HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Gert Staal over Innovatieagenda: ‘We moeten besluitvaardiger worden en we moeten het samen doen’

Wim Keizer
03-01-2017
Gert Staal over Innovatieagenda: ‘We moeten besluitvaardiger worden en we moeten het samen doen’
‘Het is goed dat we een gezamenlijke innovatieagenda hebben. Maar nu die er is, zouden we ook de zekerheid moeten hebben dat plannen worden uitgevoerd. Anders is het zonde van de energie die hierin gestoken is. Dan wordt het alleen maar bestuurlijke drukte. Ik vind dat we als branche echt meer tempo nodig hebben. We moeten besluitvaardiger worden. En ik ben ervan overtuigd dat we het samen moeten doen, want de issues zijn overal dezelfde.’ 
Dat zegt Gert Staal, directeur Bibliotheek Lek & IJssel en tevens programmamanager innovatiebeleid op Nyenrode Business Universiteit, naar aanleiding van het verschijnen van de Gezamenlijke innovatieagenda (pdf) en de vergelijking van de definitieve versie met het concept. Hij is blij dat een dergelijk stuk er is, maar maakt zich op basis van zijn innovatie-expertise zorgen over de uitvoering en de voor deze uitvoering benodigde financiën.

Artikel Bibliotheekblad
Alvorens daarop in te gaan, eerst een korte terugblik op een opiniebijdrage van Gert Staal in Bibliotheekblad nummer 7/2016 (pdf), verschenen op 29 september, dus nog voor de definitieve tekst van de op 10 november gepubliceerde innovatieagenda. In dat artikel, bestaande uit vier onderdelen, hield hij een pleidooi om de handen ineen te slaan en stevig door te pakken. In plaats van de huidige gefragmenteerde, ongecoördineerde aanpak ziet hij graag een systemische benadering en het bundelen van schaars innovatiegeld. Hij pleitte ten eerste voor programmatische samenwerking en een grotere efficiency en effectiviteit in de besteding van innovatiegelden. Hij wees op de versnippering van de sector, met drie lagen, en schreef: ‘Laten we meer consistentie, samenhang en coördinatie in onze plannen aanbrengen om onze slagkracht te vergroten. Het argument dat iedere bibliotheek uniek is snijdt, met alle respect, totaal geen hout. We staan allemaal voor vergelijkbare opgaven, maar met nuanceverschillen.’

Bibliotheek.nl, NBP en NBC+
Zijn tweede oproep was grote strategische bewegingen adequaat te financieren en te monitoren en de mogelijkheid te creëren deze doorlopend bij te stellen met goede governance-structuren. ‘Een paar grote projecten zijn van wezenlijk strategisch belang. Ik noem slechts Bibliotheek.nl, Nationale Bibliotheekpas (NBP) en de Nationale Bibliotheekcatalogus (NBC+). Bibliotheek.nl heeft een troefkaart in handen, maar hoe lang nog? Mijn conclusie is dat als we de huidige ontwikkelingen doortrekken naar de toekomst, de belangrijke strategische projecten ons nog te weinig noodzakelijke progressie opleveren voor de landelijke e-book-/informatie’hub’ die we zo graag willen zijn. Wat is ons volume naast Bol.com? Wat is onze merkbekendheid en beleving? De NBP in combinatie met Bibliotheek.nl biedt de sector ongekende marketingkansen die we nu niet grijpen omdat er onvoldoende in wordt geïnvesteerd.’
Als voorbeeld noemde hij de ingewikkelde capriolen die een gebruiker moet uithalen om content van Bibliotheek.nl te kunnen downloaden. ‘Een website van formaat had dit onderdeel al lang anders vormgegeven.’

Innoveren bedrijfsvoering
Het derde punt was een pleidooi voor fundamenteel innoveren van de bedrijfsvoering van bibliotheken. Staal pleit voor omschakeling naar een regieorganisatie die programma-gestuurd werkt, op basis van een gezonde relatie met de gemeente. ‘Een programmaorganisatie is een instrument voor het tot uitvoering brengen van beleidsplannen op het gebied van leesbevordering, bestrijding van laaggeletterdheid en digibetie.’
Verbeteringen in de bedrijfsvoering hebben verschillende voordelen en kunnen ook helpen ‘landelijk ontwikkelde concepten probleemloos in lokale proposities te laten neerdalen als uitvoeringsprojecten.’ Staal vindt dat veel lokale bibliotheken niet meer over zelfstandige innovatiekracht beschikken en dus sterk afhankelijk zijn geworden van landelijke formules.

Competenties verbeteren
Tot slot het vierde punt: een pleidooi voor sterke verbetering van de competenties. Staal vindt dat bibliotheken hun competenties op ieder niveau moeten verbeteren: projectmanagement, programmamanagement, accountmanagement (in de relatie met gemeenten), productontwikkeling, productlancering, stakeholdermanagement, social-mediamarketing en leiderschapsvraagstukken. ‘We zijn een buitengewoon slimme sector, veel mensen zijn bovengemiddeld ontwikkeld. Geen wonder dat we niet alleen veel content uitlenen, maar ook met passie veel papier produceren. Alleen zijn we helaas niet altijd voorzien van de juiste competenties voor dit tijdvak.’
Tot zover het opinieartikel in Bibliotheekblad 7/2016.

Veel vaagheden
Je artikel was er eerder dan de Gezamenlijke Innovatieagenda. Heb je de indruk dat er voldoende rekening is gehouden met je observaties? Waarover maak je je zorgen?
Gert Staal: ‘De Innovatieagenda is een ambtelijk stuk met een hoog abstractiegehalte. Ik lees veel geroep om actie zonder de concreetheid er bij te geven. De noodzakelijke procesinrichting, afstemming en bestuurlijke drukte eromheen lijken eigenlijk belangrijker dan de daadwerkelijke voortgang op de hoofdlijnen. Er staat een indrukwekkend aantal koepels verzameld op de voorkant. Iedereen staat er wel bij. Maar de vraag is of ze dan ook samen echt iets gaan doen. Wat is de rol van de VNG en het IPO eigenlijk? Zijn ze toeschouwers of acteurs?’
Het gebruik van de term “agenda” schept verwachtingen over een tijdpad. Maar het is geen agenda, want waar is de planning? Ik zie veel vaagheden over het wat en hoe. Een verdere concrete invulling naar het NU ontbreekt nog: die Actieagenda waarover gesproken wordt, is iets dat er direct bij gemoeten had om het stuk een agenda te kunnen noemen.’

Waar staat Bibliotheek.nl?
In Bibliotheekblad schreef je als tweede punt over de grote strategische projecten zoals Bibliotheek.nl, de NBP en de NBC+. Zie je daarvan voldoende terug?
Staal: ‘Neen, dat is niet het geval. In het stuk wordt wel fijn een onderscheid uit de vakliteratuur gemaakt tussen “incrementele innovaties” en “radicale innovaties”. Maar de vraag is vervolgens wat er dan de afgelopen drie jaar in termen van incrementele innovaties met Bibliotheek.nl is gebeurd sinds zij naar de KB ging. Wat is de status quo? Waar staan we op andere dossiers vandaag, zoals de Nationale Bibliotheekcatalogus en de Nationale Bibliotheekpas? Ik had het passend gevonden als de Innovatieagenda daar een en ander over gemeld had.’

Geen concrete bedragen
Je hield in Bibliotheekblad een pleidooi voor het bundelen van schaars innovatiegeld en maakt je daar zorgen over.
Staal: ‘Ja, in hoofdstuk 3.6 over de financiering staat dat er geen concrete bedragen voor innovatie kunnen worden genoemd. Er wordt wel gepleit voor matching van gelden van de verschillende niveaus en voor het aangaan van een ‘innovatiecharter’. Maar dit roept heel wat vragen bij me op over de wijze waarop het zal gaan. Betaalt iedereen mee en neemt iedereen deel met een gesloten beurs, terwijl we niet weten wat er geïnvesteerd zal moeten worden? Moet dan uit de discussies volgen dat meer van de lokale en regionale middelen naar de juiste innovatie gesluisd moeten worden? Is er een kwantificering te maken? Zit er een verbinding tussen noodzakelijke middelen en ambities? Dus ten koste van de basale dienstverlening? Dat kan bijna niet meer in de regionale bibliotheken die een shake-out hebben doorgemaakt. Of moet het komen van het weinige geld dat provinciale organisaties beschikbaar hebben? Of van gelden die al belegd zijn voor ontwikkeling van strategische projecten?
In het kort is de vraag: waar zijn het programmamanagement en het portfoliomanagement op de hele materie, zodat we beter kunnen prioriteren? Wat is de genoemde ‘erkenning’, wat betekent dat? Is dat investering? Hier komt dan nog de vraag bij welke voortgang we afgelopen jaren hebben geboekt bij de grote strategische projecten die ik al eerder noemde.
In termen van “governance” zou ik het krachtiger vinden als er een fonds zou komen dat gedeeltelijk uit regionale en lokale middelen wordt opgebouwd. Een fonds van waaruit bestaande landelijke én extra gelden worden gevonden om een investeringsprogramma te kunnen voeden dat tandjes heeft, gerund door een investeringscommissie. En zet zo’n in het rapport genoemde “erkenningscommissie” dan ook echt in het zadel alsof het een venture fonds is.’

Waar is de klant?
Iets wat Gert Staal ook nog graag kwijt wil, is dat hij in het stuk de klant mist. ‘Focussen wij eigenlijk wel op die klant of blijft het van binnen-naar-buitendenken? Hoe gaan we de klant pleasen? Waar is de strategische marketing? Dienen deze innovaties niet een generiek doel, namelijk een strategische heroriëntatie op waar wij van zijn? Het valt me nog steeds op, ook hier, dat er nog heel veel ‘vanuit de bieb/de sector/de bibliothecaris’ gedacht wordt en hoe we dit maar zoveel mogelijk behouden, en minder van-buiten-naar-binnen, vanuit nieuwe sterk veranderende klantbehoeften. In 2.6 wordt de positie van de bibliotheek uniek genoemd, maar is dat vandaag de dag eigenlijk nog wel zo? Zo’n benadering heeft toch het gevaar in zich van te veel interne focus. Je kunt je afvragen waarom de gebruiker nog bereid is om van zijn luie bank af te komen, moeite te nemen om naar een bieb te komen, en daar iets te gaan doen (en dus iets dat schaarse kostbare vrije tijd kost), dat gerelateerd is aan het oude of nieuwe biebconcept.
Moeten wij niet naar die klant? Moeten wij niet 100% digitaal voor wie dat wil? En dan dus vooral niet alleen gericht op vasthouden en pleasen van de huidige bezoekers en leden op de huidige manier, maar vooral gefocust op de (net-)NIET-bezoekers en -gebruikers per motivatiegebied. De groep die persistent zeer afwijzend tegenover de bieb staat gaan we in ieder geval niet enthousiasmeren en bereiken met een nieuwe dienst en gerelateerde boodschap. Maar goed aansluitende dienstenontwikkeling voor ‘net-niet’-gebruikers en bijvoorbeeld een goede themacampagne met een oproep tot kennisvermeerdering, ‘investeer in jezelf', kan wel zoden aan de dijk zetten. Maar zelfs dat is al een omslag van jewelste.’

Kunnen de mensen het?
Je had het ook over de noodzakelijke aandacht voor competenties.
Staal: “Ja, waar in het stuk is de aandacht voor HR: werving & selectie, instroom, doorstroom, uitstroom, de ontwikkeling van competenties? Zijn wij met de mensen in onze organisaties in staat om ambitieus geformuleerde doelstellingen (welke dan ook) te behalen?’

Alles buitelt door elkaar
Paragraaf 3.3. pleit voor informatie- en kennisdeling. Gebeurt dat voldoende? Ook wordt hier gepleit voor een erkenningsproces.
Staal: ‘Ordening van informatie en kennis is heel noodzakelijk: Maar nu buitelt alles over elkaar heen op websites. Ik zou zeggen: houd een structuur aan! Zijn we van de informatie en kennis of niet? En wat het erkenningsproces betreft, rijst de vraag of “erkenning” automatisch “executie” en investering betekent? Ik zie wel een behoefte om erkenning aan daadkracht te koppelen. Je moet voorkomen dat “erkende” innovaties bij de implementatie in schoonheid sterven. Of dat ze her en der op compleet andere wijze worden geïmplementeerd. Dus blijft de vraag: wie doet wat? En bij de fase “beschikbaar stellen” gaat in het stuk geen aandacht uit naar de cruciale opschaling van innovaties: implementatievermogen.’

Hulp aangeboden
Gert Staal eindigt het interview met te zeggen dat hij zeker niet wil overkomen als een betweterige criticaster die de sector of de KB van repliek dient. Dat er zoveel bestuurlijke drukte is, kan niet de KB worden aangerekend. En dat de sector bestuurlijk zo gefragmenteerd is, is niet uitsluitend de oorzaak van eigen handelen. Hij is graag bereid te helpen waar het mogelijk is en heeft dat inmiddels ook aangeboden. Goed in de Innovatieagenda vindt hij dat er (in 3.2.) apart aandacht is besteed aan communities of practice. ‘Dat is prima, daar pleitte ik eind 2015 al voor (hotspots) tijdens de landelijke KB-sessie. Blijf ze wel goed volgen, en laten we het een succes maken!’ 

Tekst: Wim Keizer
Foto: Eimer Wieldraaijer



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Bouwgesprekken in het Buitenveld Hans van Duijnhoven

Dus moeten we gebruikmaken van de instituties binnen de maatschappij om vorm te geven aan een onderbouwd publiek debat over grote vragen. Bovenstaande zin heeft een relatie met de volgende: Wat we nodig hebben is een Buitenveld. Waar iedereen uit de eigen cirkel treedt en de ander ontmoet op... Lees verder