HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Boek ‘Twintig jaar bibliotheekvernieuwing’ gepresenteerd

Kees Vreeburg en Bart Janssen
19-05-2017
Boek ‘Twintig jaar bibliotheekvernieuwing’ gepresenteerd
Op donderdag 11 mei werd bij ProBiblio het boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing van Wim Keizer gepresenteerd. Niet ‘de’ geschiedenis, maar ‘een’ geschiedenis, aldus Keizer. De ondertitel: ‘halfslachtige poging tot focus, tempo en regie’. Wim Keizer, tot 2014 werkzaam als directiesecretaris en ambtelijk secretaris van diverse provinciale bibliotheekorganisaties, heeft het proces van bibliotheekvernieuwing vanaf het begin op de voet gevolgd en becommentarieerd in de maandelijkse nieuwsbrieven die hij sinds 2001 heeft laten verschijnen en in Bibliotheekblad(.nl). In het 260 pagina’s tellende boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing. Halfslachtige poging tot focus, tempo en regie, waaraan hij na zijn pensionering in 2014 begon, zet hij de beleidsmatige verwikkelingen die de branche de afgelopen twee decennia hebben bezig gehouden nog eens overzichtelijk op een rijtje.
Wim Keizer laat zijn geschiedenis beginnen in 1995, het jaar waarin de strategienota van het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum (NBLC) verscheen, en eindigt in 2015, wanneer de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen van kracht wordt.
Terugblikkend op de twee decennia waarin de bibliotheekvernieuwing vorm kreeg, schrijft Keizer in de proloog, verwijzend naar de ondertitel van zijn boek: ‘De periode van twintig jaar bibliotheekvernieuwing ging gepaard met een onoverzienbare hoeveelheid toekomstvisies, monitorstukken, processtukken, eindrapportages en andere papieren, die samen de weerspiegeling vormen van een aanpak die nooit af zal zijn en nooit iedereen tevreden zal stellen, namelijk een halfslachtige poging om met relatief weinig centrale wettelijke en financiële middelen “regie” te willen claimen voor een gedecentraliseerde werksoort.’

Over de vraag wat dat proces heeft opgeleverd, schrijft Keizer in de slotbeschouwing van zijn boek: ‘We zullen het nooit weten, want de officiële bibliotheekvernieuwing was er nu eenmaal en je kunt er in elk geval van zeggen dat daardoor meer aandacht voor openbare bibliotheken bij de drie overheidslagen heeft bestaan dan anders het geval zou zijn geweest. Maar waar en hoe deze aandacht precies tot verbeteringen of juist verslechteringen heeft geleid is niet te achterhalen. Wel heeft de bibliotheekvernieuwing voor veel werkgelegenheid bij ambtenaren en organisatieadviseurs gezorgd. Met de werkgelegenheid van het bibliotheekpersoneel ging het ondertussen minder goed, die daalde tussen 2008 en 2014 met bijna 25%, maar dat had waarschijnlijk meer te maken met gemeentelijke bezuinigingen dan met bibliotheekvernieuwing.’

Boekpresentatie Wim Keizer

Presentatie
Tijdens de officiële presentatie van het boek op 11 mei zijn aanwezig verschillende (oud-)directeuren en andere coryfeeën uit het bibliotheekwerk, onder wie enkele van de hoofdrolspelers die in het boek een prominente rol spelen

Allereerst licht Keizer zijn boek toe, aan de hand van ‘krachtpuntnotities’,een door Erik Jurgens als VOB-voorzitter gebruikte vertaling van “powerpoint”, omdat hij een hekel had aan Engels jargon. Keizer gaat in op drie ‘ont’-begrippen die belangrijke aandachtspunten vormen in zijn boek: ontlezing, ontvlechting en onttrekking (van gelden uit het gemeentefonds t.b.v. de landelijke digitale bibliotheek). Keizer heeft in vier interviews – volgens hem vinden lezers dat de leukste onderdelen, want zegt hij ‘daarin gaat het om meningen, niet om feiten’ – vijf hoofdrolspelers ondervraagd over het proces van bibliotheekvernieuwing en in dat verband ook de ontvlechting van de VOB in 2009: was die nou echt nodig? Daarover liepen de meningen uiteen. In dit verband had voormalig VOB-voorzitter Erik Jurgens het in een interview in 2012 over een ‘idioot idee’. Jan Ewout van der Putten (directeur Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) van 1999 t/m 2009, dus voor de ontvlechting) sluit zich daar in het in het boek opgenomen interview bij aan, terwijl zijn opvolger Ap de Vries (VOB-directeur van 2010 t/m 2015, dus na de ontvlechting) het niet meer dan ‘logisch‘ vond. Wim Kamerman (procesmanager bibliotheekvernieuwing, van 2001 t/m 2007, voor de ontvlechting) had het over ‘spelverruwing’ en Marjan Hammersma (in 2008 bij OCW directeur Media, Letteren en Bibliotheken en via directeur-generaal Cultuur en Media opgeklommen tot secretaris-generaal en verantwoordelijke bij OCW ten tijde van en na de ontvlechting; geïnterviewd samen met senior adviseur Aad van Tongeren) vond het ‘onontkoombaar’.
Keizer vroeg hen ook welke van de vijf functies die de stelselwet aan de openbare bibliotheek toekent zij de belangrijkste vinden. Hierover was meer overeenstemming: op één na noemden allen leesbevordering. Alleen Ap de Vries noemde de debat- en ontmoetingsfunctie.
Het veelvuldige gebruik van de term ‘toekomstbestendige bibliotheek’ vindt Keizer op zijn beurt idioot. Spreek liever van een ‘bibliotheekbestendige toekomst’, zo sluit hij zijn praatje af.

Het boek wordt verder opgesierd met tekeningen van Wytse Noordhoff en foto’s van Gerrit Serné, die beiden jarenlang in Bibliotheekblad de verslaggeving over de bibliotheekvernieuwing hebben geïllustreerd, maar ook met het gedicht: ‘Oneindig veel problemen’ van Rutger Kopland. Daar voegde Keizer tijdens de presentatie het gedicht ‘Het onverstand zit op de troon’ van J.H. Leopold nog aan toe. Titels waarmee de toon wel wordt gezet.

Sprekers
Keizer had twee sprekers uitgenodigd: één voor een terugblik en één voor een vooruitblik. De terugblik werd verzorgd door Erik Jurgens, die in 2004 het ‘voorrecht’ had voorzitter van de VOB te worden en acuut verdwaalde in alle afkortingen die in bibliotheekland gebezigd werden. Hij typeert Wim Keizer als ‘de luis in de pels’, die pal stond voor het ‘kritisch geluid’ in de branche. Door dit boek heeft hij ‘achteraf inzicht gekregen’ in wat hij in zijn periode als voorzitter (2004-2012) had moeten doen, stelt hij schertsend. Maar dat is inzicht op basis van een terugblik, destijds ging het vooral om ‘gissingen’, want ‘niemand wist welke kant het op zou gaan’. Niettemin noemt hij dat de verdienste van het boek: hij heeft inzicht in eigen handelen gekregen.
Tamar van Moolenbroek, van het netwerk van jonge bibliothecarissen, verzorgde de vooruitblik. Zij begon met het gedicht ‘Leeszaal’ van haar grote voorgangster Annie M.G. Schmidt:
‘Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten,
maar in de bibliotheek een volontair
die hun’krend op een baantje zit te wachten
de boeken uitleent met een zeker air’ (enzovoort)
Na een korte periode als stagiair bij ProBiblio gewerkt te hebben kwam zij daar in 2015 in dienst en inmiddels  is ze werkzaam in de Bibliotheek Den Haag. Door Keizers boek heeft ze meer inzicht gekregen in wat er allemaal vooraf ging aan het moment waarop zij als jongere toetrad tot de branche. Geschrokken is ze er wel een beetje van, want wat ging het vaak moeizaam en wat was het ondoorzichtig en stroperig.
Voor haar is de openbare bibliotheek vooral ‘dienstbaar’ en draagt zij bij aan basisvaardigheden van mensen en biedt hen daarmee handvatten om een plek in de maatschappij te verwerven. Volgens haar getuigt Keizers boek van een branche in beweging, draagt het bij aan meer reflectie en laat het daardoor wellicht zien ‘wat we beter hadden kunnen doen’. Haar is in ieder geval duidelijker geworden ‘waar we vandaan komen’. Ze is weliswaar wat geschrokken van Keizers kritische beschrijving van de gang van zaken, maar vindt dat het goed is om ‘een kritische noot ruimte te geven’. We zijn ‘allemaal verantwoordelijk’ en zullen er samen aan moeten trekken om de branche een mooie toekomst te geven, aldus Van Moolenbroek. Mooi is het te zien dat Van Moolenbroek zich duidelijk in een traditie plaatst (o.a. door het gedicht van Annie MG Schmidt te citeren) en ook Keizers boek karakteriseert als een waardevolle reflectie op dat verleden, waaruit mogelijk lessen te leren zijn, maar dat ze zich tegelijkertijd 'onbelast' en - vanuit het perspectief van de bij het proces van bibliotheekvernieuwing betrokken ‘oude rotten’ - wellicht met een zekere naïviteit uitlaat over dat verleden. Die houding maakt dat ze ondanks Keizers kritiek op de door hem geschetste bestuurlijke kluwen toch vertrouwen heeft in de kracht en de toekomst van de sector. En dat is mooi, want wil de sector nog enige toekomst hebben, dan zal ze ambitieuze jongeren als Tamar van Moolenbroek nodig hebben, die met die houding aan het begin van hun carrière staan.

Tot slot reikt Wim gesigneerde exemplaren uit aan mensen die bijgedragen hebben aan het boek, onder wie enkele van de geïnterviewden (Ap de Vries en Aad van Tongeren) en de aanwezige meelezers (Ton Brandenbarg, Frans Meijer, Hans van Velzen).

Twintig jaar bibliotheekvernieuwing. Halfslachtige poging tot focus, tempo en regie is te bestellen bij mevrouw N.E. Brand, nellybrand49@gmail.com, onder vermelding van naam, adres en indien werkzaam in een bibliotheek of provinciale ondersteuningsinstelling ook de naam daarvan (i.v.m. verzending). Prijs € 14, exclusief verzendkosten.

Tekst: Kees Vreeburg en Bart Janssen



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

My midterm review Wim Keizer

De Kwink Groep maakte in juli 2017 bekend van OCW de opdracht gekregen te hebben de door minister Bussemaker bij de behandeling van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) aangekondigde ‘midterm review’ te maken. Artikel 29 van de Wsob zegt dat de minister binnen vijf jaar na... Lees verder