HomeRubriekenGastblogsBericht
voetnoot
Ha, een visienotitie!
Wim Keizer
01-11-2011
Ha, een visienotitie over de toekomst van de digitale bibliotheek, tevens visie op de toekomst van de openbare bibliotheek! Goed dat zij er is. Iedereen mag er een bijdrage aan leveren. 
Ha, een visienotitie!
‘In januari 2012 convergeert de inhoud van deze notitie in de landelijke branchestrategie’, aldus de VOB-commissie digitale bibliotheek in deze visienotitie, met de naam Interface: de Bibliotheek in het digitale tijdperk.
Op 4 november komt de commissie strategie met het VOB-bestuur en de voorzitters van de andere commissies bijeen om vertrouwen en draagvlak te creëren, te beginnen bij het bestuur en de voorzitters van de commissies. Nog drie maanden te gaan dus, om de VOB-convergentie te halen. En misschien vindt het SIOB ook nog wel wat van de meest gewenste branchestrategie. Al was het maar om er haar sectorstrategie op te baseren. En Bibliotheek.nl, met in het bestuur twee personen op voordracht van de VOB en twee op voordracht van het SIOB, komt natuurlijk met een branchesectorvisie.

Ik heb eerst maar eens zo zorgvuldig mogelijk een handzame samenvatting van de visienotitie gemaakt, ondertussen nadenkend over wat ik er van moet vinden, terwijl de eerste reacties al weer razendsnel op Bibliotheek 2.0 voorbijvlogen. De commissie schrijft o.a.: 'Door de enorme groei van het informatieaanbod is het voor veel mensen ondoenlijk geworden om te onderscheiden wat de moeite waard is om te weten, wat feiten zijn en wat opinie. Er is behoefte aan duiding. Hier ligt een gouden kans voor de Bibliotheek om zich te ontwikkelen tot de onmisbare schakel tussen burgers en informatie. De interface die van informatie een begrijpbaar en doorwrocht verhaal maakt. Bibliothecarissen kunnen dat. Zij beschikken over onderscheidingsvermogen en hebben de kennis, de aandacht en de ervaring om informatie te selecteren, te duiden en er zinvolle verbanden in aan te brengen zodat het begrijpelijker wordt voor mensen. De bronnen, de collecties waarover de gezamenlijke bibliotheken in Nederland beschikken, dienen daarbij als basis. Dit vraagt wel om wezenlijk andere werkprocessen, waarbij contentpartners én gebruikers worden ingezet om nieuwe waarden rondom die collecties te creëren.’

Zinvol verband
Inderdaad, bibliothecarissen kunnen dat. Zo heb ik met grote aandacht de 'vier essays op locatie' gelezen die de schrijver P.F. Thomése publiceerde in NRC Handelsblad. Ze gaan over 'de gigantische metamorfosen in de cultuur'. De laatste, op 8 oktober, zou ik wel helemaal willen citeren om een zinvol verband aan te brengen met de visienotitie. De titel is: 'Mijn reizen door cyberspace – over moderne vergetelheid'. Ik zag dat het essay ook op de NRC-site staat, maar alleen voor abonnees toegankelijk is. Tja, vervelend, maar begrijpelijk, want ergens moet bij zo’n krant het geld vandaan komen om uit de kosten te komen.
Ik zal een paar passages citeren die me het meest troffen: ‘Je ziet op het internet voortdurend dat de deelnemers het liefst zelf schrijven. Zelf het middelpunt zijn van dit onuitputtelijke universum. Die aanwezigheidsdrang, zeg maar gerust aanwezigheidsmanie, verklaart ook de krankzinnige accumulatie van "informatie". Iedereen schept zijn eigen helderheid, ieder hecht aan zijn eigen statements in dit uitdijende heelal vol uit hun baan geslingerde meteoren.
De horizontaliteit, gelijktijdigheid, gelijkvloersheid van de informatie op internet, de dictatoriale democratie van elke stem die er één is, gaat op den duur tegenstaan. De domheid die niet meer te deleten valt, en die voorgoed, onuitwisbaar door cyberspace daast. Want de informatie gaat er wel in, maar er niet meer uit. Eens gepost, altijd gepost. Vergelijk dit eens met de strenge hiërarchie, de steile verticaliteit van de bibliotheek.
De ultieme gelijkheid. One size fits all. Hoe stel je dan nog waarde en betekenis vast? Torrents, streams. Het is er, je hoeft er maar in te stappen, en het beweegt. Het staat stil – en het beweegt, maakt niet uit. Belangrijkheid en onbelangrijkheid worden inwisselbare begrippen.’
‘Op internet wordt de informatie alleen maar oud en nooit historisch. Dat komt doordat de context ontbreekt. Het historische veronderstelt samenhang, waarin de feiten hun plaats vinden – zodat ze eindelijk kunnen plaatsvinden.
In cyberspace blijft alles, ondanks alle links en hyperlinks, geïsoleerd. Voor Borges en zijn encyclopedische obsessie met volledigheid moet het internet een gruwel zijn geweest, ware hij niet net op tijd gestorven.’
‘Wat deze onvoorstelbare culturele investering oplevert, is een onafzienbare horizontaliteit van losse brokstukken, een eeuwig braakland van kersverse ruïnes, waar, zo,schrijven de toeristengidsen ons voor,  "het leven van de plaatselijke bevolking zich hoofdzakelijk afspeelt".
Maar het is wel, daarin kunnen we keizer Maximiliaan gelijk geven, het mooiste plein van Europa. Wat zeg ik? Van de hele wereld. Met desnoods het heelal erbij. En nu zet ik mijn computer uit en ga ik op mijn hotelkamer verder in mijn boek lezen en dagdromen over wat niet voorhanden is.’

Genoeg!
Al eerder citeerde ik in een gastblog over sociale media de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen, die in een interview zei: 'De laatste vijftien jaar zijn we zo overstelpt met allerlei nieuwe technologieën dat het verleidelijk is te denken dat de mens uit de oude wereld valt, zoals je van een klif valt, en dat hij, als hij daar beneden te pletter is geslagen, er compleet anders uitziet. Maar de mens kan tegen een stoot: mensen blijven mensen, ongeacht de technologische vooruitgang. Zoals wel vaker in de geschiedenis zal er een reactie op gang komen. Heel die technologische revolutie voelt niet langer aan als de radicaal bevredigende omwenteling die ons beloofd was, maar als een onplezierige, onbevredigende dwang en afleiding. Een deel van de bevolking is het vandaag al zat en roept: “Genoeg!” En als wij er intussen in slagen genoeg talenten aan te trekken die romans blijven schrijven, zal er zeker publiek zijn voor een ander soort ervaring – "het rustige alternatief" noem ik het graag,' aldus Franzen. Hij voegt er aan toe dat de meeste serieuze lezers die hij kent boeken lezen, geen e-boeken. 'Op zo’n leesschermpje kan je alles laten verschijnen, en zo stel je alles gelijk. Het lijkt wel de apotheose van het postmodernisme. Maar als alles gelijk is, is er niks dat er nog echt toe doet.'

Aan de bibliothecaris dus de schone taak om te vertellen wat er wel toe doet, om niet de domheid te bevorderen maar de volksverheffing hoog te houden, en daar ook nog diezelfde sociale media voor in te schakelen die nu juist al die onbevredigende dwang, afleiding en horizontaliteit veroorzaken (ik herken veel in het ongenoegen van beide aangehaalde schrijvers).

E-books
De nota toont zich zorgelijk over de positie van bibliotheken inzake e-books. ‘De rechtenkwestie is vooralsnog niet geregeld’. Tja, bibliotheken opereren met hun uitleenfunctie met andermans spullen en daar zal gewoon, net als bij papieren boeken, voor betaald moeten worden, of het nou in de vorm van leenrecht is of op andere wijze.

Er zijn aanwijzingen dat het met de verkoop van e-books harder zal gaan dan we nu nog denken. Eppo van Nispen, directeur van de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, gelooft wat e-books betreft dat de wereld nog maar aan het begin staat van een grote omwenteling en dat het fenomeen boek helemaal wordt geherdefinieerd. Hij zegt dat in een interview in Lux (zaterdagbijlage van NRC Handelsblad) van 15 oktober.
En in een illustratie bij een artikel met als kop 'Great digital expectations' toont The Economist van 10-16 september kleine, zwarte beestjes: de spinnen en spinnenwebben in een grote, lege boekenkast die alleen nog maar een e-reader bevat. Het blad zegt dat in Amerika in de eerste vijf maanden van 2011 meer consumenten-e-books zijn verkocht dan volwassenen hardback books (wel te onderscheiden van paperbacks). Maar Amazon, met in Amerika een marktaandeel van 60 à 70 % in e-books, verkoopt nu meer e-books dan paper books (d.w.z. hard backs, high-quality paperbacks en small, mass-market paperbacks samen geteld). The Economist benoemt nuchter voor- en nadelen van deze ontwikkelingen. Het grootste probleem noemt The Economist het geleidelijke verdwijnen van boekhandels, omdat uitgevers via die weg toch de meeste boeken onder de aandacht van lezers konden brengen en het 'duwen van boeken door sociale netwerken' daar nog geen alternatief voor is. Maar ook hier kan verandering in komen. The Economist wijst op de website www.anobii.com (boekenwurm) die hoopt een soort Wikipedia-achtige community van boekenliefhebbers te worden, waar boeken ook gekocht kunnen worden, op basis van meer persoonlijke recommendations dan Amazon geeft. In een apart kader Spine chilling vraagt het blad zich af wat de gevolgen van het verdwijnen van boekhandels zullen zijn voor de literatuur. Dan Brown zal het wel overleven, maar Dante ook? Gewezen wordt op de vaste boekenprijs in Europese landen, ter bescherming van het brede, gevarieerde aanbod, maar ook op het feit dat boeken naast runderlapjes en steelpannen in de supermarkt liggen (mass-market retailing). Er worden in Amerika en Groot-Britannië al minder mid-list-boeken verkocht, waar de meeste literaire fictie en serieuze non-fictie onder vallen. Het gevaar is volgens The Economist dat het straks economisch niet meer verantwoord is zulke boeken uit te geven. Het brede, gevarieerde aanbod staat dus onder druk. The Economist stelt concluderend vast dat boekenuitgevers met dezelfde problemen te maken zullen krijgen als andere mediabedrijven nu al hebben. 'The next few years will be a thriller.'

Antwoorden?
Hoe zullen de bibliotheken omgaan met deze thriller en met de totale herdefiniëring van het fenomeen boek? Is er straks nog wel serieuze literatuur en non-fictie of houden we vooral e- en een beetje p-entertainment over: meer audiovisueel dan schriftelijk? Vinden ook veel branchegenoten filmpjes niet veel onderhoudender dan moeilijke teksten?
Wat zijn onze antwoorden op de grote, thrillerachtige omwenteling die er aan komt?
Ik signaleer er wel een aantal, zoals de roep om centralisering (grepen in het gemeente- en provinciefonds, formulebureau) of samenwerking (deals met uitgevers over aanbieden van e-books), maar ik zie de samenhangende, door velen gedragen toekomstvisie nog niet.

Als de ontwikkelingen zo snel gaan als Eppo en The Economist beschrijven, is het duidelijk dat de uitleenfunctie van de openbare bibliotheken, waar naar schatting nog wel zo’n driekwart van het budget mee gemoeid is, sterk onder druk komt te staan. De vraag is dan voor welke (nieuwe) functies het vrijkomende budget wordt ingezet. Meer bestrijding van laaggeletterdheid, meer mediawijsheid, meer ondersteuning van het onderwijs, content curation (= arrangeren en verrijken van content), aanbieden van context en ontwikkelen van onderscheidende kennis en kwaliteit? 'Alles is mogelijk,' zegt de visienotitie van de commissie digitale bibliotheek. Maar waar ligt de focus? Wie alles tegelijk kiest, kiest niets. En: blijft elke bibliotheek haar eigen focus kiezen of doen we het samen?

Drie varianten
Er bestaat een uitspraak 'de openbare bibliotheek is een landelijke voorziening die zich lokaal manifesteert' die, als ik me goed herinner, afkomstig is van Arjen Tilstra, de vroegere directeur van de Bibliotheek- en Documentatie Academie Groningen, nog van ver voor het digitale tijdperk. Maar die uitspraak was meer wens dan werkelijkheid, als we kijken naar de door gemeenten bijna heilig verklaarde lokale autonomie (waar ook bibliotheekdirecteuren graag gebruik van maken). Maar zelfs gemeenten beginnen te erkennen, gezien de debacles op het gebied van 'e-overheid', dat digitalisering toch echt noopt tot meer centrale regie.

Voor de openbare bibliotheken zijn, even los van wat welke overheid bekostigt, drie varianten denkbaar op de oude, hierboven aangehaalde uitspraak:
  1. De openbare bibliotheek is een landelijke voorziening die zich via een website digitaal manifesteert en zich op verschillende plekken in het land op verschillende wijzen fysiek manifesteert.
  2. De openbare bibliotheek is een landelijke digitale en fysieke voorziening, die zich digitaal manifesteert via een website en fysiek via leveringen uit een centraal magazijn.
  3. De openbare bibliotheek is een landelijke digitale voorziening met digitale content en digitale metadata. Los hiervan manifesteren zich lokaal fysieke voorzieningen.

Hoewel 3 denkbaar is, lijkt me dit niet de beste oplossing. Ik denk dat we naar de eerste variant moeten gaan en dat de tweede wellicht ook mogelijk is, als de ontmoetings- en debatfunctie lokaal geïntegreerd kan worden in andere voorzieningen. Als de uitleenfunctie inkrimpt, zijn er verschillende manieren en plekken denkbaar waarop de bibliotheek zich lokaal manifesteert, gekoppeld aan de landelijke webpresence. Inkrimping van de uitleenfunctie biedt, afgezien van opvangen van bezuinigingen, kansen om nieuwe functies tot ontwikkeling te brengen, gekoppeld aan de oude taak van volksverheffing (waar helemaal niets mis mee is). Maar dat kost wel tijd en geld. Een content curator, om maar iets te noemen uit het lijstje van de commissie digitale bibliotheek, associeer ik thans eerder met een journalist dan met een bibliothecaris.

Geld vrijmaken
Voor de omvorming naar de eerste variant en de nieuwe functies op lokaal niveau is innovatiegeld nodig: behalve een mind shift ook een euro shift. Door meer zaken centraal aan te pakken kan geld bespaard worden. Daar is vaak op gewezen, maar het overtuigende, met cijfers onderbouwde verhaal ontbreekt nog.
Op dit moment betaalt het rijk ca. € 16 miljoen aan vernieuwingsgeld (€ 11,1 miljoen aan Bibliotheek.nl en € 4,9 miljoen aan de implementatieregeling). De gemeenten dragen ca. € 450 miljoen bij en de provincies € 40 miljoen, samen € 490 miljoen. Hier gaan bezuinigingen vanaf, stel even 20%. Dan blijft er € 390 miljoen over. 16 miljoen is 4,1 % van 390 miljoen. De bibliotheken worden geacht (certificering) zelf 5% van hun budget te besteden aan innovatie. Dat is dus zo’n € 20 miljoen. Misschien handig om van dat geld ook wat in te zetten voor aantrekken en opleiden van goede mensen die onontbeerlijk zijn voor nieuwe functies. Welke senior responsible owner komt met het door mij genoemde, overtuigende, met cijfers onderbouwde verhaal?

Tekst: Wim Keizer


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (2)

Nan van Schendel
7-11-2011 19:56
Was het niet Henk Middelveld over de landelijke organisatie die zich lokaal manifesteert? 

In de laatste concept-brief van de minister staat het er weer eens nadrukkelijk: "De kern van het bibliotheekstelsel ligt op decentraal niveau bij gemeenten en lokale basisbibliotheken. Er zijn geen aanleidingen om daar verandering in aan te brengen". Klip en klaar blijft de bibliotheek dus een lokale onderneming op MKB-niveau. Gebrek aan samenhang (waar ik niets over hoor bij theaters of musea) vloeit daaruit voort, het is onze realiteit.  Wij hebben geen moederbedrijf noch een dochteronderneming, geen corporate governance of 1 leider. We zullen op andere wijze voor de continuïteit van onze lokale ondernemingen moeten zorgen. Een slimme ondernemer weet natuurlijk goede contracten te sluiten met  leveranciers, samenwerkende collega's of andere partijen waarmee zijn business kan groeien en kan blijven voortbestaan.  Vandaar dat bibliotheken lid zijn van de VOB, klant bij de NBD/Biblion en een overeenkomst hebben met de PSO. Wat we met elkaar nog moeten afspreken is hoe de overeenkomst  er uit ziet die we gaan sluiten met Bibliotheek.nl.

Nan van Schendel
Directeur Bibliotheek Gouda
Wim Keizer
10-11-2011 11:53
Ik vermoed dat meerdere bibliotheekdirecteuren het zien zoals Nan: Bibliotheek.nl is gewoon een instelling die producten en diensten (incl. een digitale infrastructuur) levert aan bibliotheken. En daar kun je dan een overeenkomst over sluiten, zoals in elke klant/leverancierrelatie.

Ik denk dat OCW in de concept-brief lippendienst bewijst aan de decentrale situatie, maar ondertussen wel via een greep in het gemeentefonds + structureel beschikbaar stellen van € 17,4 miljoen ingaand 2012 aan het SIOB (bedoeld voor Bibliotheek.nl) zo veel als thans politiek gezien maar mogelijk is aan recentralisatie werkt, daar OCW niet vertrouwt op al die lokale ondernemers (die vrijwillig niet genoeg willen betalen voor digitale content).

Er komt geen overeenkomst Bibliotheek/Bibliotheek.nl. Staat in punt 3 van “Vraag en antwoord, Algemeen” in de nieuwe implementatiebrochure:
http://stichting.bibliotheek.nl/nieuws/16289.brochure-over-implementatie-beschikbaar.html
Bibliotheken die voor de implementatie subsidie aan OCW hebben aangevraagd, moeten zich houden aan de subsidievoorwaarden.

O.a. OCW en VNG gaan er sterk van uit dat er straks “een landelijke digitale bibliotheek” komt, het liefst in samenhang met de lokale fysieke bibliotheken, maar als het moet maar zonder.

Het verschil tussen NBD/Biblion en Bibliotheek.nl is dat NBD/Biblion een branchebedrijf is (en haar inkomsten uit de bibliotheekmarkt haalt) en Bibliotheek.nl een sectorbedrijf (bekostigd door OCW, volgend jaar via het SIOB). Bibliotheek.nl is helemaal geen normale leverancier, maar eigenlijk een instrument van OCW (overigens wat betreft centralisatieneigingen gesteund door een deel van de branche, zie bijv. hierin: http://www.bibliotheekblad.nl/nieuws/uitgelicht/bericht/1000001373). Het kan zijn dat ook Henk Middelveld wel eens geroepen heeft dat de openbare bibliotheek een landelijke voorziening is die zich lokaal manifesteert, maar volgens mij is het al een oude uitspraak (die je vaak in rapporten tegenkomt als je erop Googelt).
Henk zei wel: small is beautiful, big is powerful, only the combination is successful.

De branche wilde focus, tempo en regie. Wie zorgt voor de regie van welke combination?
Terecht zegt Nan dat we niet één leider hebben. Ook het HEC-rapport signaleerde het gemis aan een senior responsible owner. Diederik van Leeuwen zei in het interview met mij in Bibliotheekblad 11/2011 zich voor “de digitale bibliotheek ” wel zo te voelen, maar gunnen we het hem ook (met steun van OCW)?

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie