HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Boeken uitlenen: van core business tot zachte landing - branche doorgelicht
Wim Keizer
28-03-2013
Hoewel de Toekomst in de schoot der toekomst verborgen ligt, zijn er toch al ‘toekomstbestendigeBibliotheken van de Toekomst klaar. Ik ben benieuwd wat de core business van dergelijke bibliotheken is. Volgens ondernemer Theo Doreleijers van Karmac Bibliotheek Service is de core business van bibliotheken het uitlenen van boeken. Zie hier, onder "De maand die was". Andere taken zijn volgens hem ‘extra’ en veel gemeenten hebben daar geen geld meer voor. Karmac gaat een eenvoudige boekenuitleenservice in de gemeente Waterland in stand houden.
Ik vermoed dat in 80% van de openbare bibliotheken zo’n 80% van het budget in de uitleenfunctie gestoken wordt, dus in die zin heeft Doreleijers gelijk. En ook in de zin dat, zoals een vroegere directeur van ProBiblio, Paul Mekking, altijd zei, mensen die een restaurant bezoeken nooit willen weten wat er in de toekomst op het menu staat, maar wat ze tijdens hun bezoek kunnen eten. 
Boeken uitlenen: van core business tot zachte landing - branche doorgelicht
Educatief programma
Maar goed, in de Bibliotheek van de Toekomst te Eindhoven zijn er volgens het ‘Innovatie- & transitieprogramma 2013-2017’ (pdf) twee toekomstbestendige prioriteiten: 1. Het ontwikkelen van een educatief programma gericht op taalontwikkeling en mediawijsheid voor de jeugd. 2. Het inrichten van een ‘Kenniswerkplaats’: een centrum voor media, educatie en persoonlijke ontwikkeling. Het programma meldt verder: ‘Het uitlenen van fysieke boeken vanaf wijklocaties zal niet meer als faciliteit worden aangeboden. De bibliotheek in de huidige vorm bevindt zich aan het eind van haar levenscyclus. Wel wordt nog voor jaren vooruit gewerkt aan alternatieven die vanuit een andere setting tegemoet komen aan de behoefte aan het lenen van fysieke boeken.’
Als alternatief voor de distributiefunctie van ‘sluitende wijkbibliotheken’ [het lijkt wel of die filialen aan het eind van hun levenscyclus zichzelf sluiten, in plaats van dat de politiek ze na enige palliatieve sedatie de euthanasiespuit geeft – wk] heeft Bibliotheek Eindhoven bedacht: een thuisbezorgservice voor boeken in heel Eindhoven (kosten: 2 à 3 euro per boek) en afspraken met enkele instellingen voor ouderenzorg en woningbouwcorporaties voor de continuering van kleinschalige, sociale wijkbibliotheken. Daarmee wordt ‘een zachte landing’ van de ‘sluitende wijkfilialen’ beoogd. Als het gebruik gaat teruglopen, kan van ‘een leenconcept’ naar ‘een ruilconcept’ (zonder enige subsidiëring) worden overgestapt.
Tja, bibliotheekbeleid is lokale politiek. De gemeenteraad beslist. Volgens veel uitgevers gaan ‘printmedia’ nog jaren mee, maar dat zijn dan ook ondernemers.

Uitersten?
Bibliotheekwerk in de gemeenten Waterland (17.000 inwoners) en Eindhoven (218.000 inwoners): zo maar twee voorbeelden, misschien uitersten, van wat er speelt in de ‘bibliotheekbranche’ (VOB-woord) dan wel ‘bibliotheeksector’ (SIOB-woord).

HEC-rapport
Wie wil weten hoe we er voor staan in de branchesector, raad ik aan het nieuwe HEC-rapport (PDF) te lezen. Zie ook de samenvatting van 7 maart op Bibliotheekblad.nl. Ik vind het een zeer lezenswaardig rapport. Het is bedoeld om te kunnen weten hoe het met Bibliotheek.nl (BNL) gaat, maar BNL wordt dermate goed gecontextualiseerd dat we ook aardig inzicht krijgen in de toestand van de hele branchesector. HEC is de afkorting van Het Expertisecentrum. HEC is samen met enkele andere organisaties onderdeel geworden van PBLQ (wat geen afkorting is, maar staat voor ‘publiek’).
HEC stelt vast dat een gemeenschappelijke digitale infrastructuur geen punt van discussie meer is bij de bibliotheken. ‘Wel geldt dat bibliotheken zeer divers zijn in zowel eisen/wensen die zij hebben op dit gebied als de volwassenheid van de organisatie en digitalisering.’
Daar lees ik uit dat bibliotheken verschillende core businesses hebben en dat het management zowel op het gebied van organisatie als digitalisering in een aantal bibliotheken tekortschiet. En, we weten het allemaal, er is een enorm verschil tussen stedelijke bibliotheken met vlees op de botten en dorpsbibliotheken die de eindjes nog maar net, of net niet meer, aan elkaar kunnen knopen.

Twee uitgangspunten
HEC zegt ook: ‘Er blijkt wel een spagaat voor BNL als het gaat om verwachtingen. Gechargeerd lijken de bibliotheken als uitgangspunt te hebben dat BNL er is om hen te begeleiden naar een landelijke digitale infrastructuur die passend is bij hun individuele wensen en tempo. In dit beeld zien bibliotheken en PSO’s zichzelf als klanten respectievelijk opdrachtgevers en BNL als leverancier.
Eveneens gechargeerd lijkt het beeld van de meer bestuurlijk gepositioneerde stakeholders dat het de taak is van BNL om op een top-down manier een uniforme infrastructuur te definiëren waaraan de bibliotheken zich moeten conformeren. In dit beeld zijn bibliotheken afnemers wiens specifieke wensen niet leidend zijn voor de dienstverlening door BNL en zijn PSO’s de uitvoerders die voor/namens/in opdracht van BNL lokale diensten verlenen.’

Kernvragen
Nou, dit zijn wel enkele kernvragen waar het in de branchesector al jaren om gaat (en het woord ‘gechargeerd’ kan rustig worden weggelaten): Is BNL een leverancier van digitale diensten en producten en zijn bibliotheken en PSO’s de klanten respectievelijk de opdrachtgevers? Of is het de taak van BNL om top-down een uniforme infrastructuur te definiëren waaraan de bibliotheken zich moeten conformeren? Dat laatste is duidelijk de mening van het SIOB (door HEC tot de ‘meer bestuurlijk gepositioneerde stakeholders’ gerekend): het door het SIOB gemaakte Beleidskader opdrachttaak digitale innovatie 2013-2014 meldde reeds dat het SIOB op basis van het HEC-rapport aan BNL verzocht heeft minder maatwerk voor de bibliotheken te leveren. Zie dit bericht van 6 februari 2013.

Halfslachtigheid
Het tragische van de branchesector is dat geen van beide benaderingen waar is, maar dat er sprake is van een halfslachtig, schemerachtig tussengebied, dat OCW nu al jaren laat voortwoekeren en dat steeds meer ongenoegen wekt. Daardoor komen er ook mensen tegenover elkaar te staan die in feite allemaal het beste met het openbare bibliotheekwerk voor hebben. De VOB durft geen stelling te nemen en schuwt in discussies de openbaarheid, met als gevolg een steeds grotere marginalisering van haar positie.
In de bestuurlijke benadering zijn bibliotheken nauwelijks klanten en opdrachtgevers van Bibliotheek.nl te noemen, maar als publieke, voornamelijk door overheden bekostigde voorzieningen ingebed in een bestuurlijk afsprakengebied van OCW, VNG en IPO (dat door HEC wel als een complex geheel wordt aangeduid). In dat geheel zijn het SIOB en BNL geen leverancier, maar hulpinstituutjes van OCW. Bibliotheken zijn in die benadering geen (maatschappelijke) ondernemingen, maar semi-overheidsvoorzieningen die aanbodgericht, als samenhangend stelsel of bestel, precies uitvoeren wat de drie gezamenlijke overheden, harmonieus samenwerkend, hen vragen te doen. In zo’n benadering is geen sprake van marktwerking. Maar deze benadering zou pas echt waar zijn als OCW haar helder zou regelen met rijksgeld en wetgeving.
In een veel gepropageerde benadering uit ‘het veld’ zijn openbare bibliotheken, met hun gemeente(n), autonoom en opereren ze als ‘maatschappelijk ondernemer’ op ‘een markt’. Maar dat zou pas onbelemmerd mogelijk zijn als OCW zou besluiten zich helemaal terug te trekken en zich niet meer met openbare bibliotheken te bemoeien. Ook IPO en VNG zouden dan hun bemoeienis moeten stopzetten. Daarmee zou de ‘marktverstorende werking’ die OCW nu met zijn gelden aan SIOB/BNL veroorzaakt ten einde zijn. (De term ‘marktverstorende werking’ past bij de benadering dat bibliotheken ondernemingen zijn, maar, zoals ik aangaf, is ook een andere benadering mogelijk).
De soms arrogant aandoende top-down benadering waar OCW, SIOB en (in mindere mate) BNL voor kiezen, is natuurlijk binnen de huidige, halfslachtige, schemerachtige, zeer zwakke bestuurlijke afspraken onhoudbaar. Provincies en gemeenten luisteren alleen naar IPO en VNG als het ze uitkomt en anders niet. OCW zet in op één landelijke digitale bibliotheek. Maar OCW is niet in staat of bereid in wetgeving de positie van het gehele openbare bibliotheekwerk (‘geïntegreerde bibliotheek’) zodanig te regelen en centraal te financieren dat er duidelijke, algemeen geldende eisen aan gesteld kunnen worden en Karmac-achtige toestanden zich niet voordoen. Gemeenten kunnen gewoon helemaal hun eigen gang gaan en doen dat dus ook. Dat was al zo tijdens het Charter, dat is zo bij nieuwe bestuurlijke afspraken 2013-2014 en dat zal ook zo zijn onder een Bibliotheekwet zoals die nu ontworpen wordt.
In m’n column in het papieren Bibliotheekblad van april ga ik daar nader op in.

Operationeel en bestuurlijk
Mooi is ook een ander onderscheid dat HEC maakt, tussen de ‘bestuurlijke partijen’ en de ‘operationele partijen’. Operationele partijen denken in dagen en uren, bestuurlijke partijen in jaren en maanden. Daardoor gaat er vaak iets mis in de communicatie van en met BNL. Het rapport signaleert terecht dat bibliotheken last hebben van de ervaren onhelderheid van financieringen en rolverdeling. ‘Zo menen bijvoorbeeld sommige gemeenteraden dat een bibliotheek geen ICT-kosten meer hoeft te maken omdat “dit toch landelijk geregeld is”! Zij zijn niet in staat onderscheid te maken tussen ICT en digitalisering, terwijl deze beide belangrijke pijlers zijn van een hedendaagse bibliotheek.’

Onzinnig onderscheid
Hiermee zegt HEC dus ook dat het hele onderscheid tussen fysiek en digitaal (ofwel ‘het fysieke domein’ en ‘het digitale domein’ zoals OCW in teksten vaak schrijft) eigenlijk onzin is: er bestaat geen fysieke bibliotheek meer zonder digitale (ICT-)voorzieningen en ook een type als Diederik van Leeuwen (BNL) geeft aan dat de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) vooralsnog heel veel fysiek materiaal zal ontsluiten, naast een beetje e-content.

Beelden over PSO’s
HEC stelt vast dat ook de PSO’s veel last hebben van de verschillende visies van ‘het bestuurlijke veld’ en het ‘operationele veld’. De veldpartijen (lees: de bibliotheken) vinden de PSO’s een onmisbare schakel, maar de bestuurlijke partijen (lees OCW, VNG, SIOB) vinden dat PSO’s op den duur wel kunnen verdwijnen. Er bestaan verschillende beelden over de toekomstige rol van de PSO’s bij de digitale infrastructuur. ‘Dit komt doordat voor partijen niet altijd de relatie helder is tussen de digitale infrastructuur en de reeds in bibliotheken aanwezige ICT-voorzieningen (onderhouden door PSO’s)’, zegt HEC ook hier.
Wat hoort tot de landelijke infrastructuur (bekostigd door OCW) en wat tot de lokale/provinciale ICT-voorzieningen? Het valt te verwachten dat er nog veel spanningen zullen optreden tussen de PSO’s en SIOB/BNL, die samen op weg zijn naar de Koninklijke Bibliotheek. Waarschijnlijk blijft het niet bij de discussie die ontstaan is over de SIOB/BNL-vergoedingsregeling voor schoolbibliotheeksystemen.
Diederik van Leeuwen vindt in die discussie dat bibliotheken en PSO’s hun ondernemerschap moeten oppakken. Hij kiest dus de benadering dat er marktwerking is. Terwijl hij nu juist degene is, die, samen met het SIOB, op basis van een stelselfictie de markt verstoort met OCW-gelden, vanuit een stichting die helemaal afhankelijk is van rijkssubsidie. En dan naar bibliotheken en PSO’s roepen dat volledig leunen op subsidies ‘old school’ is. Ik zou zeggen (en heb dat al eerder meegegeven): laat nu juist BNL proberen marktgericht, zonder subsidie, te opereren. Misschien kan een fusie met NBD Biblion daar behulpzaam bij zijn.

Kosten nemen toe
Er staan nog meer interessante zaken in het HEC-rapport. Ik noem nog even de constatering dat naarmate de digitale infrastructuur respectievelijk content in omvang en gebruik en daarmee qua (beheers)kosten toenemen, er bij gelijkblijvende middelen steeds minder ruimte voor nieuwe functionaliteiten respectievelijk nieuwe content zal zijn.
Dat stelde de door Boer&Croon in opdracht van BNL gemaakte markt- en omgevingsanalyse (pdf) ook al vast.
Het roept natuurlijk de vraag op, of bij gelijkblijvende OCW-gelden de druk op schaarser wordende provinciale en gemeentelijke gelden niet steeds groter zal worden, waardoor ook tussen ‘de bestuurlijke partijen’ de spanning zal toenemen. Hoe slank zal het begrip ‘door OCW bekostigde landelijke infrastructuur’ gaan worden?

Funda van bibliotheken
Toen Bart Drenth van Berenschot in 2009 in opdracht van OCW begon met de Projectgroep Bibliotheekinnovatie (voorloper van SIOB en BNL) was zijn ideaal: één landelijke catalogus die alle fysieke materialen en digitale content van alle bibliotheektypen in één zoekgang ontsluit: het Funda van de bibliotheken. Maar vier jaar later en € 50 miljoen OCW-geld verder is dat Funda er nog steeds niet en moeten we zelfs lezen dat BNL zorgpunten ziet, ook met betrekking tot de NBC.

Geen eindverantwoordelijke
HEC constateert opnieuw dat er geen Senior Responsible Owner (SRO) is. Dit is een term uit de methodiek van Managing Successful Programmes (MSP), waaraan HEC bevindingen toetst, maar je kunt natuurlijk, breder beschouwd, zeggen dat OCW zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Ondanks alle stelselpretenties wordt het bibliotheekwerk gewoon overgelaten aan het vrije spel der maatschappelijke en politieke krachten. Er is geen sprake van een ‘geïntegreerde bibliotheek’ (SIOB-term), maar steeds meer van een ‘desintegrerende bibliotheek’. OCW staat erbij en kijkt er naar. Kamerleden zijn ongerust, maar mevrouw Bussemaker moet melden dat zij er niet over gaat, want ‘het bibliotheekwerk is gedecentraliseerd’. Maar als je er niet over gaat, bemoei je er dan ook niet mee!

Hypothese
HEC zegt over bibliotheken: ‘Het concept van 1 (digitale) landelijke bibliotheek knaagt aan hun autonomie. Bibliotheken kunnen alleen blijven bestaan bij verlaging van kosten (bijvoorbeeld door digitalisering) of door zelf andere bronnen aan te boren om eigen inkomsten te genereren. Eén van de hypothesen is dat door de digitalisering wellicht ook meer leden naar de fysieke bibliotheek komen. De landelijke digitale infrastructuur en content-infrastructuur moeten zo ingericht worden dat deze bijdragen aan het in stand houden van de bibliotheeksector.’
Ja, dat zou mooi zijn, maar wordt het zonder adequate wetgeving en centrale financiering ook waarheid of blijft het een hypothese? Ik denk het laatste en voel dus veel voor het idee van Van Swelmen: laat het Rijk het openbare bibliotheekwerk betalen. Of, zeg ik, als dat niet mogelijk is: laat het Rijk, IPO en VNG dan stoppen met hun bemoeienis en geef bibliotheken de faire kans, samen met hun gemeenten, als echte ondernemers op te treden en er het beste van te maken.

Kritiekpuntjes
Tot slot een paar kleine kritiekpuntjes op het HEC-rapport:
- Er ontbreekt een bekostigingslijntje van BNL naar de Stichting Samenwerkende PSO’s Nederland (de PSO’s doen 1e- en 2e-lijnsondersteuning, waar BNL de SPN voor betaalt).
- Het is mooi dat ik met enkele artikelen in de literatuurlijst sta, maar het is slordig dat m’n naam 1 x goed (Keizer) en 1 x fout (Keijzer) is geschreven. In m’n journalistieke periode heb ik geleerd: je kunt nog zo’n briljant verhaal schrijven, maar als namen er fout in staan, ben je toch weer het sufferdje. 

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie