HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Niet meer werken
Wim Keizer
18-02-2013
Toen ik klein was, dacht ik dat ik later, als ik groot zou zijn geworden, misschien niet hoefde te werken. Ik ben van 1949. Begin jaren vijftig heb ik mijn vader en moeder thuis nog heel hard fysiek zien werken zonder alle mooie apparaten en voorzieningen die het leven zo veel makkelijker zouden maken (stofzuigers, wasmachines, centrale verwarming, elektrische boormachines, elektrische schroevendraaiers en noem maar op). Met al die apparaten kwam, zo dacht ik, tijd vrij die je kon besteden aan leuke dingen. En misschien zouden, als ik groot was, robotten nog wel heel veel meer werk hebben overgenomen. 
Niet meer werken
Hoe hard mensen en dieren vroeger lichamelijk hebben moeten werken, besefte ik later eigenlijk pas goed in het schitterende Londense Science Museum, waar uitleg wordt gegeven over de enorme impact die de stoommachine heeft gehad op het uitoefenen van kracht. Tot voor de uitvinding van deze machine was de eenheid van kracht de horse power (hp) ofwel de paardenkracht (pk). Die gebruiken we nog steeds. Maar stoommachines, en later verbrandingsmotoren en elektromotoren, hebben het aantal pk’s, zonder dat mens of dier er zelf nog aan te pas hoefden te komen, verduizendvoudigd. Dat noemen we de Industriële Revolutie. Maar heel hard werken deden en doen we nog steeds. Waarom eigenlijk?

Vlieger
Toen ik ongeveer 15,16 was en m’n HBS-periode ten einde liep, was ik wel eens radeloos over wat ik ‘zou moeten worden’ (welk beroep en bijbehorende studie zou ik moeten kiezen?). Nu nog kan ik mij goed voorstellen dat het voor een kind heel moeilijk kiezen is. Kleine kinderen willen vaak kapster, zangeres, stewardess, brandweerman, buschauffeur of piloot worden. In een gedichtenwedstrijd voor kinderen met als onderwerp ‘wat wil je later worden’, waarvan ik in de jury zat, kwam ik ook een keer gedecideerd tegen: ‘Als ik groot ben, word ik projectontwikkelaar, dan rijd ik in een Porsche’.

Maar zelf wist ik het echt niet. Als klein kind dacht ik wel eens aan de Zeevaartschool (zeeman worden). Alle kantoorberoepen leken mij dodelijk saai. Waar ik wel gefascineerd door was (en ben) is vliegen. Ik droom nog regelmatig dat ik zelf kan vliegen. Gewoon een aanloopje maken en de armen een beetje fladderend uitslaan als een buizerd en hup, daar ga ik, zwevend boven velden, rivieren, steden en dorpen. Bij toeval kwam ik tijdens een beroepenvoorlichting in m’n HBS-tijd een stand tegen van de Rijksluchtvaartschool te Eelde. Daar heb ik me voor opgegeven, in de wetenschap dat de kans heel klein was de vele drempels (medische, psychologische, vliegtechnische keuringen en een toelatingsgesprek) te halen. Maar waarachtig, ik haalde het, en heb in de twee jaar die ervoor stond in Eelde de opleiding tot verkeersvlieger gedaan (1966-1968). Mooie tijd in het wijde luchtruim, in drie vliegtuigtypen: achtereenvolgens de Saab Safir 91D, de Morane Saulnier Paris II en de Beechcraft D 18S. Maar toen ik ruim een jaar later (na m’n militaire diensttijd, die ik deels ook als vlieger, bij de Luchtmacht, doorbracht) werd afgekeurd op een, wat later bleek onschuldig, afwijkinkje in het hartcardiogram, stond ik opnieuw voor de keus: wat moet ik worden?

Journalist
In militaire dienst had ik veel tijd bladen als Vrij Nederland te lezen en journalistiek leek me ook interessant. Bovendien had ik een enorme hekel aan hiërarchische verhoudingen gekregen en het voordeel van de journalistiek is dat je je overal mee mag bemoeien en dat de verhoudingen nauwelijks hiërarchisch te noemen zijn. En je mag de wereld gewoon kinderlijk blijven benaderen met de vragen Wie, Wat, Waar, Wanneer en Waarom? Hoe zit het eigenlijk precies? Veel grote mensen houden daar niet zo van.

Door het volgen van een LOI-cursus Journalistiek, met prijzende opmerkingen van de docent, kwam ik er achter wel aardig te kunnen schrijven. De zeven jaar die ik vervolgens doorbracht bij een paar regionale dagbladen, met onder zeer grote tijdsdruk steeds maar weer verslagen, interviews, commentaren en samenvattingen van officiële brieven en rapporten maken, hebben de basis gelegd voor wat ik nog steeds met groot plezier doe. Dat het nu beperkt blijft tot openbaar bibliotheekwerk, is m’n eigen keus, want na die zeven jaar wilde ik mijn kennis vergroten en verdiepen zonder daar jarenlang over te doen en bedacht ik de Frederik Muller Akademie (FMA) te gaan volgen, primair voor de algemene ontwikkeling. Nog steeds heb ik heel goede herinneringen aan docenten als Kees Fens (o.a. Nederlandse letteren), Johan Kuin (Engelse literatuur en filosofie) en Paul Schneiders (geschiedenis). Maar toen Paul Nauta, directeur FMA, mij aan het eind van de studie suggereerde maar gauw ergens (adjunct-)directeur te worden, schrok ik: ik heb sinds m’n diensttijd net zo’n hekel aan leiding geven als aan leiding ontvangen. Eigenlijk ben ik, diep in m’n hart, voor zelfsturing voor iedereen. Zou het ook in het openbare bibliotheekwerk niet beter gaan als er minder ‘echte managers’ zouden zijn? Niet elke bibliothecaris wordt een goede manager, maar de beste managers die ik ken, zijn wel van oorsprong bibliothecaris en hebben liefde voor het vak.

Bibliothecaris
Na aan het eind van de FMA enorm geaarzeld te hebben of ik terug zou keren in de journalistiek of toch ‘iets’ zou gaan doen in het openbare bibliotheekwerk, bedacht ik, toen ik in 1980 nog voor ik een echte bibliotheekbaan had gevonden al redactielid van Bibliotheek & Samenleving (B&S) was geworden, het misschien wel mooi te kunnen combineren. En zo is het is gegaan. De Provinciale Bibliotheekcentrale (PBC) Noord-Holland gaf mij de kans me als directiemedewerker en later tevens als ambtelijk secretaris van een aantal stichtingen uit te leven in het schrijven van teksten. B&S en zijn opvolger Bibliotheekblad gaven me de kans bibliotheeknieuws te volgen en ook mooie, scherpe columns te maken, waarin ik malle verschijnselen in het openbare bibliotheekwerk op de hak kan nemen en me overal mee mag bemoeien. En als ambtelijk secretaris heb ik statutair geen stemrecht, maar wel het recht geïnformeerd te worden, aan te moedigen of te waarschuwen. Eigenlijk net als de koning of koningin in een constitutionele monarchie. Geen macht, maar (misschien) een beetje invloed.

Wat nu?
Nu moet ik, na ruim dertig jaar in het openbare bibliotheekwerk, opnieuw gaan nadenken wat ik wil gaan worden als ik echt groot ben en volgend jaar ‘met pensioen’ mag. De gedachte uit m’n jeugd dat apparaten het werken steeds meer overbodig zouden maken, is niet uitgekomen. Integendeel, zelfs VUT en prepensioen zijn afgeschaft en we moeten allemaal langer doorwerken, eerst in een aantal stappen tot 67 en daarna waarschijnlijk nog veel langer. Het is onbetaalbaar geworden een beetje op je lauweren te gaan rusten en rustig de tijd te nemen om veel mooie en interessante boeken uit de openbare bibliotheek te lezen. Hoe meer zogenaamd tijdbesparende apparaten er bij komen, hoe drukker we het krijgen. De concurrentie met de opkomende economieën uit Azië en Zuid-Amerika wordt moordend voor Europeanen en Amerikanen. Van het ideaal uit m’n jeugd is niets terechtgekomen, hoewel ik m’n werk gelukkig meestal met genoegen heb gedaan en nog steeds doe. Eigenlijk is het gewoon voor een deel m’n hobby. Juist door internet is het ook veel leuker geworden om te publiceren: snel, wereldwijd en met meer respons. Het hele internet is een buitengewoon interessante ontwikkeling, met misschien nog meer impact dan de stoommachine.

Het ‘goede leven’
Is het echt waar dat we gedoemd zijn steeds maar te blijven werken en er langer mee door te gaan? Een kop in NRC Handelsblad van zaterdag 22 december 2012, 'Het "goede leven" in plaats van groei', trok in dat weekend m’n aandacht. Het ging om een interview van Cees Banning met de filosoof Edward Skidelsky, die samen met zijn vader, de econoom Robert Skidelsky, het boek How much is enough. The Love of Money and the Case for the Good Life heeft geschreven. Ik herkende het ideaal uit m’n jeugd weer. Het interview begint met: ‘Het lijkt op een pleidooi uit andere tijden: we moeten minder gaan werken, minder consumeren en iedereen heeft recht op een basisinkomen. Omdat het “goede leven” belangrijk is. De Britse filosoof Edward Skidelsky weet dat veel mensen zullen denken dat hij op een andere planeet leeft. Maar met zijn boodschap wil hij het perspectief voor de lange termijn schetsen.’ Volgens Skidelsky is de recessie een wake up call. Hij vindt dat politici weer het ‘goede leven’ als basis voor het beleid moeten nemen, niet economische groei.
Over het boek zegt het interview dat het tot heftige reacties leidt. ‘Rechtse opiniemakers vinden het pleidooi voor het goede leven “utopisch gezwam”, hun linkse opponenten spreken van een “lonkend perspectief”. De aartsbisschop van Canterbury Rowan Williams gebruikt het boek tijdens zijn diensten om te waarschuwen voor de excessen van het hedendaagse kapitalisme: “‘de giftige hebzucht” en “de roofbouw op de grondstoffen”.’

Het boek van de Skidelsky’s is geïnspireerd door John Maynard Keynes. Die schreef in 1930 in een essay Economic Possibilities for our Grandchildren (PDF) dat in honderd jaar het inkomen per hoofd van de bevolking gestaag zou groeien. ‘In 2030 zou niemand meer dan drie uur per dag hoeven te werken om te voorzien in zijn levensbehoeften. Machines nemen het werk over. Het “economisch probleem” is opgelost en de mens kan zich overgeven aan het “goede leven”. Leisure is niet nietsdoen, maar het gaat om zelfontplooiing, zorg voor naasten en andere zaken die de kwaliteit van het leven bevorderen.’

Wat ging er mis?
Skidelsky constateert dat Keynes de inkomensgroei redelijk adequaat voorzien heeft, maar dat hij er wat de werkweek betreft volkomen naast zat. Hij hield rekening met 20 uur per week in 2010, maar het was in Westerse landen gemiddeld 40.
Op de vraag waar het mis ging, antwoordt Skidelsky dat Keynes in kwantiteiten dacht: je kunt maar een beperkte hoeveelheid voedsel eten, één paar schoenen dragen, in één huis wonen. Hij had geen oog voor de continue verbetering van producten, die een stimulans is voor steeds stijgende consumptie. Je moet dus werken, een inkomen genereren, om aan de vraag te kunnen voldoen. Keynes onderschatte ook de rat race: als we veel hebben, willen we nog veel meer. Behoeften zijn relatief, niet absoluut. Het gras is bij de buurman altijd groener. Hoe rijker we worden, des te meer we onze relatieve armoede ervaren. En Keynes had geen oog voor het effect van reclame. Reclame creëert behoefte. Door reclame is het ‘goede leven’ gelijk aan consumeren. ‘Je moet hard werken om te consumeren. Hard werken is stoer. De kunst om jezelf te vermaken in je vrije tijd is - ik chargeer - verdwenen’, zegt Skidelsky.

Druk op consumeren verminderen
Hij vindt dat de crisis het failliet van het huidige systeem illustreert en komt met ideeën om terug te keren naar het ideaal van Keynes. De wereld van het geld aanpassen aan de reële wereld. Winst weer een middel laten worden, geen doel. Als agenda nemen: ‘het goede leven’. De druk op consumeren verminderen door advertenties aan banden te leggen. De burgers wijzen op de gevolgen van ongeremde consumptie voor hun eigen gezondheid en het milieu. Verschuiving van belastingen van arbeid naar consumptie. Skidelsky zegt: ‘Vraag je aan mensen in wat voor samenleving ze zouden willen leven, dan kiezen ze voor een samenleving waar mensen minder werken, harmonieus met elkaar omgaan en een eerlijke inkomensverdeling. Maar het is niet een keus die mensen individueel kunnen maken. Het is een besluit op politiek niveau en een besluit dat door de komende generaties genomen zal worden.’

Het interview eindigt met de slotvraag: ‘Het onderwijs gaat daarbij dus een belangrijke rol spelen?
Skidelsky: ‘Zeker. Nu is het onderwijs te veel gericht op geld verdienen en carrière maken. Maar er is meer in het leven. Hoe ga je om met vrije tijd? Wat kun je betekenen voor de samenleving? Genoeg is genoeg. We moeten de tredmolen van de ongebreidelde consumptiedrift stoppen.’

(Hierbij recensies uit The New York Times en The Observer. De laatste neemt ook het boek What Money Can’t Buy van Michel Sandel mee, waar Agnes Klitsie in haar gastblog van 24 november 2012 op attendeerde).

Ik hoop dat Keynes en de Skidelsky’s uiteindelijk gelijk gaan krijgen, alleen al door de grote kansen die het openbare bibliotheken gaat bieden! De kwaliteit van het leven bevorderen van mensen die daar rustig de tijd voor nemen, niet alleen als ze met pensioen zijn.

Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (19)

Edwin
19-2-2013 02:55
Een prachtverhaal Wim. Mooi om eens wat meer over jouw achtergronden te lezen. Ik herken er toch ook wel het een en ander in. Ik heb er om een of andere reden alle vertrouwen in dat jij dat wat je mooi vindt in je werk nooit helemaal los zal laten, maar kan me tegelijkertijd ook heel goed vinden in het laatste deel van je verhaal. Het is allemaal nogal doorgeslagen. Er is zoveel moois te zien, doen en beleven. Verdoen met doelloos zwoegen is een van de slechtste opties.

Dank voor het delen. 
Stefan Wijnberg
19-2-2013 11:52
Ik sluit me volledig aan bij de woorden van Edwin. Schitterend verhaal Wim!  Ik herken ook veel, al was het maar dat ik ook zeven jaar voor dagbladen heb gewerkt na een studie journalistiek...  Het pleidoor voor consuminderen spreekt denk ik veel mensen aan. Verhaal doet me denken aan dit treffende citaat uit Fight Club:  'Advertising has us chasing cars and clothes, working jobs we hate so we can buy shit we don't need'  
Ik hoop met je dat Keynes cum suis gelijk krijgen! 

Elise Groot
19-2-2013 12:19
Mooi verhaal Wim, ik lees trouwens al jouw verhalen met veel plezier en hoop in de toekomst nog veel van je te kunnen lezen. Helemaal eens met genoeg is genoeg, dit hebben wij al in de praktijk gebracht: dat is pas weelde! Succes met alle keuzes die je gaat maken.
Caroline Heijer
19-2-2013 12:20
Wat een mooi blog! Werken en je 'overgeven aan het goede leven, i.e. zelfontplooiing, zorg voor naasten en andere zaken die de kwaliteit van het leven bevorderen'. Ik zal wel 'links' zijn, want vind het inderdaad een lonkend perspectief.
Agnes Klitsie
19-2-2013 15:33
Dag Wim, dank voor je blog! Ik had hem bijna zelf kunnen schrijven (behalve dat jij luchtvaart en ik geografie heb gestudeerd). Ook grappig dat ik er in voor kom met een boekbespreking. We zitten wel veel op een lijn! Ik werk nog ruim drie jaar, maar denk ook al vaak aan mijn volgende carriere. Agnes
Ina v.d.Velden
19-2-2013 19:35
 Het goede leven, is een uitgangspunt, waar je zelf zo goed als het kan een invulling aan kan geven, zelf vindt ik het een goed item om daar naar te leven, help je naaste om je heen en probeer eenvoudig te blijven. geniet van het leven zoals het komt. Goed geschreven Wim, ga zo door
Mannes Westra
20-2-2013 21:37
Prachtig stuk Wim. We kennen elkaar al zo lang, ik kan me de openbare bibliotheekwereld zonder Wim Keizer niet eens voorstellen. Dus blijf maar gewoon doorgaan met schrijven van mooie, scherpe observaties en analyses.
leo willemse
21-2-2013 17:00
Dit mooie persoonlijke stuk heb ik met plezier gelezen en gedeeld op Facebook!
Jacques Malschaert
21-2-2013 17:46
He Wim, Je hebt me echt goed geraakt met dit verhaal. Dank daarvoor. En uit de reacties blijkt dat ik niet alleen sta. Wat betreft het goede leven, da's natuurlijk een hele interessante uitdaging. Maar wat is dat nu eigenlijk? Daarover denkend kwam ik op de gedachte dat veel mensen in het publieke domein (onderwijs, zorg, bibliotheekwerk) zijn gaan werken om de wereld om zich heen een beetje beter te maken. Je hebt / had een ideaal en je wilde voor anderen zorgen.
Graag wil ik wel kwijt dat dat volgens mij nog steeds een belangrijke drijfveer moet zijn, zo niet de belangrijkste, als je je werk wilt doen in dat publieke domein, dan moet je natuurlijk wel nadenken over marketing, bedrijfsvoering enz., De start is toch die waaromvraag bij jezelf.
Ik hoop dat je artikel de vlam bij collega's om 'goed te leven' aanwakkert en dat dat goede leven ook leidt tot een beter leven van de mensen voor wie je werkt. Al is het maar voor een minuscuul klein beetje.

Overigens, over dat pensioen van je, daar hebben we het nog wel eens over!! Het is je straks van harte gegund. Als je dit soort stukken maar blijft schrijven.
Gerrie Heijerman
22-2-2013 00:58
Hallo Wim,
Uit het leven gegrepen. De maatschappelijke ontwikkelingen en alle gevolgen van dien geef je haarscherp weer.

Rob Bats
22-2-2013 12:32
Beste Wim, een mooi stuk.
Ik ben wel benieuwd wat jij van een ander soort ontwikkeling vindt; het is iets waar ik me zelf nogal druk over kan maken en wel de toenemende hoeveelheid werk die bij de burger wordt gedumpt. Dankzij de vrije marktwerking mag je nu overal uit kiezen en je mag ook alles zelf bijhouden/uitzoeken. Je energieleverancier uitzoeken, jaarlijks je ziekteverzekeraar aanpassen, meldingen doen aan de wijkdienst over zwerfvuil en losliggende stoeptegels,internetproviders en mobiele aanbieders in de gaten houden, je facturen allemaal opzoeken op het internet en alles zelf printen want dat is zo goed voor het milieu van iedereen die je geen afschriften meer wil sturen en zo kan ik nog wel een half uurtje doorgaan. Mooi al die vrijheid maar je wilt ook wel eens dat er iets voor ons allemaal goed geregeld is want dan kun je tijd besteden aan wat jij graag blijkt te doen: leven. En soms is leven niet meer dan de kunst van het filosofisch uit het raam staren. Een hobby die ik iedereen van harte aanraad.

Hartelijks en nog vele lange levende jaren gewenst,
Rob


Clementine Faes
24-2-2013 10:10
Beste Wim,
Geweldig dat je mij deelgenoot hebt gemaakt van dit schrijven. Nu begrijp ik beter jouw achtergrond, je honger naar kennis, je passie voor lezen, je drive voor reizen en ontdekken en je nonchalance voor het bezit van aardse dingen.
Jij gaat je zeker niet vervelen als je stopt met werken.
Wim Keizer
5-3-2013 13:59
Ik zie aan alle reacties, niet alleen hierboven, maar ook op Facebook en Twitter, dat ik kennelijk iets heb benoemd dat heel erg leeft. Ik dank de reagerenden!

Ik ben nog een beetje opgevoed met het idee dat je in het zweet van je aanschijn je brood moet verdienen (http://nl.wikipedia.org/wiki/Protestantse_werkethiek), zes dagen per week en dat de zevende dag een echte rustdag is. Dus ook geen gras maaien of boodschappen doen.

M’n vader werkte in m’n jeugd nog op zaterdagochtend (45-urige werkweek) en zelf had ik de eerste jaren van de middelbare school dan lesuren.
Op Wikipedia lees ik dat de vrije zaterdag (40-urige werkweek) de economie flink heeft aangezwengeld: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vrije_zaterdag.

In onze branchesector hebben we al jaren, na een periode met zogenaamde “arbeidsduurverkorting” (adv), de 36-urige werkweek als je fulltime werkt (een fte is 36 uur per week).

Ik denk niet dat we de 15 uur per week van Keynes in 2030 gaan halen, maar interessant is wel dat het onderwerp sterk in discussie blijft. Toevallig de dag na publicatie van m’n gastblog las ik in de Gooi- en Eemlander de kop: “Korter werken alleen werkt niet”, met de bovenkop: “Deskundigen spuien ideeën om meer mensen aan het werk te helpen tijdens crisis”.

Het blijkt dat een groep Duitse deskundigen in de EU naar een 30-urige werkweek wil. “De Duitse intellectuelen willen een einde maken aan de scheefgroei dat werkenden steeds rijker worden en het groeiend aantal werklozen steeds armer.”
Volgens de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen (52) gaat dat niet lukken, zoals ook de 35-urige werkweek in Frankrijk de werkloosheid niet heeft opgelost. Hij zoekt het in terughalen van werk dat verhuisd is naar landen als China, omdat arbeid ook daar duurder wordt.
De Amerikaanse demograaf James W. Vaupel van de Deense dependance van het Max Planck-instituut zoekt het volgens het artikel in andere richting: een werkweek van gemiddeld 25 uur per week, maar dan wel tot je tachtigste. “Als je twintig bent, wil je tijd doorbrengen met je vrienden. Als je 35 bent dan wil je wat extra tijd om te genieten van je kinderen. Ben je zeventig dan heb je zeeën van tijd om te werken. Je moet juist meer genieten als je jong bent en langer werken naarmate je ouder wordt.”
Hoogleraar economie en innovatie Alfred Kleinknecht (62) vindt dit geen raar idee, maar het lijkt hem wel ingewikkeld om te organiseren. Zelf zou hij wel willen doorwerken tot z’n negentigste, maar er zijn ook mensen die op hun 48e al hardop aan hun pensioen denken. Zijn idee is een grens aan werkloosheid van bijvoorbeeld 4 of 5 % te stellen en vanaf die grens arbeidstijdverkorting in te stellen.
Bernard Koekoek (27) van FNV-Jong ziet wel wat in het idee van de Duitse intellectuelen, maar Wilthagen vindt het idee van Vaupel interessanter.

Kortom, er wordt over nagedacht!

Interessant is natuurlijk ook, Jacques Malschaert wijst daarop, goed na te denken over de invulling van “het goede leven”. Ik raad iedereen aan de recensie van “How much is enough” van rechter Richard A. Posner in de New York Times goed te lezen,
Mooi is hoe hij armzalige toestanden in het Engeland van Keynes schetst, vergeleken met de VS. Hij uit ook stevige kritiek op wat de beide Skidelsky’s over “leisure” beweren: “And it is ridiculous to think that if people worked just 15 or 20 hours a week, they would use their leisure to cut marble or struggle with a musical score. If they lacked consumer products and services to fill up their time they would brawl, steal, overeat, drink and sleep late. English aristocrats in their heyday didn’t work, but neither did they cut marble or explore the mysteries of space and time. Hunting, gambling and seduction were their preferred leisure activities.”
En als slot: “If you ask someone to work half as long for half the pay, you should have better answers to his question: What shall I do with my new leisure?”

Maar ik ben het eens met Rob Bats: ik heb eigenlijk betere dingen te doen dan al het werk dat instellingen bij de burger dumpen.
agnes klitsie
5-3-2013 16:40
Reagerend  op het laatste stukje: mijn vader zei altijd dat als je mannen vrijstelt van werk dat ze dan nog drie dingen willen: drank, dames en dobbelen. Agnes Klitsie
Wim Keizer
5-3-2013 21:30
En de vrouwen, Agnes? (O.a.) bibliotheekgebruik?
Klopt het nog steeds dat "de klant koningin is", zoals hier beschreven: http://www.debibliotheken.nl/fileadmin/documenten/pdf_marketing/Deklantiskoningin.pdf
Ruud Muller
7-3-2013 16:34
Een in deze discussie nog niet genoemd onderwerp is Transition Town. In Krommenie is de Groote Weiver er mee bezig. Wij moeten minder afhankelijk worden van dure en uitputtelijke energie zoals olie. Dus produceren en consumeren dichter bij elkaar brengen, geen appels uit Korea importeren als je ze ook hier kan krijgen (in Nederland geteeld). Ongebruikte landjes en pleintjes benutten voor groentenverbouw. Kapotte producten niet weggooien, maar brengen naar een repair café.
Het levert misschien geen tijdsbesparing op, maar tijd is iets waar ouderen vaak behoorlijk
over beschikken.

E.e.a. o.m. na te lezen in Handboek Transition Town.
Kees de Bakker
10-3-2013 10:27
Als uitgever van Conserve kreeg ik dankzij de vriendschap met goede Wim - al bijna 40 jaar sinds we jaren op de redactie van het Noordhollands Dagblad  zaten in Alkmaar - zijn stuk toegemaild. Ook voor een kleine zelfstandige uitgever is de vraag: hoe lang nog en tot wanneer. In ons vak hoeven we niet met pensioen te gaan. Dus nog geen idee tot wanneer, onze uitgeverij bestaat dit jaar 30 jaar  en net nu het zover is komen we met twee filmedities van Hoe duur was de suiker? van onze Surinaamse auteur Cynthia Mc Leod en de film Tula van regisseur en auteur Jeroen Leinders (met o.a. Jeroen Krabbé en de betreurde Jeroen Willems). Daarnaast is er een prestigieus Ruslandboek min of meer ism Buitenlandse Zaken. Moet je op zo'n moment  stoppen? Ik ben nu bijna 63, iets jonger dan Wim, maar nog niet van plan de lier aan de wilgen te hangen. En wat doen we nu om het harde werken tijdelijk te onderbreken? We zijn    in het gelukkige bezit van een huisje op Bali, waar we eens in het jaar komen, en daar heb ik bewust geen e-mail en geen televisie, alleen mijn vrouw verstuurt er sms-jes.. Wij zwemmen er (ik doe honderd baantjes ''s morgens en 's middags) om iets van het buikje weg te werken, we lunchen ergens tussen de middag en we lezen boek na boek. Meer hebben we niet nodig.
Als je dan door het tropisch oerwoud loopt richting  een James Bondachtige baai waar het heerlijk zwemmen is voel je je een beetje met pensioen, maar aan de andere kant doe je zo veel positieve energie op dat je er weer maanden tegen kunt. Tegen een 30-jarig jubileum (waarin 450 boeken gemaakt)  met uitreiking van een prijs en een boek. En daarna? De maand erna zitten we een maandje op Bali om even bij te komen  van alle drukte om er vervolgens weer een half jaar tegen te kunnen. Ik ben dus een beetje eeuwig met pensioen, wie weet viert de uitgeverij over 10 jaar wel het veertigjarig bestaan! Hoe lang boeken blijven bestaan weten wij niet, maar lezen zullen we, via moderne media rukte de concurrentie op maar toch geloof ik dat er voor het boek een toekomst blijft bestaan waarin uitgevers en bibliotheken - die steeds minder boeken aanschaffen wegens verminderd budget - moeten blijven samenwerken. 
Wim nog vele jaren, ga door met dit mooie werk, zo te zien heeft iedereen van jouw blog genoten, en ik ook! Nog vele jaren in vriendschap, Kees. 
Kees de Bakker
10-3-2013 10:49
Nog een kleine toevoeging: omdat mijn moeder altijd zei dat ik niet mocht opscheppen, hoop ik dat de lezers van het Bibliotheekblad mijn verblijf op Bali, om even weg uit het drukke uitgeversbestaan niet te decadent vinden. In Groet hebben wij kantoor in huis en dat betekent dat ik meestal al 's morgens zeven uur achter de computer zit om de mails en de verkoopcijfers te bekijken. Uitgeven is meer dan een full timebaan. In veel gevallen zeven dagen in de week. Is er geen administratie of kantoorwerk dan liggen er stapels manuscripten om gelezen te worden. Nu onderbreek   ik dat graag door een fietstochtje naar de postbus of loop met met mijn vrouw door de duinen, maar het werk laat je dan niet los. En dat kan wel op Bali, want dan moet je niets. Eenmaal terug kan ik mij weer volledig laten gaan, ben bijgetankt en zodra de jetlag is opgelost komt er zoveel extra energie vrij dat is met geen pen te beschrijven. Tot zover.
Wim Keizer
2-4-2013 23:56
Het boek van de Skidelsky's is inmiddels in het Nederlands vertaald: Hoe veel is genoeg?
Nieuwsuur had een interview met Robert: http://nieuwsuur.nl/video/489478-hoeveel-is-genoeg.html.
Zie ook: http://www.athenaeum.nl/leesfragment/robert-edward-skidelsky-hoeveel-is-genoeg.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie