HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Het SIOB gecontextualiseerd
Wim Keizer
31-08-2012
Binnen het SIOB leeft het idee dat een uitname uit het Provinciefonds wenselijk is om het door het SIOB noodzakelijk geachte 'contextualiseren van content' als bibliotheektaak vorm te geven. Dat staat in een Contourennotitie Digitale Bibliotheek. De notitie is ingebracht in de OCW-klankbordgroep bibliotheekwetgeving.  
Het SIOB gecontextualiseerd
Het SIOB heeft behalve deze notitie de laatste tijd meer content vervaardigd, zoals een Plan van aanpak Digitale innovatie 2012, een Jaarverslag 2011, een Meerjarenplan 2013-2016, een reactie op de VOB-strategie en andere stukken die al dan niet op de SIOB-website geopenbaard zijn.
Ook is er content over het SIOB, zoals het advies van de Raad voor Cultuur van 21 mei 2012, de nadere reactie van 13 juli en het tweede advies van 13 augustus. De Raad is wat milder geworden dan in mei en juli: het SIOB krijgt nog een jaar de kans zich waar te maken.

Zonder uitname uit het Provinciefonds doe ik hier een poging al die content van en over het SIOB van context te voorzien, of liever gezegd van meerdere contexten. Want behalve contextualisering is er natuurlijk zoiets als meta-contextualisering: content in de context van de context van de context plaatsen.

Eerste context
De eerste context gaat over het SIOB-idee als zodanig.
Het SIOB schrijft dat 'de Plusbibliotheken' door 'de provincies' bekostigd worden. Maar dit klopt niet: van de twaalf provincies zijn er slechts drie die een bibliotheek in hun provincie van WSF-subsidie voorzien: Overijssel, Gelderland en Flevoland. (De WSF-bibliotheken noemen zich tegenwoordig Plusbibliotheken). Zie ook m’n reactie onder dit artikel. 'Wim checkt' beschouwt de SIOB- (en VNG-)bewering als grotendeels onwaar.

Tot de eerste context zou ik ook willen rekenen het gewone, alledaagse bibliotheekwerk waar veel mensen belangstelling voor hebben en waar veel bibliotheekmedewerkers zich voor inspannen. Ton de Kruyff, directeur van de bibliotheek in het Noord-Hollandse Langedijk, bracht er op zijn blog L.A.R.S. een mooi eerbetoon aan: 'De hamster meneer en de uitleenfabriek'. (L.A.R.S. staat voor Like a Rolling Stone, Ton is fan van Bob Dylan).

Tweede context
De tweede context is die van het SIOB in het krachtenveld van alle instellingen op bibliotheekgebied. In het Jaarverslag 2011 schreef het SIOB zijn positie in de bibliotheeksector te willen versterken en vaster in het bestel ingebed te willen worden. Zou dat een reden zijn voor al die SIOB-content en met name de reactie op de VOB-strategie? VOB-adviseur Thomas van Dalen schreef in de brochure De onbegrensde bibliotheek (door Ap de Vries van de VOB en Diederik van Leeuwen van Bibliotheek.nl gezamenlijk aangeboden aan VOB-leden en relaties van VOB en BNL) de volgende wijze woorden: 'De gesprekken leren dat de drie landelijke partijen, VOB, SIOB en Bibliotheek.nl, er goed aan doen om met enthousiasme en met volle kracht een strikt gezamenlijke koers te volgen. Want er zijn zoveel meningen als er bibliotheekboeken zijn en het is in een land met ingewikkelde bestuurlijke verhoudingen niet lastig om tegen elkaar uitgespeeld te worden. Het is daarbij mijns inziens minstens zo belangrijk dat deze koers de lokale autonomie als uitgangspunt neemt. Want de directeur wikt, maar de wethouder beschikt. Zo is het nog steeds in dit land. Progressie maken in bibliotheekland in tijden van digitalisering vraagt dus een intensief strategisch en tactisch samenspel tussen lokale en landelijke spelers.'

Ik zie van alles in en om het openbare bibliotheekwerk, maar geen intensief strategisch en tactisch samenspel tussen lokale spelers onderling, landelijke spelers onderling en lokale en landelijke spelers. En dan hebben we ook nog die, door sommigen vermaledijde, provinciale spelers.
In tegenstelling tot de VOB (na jarenlange vruchteloze discussies over voors en tegens van een provinciale laag, nu maar berustend in een bestuurlijke werkelijkheid die ook staatssecretaris Zijlstra tot uitgangspunt neemt) wil het SIOB opnieuw naar de structuur kijken. 'Iedereen' heeft het volgens het SIOB over de bestuurlijke drukte. Maar is het niet het SIOB zelf dat daar het meest over praat? Het SIOB is ook voorstander van een 'geïntegreerde bibliotheek'. Een mooi idee, maar ik geloof pas in een geïntegreerde bibliotheek als ook de overheden geïntegreerd zijn. Zo ver reikt de SIOB-regie echter niet. Ik denk dat Rob Vellinga uit Wassenaar realistisch is in zijn pleidooien om OCW de digitale bibliotheek te laten betalen en de gemeenten fysieke bibliotheken en om dit financieel zo veel mogelijk uit elkaar te houden.
Waar het SIOB wel gelijk in heeft, in tegenstelling tot de VOB, is gewoon open praten over 'de digitale bibliotheek'. Ik heb een aantal keren in mijn WWW en column in Bibliotheekblad geschreven de komst van een landelijke digitale bibliotheek, waar mensen los van een lokaal lidmaatschap lid van willen worden, als onvermijdelijk te zien. Een 'strategie' om de term 'digitale bibliotheek' zo min mogelijk te noemen (het VOB-beleid), noem ik geen strategie, maar de ontkenningsfase in een rouwproces.

Derde context
De derde context gaat over alle verschillen van inzicht die er zijn over bibliotheekpolitieke onderwerpen als de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC), de 'collectie Nederland', retailtechnieken, bibliotheekwerk op het platteland en in kleine kernen (oude bibliobussen, moderne Plug-in-bibliotheken) en bibliotheekwerk in grote steden (met 'culturele magneten').

Over de NBC citeerde ik in WWW van juli/augustus 2012 drie directeuren, achtereenvolgens Gerard Kocx (Enschede), Hanneke Veen (Assen) en Theo Peeters (Theek 5):
Kocx: 'Voor kennisdeling op landelijk niveau is de Nationale Bibliotheek Catalogus absoluut noodzakelijk. Alle bibliotheken vormen een reusachtige schatkamer die op een goede manier ontsloten moet worden.'
Veen: 'Voor ons is die nationale catalogus trouwens niet nodig. Ik vraag me af of klanten het echt als meerwaarde gaan ervaren. Volgens mij hebben zij veel meer aan (boven)lokale services, bijvoorbeeld samenwerking met het Drents Museum.'
Peeters: 'Bovendien denk ik dat voor de gemiddelde gebruiker een nationale catalogus niet een belangrijke behoefte is. En voor degenen die er wel gebruik van zouden willen maken vraag ik me af of het ooit snel genoeg zal kunnen worden.'

De tegenstelling stad/platteland is al zo oud als het openbare bibliotheekwerk zelf. De gevechten in de vorige eeuw tussen WSF-bibliotheken die het omringende platteland wilden koppelen aan 'centrumbibliotheken' en PBC’s (die alle bibliotheken in gemeenten onder de 100.000 inwoners 'aangesloten' wilden hebben) werken nog steeds door. Al weer jaren geleden besloot de provincie Zuid-Holland de WSF-gelden voor de bibliotheken Rotterdam en Den Haag (bedoeld voor collecties op HBO+-niveau) liever aan bibliobuswerk voor kinderen en minder-mobielen te besteden. Het toenmalige NBLC en alle G4-bibliotheken (de machtigste leden in het NBLC en nu de VOB) waren in rep en roer. Net zoals de Slag op het Merelveld in 1389 voor de Serviërs, is dit een trauma dat elke nieuwe Rotterdamse bibliotheekdirecteur die daar na Piet Schoots is aangetreden van zijn voorganger heeft meegekregen. Schoots had zijn PBC Rotterdam, bedoeld voor de nieuwe stadsprovincie Rotterdam, helemaal op de rails staan, maar die ging samen met de stadsprovincie ten onder, na een verpletterend referendum in 1995. Nu is men bezig met een metropoolregio Rotterdam/Den Haag (met Zestienhoven als Rotterdam The Hague Airport). Het wachten is dus op de Rotterdam The Hague Public Library.

Vierde context
De vierde context is gewoon politiek. Eigenlijk zijn vorige contexten dat ook al, maar daar is het allemaal nog wat verborgen achter bibliotheekjargon. Ik hoorde een groot voorstander van de NBC eens zeggen dat het zo fijn is dat elke Nederlander dan de Harvard Business Review in één zoekgang via die catalogus kan vinden. Heel mooi denk ik dan, maar hoeveel Nederlanders hebben daar behoefte aan en wat zijn de kosten en de baten? Diederik van Leeuwen meent dat er 'criticasters' van de NBC zijn. Maar als je positief-kritisch vraagt om een kosten-baten-analyse (waarvan de uitslag ook bij mij van tevoren helemaal niet vaststaat) ben je dan meteen 'een criticaster'?

Maar goed, politiek dus. Pakt de overheid geld af van de armen om aan de rijken te geven, of van de rijken om iets moois te doen voor de armen of van iedereen om de echte kansarmen te helpen? Moet het bedrijfsleven alle ruimte hebben om iedereen rijker te maken, moet er nog meer marktwerking komen, of zijn we toe aan een meer Scandinavisch model? Links of rechts, conservatief of progressief, en in welke mate? Vul de Stemwijzer van VOB-voorzitter Kars Veling in en/of het Kieskompas van André Krouwel en je weet waar je staat.
Overigens hebben slechts drie politieke partijen het woord 'bibliotheken' in hun programma staan. Misschien denken de meeste al dat de bibliotheken marktgerichte, particuliere ondernemingen zijn, met voldoende consumer insight om de consumer rechtstreeks te laten betalen voor hun diensten. Ondertussen hebben de OCW-ambtenaren veel ruimte voor hun eigen bibliotheekpolitiek.

Vijfde context
De vijfde context is die van het bovenpolitieke. Dan gaat het ook om de ziel van de bibliotheek. Ik associeer deze context met mensen als Sjaak Driessen, Rob Bruijnzeels, Joyce Sternheim en David Lankes. De platte politiek ontstegen. Over geld en verdienmodellen praten we niet in deze context. Het gaat om bevlogen verhalen, trends, mode, de Design Academy. De wereld van Benedictus, wandelen door de Valnerina in Umbrië, heel heel erg diep nadenken over wat een bibliotheek is en moet zijn. Het gaat om 'anders denken'. Het gaat om inspiratie (waar blijkbaar veel behoefte aan is in het bibliotheekvak). Ik neem het met een zekere fascinatie waar, maar heb me ook wel eens laten verleiden tot vrolijke parodieën waarmee ik mensen op hun ziel bleek te trappen. Zelf heb ik iets meer met Karl Popper dan met Benedictus, meer met m’n brein dan met m’n ziel. Ik leg ook altijd meteen weer de relatie met de vierde context, misschien wat te snel, maar het is niet anders.

Thema’s
Wat zijn, alle contexten overziend, de belangrijkste thema’s waar openbare bibliotheken mee te maken hebben?
Ik zal er zeven noemen:
  1. Waartoe is een openbare bibliotheek op aarde? Wat wil zij voor wie bereiken? Waarom wil zij dat? Hoe wil zij dat? Wat is het verdienmodel? Overheidssubsidie (publiek), betalingen door individuele consumenten (privaat), betalingen door groepen, instellingen, bedrijven ('de civil society'). Iets van alles wat (hybride)? Hoe communiceren we dat helder?
  2. In welke mate maken openbare bibliotheken hun pretenties waar? Hoe meet je hun resultaten (betaald met publiek geld: de social return on investment, of betaald met particulier geld: de winst- en verliesrekening ).
  3. Voor publieke bibliotheken: welke prioriteit geven de overheden aan welke taken? Is de huidige verdeling van gelden over de bibliotheekfuncties, zoals o.a. geschat door de DSP-groep, de best mogelijke, of dienen er verschuivingen op te treden?
  4. Voor publieke bibliotheekwerk: hoeveel overheidslagen moeten zich met openbaar bibliotheekwerk bezig houden? En hoeveel en welke instellingen hebben we per laag nodig? Kan het vooral landelijk met die grote drukte niet een beetje minder?
  5. Voor publiek bibliotheekwerk: moeten de digitale bibliotheek en fysieke bibliotheken een echte twee-eenheid zijn of te onderscheiden eenheden, met eigen geldstromen? En hieraan gekoppeld: veel meer centralisatie of zo veel mogelijk decentraal houden?
  6. Is voor alle openbare bibliotheken eenzelfde merkbeeld noodzakelijk of is dit uit het bedrijfsleven afkomstige marketing-flauwekul waar bijvoorbeeld musea niet aan meedoen?
  7. Teruggrijpend op het WRR-rapport uit 2005 Focus op functies: moeten we de openbare bibliotheek niet in de hele context zien van alles wat er is op het gebied van informatievoorzieningen, dus de focus op functies leggen in plaats van instellingen? En dan in brede zin nagaan voor welke informatiefuncties overheidsgelden gerechtvaardigd zijn? Maar misschien zijn bibliotheken tegen zoveel contextualisering niet bestand.

Wim Keizer 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (4)

leo willemse
31-8-2012 21:42
Wim Keizer heeft echt al jaren het allerbeste met ons vak voor.Zat al in de jaren 70 aan de kriitische kant.Dit stuk is ook echt een oprechte poging om ons vak en de bibliotheken "bij de tijd"te houden .Maar zeker zijn begin leest als een parodie.Terwijl hij zelf graag een parodie op het werk van Rob Bruijnzeels (Umbrië, wandelingen etc) schrijft. We zijn meer geholpen met beide verhalen in een leesbare vorm, zonder al die contekstualisering (Wim) en teveel AnselmGrun (de anderen).
Dit heb ik op Facebook bij Rob Coers gezet.
Wim's stuk wordt echt heel leesbaar als hij zijn fascinatie uitspreekt voor Sternheim, Bruijnzeels. In dit stuk heeft Wim teveel Popper en te weinig Polderman.Volgens mij zijn beide ingangen nodig om bevlogenheid te blijven uitstralen.
Joyce Sternheim
1-9-2012 18:49
Dankjewel Wim, ik voel mij helemaal thuis in de context waarin je mij geplaatst hebt. Marina Polderman, waar ik veel mee uitwissel, hoort daar wat mij betreft ook in, zoals Leo Willemse al suggereert. En met haar Mari Nelissen, Gio van Creij, Nan van Schendel en vele anderen. Allemaal mensen die begrijpen dat de bibliotheek een nieuw verhaal nodig heeft en druk bezig zijn daar in de praktijk uitvoering aan te geven.
Want begint niet alles met een bevlogen verhaal? Jij zet toch ook niet voor niets die vragen bovenaan je lijstje: ‘Waartoe is een openbare bibliotheek op aarde? Wat wil zij voor wie bereiken? Waarom wil zij dat?’ Dat daarna meteen de kwestie van het verdienmodel naar boven komt, dat snap ik. Maar ik ben ervan overtuigd dat je met een goed verhaal makkelijker geld naar je toe kunt halen, of dat nou publiek of privaat geld is. Het schijnt echt zo te zijn dat bedrijven en instellingen succesvoller zijn naarmate ze beter uit kunnen leggen wat de reden is van hun bestaan, waarin ze geloven en wat hun drijfveren zijn. Zie deze blog daarover in - jawel - The Harvard Business Review. Komt die toch nog van pas ;-)
En verder.. verlang ik ook gewoon naar een gezamenlijke koers van VOB, SIOB en BNL, maar dan een waarin recht wordt gedaan aan de lokale autonomie. Zoals David Lankes zegt: ‘Bad Libraries Build Collections, Good Libraries Build Services, Great Libraries Build Communities’.
Als de bibliotheek geen vitale partner is in de lokale gemeenschap kan je ook niet verwachten dat de gemeente je blijft subsidiëren. Om nog maar te zwijgen van andere geldschieters die zich in de toekomst zouden kunnen aandienen. Ik ben geen fundraising expert, maar die Civil Society, die mensen, bedrijven en instellingen die mogelijk bereid zijn de bibliotheek te ondersteunen, zitten die niet voornamelijk in de directe omgeving van de bibliotheek? Die krijg je dan toch ook alleen maar over de streep als de bibliotheek lokaal of regionaal superrelevant is?
Daarmee geef ik eigenlijk meteen het antwoord op jouw vraag over de noodzaak van eenzelfde beeldmerk voor alle openbare bibliotheken: niet doen. Als de lokale autonomie leidend is, moeten bibliotheken er juist niet hetzelfde uitzien.
En wat de Nationale Bibliotheek Catalogus betreft: standaardisatie van de inhoud is prima, als je vervolgens maar optimale variëteit mogelijk maakt. En dat doe je door de vorm vrij te laten. Stimuleer dat bibliotheken die inhoud zo arrangeren en vormgeven dat het aansluit bij de persoonlijke behoeften en levenssfeer van individuen of groepen van individuen in hun eigen werkgebied.
Joyce Sternheim
1-9-2012 18:54

Sorry, linkje naar het blog in Harvard Business Review ging niet mee. Hier is het alsnog:
http://blogs.hbr.org/taylor/2012/04/its_not_what_you_sell_its_what.html

Wim Keizer
4-9-2012 11:54
Hartelijk dank voor jullie reacties, Leo en Joyce!

Ik ben blij dat ik Jocye meteen in de goede context heb gezet ;-).

Van Leo begrijp ik wel de grote lijn (beide “ingangen” zijn nodig), maar niet alle details.
Zou je willen aangeven, Leo, welk “begin” (of liever nog: welke van de vijf contexten) je als een parodie leest?

In november 2006 maakte ik een parodie op oproepen mee te wandelen in Umbrië (zie pagina 12, hierin: http://www.probiblio.nl/media/329570/nieuwsbrief11_nov06.pdf). Daarbij was ik geïnspireerd door het boek Lost horizon van James Hilton, waarin de plek Shangri-La bedacht is. De mensen worden er heel oud. Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Lost_Horizon  .
(Als e-book te lezen op: http://gutenberg.net.au/ebooks05/0500141h.html ).

Ik vind het nog steeds een geslaagde parodie. “Lost horizon” is ook mooi dubbelzinnig. Zonder horizon geen gezamenlijke vlek op de horizon, laat staan een stip.

Te veel Anselm Grün lijkt me inderdaad niet goed, ik moet zelfs zeggen geen aandrang te hebben een boek van deze man te lezen: http://www.bol.com/nl/s/boeken/zoekresultaten/N/8299/secnd/no2nd/Ntt/Anselm+Grun/Nty/1/Referrer/ADVNLGOO0020080885at1/sc/books_all/index.html
Zou je, Leo, willen melden wie “de anderen” zijn en wat je bij Rob Coers op Facebook hebt gezet (niet iedereen zit op Facebook of is “friend” van Rob Coers).

Leo en Joyce, inderdaad is het goed ergens door geïnspireerd te worden (“het bevlogen verhaal”). Mijn inspiratiebronnen zijn journalisten, schrijvers en filosofen die je kunt associëren met de verlichting, waarbij ik meteen maar bij zeg geen verlichtingsfundamentalist te zijn. Ook geen aandrang tot welk ander -isme dan ook. Ik heb niets met door mensen verzonnen hogere machten en uitingen die daarmee geassocieerd kunnen worden. Het inspireert me niet. Maar ik neem waar dat sommige anderen door andere beelden en teksten geïnspireerd worden dan ik. En elke inspiratie die kan bijdragen aan vrijheid van meningsuiting, vrijheid van meningsvorming en vergroting van kennis en wijsheid (en aan instellingen die daar vorm aan geven, zoals bibliotheken) is wat mij betreft welkom.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie