HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Games horen thuis in de openbare bibliotheek
Rob Bruijnzeels
28-11-2011
In het laatste nummer van De Groene Amsterdammer staat een geharnast artikel van de schrijver Marcel Möring, waarin hij de verwarring van onze sector beschrijft: ´Met merkwaardige wanhoop verzinnen bibliotheken de ene gekkigheid na de andere om jongeren en allochtonen naar binnen te krijgen. Willen ze overleven, moeten ze juist terug naar de kern: studie en collectie.´
Games horen thuis in de openbare bibliotheek
Oef.

Je gaat er dan goed voor zitten om te ontdekken dat Möring veel opheeft met de waarde van bibliotheken, maar ons ook neerzet als een sector in grote verwarring. Het is nooit leuk om zoiets te lezen en dus is het een voorspelbare en voor de hand liggende reactie om te kijken wat je op zijn artikel kunt afdingen. Om vervolgens te concluderen dat Möring ‘wel een punt heeft’, maar er verder niet zoveel van snapt. Waardeloos artikel dus?

Onjuiste en te gemakzuchtige conclusie!

Möring is namelijk niet de enige representant uit de culturele sector die zich serieus zorgen maakt over de manier waarop wij met onze culturele opdracht omspringen. Zo verbaasden Mieke van der Weij en Rosita Steenbeek (voorzitter, respectievelijk lid van de jury Beste bibliotheek van Nederland dit jaar) zich eveneens over ons cultuurrelativisme: ´Als je alleen maar aanschaft wat al gelezen wordt, breng je mensen niet op ideeën.´ En: ´Ik heb mij erover verbaasd dat het allemaal zo geforceerd modern moet.' Maar als Van der Weij wenst dat 'de grijze muis terug moet', ligt al snel de verleiding op de loer om het hele betoog maar te laten voor wat het is: te overdreven.

Maar toch...

Ondanks het feit dat ‘buitenstaanders van gewicht’ soms overdrijven of de plank (gedeeltelijk) misslaan bij hun kritiek, zou het onverstandig zijn om hun mening te negeren of af te doen als achterhaald. Want hun opmerkingen komen voort uit een diepe betrokkenheid bij en sympathie voor de openbare bibliotheek. Zij maken ook duidelijk wat door deze ‘culturele stakeholders’ van ons verwacht wordt. Möring eindigt zijn betoog bij voorbeeld met de zinnen: 'Je steunt het idee van "de bibliotheek" niet omdat het jouw leven leuker maakt. Het is gewoon belangrijk. Net zo belangrijk als watervoorziening. Net zo belangrijk als de deltawerken. Belangrijker dan het koningshuis. Wat wij zijn, wat wij willen en wat wij weten, dat ligt in de bibliotheek opgeslagen, daar kunnen we het lezen en bestuderen. Wie daar nonchalant of luchthartig mee omgaat verwaarloost niet alleen zijn cultuur, maar toont ook gebrek aan zelfrespect. Zonder behoorlijke bibliotheken kun je nog zo hard over de wortels van onze joods-Christelijke cultuur kletsen, maar zal er niemand meer zijn om te weten waarover je het hebt.' Een beter pleidooi voor de bibliotheek kun je je niet wensen!

Wat nu?

Blijkbaar slagen wij er onvoldoende in om onze culturele taak duidelijk over het voetlicht te krijgen. In onze haast om toch maar vooral hip en eigentijds te zijn, stappen wij kennelijk te makkelijk heen over onze klassieke roeping en de invulling die vele representanten uit de culturele sector daaraan geven. Zo ontstaat het beeld dat wij dierbare kinderen met het badwater weggooien. Wij lijken ons drukker te maken om de verkrijgbaarheid van onze toekomstige (?) collectie van e-books dan om het gebruik en de culturele waarde van onze huidige boekencollectie. Een serieus punt van zorg, vind ik.

Terug naar Möring...

Games horen, volgens Möring, niet thuis in de bibliotheek: 'gamen doe je maar thuis'. Nog afgezien van het feit dat ICT allang een einde heeft gemaakt aan de exclusieve koppeling van een activiteit en de plaats waar je die beoefent, zie ik nog een andere misvatting in zijn verder prijzenswaardige betoog. Möring onderschat de potentie van gamen en de kwaliteiten van game-ontwerpers.
Ik heb een paar jaar geleden met veel plezier intensief samengewerkt met de afdeling Kunst, Media & Technologie van de HKU in Hilversum, waar game-ontwerpers worden opgeleid. Wij hielden ons een halfjaar bezig met de uitwerking van ‘de bibliotheek van de 100 talenten’ en wat bleek? Game-ontwerpers zijn als geen ander in staat om verrassende zoek- en navigatiestrategieën te bedenken. Ik kwam daar – ook door de serieuze manier waarop dat gebeurt – tot het inzicht dat deze studenten wel eens de catalogusbouwers van de toekomst zouden kunnen zijn. Want zij bedenken echt nieuwe, verrassende en originele vormen van toegankelijkheid. Wat zij de ‘regelset’ noemen’, lijkt verrassend veel op de uitgangspunten voor onze regels voor de titelbeschrijving.

Games horen dus thuis in de bibliotheek!


Game-ontwerpers kunnen ons misschien verder helpen bij het opnieuw organiseren van ons primaire proces. Maar niet alleen dat: een tijdje geleden werd bekend dat een tien jaar oud medisch probleem kon worden opgelost door.... gamers! De krachtigste computers op aarde waren niet in staat om een ingewikkeld enzym in kaart te brengen. Het computerprogramma Fold-it bracht echter uitkomst. Daarin konden gamers het enzym steeds efficiënter opbouwen. Wie een betere versie bedacht, kreeg meer punten. Zo kwamen 57.000 gamers uiteindelijk in 10 dagen tot de oplossing. Misschien moeten wij dat ook maar doen met onze sector in verwarring en leggen wij voortaan onze complexe problemen voor aan gamers. Ik ben er zeker van dat die dan spelenderwijs en binnen de kortste tijd worden opgelost. En het is toch veel leuker dan vergaderen?

Tekst: Rob Bruijnzeels


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (3)

erik bouwer
30-11-2011 11:52
1. Gamers bedenken echt nieuwe, verrassende en originele vormen van toegankelijkheid. Wat zij de ‘regelset’ noemen’, lijkt verrassend veel op de uitgangspunten voor onze regels voor de titelbeschrijving.
2. Games horen dus thuis in de bibliotheek!

Dat gamers zinvolle dingen zouden kunnen doen (ontwikkeling) voor bibliotheken is iets anders dan dat games thuishoren in de bibliotheek. Het 'dus' bij punt 2 is daarmee niet vanzelfsprekend.
Dat geldt ook voor het andere argument, dat gamers de bibliotheek zouden kunnen helpen in het oplossen van de verwarring waar de bibliotheek mee worstelt. De bibliotheek is ook geholpen met goede koffie of internetpc's, maar gaat geen koffiebranderij beginnen of hostingdiensten aanbieden. Dat is maar goed ook.

kitty
4-12-2011 21:24
Het idee is inderdaad: met games krijgen we allochtonen/jongeren naar de bib. In de praktijk komt dat in mijn hippe Brusselse nederlandstalige wijkbibliotheek op het volgende neer: op woensdag - en zaterdagnamiddag droppen allochtone moeders hun (franstalige) jochies aan de computer en komen ze pas weer ophalen tegen sluitingstijd. Toch mijn twijfels of gratis kinderopvang wel tot de core business van de bib behoort.
Annemiek
6-12-2011 13:34
Moeten we misschien om van het gezeur af te zijn de naam Bibliotheek toch maar veranderen in Mediatheek? De Openbare Bibliotheek is al lang niet meer een gebouw vol boeken maar zoveel meer. We hebben toch ook al jaren films in huis en stripboeken en tijdschriften en internet. Een game is ook een verhaal!!! Het is een "digitaal boek" waar jezelf een rol in speelt. Games horen thuis in de Openbare Bibliotheek.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie