HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Innoveren is investeren in mensen

Jan de Waal
14-01-2016
Innoveren is investeren in mensen

Jan de Waal blikt vooruit naar het jaar 2020 en houdt een pleidooi voor innovatie als weg om tegen die tijd als bibliotheek nog steeds relevant te zijn. Hij betoogt daarbij dat technologie weliswaar een rol speelt, maar dat die ondergeschikt is aan het menselijke aspect. Wezenlijk is dat er binnen organisaties een klimaat ontstaat waarin werknemers ertoe willen en mogen bijdragen dat innovatie kan gedijen. Dat neemt niet weg dat die ontwikkelingen wel degelijk een rol spelen en het van belang is er voortdurend kennis van te blijven nemen om te kunnen zien welke mogelijkheden ze voor bibliotheken bieden.

Bij Amazon.com vind je maar liefst 629.136 boeken over ‘innovation’. In Nederland zijn  bij managementboek.nl  zo’n 2403 boeken over het thema ‘innovatie’ te vinden Daarvan heb ik met name geraadpleegd De toekomst van werk: inzichten van Google die je kijk op het leven veranderen, een boek geschreven door Laszlo Bock, HR-manager van Google. Hij  zegt over al die innovatieboeken dat het gaat om ‘theorieën die elkaar naar de kroon steken en vaak tegenspreken’. Natuurlijk is het nuttig om over innoveren iets te lezen, al is het maar om jezelf te verrassen met nieuwe inzichten. Echter, innovatie kun je niet opleggen of afdwingen, het werkt alleen als een organisatie haar werknemers de ruimte biedt om te mogen innoveren, aangenomen dat ze dat kunnen.

Er zijn talloze rapporten geschreven over innovatie door bibliotheken. Ik heb er enkele globaal doorgelezen. Tot de kern van het probleem komen is lastig. Ik probeer hierbij een eerste aanzet te geven.

Kern is dat onze bibliotheeksector en -organisaties er niet op ingericht zijn om te innoveren. Er wordt aan medewerkers en ook aan gebruikers te weinig of geen mogelijkheid geboden om te innoveren. Innoveren heeft te maken met verandering van de gezagsverhoudingen in een organisatie. Geef mensen zoveel mogelijk eigen verantwoordelijkheid over taken en projecten. Maak ruimte en creëer mogelijkheden om te mógen innoveren. Het gaat niet om moeten innoveren. Innoveren heeft te maken met experimenteren, fouten maken en vooral veel in de praktijk doen en ervaren. Communiceren dwars door je organisatie en vooral buiten je eigen instelling geeft nieuwe inzichten en ideeën.  Iedere manager is fout bezig als hij verwacht dat een klimaat van innovatie automatisch ontspruit aan een innovatieplan van verschillende A4’tjes. Innovatie heeft deels met techniek te maken, maar het gaat vooral over het verbeteren van onze dienstverlening aan onze gebruikers.

Innoveren is veranderen van de gezagsverhoudingen.
Laszlo Bock zegt hierover in zijn boek: ‘Geef medewerkers net iets meer vertrouwen, vrijheid en beslissingsbevoegdheid dan waarbij je je prettig voelt. Als je daarbij niet de zenuwen krijgt, heb je ze te weinig gegeven.’

Bock formuleert enkele zaken waar je als manager (dus ook die in de bibliotheek) volgens hem niet alleen over mag beslissen, maar waar gezamenlijke besluitvorming gewenst is. Dat zal voor sommige managers misschien even slikken zijn, maar hierdoor zal minder sprake zijn van individuele voorkeur, blinde vlekken of willekeur binnen een organisatie. Maar belangrijker is dat iedereen in de organisatie eerlijk behandeld wordt.

Bock stelt dat Google-managers niet in hun eentje kunnen beslissen:
• wie er aangenomen wordt
• wie er ontslagen wordt
• hoe iemands prestaties worden beoordeeld
• hoeveel salarisverhoging, bonus of aandelen iemand krijgt
• wie er onderscheiden wordt vanwege zijn of haar managementkwaliteiten
• wie er promotie krijgt

‘Deze beslissingen worden dus niet door individuele leidinggevenden genomen, maar door een groep mede-managers, een commissie of een onafhankelijk, speciaal daarvoor aangesteld team.’ (Uit De toekomst van werk, hst 1  ‘Een grondlegger worden’)

Iedereen superbibliothecaris
Uitwisselen van mensen tussen bibliotheekvestigingen en -organisaties kan een belangrijke bron van innovatie vormen voor bibliotheken. Kennis van elkaars organisatie, bibliotheeksysteem en werkwijze is vaak afwezig. Ik ben er dan ook een groot voorstander van dat bibliothecarissen bij andere bibliotheken gaan werken, een tijdelijke uitwisseling om kruisverbanden en kruisbestuiving te bewerkstelligen. Medewerkers van provinciale organisaties en KB: ga in bibliotheken meedraaien en vice versa: bibliothecarissen bij deze organisaties. Gewoon een dag in de week en dan een aantal maanden; leer van elkaar en begrijp elkaars organisaties. Leer van elkaars fouten en deel de successen. Ik denk dat we als sector hier rijker van worden. Deze leerervaringen uitwisselen is van belang voor alle niveaus, van directieleden tot opruimhulpen. Ieder kan hiermee innoverende ideeën opdoen. En het gaat niet altijd om positieve leerervaringen maar ook om negatieve ervaringen. In veel gevallen leert men het meest van dingen die fout gaan. Stel daarnaast je eigen bibliotheek open voor andere organisaties en vrijwilligers, werk met ze samen. Haal zoveel mogelijk stagiaires binnen. Juist met stagiaires ben ik de meest vernieuwende ict-experimenten in de bibliotheek aangegaan, zij hebben tijd, frisse ideeën en een andere kijk op zaken

Bevorderen van onderlinge contacten is goed voor innovatie

Peerby is een platform dat in september 2012 gelanceerd werd met als uitgangspunt aan buurtbewoners de mogelijkheid te bieden met elkaar bepaalde spullen te delen, van een heggenschaar tot een piano. Ideaal om mensen te ontmoeten die je waarschijnlijk nog nooit gesproken hebt. Zo kan er in een buurt ook weer meer sociale cohesie ontstaan.
In 2014 filmde ik de bijeenkomst over de Trendrede, waarbij als een van de sprekers ook Bob Hutten aanwezig was, de eigenaar van een groot cateringbedrijf. De werknemers van zijn bedrijf noemt hij ‘samenwerkers’ en zij krijgen alle ruimte om hun ambitie, visie en geluk te presenteren (Zie ook de website van Hutten cateringbedrijf).  Hutten heeft enkele jaren geleden een onderlinge uitleendienst van materialen opgezet voor de 1500 medewerkers van zijn bedrijf. Ook het bedrijf stelt allerlei materialen ter beschikking. Nu bibliotheekorganisaties steeds groter worden, is een dergelijke interne ruildienst een mooi middel om medewerkers onderling met elkaar in contact te brengen. Naast fysieke producten (mobieltjes, boormachine, enz.) kan ook kennis (Italiaans leren, website bouwen) gezien worden als een product dat geruild kan worden. Elkaar blijven ontmoeten - ook buiten werktijden - is belangrijk om onze organisaties te laten innoveren.

De nieuwe rol van de bibliothecaris is die van verbinder, organisator, deels een alleskunner en ook een ‘allesaanpakker’. Nieuwsgierigheid is daarbij onontbeerlijk. Maar wees daarnaast vooral ook een specialist. Ergens moet je als bibliothecaris goed in zijn: kennis van nieuwe technieken, gastvrouw zijn, of een neus voor nieuwe titels hebben. Het kunnen allemaal specialismen zijn die je kunt inzetten als je kracht. Verdiep je kennis en je collega’s en de bibliotheekbezoekers zullen je waarderen. Deel vooral deze kennis via Twitter, Slideshare, Facebook, via een blog of welk platform ook. Kennisdelen is voor onze sector een essentieel onderdeel van innoveren, we zijn niet elkaars concurrenten. Allemaal streven we hetzelfde na: overal in Nederland een mooie bibliotheekdienst neer te zetten.

Nieuwsgierige medewerkers

Laszlo Bock stelt: ‘Onze ervaring is dat nieuwsgierige medewerkers, die ervoor openstaan dingen te leren, in bijna alle gevallen de juiste oplossing bedenken, waarbij bovendien de kans veel groter is dat ze met een echte innovatie voor de dag komen.’

Wat is voor bibliotheken belangrijk om in 2020 nog een rol van betekenis te spelen? Centraal staat toch de bibliotheekmedewerker, iedereen die in een bibliotheek werkzaam is: of men nu boeken opruimt, baliemedewerker is of organisator van allerlei activiteiten. Trots op je vak zijn en 24 uur per dag uitstralen dat je bibliotheekmedewerker bent. Het is een eer om de maatschappelijke krachten en de samenleving te verbinden en in contact te brengen met kennis en wetenschap. Doe dit pro-actief, vanuit de visie dat de bibliotheek een veilige plek in de samenleving wil zijn, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en op niveau van elkaar kunnen leren.

Niet iedereen innoveert
Innoveren zal niet voor iedereen weggelegd zijn. Wie er niet aan meedoet of zelfs het proces tegenwerkt, wordt roestig en groeit vast. Het vermogen tot innoveren heeft bijna iedereen. Het dooft vaak door tegenwerking, niet serieus genomen worden of niet gewaardeerd worden. Dit vermogen valt tot op zekere hoogte weer te activeren door organisatorische veranderingen en door een herwaardering van de medewerkers binnen de organisatie. Ik ben ooit zijdelings betrokken geweest bij een ‘out of the box’-workshop die Jack van der Lubbe verzorgde voor Bibliotheek Midden-Brabant. Het was mooi om te ervaren hoe mensen, als ze eenmaal de verschillende rollen in het communicatieproces begrepen, elkaars innovatieopmerkingen gingen waarderen en elkaar stimuleerden met ideeën en oplossingen. Innoveren is te leren, de organisatie moet de mogelijkheden en het juiste klimaat creëren en de mensen in die organisatie moeten die mogelijkheden aangrijpen.

Denk vanuit de klant
Bibliotheken groeien uit tot steeds grotere organisaties en gaan steeds formeler werken.  Oplossingen voor problemen zijn vaak 'organisatieoplossingen'. Onze gebruikers komen pas op de tweede plaats. Blijf de menselijke maat houden, denk vanuit de gebruikers en blijf creatief bij een probleem. Betrek de gebruikers zoveel mogelijk bij de dienstverlening.
Zet ook hun kennis in. Het zijn allemaal dooddoeners, maar essentieel om als maatschappelijke organisatie te functioneren. 

Voor bibliotheekmedewerkers is het belangrijk de digitale ontwikkelingen, die in hoog tempo zorgen voor nieuwe diensten en mogelijkheden, goed bij te houden. Om in de internetmaatschappij als sector een rol mee te blijven spelen is het onze taak om hierin voorop te lopen.

De openbare bibliotheek in 2020
Vijf jaar vooruit kijken is lastig, met name omdat de ontwikkeling van de technologie en de maatschappelijke consequenties daarvan onvoorspelbaar zijn. Kijk je vijf jaar terug, dan zie je een wereld zonder iPad, met nauwelijks nog apps en te verwaarlozen gebruik van smartphones. Wezenlijk zijn echter niet de technische vernieuwingen, maar hoe mensen er mee omgaan. Toch zal de bibliotheek mee moeten innoveren met de digitale en andere technologische ontwikkelingen. Hieronder ga ik wat uitgebreider in op enkele ontwikkelingen die ik voor de komende jaren verwacht.

Mobiel en Eddystone
De smartphone is de 'computer' van de toekomst en zal in 2020 als zodanig gebruikt worden. Onze dienstverlening en producten moeten volledig ‘rijp’ zijn voor de smartphone. Ik heb het idee dat we hiermee aardig op weg zijn, echter nog wel erg in de folderfase. De smartphone wordt nog niet ingezet als een gids in onze bibliotheek en heeft nu nog slechts een minimale interactie met onze collectie of dienstenaanbod.
Google heeft onlangs met Eddystone een gamechanger gelanceerd op het gebied van beacontechnologie. Eddystone is een alternatief voor iBeacon, dat door Apple ontwikkeld is, met dat verschil dat Eddystone open source is en iBeacon een gesloten systeem dat voornamelijk op de iPhone werkt. iBeacon biedt de mogelijkheid om met fysieke materialen of fysieke plekken te communiceren met je mobiel. Googles alternatief werkt met alle apparaten en geeft de mogelijkheid om onze fysieke collectie digitaal te koppelen. In een apart artikel zal ik hier uitgebreider op ingaan.

Slimme boeken en de eID-biebpas
Voorlopig blijven bibliotheken zeker nog fysieke boeken uitlenen. We kunnen die papieren boeken ‘slimmer’ maken. Laat ze communiceren met hun omgeving en verrijk de inhoud met digitale content. Laat de papieren boeken vooral 'communiceren' met de bibliotheekgebruikers. De huidige RFID-chip wordt ingezet voor logistieke toepassingen, met name waar het gaat om het uitlenen en beveiligen van bibliotheekmaterialen. Met een nieuwe RFID-chip, vergelijkbaar met de Eddystone, kunnen bibliotheken nieuwe (digitale) diensten koppelen aan hun fysieke collectie. De nieuwste ontwikkeling is dat deze slimme RFID-chips hun energie halen uit wifi-signalen.
Zo kan het nieuwe e-bookplatform digitaal gekoppeld worden aan digitale en fysieke diensten. Op dit moment is het e-bookplatform niet meer dan een ouderwets boekenproduct waarbij vooral de uitleencijfers belangrijk zijn. De komende jaren zouden bibliotheken moeten proberen het gebruik ervan te verdiepen. Diensten en producten rond het e-book ontwikkelen die niets te maken hebben met uitleencijfers maar juist context creëren. 
De fysieke bibliotheekpas kan het beste aansluiten bij het eID-stelsel dat in voorbereiding is door de overheid in het kader van het programma Digitaal 2017.  Het einde van de fysieke bibliotheekpas lijkt mij onvermijdelijk, mensen zonder boeken wegsturen omdat ze hun bibliotheekpas niet bij zich hebben is erg ouderwets.  Ook hier wil ik in een apart artikel uitgebreider op ingaan.

Het nieuwe computersysteem
Al eerder (in 2013, in 2011 en in 2008 - pdf) schreef ik over nieuwe mogelijkheden voor systeembeheer. Het lijdt voor mij geen twijfel dat veel bibliotheken binnen vijf jaar in de cloud zitten. Sommige zullen voor een vertrouwde MS-omgeving ‘kiezen’, mede omdat de beslissers verslaafd zijn aan Microsoft Office, maar voornamelijk omdat ze zich niet verdiepen in nieuwe mogelijkheden van andere systemen. Ik geloof meer in de Google- kantooromgeving omdat Google meer geworteld is in het internet. Google for Nonprofits biedt een onbeperkt aantal gebruikers een volledig cloudnetwerk om samen te werken. Sinds een paar maanden is deze Google-dienst voor bibliotheken volledig gratis. Alles is aanwezig: tekstverwerker, agenda, opslag, een YouTube-omgeving en zelfs een zeker bedrag om gratis te adverteren. Dit 'monopoliegeld' zorgt ervoor dat je op dit moment overal bibliotheekadvertenties ziet. De cloudomgeving wordt perfect aangevuld met Google Chromebook. Op deze laptop, inmiddels al vier jaar verkrijgbaar, werkt het besturingssysteem volledig in de cloud en is eigenlijk geen systeembeheer nodig.
Deze nieuwe cloudomgeving heeft bij Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB) gezorgd voor een aanzienlijke reductie van de ict-kosten en heeft de onderlinge communicatie bevorderd. (Geïnteresseerde bibliotheken kunnen met mij contact opnemen voor meer informatie.)
Ik verwacht dat in 2020 het Chrome OS van Google leidend zal zijn. Ruim 70 procent van de tablets en laptops heeft een cloud-besturingssysteem van Google. Virus- en updateproblemen zijn nu al opgelost met Google Chromebook.

Siri, Google Now, Cortana en Alexa
In 2012 schreef ik al over de opkomst van ‘online vraagdiensten’ via tablets en mobieltjes, zoals Siri van Apple of Google Now op Android of Cortana van Microsoft en de woonkamer‘vaas’ Alexa van Amazon. Wie beantwoordt de vragen die aan deze voice assistants gesteld worden? Dat zullen de Googles en Bings van de toekomst zijn, maar is het niet ook zaak dat bibliotheken, overheden en andere maatschappelijke organisaties inspringen op deze ontwikkeling om ervoor te zorgen dat mensen bij de beantwoording van hun vragen niet alleen leunen op commerciële partijen?  (Zie ook het in 2012 verschenen artikel 'Nieuwe digitale vragendienst is mobiel en direct’.) 

Warme bibliotheken
Ondanks de digitalisering van onze samenleving blijven mensen gelukkig nog een sterke behoefte hebben aan fysieke ontmoeting. Onze gebouwen vormen wat dat betreft een belangrijke troef. De komende jaren transformeren bibliotheken in toenemende mate van boekenhuizen naar ‘huiskamers’, waarbij we een afname van de fysieke collecties zullen zien en een toename van de verblijfruimtes. Veel bibliotheken zijn bij de vernieuwing van hun gebouw al die weg in geslagen, een ontwikkeling die zich de komende jaren zal voortzetten. In de toekomst hebben we warme, gezellige en levendige gebouwen nodig, waar gebruikers zich thuis en veilig voelen.
In 2020 zal het merendeel van de bibliotheken waarschijnlijk onderdak bieden aan een fablab of een variant daarop. Enkele bibliotheken hebben op dit moment al een fablab, maar in 2020 vormen dergelijke leeromgevingen een vanzelfsprekende aanwezigheid in bibliotheek en onderwijs. Ze zullen daarmee bijdragen aan de levendigheid van de gebouwen.

Tot slot kort nog twee wensen die ik persoonlijk in 2020 graag gerealiseerd zou zien:
Virtual Reality. Zou het niet mooi zijn boeken om te zetten naar een virtual reality-wereld? Mensen kunnen zo literatuur beleven als een virtual reality-ervaring.
Bibliotheek TV. Een paar jaar geleden al eens voorgesteld aan bibliotheek.nl: een eigen digitaal bibliotheek tv-kanaal. Er vinden tal van activiteiten plaats in de Nederlandse bibliotheken. Maak hiervan mooie, leuke en informatieve televisie. Vernieuwende tv met 360 graden-opnames, of beelden van minidrones. Korte uitzendingen die weer stimulerend zijn om mensen bij elkaar te brengen in de bibliotheek.

2020 als uitgangspunt nemen voor de ‘Bibliotheek van de Toekomst’ legt een bepaalde druk op, en betekent ook een punt aan de horizon om naartoe te werken. Maar innoveren doe je feitelijk dagelijks, wie nu niet start of er al mee bezig is, zal in 2020 achteraan sukkelen en overbodig geworden zijn. Innovatie gaat vaak met hele kleine stapjes en soms met een sprongetje, maar je moet er iedere dag mee bezig zijn.

Tekst en beeld: Jan de Waal (
Bijna dertig  jaar werkzaam geweest bij Bibliotheek Oss / NOBB. Na zijn cao/pensioen nog steeds werkzaam als digibieb.nl, voor al uw innovatie)
Tekstredactie: Bart Janssen



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

My midterm review Wim Keizer

De Kwink Groep maakte in juli 2017 bekend van OCW de opdracht gekregen te hebben de door minister Bussemaker bij de behandeling van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) aangekondigde ‘midterm review’ te maken. Artikel 29 van de Wsob zegt dat de minister binnen vijf jaar na... Lees verder