HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Commotie en consternatie
Wim Keizer
19-02-2012
Het dagblad De Telegraaf is een interessant fenomeen in de Nederlandse samenleving. Vrijwel elke dag gooit deze krant een stuk rood vlees in de arena, om met Mark Rutte te spreken, en steeds maar weer, dag in dag uit, zijn er mensen die zich daar heel erg druk over maken.
Commotie en consternatie
In september 1970 stapte ik voor het eerst als leerling-journalist de redactieburelen van de Zwolse Courant op. Vrijwel vanaf dag 1 werd me duidelijk dat De Telegraaf agendabepalend is voor grote delen van journalistiek en samenleving. Bijna elke ochtend was er wel een of ander Telegraaf-bericht waar ook de wijde regio rond Zwolle mee te maken had en moest nagegaan worden of het wel klopte. Vrijwel altijd was er inderdaad wel iets aan de hand, bijna nooit klopte het Telegraaf-bericht helemaal en af en toe was het zelfs geheel onwaar. Ik moet altijd nog aan Renate Rubinstein (Tamar) denken die in 1975 in een journalistiek gezelschap door China reisde. Er was ook een jonge Telegraaf-journalist bij. Op een dag was iedereen in het Chinagezelschap boos op deze jongen en hij snapte daar helemaal niets van. “Behalve dat het niet waar was, was er niets aan de hand met zijn bericht”, schreef Rubinstein. Veel Nederlanders houden van een beetje spanning en sensatie in dit verder vaak wat saaie, grijze land en De Telegraaf zorgt daarvoor. Dat is zijn functie.
Wie wil weten hoe dingen precies in elkaar zitten, moet ergens anders zijn. Maar een flink aantal mensen wil helemaal niet weten hoe dingen echt in elkaar zitten. Die hebben genoeg aan De Telegraaf. Dat zou toch al jarenlang op iedere cursus mediawijsheid meegegeven kunnen zijn.

Bibliotheek in supermarkt
De VOB kreeg te maken met een storm aan reacties na een Telegraaf-artikel op 13 februari over de mogelijkheid bibliotheken te vestigen in supermarkten, restaurants, warenhuizen en tankstations. Het was weer typisch zo’n artikel waarvan een aantal zaken niet klopte. Maar de essentie dat er bibliotheekdirecteuren zijn die bekijken of het mogelijk is, bijvoorbeeld met de in het bibliotheekwerk ontwikkelde Plug-in-bibliotheek, een kleine vestiging in een supermarkt of op een andere plek te creëren klopt natuurlijk wel. Daar schreef de voor gemeenten gemaakte Handreiking Subsidiebeleid van de VNG vorig jaar april al over. Dat had De Telegraaf over het hoofd gezien. En dus ook menig wethouder, die nu ineens door De Telegraaf op een idee werd gebracht.

Callantsoog
In het Noord-Hollandse badplaatsje Callantsoog (gemeente Zijpe) komt, als alles volgens planning verloopt, eind dit jaar een Plug-in-bibliotheek in een Albert Heijn-vestiging. Die zal elke dag van 8.00 tot 22.00 uur geopend zijn. Hans van Velzen toonde zich (lachend) jaloers toen de directeur van de Kopgroep-bibliotheken, Mannes Westra, dit in het provinciaal directieoverleg van Noord-Holland vertelde (de OBA is elke dag geopend van 'slechts' 10.00 tot 22.00 uur). En iedereen snapt natuurlijk dat de centrale vestiging van de OBA niet hetzelfde is als een Plug-in-bibliotheekje ('minibibliotheek') in Callantsoog.
De VNG schreef er vorig jaar in de Handreiking onder één van de mogelijke toekomstscenario’s - n.l. 'deconcentratie' - over: 'Een recente innovatie is de Plug-in bibliotheek. Deze innovatie is in 2011 voor het eerst toegepast in Rotterdam. Het is een minibibliotheek met zelfbediening. De Plug-in bibliotheek kan worden ingezet op plekken met ruime openingstijden en veel bezoekers, denk aan een supermarkt, een sportschool, of een ziekenhuis. De collectie in de "boekenkast" wordt afgestemd op de bezoekers van de plek waar de Plug-in staat. De Plug-in beschikt over draadloos internet, een digitale etalage, een catalogus en een luisterstoel. De klant kan via een webcam live in contact komen met een bibliotheekmedewerker (het virtueel loket). Boeken leent de klant bij een selfservice-uitleenpunt, betalen kan bij de betaalautomaat. De Plug-in-bibliotheek is zoals eerder aangegeven onderdeel van de vernieuwingsplannen van Bibliotheek Rotterdam. Onderkend moet worden dat zij alleen kan functioneren binnen een groter organisatorisch geheel met vaste vestigingen waaraan personeel en collecties zijn verbonden.'
Het is begrijpelijk dat de VNG nu even mee wil liften op het Telegraaf-succes en de genuanceerde Handreiking nog eens onder de aandacht van haar achterban brengt.

Financieringsbehoefte
In opdracht van OCW is de DSP-groep bezig met de toekomstige financieringsbehoefte van het openbare bibliotheekwerk. De nulmeting gaat binnenkort naar de Tweede Kamer. Het is duidelijk dat de toekomstige financieringsbehoefte (voor zover overheden daarin moeten voorzien) nauw samenhangt met de vraag welke maatschappelijke effecten de bibliotheek voor de burgers kan en moet bereiken. En tevens duidelijk is dat bibliotheken ook effecten hebben die vooral de individuele klant ten goede komen. Het verschil tussen klantwaarde en maatschappelijke waarde, waar Chris Wiersma het in zijn serie 'Oorlog der concepten' in het papieren Bibliotheekblad over heeft, is van alle tijden. In het vakblad Bibliotheek & Samenleving van oktober 1992 droeg ik ter wille van een discussie argumenten aan om de contributie van (toen nog) gemiddeld 30 gulden geleidelijk te verhogen naar 300 gulden per jaar. Ik citeer uit enkele discussiestellingen: 'De hedendaagse openbare bibliotheek wil niet bevoogdend optreden en niet productgericht zijn. Meer en meer wordt de nadruk gelegd op markt- en klantgerichtheid. Dat betekent hoe dan ook een veel minder grote aandacht voor het oude principe kwaliteitsinformatie te bieden die van algemeen belang is voor het functioneren van de democratie of de instandhouding van de cultuur. Het betekent daarentegen veel meer nadruk op individuele belangen die gebruikers hebben bij de geboden informatie, ongeacht de aard van die belangen en de aard van die informatie. Het gevolg is wel dat het minder duidelijk wordt om welke redenen de overheden de openbare bibliotheek nog zouden moeten beschouwen als een bijzondere instelling op informatiegebied die het waard is blijvend gesubsidieerd te worden.'
En ook het omgekeerde: 'De bibliotheek wil een brede voorziening zijn, waarbij het begrip “kwaliteit” wordt gekoppeld aan markt- en klantgerichtheid: als de klant tevreden is, heeft de bibliotheek een goede prestatie geleverd. Het is zaak de afhankelijkheid van de overheid te verkleinen. Dat kan (afgezien van sponsoring) alleen door de gebruiker meer te laten betalen voor de dienstverlening. Naarmate het beter lukt om de meerinkomsten zichtbaar te gebruiken voor kwaliteitsverbetering (in de zin van een adequate, op maat gesneden dienstverlening) zal de acceptatie van de gebruiker groter worden en zal het imago van de bibliotheek drastisch verbeteren, ook bij jongeren die tegenwoordig niet meer kiezen voor een baan in de openbare bibliotheek.'
Wel wat commotie toen over dit artikel, maar alleen beperkt tot Bibliotheek & Samenleving. Twintig jaar geleden nog geen internet met tweets en blogs, zoals bijvoorbeeld deze van de aanvallige Jeanine Deckers. Wel De Telegraaf al, maar daarvan las geen redactielid Bibliotheek & Samenleving.

Effectiviteit en efficiency
Effectiviteit en efficiency: vreselijke clichéwoorden, maar daar draait het altijd om en we zullen er de komende tijd nog veel over horen. Een wethouder onderscheidde eens vier soorten bibliotheken: 1. biedt weinig, kost weinig (kun je als gemeente voor kiezen), 2. biedt veel, kost veel (kan, maar is niet ideaal en moet efficiënter, zeker in tijden van bezuiniging), 3. biedt weinig, kost veel (moet je zo snel mogelijk omdraaien) en 4. kost weinig, biedt veel (heel efficiënt en effectief, ideaal dus voor elke wethouder).
Maar wat is 'veel bieden'? Daar kunnen we het uren over hebben. En dat doen we dan ook graag in het openbare bibliotheekwerk. Eén ding staat vast: bij gelijkblijvende effectiviteit, kan het een stuk efficiënter. Daar wordt, zij het vaak op relatief kleine schaal, ook wel aan gewerkt. Hier en daar haakt nog een kleine bibliotheek aan bij een grote (Bergen NH naar Kennemerwaard). Hier en daar doet een bibliotheek toch maar mee in het netwerk (Drachten in Friesland). Hier en daar fuseren er weer eens een paar PSO’s (Cubiss en Bibliotheekhuis Limburg). Af en toe roept een scheidend directeur (Jan Krol, Almelo) dat we aan zestien bibliotheekdirecteuren genoeg hebben (één per grote stadsbibliotheek en verder 12 per provincie, gekoppeld aan de PSO – Informatie Professional 7-8/2011). Het 'Formulebureau' meldde vorig jaar (pdf) dat er grote besparingen op collectiebeleid mogelijk zijn (zie onder 5. Implementatie). Diederik van Leeuwen van Bibliotheek.nl gaat er vanuit dat gebruikmaken van zijn centrale diensten en producten de kwaliteit verbetert en de kosten kan verlagen. Maar ik denk dat we een beetje moeten opschieten. Focus, tempo en regie waren de toverwoorden van de Agenda voor de toekomst 2009-2012 uit juli 2008. Eerlijk gezegd zie ik ze nog geen van drieën in werking.

Openbaarheid
Met Ap de Vries van de VOB ben ik van mening dat het goed is om als branche kracht en zelfvertrouwen te tonen door overwegingen in discussies en bij toekomstopties in de openbaarheid te delen. Ap zei dat tegen Eimer Wieldraaijer en mij naar aanleiding van het feit dat De Telegraaf het idee voor het bericht  'Openbare bibliotheek in winkels' ontleend heeft aan het verslag van de bijeenkomst  (pdf) van de vier VOB-commissies met het VOB-bestuur (13 januari). Het staat, met de woorden HEMA en McDonald's erin, op de VOB-site gepubliceerd. Het zou wel fijn zijn als het niet bij discussies en opties blijft.


Wim Keizer



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie