HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Winter in bibliotheekinnovatie. Vraag is: komt er nieuwe lente?

Wim Keizer
20-10-2015
Winter in bibliotheekinnovatie. Vraag is: komt er nieuwe lente?
Hebben openbare bibliotheken met de bibliotheekinnovatie van de laatste vijftien jaar een slag gewonnen, maar de oorlog verloren? Wie maandag 19 oktober tijdens de eerste dag van de door de Koninklijke Bibliotheek (KB) georganiseerde Innovatieweek luisterde naar de eerste spreker, Bert Mulder, lector Informatie, Technologie en Samenleving aan de Haagse Hogeschool en directeur van het eSociety Instituut, zou dat zo maar kunnen denken. Mulder hield de aanwezigen een beeld voor waarin bibliotheken veel mensen kwijt zijn. Reden: burgers vragen tegenwoordig iets anders dan bibliotheken bieden.
Inleider Bert Mulder trad ’s ochtends op in het programmaonderdeel Inspiratie en debat van het dagthema ‘Leiderschap en innovatie’, samen met filosoof/schrijver Ben Kuiken en oud-directeur Henriëtte de Kok van Bibliotheek Midden-Brabant. ’s Middags was er in het kader van hetzelfde thema een workshop met Gert Staal, directeur Bibliotheek Lek & IJssel en mede-oprichter van de Total Innovation Management (TIM) Foundation, en Jacques Malschaert, directeur Bibliotheekservice Fryslân.

Seizoenen innovatie
Mulder, die in 2008 heeft meegewerkt aan het rapport ‘Innovatie met effect’ (pdf) van de commissie-Calff, dat de basis werd voor de werkzaamheden met OCW-subsidie in de jaren daarna, vond dat bij innovatie, net als in de natuur, sprake is van seizoenen. In de lente komen de ideeën en is iedereen vol enthousiasme, in de zomer de projecten, in de herfst de producten en in de winter de reflectie. En dan is er ook moeheid, dan is het wel klaar en voelt het niet meer als innovatie. Mulder vond dat er veel gedaan is, met eerst een periode van reorganisatie (basisbibliotheekvorming) en toen een periode van echte innovatie (creëren landelijke digitale infrastructuur en nieuwe serviceconcepten). Maar de vraag is: wat nu? Welke soort innovatie gaan de bibliotheken de komende vijf jaar doen? Wat al klaar is, kun je geen innovatie meer noemen, niemand zit te wachten op de zoveelste social community.

Wat is essentie?
Innovatie is volgens Mulder ook het managen van verwachtingen en dan rijzen er vragen als: waar gaan we naartoe, wat is de essentie van de bibliotheek? Welke visie is er en als we (weer) aan innovatie willen doen, wat is dan het brandende doel? Daar kijk je naar in de winter van de innovatie. Bij de vraag welke lente er zou kunnen zijn, kwam hij met de al aangehaalde opmerking die hij van iemand gehoord had: ‘we have won the battle, but have lost the war.’
Dan is de vraag: which battle? En: which war? Vragen mensen iets anders dan bibliotheken bieden? In zijn beeld van de participatiesamenleving is dat zo. Mensen moeten veel meer zelf doen en hebben om die reden behoefte aan allerlei nieuwe kennis, die just in time moet zijn. Mulder heeft daar samen met een partner een boekje over geschreven, Maatschappelijke Informatievoorziening (pdf). Maar tot z’n eigen verbazing, gerezen nadat hij daar op geattendeerd was, komt de openbare bibliotheek in dat boekje niet voor. Dat vond hij zelf merkwaardig, maar het leidde wel tot de vraag: kan de bibliotheek betekenis hebben in de participatiesamenleving? En wat is daar voor nodig?

Op de vraag hoe hij kan weten dat het winter is in de bibliotheekinnovatie, antwoordde Mulder dat te kunnen zien aan de jaarlijks gemaakte inventarisatie van innovatieprojecten. Die lijst wordt er volgens hem niet beter op. Een onbeantwoorde vraag bleef: dat Bert Mulder de bibliotheken in z’n boek niet noemde, ligt dat aan Mulder of aan de bibliotheken?

Zelf-organisatie

Ben Kuiken, schrijver van o.m. het boek De laatste manager, gelooft niet zo erg in management en dus ook niet in innovatiemanagement. Volgens hem gebeuren dingen gewoon en is het de vraag hoe we daar mee omgaan. Als mensen zelf verantwoordelijkheid nemen, zijn er minder regels nodig. Een nieuw boekje van hem, Eerste hulp bij nieuw organiseren, gaat daar op in. Hij noemde het voorbeeld van Buurtzorg, dat zich in een tijd waarin in de ‘gewone’ thuiszorg alles werd opgeknipt, de vraag stelde: wat is goede zorg, als je uitgaat van de mens (de cliënt)? Verandering is de enige constante factor, een natuurlijk gegeven, en daarin is Kuiken een aanhanger van zelforganisatie. Volgens hem bestaat ‘de organisatie’ niet, maar is er een combinatie van mensen, gebouwen en klanten die voortdurend verandert. Daarom is organiseren een werk-woord. Waarbij je je moet afvragen: wat wilden we ook al weer? Zo is de vraag: wat is de bedoeling van de bibliotheek? Wat iets anders is dan het doel, want je kunt bij een fietstocht een doel hebben, maar als de bedoeling was een leuke tocht te hebben maakt het niet uit of het doel wel gehaald wordt. Ook bij bibliotheekwerk is de vraag of het anders kan, bijvoorbeeld zonder het instituut. Hoe kom je dichter bij de bedoeling? Als er geen bibliotheek zou bestaan, zou je die dan oprichten?

Uitproberen
Kuiken pleitte er voor niet met stappenplannen te werken, maar gewoon dingen uit te proberen, beweging te creëren, mensen van buiten naar binnen te laten kijken. En de vraag te stellen wat je kunt betekenen voor de participatiesamenleving.
Kuiken, wonend in Amsterdam, zei lid te zijn van de OBA, maar daar twee jaar niet te zijn geweest. De plek, ergens bij het station, vond hij lastiger dan vroeger en bovendien zijn er volgens hem veel minder boeken. En z’n vrouw gebruikt de kringloopwinkel. Daar ontstond wat discussie over, met de opmerking dat er bibliotheekfilialen zijn, maar ook dat er een vergelijking mogelijk is met het KLM-gevoel: iedereen houdt er van, maar niemand vliegt er mee. Karmac werd echter niet zo succesvol gevonden als EasyJet. Conclusie was wel dat we als openbare bibliotheken al veel doen voor de samenleving, maar het verhaal niet goed vertellen. De buitenwereld weet nog niet wat bibliotheken allemaal kunnen. Kuiken ried aan dat dan duidelijk te maken.

‘Van orde naar succes’
Henriëtte de Kok sprak over de reorganisatie in haar Bibliotheek Midden-Brabant (Tilburg en omgeving). In 2004 waren er nog veel regels met een handboek en een prikklok en heerste er een familiegevoel. De bibliotheek heeft zich omgevormd ‘van orde naar succes’, in de vorm van een lerende organisatie. Er is veel aandacht besteed aan opleidingen, maar ook kwamen er een ‘ideeën-coördinator’ (ophalen ideeën van de werkvloer), ‘het schouderklopje van de maand’ en het uitreiken van bonussen. Zaken die even tijd nodig hadden voordat ook de ondernemingsraad er aan wilde. Belangrijk was ook dat de bibliotheek het grootste deel van de aandacht en het geld besteedde aan de uitleenfunctie en veel minder aan educatie en ontmoeting/debat. Dat moest veranderen in gelijkwaardige aandacht voor drie onderdelen: educatie (met de Bibliotheek op school), de digitale bibliotheek (aansluiten op landelijke ontwikkelingen) en de fysieke bibliotheek. Ook wilde de gemeenteraad een ‘bibliotheek-van-de-toekomst’ en dat is De Kennismakerij geworden, in een industrieel gebouw in de Spoorzone. De eerste verjaardag was een groot succes, zo zei De Kok, veel partijen willen nu met de bibliotheek samenwerken, er komen nieuwe mensen en nieuwe doelgroepen. Andere vestigingen van Midden-Brabant moeten hierdoor besmet worden.

Veranderen doet pijn
De Kok gaf de toehoorders lijstjes van leerpunten en aanbevelingen mee, zoals teruggaan naar de kern, scenario-analyses maken, projectmatig werken, samenwerken met partners en doorpakken met de reorganisatie. En daarbij beseffen dat veranderen pijn doet en dat je, hoe zeer je ook je best doet, niet iedereen binnenboord kunt houden. ‘Mensen die niet meewilden, zullen mijn verhaal dan ook niet ondersteunen,’ vertelde De Kok. Maar ze had van de voorzitter van de OR wel het compliment gekregen dat het goed was gereorganiseerd te hebben. Bij een reorganisatie heb je voorlopers, meelopers en remmers. Van de laatsten is afscheid genomen. Voor de meelopers was meedoen het moeilijkst, want die zaten tussen de twee andere categorieën in. Maar er is veel aan scholing gedaan (want het was bij een aantal mensen ook een kwestie van wel willen, maar nog niet kunnen). Tot slot zei De Kok dat het reorganisatieproces als zodanig wel tot in de puntjes geregeld moet worden, zodat dit verder soepel kan verlopen.

Weinig de diepte in
In een door Ton Brandenbarg, oud-directeur Zeeuwse Bibliotheek, geleide paneldiscussie zei Kuiken dat zelforganisatie zeker geen vrijheid/blijheid is. Sturing is er in bepaalde opzichten zelfs sterker dan in een hiërarchische organisatie.
De Kok vertelde dat De Kennismakerij mensen uit de ‘Quiet 500’ (de 500 armste mensen) heeft weten te bereiken.
Mulder vertelde wel eens benauwd te worden van z’n leerlingen die vaak heel oppervlakkig zijn: ze hebben wel veel informatie, maar gaan weinig de diepte in. De vraag is: moet je de jonge generatie aan het lezen krijgen, of iets anders doen? Er werd voor gepleit verschil te maken tussen individuele behoeften en die van de samenleving. Mulder ried aan goed te kijken naar wat er leeft, in een stad als Tilburg is armoe al een oud thema, maar wat is het belangrijkste thema op het platteland? Hoe bevorder je daar de vitaliteit van de samenleving, wat kunnen mensen van de bibliotheek verwachten wat ze niet in de krant lezen of ergens anders vandaan halen?

Kleine experimenten
Gert Staal, ook programmamanager innovatiemanagement op Nyenrode, had als belangrijkste aanbeveling kleine experimenten te doen, waarin de betrokken mensen ruimte krijgen, een beetje afgeschermd van de omgeving. Hij trad afwisselend op met Jacques Malschaert, in interactie met de aanwezigen (in groepjes vragen beantwoorden).
Staal noemde innovatie een containerbegrip, vergelijkbaar met het weer: iedereen praat erover, veel verloopt chaotisch maar toch zijn er wetmatigheden. Hij onderscheidde twee hoofdvormen: de radicale innovatie (iets volkomen nieuws en disruptiefs) en de incrementele innovatie (iets met additionele waarde, bijvoorbeeld beter, sneller of goedkoper). Beide vormen vergen doorgaans tegengestelde processen. Maar het leuke van de introductie van de iPhone, waarvan Staal het filmpje met Steve Jobs liet zien, is juist dat dit één van de weinige gevallen is waarin de twee typen innovatie werden gecombineerd en om die reden zo’n succes is geworden. Voorbeelden van andere grote veranderingen zijn de zelfrijdende auto’s, de nanotechnologie, de energietransitie en Uber, met een fundamenteel ander businessmodel dan de gewone taxi’s.

Waar zijn we voor?
Wat bibliotheken betreft, zei Staal dat deze zijn begonnen in tijden van schaarste, maar dat er nu een exponentieel snelle groei van informatie is. ‘Dat is de bijl aan de wortel van de klassieke bibliotheek. Reacties zijn heel heftig, zoals bij Uber want dat ondergraaft het hele bestaande systeem. Wat was, is niet meer geldig.’ Het goede nieuws noemde hij dat er nog wel steeds behoefte is aan ‘bibliotheekfuncties’, maar de vraag is wel hoe die er uitzien en of bibliotheken ze nog verrichten, als die zich niet aanpassen. Successen uit het verleden, zoals de uitleenfunctie, zijn geen garantie voor de toekomst. ‘We wisten waar we voor waren, maar waar zijn we nu voor?’ Om daar achter te komen, pleitte hij voor experimenten, het liefst samen. Staal had een TIM-handboek ‘Innovation lite’ uitgedeeld, met templates, maar ried aan die niet één-op-één te kopiëren, maar alleen te kijken wat voor je eigen omgeving van belang is. ‘Innovation lite’ is een startmethode voor gestructureerd innovatiemanagement. Wie meer wil weten, kan bij hem informatie opvragen (gstaal@me.com).

Focus aanbrengen
Jacques Malschaert behandelde definities van leiderschap en kwam met voorbeelden van leiders uit de filosofie, religie en oorlogsvoering. Belangrijk bij leiderschap is zaken persoonlijk maken, emoties bespelen en focus aanbrengen. En bij leiden van veranderingen is ook heel belangrijk dat er een eerste volger opstaat, want pas dan volgen er snel meer.
Gert Staal zei dat paradigmawisselingen die veranderingen nodig maken ruimte eisen die er vaak in de hectiek van de dagelijkse operationele druk niet is. Vandaar ook zijn herhaalde pleidooi ruimte te maken voor kleine experimenten. En die als manager te faciliteren, met het geven van een goede briefing: niet echt ‘managen’, maar wel richting geven. Malschaert meldde dat van elke zeven innovaties er zes mislukken. Voordeel van kleine experimenten is dat het daar makkelijker is je neus te stoten dan bij grote. Men wil vaak meteen met één te groot idee beginnen, maar dat is niet verstandig. Pas als iets lijkt te lukken, kun je het gaan opschalen. Ter sprake kwam nog het in bibliotheekwerk veel voorkomende ‘not invented here’-syndroom. Staal pleitte voor samenwerking.

De Innovatieweek loopt nog tot en met vrijdag 23 oktober (innovatiedoedag). Presentaties verschijnen op Biebtobieb (trefwoord Innovatieweek).

Tekst: Wim Keizer
Foto: Aad van Tongeren




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Verboden vruchten: over de verleiding van drank, moeilijke woorden en conducteurs Tamar van Moolenbroek

Door de walmen van mijn Kiosk-koffie staar ik dromerig voor me uit. Of toch nog dromend? Ligt het aan mij, of worden ze echt met de dag jonger en knapper? Opeens weet je het... je zoekt een conducteur! Lees verder