HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Wat gaan we doen met Bibliotheek.nl?
Wim Keizer
18-01-2013
Wat gaan we doen met de stichting Bibliotheek.nl (BNL)? En wie zijn we? Dat zijn twee vragen die opdoemen, nu de op instigatie van OCW eind 2009 in het leven geroepen stichting BNL haar langste tijd als stichting gehad lijkt te hebben.  
Wat gaan we doen met Bibliotheek.nl?
Immers, de VOB wist in een voortgangsbericht over bibliotheekwetgeving (PDF) voor de ledenvergadering van 12 december 2012 te melden: 'Het ministerie streeft er naar om het SIOB, DBNL en (onderdelen van) BNL bij de KB onder te brengen uiterlijk per 01-01-2015.' Op de vraag aan Ap de Vries, directeur VOB, om welke onderdelen het gaat als het niet de hele BNL is, verwees hij naar het optreden van Maria Heijne, Bas Savenije en Theo Bijvoet op de Bibliotheektweedaagse. Maar in dat optreden werd BNL niet expliciet genoemd. Gevraagd om verduidelijking, antwoordde Maria Heijne, directeur van het SIOB: 'Dit kunnen we niet verduidelijken. Met BNL en ook CDR wordt gesproken over de consequenties van het voorgenomen beleid van OCW om de digitale taken te clusteren in een landelijke digitale bibliotheek in de toekomst. Maar daar is nog geen conclusie aan verbonden. Begin 2013 wordt er verder over gesproken.' Zie ook het bijgaande bericht.

Uit de woorden van Heijne kunnen we afleiden dat KB en 'landelijke digitale bibliotheek' zo niet geheel samenvallen, dan toch heel erg nauw met elkaar te maken krijgen. De vraag lijkt nog slechts te zijn of er naast de KB organisatorisch een Koninklijke Digitale Rijksbibliotheek (KDR) op openbare-bibliotheek-niveau wordt gevormd of dat de KB haar al bestaande digitale dienstverlening versterkt met e-content die interessant is voor de gemiddelde (potentiële) gebruiker van een openbare bibliotheek en er dan het etiket 'landelijke digitale bibliotheek' opplakt.

€ 50 tot € 55 miljoen
Nu is het natuurlijk zo dat 'wie betaalt, bepaalt', dus kan OCW bepalen wat er met BNL, het SIOB en de KB gaat gebeuren. Maar… de grote vraag is wel of er dan een 'digitale bibliotheek' gaat functioneren die voldoende te bieden heeft om aantrekkelijk te zijn voor (potentiële) gebruikers. Immers, OCW subsidieert BNL jaarlijks via het SIOB met ruim € 17 miljoen. Maar in de oude Agenda voor de toekomst 2009-2012 van de VOB stond al dat het 'gezien de ambities naar een eerste inschatting gaat om een jaarlijks budget van ca. € 50 tot 55 miljoen voor de komende vier jaar (jaarlijks ca. 10% van de totale publieke middelen voor het openbare bibliotheekwerk). Dit moet opgebracht worden uit bijdragen van de openbare bibliotheken zelf, gemeenten, het Rijk en de provincies. De omvang van de bijdrage uit de branche kan in de loop der jaren geleidelijk groeien.' De Agenda dacht dat er door gerichte samenwerking veel inverdienmogelijkheden ontstaan.

Volgens VOB-directeur Ap de Vries (PDF, pagina 37) ademt die oude Agenda nog de sfeer van vakinhoudelijke focus en rept pas de nieuwe strategienota over maatschappelijk ondernemerschap, maar ik ben toch wel erg benieuwd hoe die maatschappelijke ondernemers van de VOB de in 2009 jaarlijks al nodig geachte € 50 tot € 55 miljoen bij elkaar gaan krijgen. OCW gelooft er niet zo hard in en zet sterk in op wettelijk te regelen centralisatie. Men wil in wetgeving niet alleen de centrale aankoop van e-content regelen, maar denkt kennelijk zelfs aan stoffelijke content, gezien het feit dat de VNG-commissie OCS dat idee afwijst. Voor de uitname uit het Gemeentefonds is op basis van een TNO-rapport een bedrag van ca. € 15 miljoen genoemd. De VOB en met haar de VOB-inkoopcommissie proberen uitname te voorkomen door aan te tonen dat de branche het geld zelf wel bijeen wil brengen. In een vooruitblik voor 2014 en 2015 is in de VOB-ledenvergadering van 12 december € 0,35 respectievelijk € 0,45 per inwoner genoemd (ofwel, bij 16,7 miljoen inwoners, € 5,8 miljoen respectievelijk € 7,5 miljoen). Samen met die € 17 miljoen van OCW bij lange na nog niet de jaarlijkse € 50 tot 55 miljoen die de Agenda tot 2013 al nodig achtte.

Presentaties BNL
Dat branche en Rijk samen niet voldoende bijeenbrengen voor de genoemde ambities heeft ook BNL zelf haarscherp in de gaten. Het is interessant de op 27 november tijdens een BNL-bijeenkomst door Boer&Croon (markt- en omgevingsanalyse, PDF) en BNL-directeur Diederik van Leeuwen (ppt-presentatie) getoonde verhalen eens goed na te lezen. Marjolein Berends van Boer&Croon zei dat BNL in 2012 de basis voor de digitale infrastructuur heeft neergezet. Nu moet de omslag gemaakt worden naar klantgericht doorontwikkelen en een beheerorganisatie. Van 'technology push' gaat het naar 'demand pull' (sheet 17). Er is steeds meer geld voor beheer nodig, wat betekent dat er bij gelijkblijvend budget (nu nog van OCW) steeds minder geld is voor innoveren. Volgens Berends vraagt dit om een andere manier van werken en financiering. Voor een gelijkblijvend niveau van innoveren is 'additionele financiering' nodig, want ideaal is een 50/50-niveau voor beheer en innoveren.

In zijn eigen presentatie vroeg Van Leeuwen aan de zaal wie nu eigenlijk de ontwikkelkalender bepaalt (zie sheet 7). De vraaglijnen – d.w.z. de partijen van wie BNL afhankelijk is – liggen complex. Hij noemde er vijf. Als nummer 1 de 'klant/eigenaar' OCW/SIOB. Als nummer 2a de VOB (namens het collectief en nu o.a. via de Inkoopcommissie verantwoordelijk voor de omslaggelden voor e-content) en als 2b de individuele bibliotheken. Dan als nummer 3 de leden en niet-leden van de bibliotheken (dus de individuele gebruikers). Als nummer 4 de markt van en voor e-content (bepalend voor de mogelijkheden) en als nummer 5 de markt van en voor de technologische ontwikkelingen.
Met andere woorden: als ik de vraag stel wat 'we' gaan doen met BNL, gaat Van Leeuwen ervan uit dat 'we' de nummers 1 t/m 5 betreffen. Waarbij echter wel geldt dat de vraag is of er een BNL zonder nummer 1 (OCW/SIOB, en straks OCW/KB) zal kunnen bestaan. Dat zal heel erg van de branche afhangen en van de prijs/kwaliteit-verhouding van de diensten van BNL.
Van Leeuwen toonde ook de ontwikkeling van BNL als dienstverlener en als organisatie, gekoppeld aan die van de 'digitale bibliotheek' (zie sheet 6). Voor de ontwikkeling als dienstverlener gaat het volgens hem van faciliteren via inspireren naar personaliseren. Voor de ontwikkeling als organisatie gaat het van procesoptimalisatie via een 'landelijke serviceorganisatie' (met complete digitale dienstverlening en integratie met erfgoed, muziek e.d.) naar 'de geïntegreerde bibliotheek' (waarbij infra onderdeel uitmaakt van het geïntegreerde-bibliotheek-concept). Aan het eind kom ik terug op die 'geïntegreerde bibliotheek'.

Strategische vragen
Volgens Boer&Croon roept de digitalisering strategische vragen op voor de branche (zie sheet 19).
Is uitlenen van e-books een maatschappelijke taak of kunnen we het overlaten aan de markt? Wat is de rol van de fysieke bibliotheekvestigingen in het digitale tijdperk? Er werden vier toekomstscenario’s getoond: 'Bibliotheek niet digitaal', 'Faciliteren digitalisering bibliotheken' (zijnde de huidige route) en twee vraagtekens, met de vraag: 'welke andere scenario’s zijn mogelijk?' Die twee vraagtekens zijn natuurlijk makkelijk te beantwoorden, want gaan precies over de discussie die zich afspeelt tussen OCW/SIOB enerzijds en de VOB anderzijds, namelijk komt er een 'landelijke digitale bibliotheekorganisatie' waar mensen afzonderlijk lid van kunnen worden of een onverbrekelijke twee-eenheid van 'de digitale bibliotheek' (als setje digitale mogelijkheden van de bestaande openbare bibliotheekorganisaties) en de fysieke bibliotheken.
In deze discussie neemt BNL geen uitgesproken standpunt in. Heel begrijpelijk, want ik vermoed dat een ondernemend type als Van Leeuwen er helemaal niet zo blij mee is om geheel BNL, of bepaalde onderdelen ervan, bij de KB onder te brengen. Veel mooier is het om zich zo zelfstandig mogelijk tussen die vijf vraaglijnen door te blijven bewegen. Dat blijkt ook wel uit de vijf vragen die Marjolein Berends 27 november de zaal in projecteerde, als aandachtpunten voor een meerjarenplan voor BNL (sheet 18). Zoals: Wat is (of wordt) BNL als over vier jaar de basis is uitontwikkeld? Hoe ziet BNL haar positie in de markt voor digitale content? Wie is de klant? De eindgebruiker, de bibliotheek of het Rijk?
Maar ja, belangrijke vraag blijft toch wel of BNL er als maatschappelijk ondernemer beter in zou slagen meer geld uit de markt te halen dan OCW nu wettelijk, dus sterk aanbodgericht, probeert door de VNG mee te krijgen in een centralistische agenda. En daarbij het geld gewoon van het lokale/regionale niveau wil afpakken, via een uitname uit het Gemeentefonds (met als het aan SIOB-personeelsleden zou liggen ook nog een uitname uit het Provinciefonds voor 'contextualisering van content').

Advies gevraagd
Een VOB-werkgroep heeft van het VOB-bestuur het verzoek gekregen een advies aan de leden uit te brengen over de strategie voor de branche om de kansen die de nieuwe wet gaat geven maximaal te benutten. Het advies moet inzicht geven in de gevolgen voor de branche van de nieuwe rol die OCW de KB wil geven en aanbevelingen bevatten voor vruchtbare samenwerking tussen KB en VOB. Het advies zal beschikbaar zijn voor een extra VOB-ledenvergadering op 28 februari. De werkgroep bestaat uit Mireille Pondman, Nan van Schendel, Frans Bergfeld, Francien van Bohemen en Ton Brandenbarg (voorzitter). Een eerste terugkoppeling naar het bestuur is gepland voor 25 januari.

Reactie Nan van Schendel
Als reactie op het bericht dat OCW het SIOB en BNL bij de KB wil onderbrengen schreef Nan van Schendel, ook lid van de Commissie Letteren en Bibliotheken van de Raad voor Cultuur (zie onder dit bericht): 'Zo kan ik er nog wel 'n paar bedenken: het SIOB wordt ondergebracht bij de OBA en BNL fuseert met de NBD of het SIOB met Stichting Lezen en BNL met de verzamelde PSO's. Het maakt namelijk niet uit waar de landelijke clubs worden ondergebracht, het vraagstuk erachter blijft hetzelfde. Laten we het maar hardop zeggen: de ontvlechting heeft ons niet veel gebracht. Als OCW zijn regievoerende en onderzoekspoot (3 miljoen SIOB) en digitale infrastructuur (20 miljoen) (is ruim 17 miljoen – wk) ergens belegt - bij voorkeur dicht bij de branche die er belang bij heeft en niet naar de partners in de informatiehuishouding van het Rijk - dan blijft het probleem dat erachter steekt bestaan: "Hoe match je landelijk(e) opdracht/geld met het/de lokale geld/opdracht?" Het is een illusie te vooronderstellen dat je dat oplost door een nieuwe fusie, reorganisatie of ontvlechting.'

Kaders VOB-leden
In een door de VOB-leden op 12 december aangenomen advies van de commissie-Marketing (PDF, zie 13.d) en twee aanvaarde moties over de onverbrekelijke relatie tussen de digitale bibliotheek en de fysieke bibliotheken hebben de VOB-leden de kaders al neergelegd. De commissie-Marketing schreef o.a.: 'Het digitale lidmaatschap wordt voor bestaande bibliotheekleden aangeboden in combinatie met het reeds bestaande lidmaatschap. Voor personen die geen lid zijn van de bibliotheek bestaat de mogelijkheid om uitsluitend een digitaal lidmaatschap aan te gaan (natuurlijk ook voor bestaande klanten die een andere keuze maken).' En: 'Digitale leden die zich via andere kanalen melden dan via hun lokale bibliotheek (bijv. Bibliotheek.nl) worden onverwijld doorgegeven aan de desbetreffende lokale bibliotheek. Daar rust immers het klanteigenaarschap, zodat de lokale bibliotheek ook aan kruisbestuiving kan doen i.c. digitale leden ook fysiek lid kan maken.' Overigens snap ik wel de achtergronden van dit standpunt, maar heb ik als lid van een openbare bibliotheek nooit geweten dat ik het 'eigendom' ben van die bibliotheek. Al vaker heb ik geschreven het onvermijdelijk te achten dat er mensen zullen zijn die alleen lid van een digitale bibliotheek willen worden en dat dit geen negatieve consequenties voor de fysieke bibliotheken hoeft te hebben. Zie verder ook mijn vorige gastblog onder punt 5.

Geïntegreerd
Het SIOB wil het concept van 'de geïntegreerde bibliotheek' uitwerken. 'Geïntegreerd' betekent volgens het SIOB o.a. dat de klant kiest via welk kanaal zij/hij de bibliotheek benadert en dat zij/hij mag verwachten dat de dienstverlening via alle kanalen op elkaar is afgestemd. Dit noemt het SIOB het 'cross channel model'. 'Kanalen die aan de klant worden aangeboden kunnen verdwijnen (er sluiten bijvoorbeeld filialen). De kracht van het systeem ligt in automatische versterking van andere kanalen als dit gebeurt. Het geheel moet naadloos blijven aansluiten op de (potentiële) keuzes van een klant.'
Ik ben benieuwd naar de uitwerking, want ik heb er nog niet echt een duidelijk beeld bij. (Overigens 'sluiten filialen niet', maar worden ze gesloten). Moet ik uit het SIOB-verhaal lezen dat als er een filiaal dicht gaat, de klanten ervan 'automatisch' een 'ander kanaal' krijgen. Heeft iemand een idee wat we ons hierbij moeten voorstellen (behalve natuurlijk dat het SIOB kan denken dat digitale toegang tot e-content via de door OCW betaalde 'landelijke digitale bibliotheek' ongeveer hetzelfde is als toegang bieden tot collecties, activiteiten, deskundig personeel en de sfeer in een vaste door de gemeente bekostigde vestiging)?

Mogelijkheden BNL
Volgens mij staan de strategische vragen die Boer&Croon stelde nog recht overeind. Alsmede de vraag hoe we aan die jaarlijkse € 50 tot € 55 miljoen uit de Agenda voor de toekomst komen. Wat is beter voor de branche en BNL zelf: een BNL die onderdeel wordt van de KB, met wettelijk geregelde verleggingen van geldstromen? Of een BNL die kan opereren als een echte ondernemer en bibliotheekleverancier, zonder uitnames uit Gemeente- en Provinciefonds, zonder concurrentie met OCW-gelden, op soortgelijke wijze als NBD Biblion doet voor de stoffelijke content en eventueel, zoals Nan van Schendel suggereerde, daarmee gefuseerd?
 
Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Irene Annegarn
21-1-2013 16:41
Als digitale leden die zich via andere kanalen melden dan via hun lokale bibliotheek inderdaad 'onverwijld worden doorgegeven' aan de desbetreffende bibliotheek, zoals de commissie Marketing schijnt te willen, zijn mijn gegevens niet veilig bij de digitale bibliotheek. Mijn lokale bibliotheek hoeft niet te weten of ik ergens anders ingeschreven ben als bibliotheekgebruiker.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie