot e-content (‘digitale werken’). Ik vind het nogal krampachtig van ‘de branche’ om dat te willen tegenhouden of bemoeilijken. Maar: wat betekent ‘gebruik maken van digitale diensten en bronnen’ (art.17 lid 1) precies? Betekent dat ook: fysieke werken aanvragen via de Nationale Bibliotheek Catalogus van de landelijke digitale bibliotheek? En: worden die dan thuis bezorgd (tegen betaling) en teruggestuurd (ook tegen betaling) of moet de aanvrager ze ophalen en terugbrengen in een fysieke bibliotheek? In dat laatste geval zou ik zeggen: wie dat wenst, moet dan ook maar gewoon lid zijn of worden van een fysieke bibliotheek.

E-bookregeling
Overigens is het mij niet duidelijk of lidmaatschap en gebruik van de digitale bibliotheek alle leden wel of geen (extra) geld gaan kosten. Artikel 14 heeft het over zonder kosten lid maken van mensen die al lid zijn van de KB en/of een lokale bibliotheek. Artikel 17, door de memorie van toelichting gekoppeld aan personen die geen lid zijn van de KB en/of een lokale bibliotheek maar die wel lid willen worden van de digitale bibliotheek, spreekt in lid 4 over tarieven die de KB kan vaststellen ‘voor de toegang tot digitale werken of het gebruik van digitale diensten en bronnen’. Gelden die tarieven voor alle leden van de digitale bibliotheek of alleen voor leden die geen lid zijn van KB en/of een lokale bibliotheek?
Dit roept ook vragen op over toepassing van de e-bookregeling (nu van de VOB-inkoopcommissie en straks van de KB?): Diederik van Leeuwen gaat er in een interview in Bibliotheekblad 2, 2013 nadrukkelijk van uit dat leden van fysieke bibliotheken voor on-demand (e-books tot 1 jaar) en gelimiteerd (e-books tussen 1 en 3 jaar) bovenop hun ‘basislidmaatschap’ extra betalen. Anders kan er geen afspraak met uitgevers tot stand komen. Maar hoe gaat dit als KB en/of lokale bibliotheek hun leden voor het lidmaatschap van de landelijke digitale bibliotheek geen kosten in rekening mogen brengen?

Subtiele veranderingen
Dan ook nog iets over de subtiele wijzigingen in de verschillende versies van het voorstel. Daaruit leerde ik wat OCW-ambtenaar Aad van Tongeren nog meer doet dan twitteren (en zich tweetmaatje tonen met mensen uit de branche).
In versies 18 en 19 heette de provinciale instelling nog ‘provinciale serviceorganisatie’, maar in de officieel gepubliceerde versie werd het ‘provinciale ondersteuningsinstelling’.
In versies 18 en 19 moest de KB een collectieplan vaststellen dat zij ‘heeft afgestemd met’ de vertegenwoordigers van de lokale bibliotheken. In de officiële versie werd het ‘in overeenstemming met’. Resultaat van de VOB-lobby?
In versies 18 en 19 behoorde tot de taken van de KB ‘het in stand houden van de landelijke digitale bibliotheek door middel van het ontwikkelen en beheren van de infrastructuur van de landelijke digitale bibliotheek’. In de officiële versie vielen ontwikkelen en beheren eraf. Heeft dat een reden die wellicht met de toekomstige positie van BNL te maken heeft? Er verscheen een bericht over de integratie van de SIOB-taken in de KB. Die lijkt me niet zo heel ingewikkeld. Lastiger lijkt mij de integratie van de BNL-taken in de KB, gezien de aard en omvang van die taken en het feit dat de PSO’s voor BNL infrastructuur beheren. Ben benieuwd naar de aanpak van die integratie.

Tot slot: iedere belangstellende mag op Internetconsultatie.nl reageren op het wetsvoorstel, desgewenst openbaar. Zie hier de openbare reacties.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Wim Keizer
6-5-2013 12:11
Correctie KB en landelijke digitale bibliotheek

Onder subtiele veranderingen schreef ik hierboven:
“In versies 18 en 19 behoorde tot de taken van de KB ‘het in stand houden van de landelijke digitale bibliotheek door middel van het ontwikkelen en beheren van de infrastructuur van de landelijke digitale bibliotheek’. In de officiële versie vielen ontwikkelen en beheren eraf.”

Dit slaat op artikel 8 (Taken Koninklijke Bibliotheek).

Voor de volledigheid moeten ook artikelen 15 genoemd en vergeleken worden.

Concept-versie 19 zegt:
Artikel 15. Beheerplan
1. De Koninklijke Bibliotheek gaat in het onderdeel van het instellingsplan, bedoeld in artikel 19, derde lid, aanhef en onderdeel a, in het bijzonder in op haar taak met betrekking tot de landelijke digitale bibliotheek. Dit onderdeel heet beheerplan.
2. Het beheerplan gaat in ieder geval in op:
a. Het ontwikkelen en beheren van de digitale infrastructuur;
(….)

De gepubliceerde versie zegt:
Artikel 15. Uitvoering en beheerplan
1. Het uitvoeren van de instandhouding van de landelijke digitale bibliotheek door de Koninklijke Bibliotheek houdt in ieder geval in:
a. Het ontwikkelen en beheren van de digitale infrastructuur.
(…)

De vraag blijft natuurlijk toch hoe de integratie van de BNL-taken in de KB zal plaatsvinden.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie