HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Onderling concours
Marina Polderman
09-08-2012
Vroeger speelde ik dwarsfluit. Ik was een jaar of acht toen ik ermee begon. Het was mijn tweede voorkeur. Dolgraag wilde ik piano spelen, maar bij de plaatselijke muziekvereniging kon dat niet (later werd het alsnog mijn tweede instrument). Mijn eerste instrument werd dus de dwarsfluit. Heerlijk meisjesachtig. Een keer per week ging ik naar les en na een poosje mocht ik meespelen in het jeugdorkest.
Onderling concours
Dat er eigenlijk te veel meisjes waren die voor dat instrument hadden gekozen, waardoor er in het orkest een fluitenoverschot was, mocht de pret niet drukken. De valse klanken die dat kon opleveren evenmin. Het gezamenlijk leren musiceren in een ongedwongen sfeer, dat was iets wat (achteraf bezien) bijdroeg aan, noem het, mijn persoonlijke ontwikkeling. Minder ongedwongen ging het er aan toe op de jaarlijkse wedstrijd voor alle muzikanten in opleiding van de vereniging. Onderling concours heette die strijd. Gedwongen werd je niet, maar het was toch wel min of meer vanzelfsprekend dat je als leerling aan die wedstrijd mee deed. Je speelde dan een stuk voor een jury, waarbij ik me niet meer herinner hoe die jury tot stand kwam. Wat ik me maar al te goed herinner, is de spanning. Die ondraaglijke spanning. De brok in mijn keel als ik op moest (wonderwel waren mijn juryrapporten vrijwel altijd goed). En het oneerlijke karakter van de strijd. Want voor zover ik terug kan gaan in mijn herinnering, waren de categorieën zo breed dat je als beginner vaak in eenzelfde categorie belandde als iemand die al jarenlang op les zat. Als ik eraan terugdenk, krijg ik spontaan medelijden met mijn kleine ikje van toen. Dit alles speelde zich af in het pre-Idols tijdperk.

Beste Bibliotheek
Mijn gedachten voerden mij terug naar dit onderling concours door de berichtgeving over de Beste Bibliotheek en Bibliothecaris van Nederland-verkiezing. Dat de bibliotheeksector sinds een paar jaar ook meedoet aan de veridolisering van de samenleving is misschien onontkoombaar. Maar een strijd moet wel eerlijk en goedgekozen zijn. Een strijd om inhoud, zeg maar. En daar wringt het voor mij toch een beetje. Op twee punten.
Als eerste de verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland. Natuurlijk begrijp ik dat dit zowel richting politiek als richting publiek een heel handig instrument is. Niks mis mee. Al helemaal niet in tijden waarin de legitimiteit van het instituut bibliotheek ter discussie wordt gesteld. Maar mijn nieuwsgierigheid werd gewekt toen ik nadacht over de criteria waarop beoordeeld wordt. Dus vroeg ik het document over de gehanteerde criteria op: het ‘Reglement verkiezing Beste Bibliotheek’.

Toen sloeg de twijfel al lichtjes toe. Uitvoerig wordt uit de doeken gedaan hoe de jury tot stand komt, wie er wel en niet mee mag doen en hoe de verslaglegging plaatsvindt. Onder het kopje ‘Beoordeling’ vind ik wat ik zoek. Ik citeer: ‘De twaalf bibliotheken op de shortlist worden beoordeeld op elf verschillende onderdelen, die zijn samen te vatten onder de noemers Gebouw & Inrichting, Collectie & Aanbod en Service & Klantgerichtheid. Bij Gebouw & Inrichting wordt getoetst op Locatie, Exterieur, Interieur en Uitstraling. Onder Collectie & Aanbod vallen Collectie, Logistiek en Computers. Tot Service & Klantgerichtheid behoren Openingstijden, Tarieven, Website en Personeel. De beoordelaars houden bij hun toetsing rekening met de grootte van de bibliotheek en het werkgebied in kwestie, want het is evident dat er aan de collectie, openingstijden e.d. van de openbare bibliotheek in een dorp niet dezelfde eisen mogen worden gesteld als die in een grote stad.’ Ik zoek naar het criterium dat gaat over de lokale binding, de verbinding die de bibliotheek weet te leggen met de plaatselijke samenleving. Door programmering, door activiteiten, door in te spelen op wat er speelt in de samenleving. Ik zoek naar het criterium over, zeg maar, de betekenis van de bibliotheek in de lokale samenleving. Maar ik vind het niet. De gekozen criteria zijn allemaal zo ‘meetbaar’. Zouden we er niet veel meer naar moeten streven om beste bibliotheek voor de lokale samenleving te worden, in plaats van beste bibliotheek van Nederland? Met als jury de burgers in je eigen werkgebied? 
 
Beste Bibliothecaris
Mijn tweede bezwaar richt zich op de Beste Bibliothecaris-verkiezing. Los van het feit dat ik de genomineerden sympathiek vind en weet dat zij dagelijks en jarenlang enorm belangrijk werk verrichten (dat het verdient om in het zonnetje te worden gezet!), vraag ik mij af wie van de stemmers gewerkt heeft met alle drie de genomineerden. Dat lijkt me toch eigenlijk een voorwaarde voor een zuivere strijd (en dan nog is het maar de vraag of je mensen langs eenzelfde meetlat kunt leggen). Ik vrees alleen dat het er om gaat dat je als genomineerde een zo groot mogelijk aantal mensen weet te mobiliseren om op je te stemmen (iets wat op zich ook een hele kunst is). Maar mijn vraag is: is dat het criterium om een goede bibliothecaris te zijn? Twijfel overvalt me.
Ik neem het waarschijnlijk allemaal te serieus. Of komt het door het kleine jeugdtrauma dat ik overhield aan de oneerlijke muziekconcoursen? Het zou zomaar kunnen. Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd, staat in het reglement van de verkiezing. Ik zeg al niks meer. Of toch nog, één laatste zin: ik wens de jury en de stemmers veel wijsheid toe.

Marina Polderman


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie