HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Bibliotheek op School succesvol in Gelderland

Eimer Wieldraaijer
02-04-2014
Bibliotheek op School succesvol in Gelderland
‘Meer (voor)lezen, beter in taal’. Onder dat motto presenteerde de Rijnbrink Groep op 2 april in het Openluchtmuseum te Arnhem de fraaie (tussen)score van het project Bibliotheek op School in Gelderland. In het oosten van het land is het provinciebrede project Bibliotheek op School een succes, zoveel werd duidelijk tijdens het eendaagse congres. Dat succes is te danken aan een duurzaam samenwerkingsverband tussen bibliotheken en lokale scholen. Het bevorderen van leesmotivatie is de belangrijkste drijfveer binnen het project.
Bibliotheek op School, na Boekstart de tweede fase in de doorgaande leeslijn voor 0-18-jarigen, blijkt in Gelderland de afgelopen twee jaar bij 462 van in totaal 907 basisscholen op contractbasis ingang te hebben gevonden, terwijl de initiatiefnemers bij de start in februari 2012 mikten op 150 deelnemers. Het aantal participerende Gederse bibliotheekorganisaties bedraagt inmiddels 16 (streefgetal was 14). Al met al mooie rapportcijfers, die nog feller gingen glanzen door de ook voor de rest van het land relevante mededeling van Adriaan Langendonk (programmacoördinator Kunst van Lezen), dat de subsidiëring van Bibliotheek op School door het ministerie van OCW in ieder geval tot en met 2015 gegarandeerd is. Bovendien hield een van de sprekers na hem, Kees Broekhof (senior adviseur van Sardes), tijdens zijn keynote de 250 aanwezigen uit de wereld van bibliotheek en onderwijs voor dat Bibliotheek op School niet alleen gretig aftrek vindt maar ook een aantoonbaar positief effect heeft op de leesresulaten van leerlingen in het primair onderwijs.

Basis van de Bibliotheek op School is een fysieke boekencollectie op school, maar het project behelst meer dan een verzameling boekenkasten. Kort samengevat wil de Bibliotheek op School verleiden tot lezen, leerlingen en ouders bij de schoolbibliotheek betrekken, kinderen mediawijsheid bijbrengen en verschillende generaties van elkaar laten leren,’ zo vermeldt het na afloop uitgereikte en bij de Rijnbrink Groep te bestellen inspiratieboek, dat niet voor niets als titel heeft ‘Bibliotheek op School, zoveel meer dan boeken uitlenen...’ (In dit inspiratieboek is onder andere ook informatie te vinden over een aantal pilotprojecten waarbinnen meer kennis en ervaring is verzameld over relevante onderwerpen, zoals ouderbetrokkenheid bij leesbevordering en het bevorderen van kennisoverdracht tussen verschillende generaties.)

Nicole Hendriks, projectleider Bibliotheek op School bij de Rijnbrink Groep: ‘Onze kernboodschap is dat kinderen zonder leesvaardigheid en mediawijsheid niet volwaardig kunnen participeren in de samenleving. Technisch en begrijpend lezen is essentieel. Zowel in de fysieke als de virtuele wereld. In dit land zijn er nog steeds 1,3 miljoen ongeletterden. Daar moeten we met elkaar iets aan doen. We hebben in Gelderland echt het fundament gelegd om dat probleem aan te pakken, maar die samenwerking, de communicatie met scholen, kost wel tijd. Tegen de beleidsmakers zou ik willen zeggen: blijf de Bibliotheek op School faciliteren, want je investeert niet alleen in de toekomst van kinderen maar verhoogt op termijn tevens het economisch rendement van de maatschappij als geheel.’

Een van de aanwezige beleidsmakers was Thijs de la Court, wethouder duurzaamheid in Lochem namens GroenLinks: ‘Ik ben zowat geboren in de bibliotheek. Mijn vader was directeur van de leeszaal in Amsterdam. Op zondagen had ik die bibliotheek voor mij alleen. Als het gaat om leesbevordering en de bibliotheek, bent u bij dan ook aan het juiste adres. Sterker: ik pleit ervoor de bibliotheek op te nemen in alle komende gemeentelijke coalitieonderhandelingen. Het verhaal dat we hier vandaag horen, heeft een stevige overtuigingskracht. Laten we dit programma de komende tijd overal veiligstellen.’

Kees Broekhof (Sardes) onderbouwde die stellingname met harde feiten. Zoals deze: door 15 minuten vrij lezen per dag, leert een kind 1000 nieuwe woorden per jaar. Een kind uit een gezin met ongeschoolde / laaggeschoolde ouders hoort 615 woorden per uur; een kind uit een gezin met hoogopgeleide ouders hoort 2153 woorden per uur. Kinderen die plezier hebben in lezen, lezen meer en behalen daardoor betere schoolresultaten. Programma’s voor vrij lezen, die langer dan een jaar uitgevoerd worden, leiden bijna zonder uitzondering tot hogere scores op begrijpend lezen. Nog meer feiten: autochtone kinderen komen op de basisschool binnen met 3000 woorden en eindigen met 17.000. Allochtone kinderen starten met 1000 woorden en finishen op 10.000. Met andere woorden: het voorschoolse traject is enorm belangrijk. Zoals het stellen van kwantitatieve doelen eveneens belangrijk is. Broekhof: ‘Een docent moet zich afvragen: hoeveel woorden hebben de kinderen in mijn klas vandaag geleerd. Aantallen doen ertoe. Een goed schoolbeleid investeert in de woodenschat van zijn leerlingen, investeert in methoden voor begrijpend lezen en doet aan opbrengstgericht werken. Wat dat laatste betreft: op landelijke schaal is een van de drie scholen hiermee bezig, dus dat cijfer moet nog duidelijk omhoog. Bibliotheken kunnen bij dit alles een cruciale rol spelen. Het maakt ontzettend veel uit of kinderen boeken nabij hebben, maar dankzij de door bibliotheken aangeboden monitor zijn zij ook in staat de opbrengst van al die inspanningen in kaart te brengen. In de monitor (een digitale vragenlijst voor het jaarlijks meten en vergelijken van leesattitude, leesniveau en leengedrag van de leerlingen en het leesklimaat, leesbeleid en de kennis en kunde rondom informatievaardigheden in de school) zitten thans reeds de gegevens van 60.000 leerlingen, 7000 leerkrachten en 700 leesconsulenten. Een representatief en krachtig instrument om beleid op te baseren. Dan zie je bijvoorbeeld – zo wijzen de cijfers uit – dat dankzij de Bibliotheek op School het leesplezier van leerlingen wel degelijk toeneemt en dat er tegelijkertijd meer aandacht nodig is om jongens aan het lezen te krijgen. Ik raad scholen in het primair onderwijs aan om aan de slag te gaan met de Bibliotheek op School en de monitor (eigendom van de bibliotheek, die ook de analyse verzorgt) in te zetten als richtsnoer voor het handelen. Welk advies ik voor bibliotheken in petto heb? Zie opgroeiende kinderen als je belangrijkste doelgroep.’ (Zie ook de resultaten van de mede door Kees Broekhof uitgevoerde analyse van het leesgedrag van meer dan 30.000 basisschoolleerlingen die deelnemen aan de Monitor de Bibliotheek op school, verschenen onder de titel Lezen meten - een basis voor beleid)

Kees Broekhof Maurice De Hond
Links: Kees Broekhof. Rechts: Maurice de Hond

Een oproep waar marktonderzoeker Maurice de Hond zich prima in kon vinden. De geestelijk vader van de Steve Jobs-school: ‘Van jongsaf lees ik graag boeken. Nu lees ik echter alleen nog boeken tijdens de vakantie. Toch lees ik meer woorden dan ooit. Dat heeft alles te maken met de digitalisering van de samenleving. Een trend waar ik met de Steve Jobs-school, waarvan er inmiddels zeven zijn en na de zomer ruim twintig, direct op inspeel. Een kind van tien weet tegenwoordig meer over computers en internet dan de docent. Ik zie mijn dochter van vijf opgroeien in een totaal andere wereld dan mijn oudste zoon van 36. Tegen de mensen in de zaal zou ik willen zeggen: leer jezelf te ontkoppelen van het medium boek, want dat is een tijdelijke component. Stel je open voor andere, nieuwe media en gebruik die. Er voltrekt zich een digitale revolutie, terwijl de onderwijswereld die nog grotendeels negeert. Ik wil dat scholen kinderen voorbereiden op de toekomst met de middelen van vandaag en gericht op de talenten van elk individueel kind. Natuurlijk is het lezen van een boek geweldig en goed voor de woordenschat, maar op mijn scholen maken we, samen met de ouders en met de inzet van een apparaat als de iPad, om de zes weken een individueel ontwikkelplan voor elk kind. Zo krijg je commitment van ouder, leerkracht en leerling. Lezen hoef je niet per se met een boek te doen. Stimuleer je de fantasie van een kind meer met een boek dan met Toy Story 3? Ik denk van niet. Het gaat er simpelweg om dat je een kind boeit en inspireert. Het is geen of-of- maar een en-en-verhaal. In onze scholen in Sneek en Almere hoor ik dat iedereen blij is met deze nieuwe vorm van onderwijs. Alsof we met een toverstokje de kracht van ouders, kinderen en leerkrachten hebben opengebroken. Sybrand van Haersma Buma, Emile Roemer, stuk voor stuk stapten ze sceptisch bij ons binnen maar kwamen ze enthousiast buiten. En daar gaat het toch om, mensen enthousiast maken?’

Tekst en foto's: Eimer Wieldraaijer

Zie ook het bericht op de website van de Rijnbrink Groep over het congres en de Storify die een impressie geeft van de bijeenkomst. En verder deze reportage van Omroep Gelderland.




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Leren door te maken Lonneke Jans

Maken. Het is een thema dat in onze samenleving meer en meer aandacht krijgt. Gelukkig maar! Want door te maken krijg je grip op de wereld om je heen, omdat je begrijpt hoe dingen werken. Het motto ‘leren door te maken’, stond ook centraal tijdens het Teacher Maker Camp dat Cubiss samen met... Lees verder