HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Commissie-Cohen tussen technostress en digitale verrijking: niet één visie of één waarheid

Wim Keizer
24-01-2014
Commissie-Cohen tussen technostress en digitale verrijking: niet één visie of één waarheid
Evenwicht en balans zijn twee trefwoorden die in het 21 januari verschenen rapport 'Bibliotheek van de toekomst' (pdf) van de commissie-Cohen vaak voorkomen. Hoe ziet die toekomst (in 2025) eruit? Net als iedereen, weet ook de commissie-Cohen het niet.
De commissie bestond naast Job Cohen uit Joke Hermsen, Valentine van den Lande, Kim Putters en Paul Rutten1. De commissie schetst zeer veel mogelijkheden en kansen voor de bibliotheek. Welke het worden is ook een zaak van cultureel-maatschappelijk ondernemerschap. De commissie zegt in de inleiding dat het verzoek van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) om een perspectief te schetsen voor de maatschappelijke opdracht van de openbare bibliotheek in 2025 niet één waarheid of één visie heeft opgeleverd. 'Ook wanneer trends in kaart worden gebracht, laten richting en snelheid van de ontwikkelingen zich lastig voorspellen. Daarbij kent de bibliotheeksector zelf een grote diversiteit.'
Het rapport bestaat naast de inleiding uit de hoofstukken 2 t/m 5.

Maatschappelijke opdracht en waarden
Hoofdstuk 2 heet 'Waar we vandaan komen: de maatschappelijke opdracht en publieke waarden'. Voor de Tweede Wereldoorlog ging het om volksontwikkeling en volksverheffing, erna kwamen de mensenrechten in zicht (gekoppeld aan de Universele Verklaring van de Rechten van de mens). In de jaren zeventig en tachtig was verbinding met het welzijnswerk belangrijk en nu ligt de nadruk meer op nut en profijt van kennis en informatie en op zelfredzaamheid en participatie van de burgers. Het rapport benoemt en beschrijft de vijf kernfuncties, zoals ze nu ook in het voorstel-Stelselwet staan, alsmede de publieke waarden2.

Ontwikkelingen in de samenleving
Hoofdstuk 3 heet 'Ontwikkelingen in de samenleving'. In 3.1. staat dat kennis een steeds belangrijker productiemiddel wordt en 3.2. gaat in op het belang van specifieke vaardigheden. Die beginnen in 3.2.1 met 'geletterdheid als fundament'. Alles staat of valt met lezen. Wie dat niet (goed) kan, komt op enorme achterstand te staan. PriceWaterhouseCoopers heeft in 2013 berekend dat laaggeletterdheid de Nederlandse samenleving jaarlijks € 560 miljoen kost. Noodzakelijke digitale vaardigheden en informatievaardigheden komen in 3.2.2. aan bod. Ouderen hebben vaak nog een tekort aan 'knoppenkunde' en jongeren juist aan 'inhoudelijk gerelateerde vaardigheden'. Maar naast geletterdheid en ICT-vaardigheden, vraagt de moderne kenniseconomie ook nog aandacht voor andere specifieke vaardigheden. Die worden in 3.2.3. benoemd. Het gaat om competenties als samenwerken, creativiteit, communiceren, probleemoplossend vermogen, kritisch denken en sociale en culturele vaardigheden. Met een betrokken, ondernemende en nieuwsgierige houding.

'Digitalisering en personalisering van informatie zet door' is de titel van 3.3. Er is steeds meer content beschikbaar. Ook het boekenbestel verandert door de digitalisering. 'Tegelijkertijd is het de vraag of en wanneer digitale boeken fysieke boeken vervangen. Het aandeel van het e-book in de totale verkopen is vooralsnog zeer bescheiden.' In 2012 was het 2,7% van de totale boekenafzet, in 2011 1,5%. Ook in Amerika neemt de groei van het marktaandeel af en blijft deze steken op ongeveer 30%. De commissie acht het meest waarschijnlijke toekomstbeeld dat fysieke en digitale boeken lang naast elkaar zullen blijven bestaan. Maar adviseren over boeken gebeurt steeds meer online, ook vaak door lezers zelf. En het aanbod van content wordt steeds meer op maat gesneden. Keerzijde: mensen komen ook steeds meer in unieke informatiewerelden terecht die dusdanig op maat gesneden zijn dat burgers niet meer blootgesteld worden aan zaken die oncomfortabel voelen, die uitdagen en die andere inzichten bieden.

In 3.4. staat dat het belang van netwerken en de community toeneemt. Mensen organiseren zich, soms wereldwijd, rondom bepaalde thema’s of interesses. Lenen, ruilen, geven en delen worden makkelijker. En, zo staat in 3.5, de consument heeft ook minder tijd en verwacht meer beleving. Digitale media helpen bij gemak en snelheid, maar geven ook gevoelens van stress en druk. Het sociale weefsel van steden en dorpen verandert, zegt 3.6. Vooral in kleinere plattelandsgemeenten neemt het aantal voorzieningen drastisch af.

Bibliotheek in transitie
De titel van hoofdstuk 4 is 'De bibliotheek in transitie'. Wat is de opdracht van de bibliotheken in 2025 vraagt 4.1 zich af. Kennis en informatie zijn dan centrale productiemiddelen. 'De kern van de opdracht van de bibliotheek is dat zij bijdraagt aan en de basis vormt voor de kennis- en informatiesamenleving. De opdracht bestaat uit het stimuleren, ondersteunen, faciliteren en toerusten van burgers om mee te kunnen doen en bij te kunnen dragen aan de moderne kennissamenleving. In het verlengde daarvan speelt de bibliotheek een belangrijke sociaal-culturele rol.'
In 4.1.1. gaat het om de bijdrage aan de kennissamenleving. Bibliotheken stimuleren lezen en leesplezier. Nu de leescultuur steeds meer onder druk komt te staan, behoort leesbevordering nog meer dan voorheen tot het hart van de bibliothecaire dienstverlening. De bibliotheek is een oase van rust in een tijdperk van tijdsdruk en technostress. Aansluiten bij het gedrag van mensen om kennis te vergaren en te gebruiken vertaalt zich in een evenwichtig gebruik van zowel traditionele, gedrukte media als van digitale diensten, 'voor zover daarmee invulling gegeven kan worden aan de publieke waarden die de bibliotheek drijven.' Iets verderop ziet de commissie niet alleen maar technostress: 'Waar het gaat om verbeeldingskracht en het opwekken van creativiteit biedt de opkomst van digitale en visuele content wellicht een waardevolle verrijking.'
Professionele ondersteuning van het onderwijs vraagt om een ondernemende houding. De doelgroep 'laaggeletterden' vereist speciale aandacht. En het adviseren en bieden van ondersteuning bij informatievaardigheden ('contextualiseren') behoort van oudsher tot de expertise van de bibliotheken. Maar de commissie zegt ook: 'Het kan zijn dat er de komende jaren vernuftige digitale zoeksystemen worden ontwikkeld die de rol van bibliotheken op dit terrein [mensen helpen te navigeren – wk] beperken of overnemen. Dit vergt een flexibele en ondernemende houding van de bibliotheek om in te kunnen spelen op nieuwe situaties.'
Bijdragen aan kennisontwikkeling en kenniscirculatie vraagt van de bibliotheek ook aandacht voor 'een leven lang leren'.

Fysieke plek nodig
De sociaal-culturele rol wordt in 4.1.2 beschreven. De bibliotheek als sociaal-culturele marktplaats vraagt een fysieke plek. Er is een neiging de fysieke bibliotheek te zien als iets dat zal verdwijnen, maar een trend die deze gedachte tegenspreekt is dat steeds meer semi-publieke en commerciële dienstverleners het fysieke uithangbord lijken te (her)ontdekken. De bibliotheek als ontmoetingsplek heeft een laagdrempelig, niet-commercieel en betrouwbaar karakter. Ook is er behoefte aan bibliotheken als werkplek en leeromgeving. De fysieke bibliotheek kan een bijdrage leveren aan de bestrijding van eenzaamheid. Mensen kunnen daar ook in aanraking komen met andere culturen, leefwijzen en achtergronden.
De commissie vindt dat bibliotheken niet alleen wederzijds begrip tussen mensen moeten stimuleren, maar ook betrokkenheid van mensen met de publieke zaak in het algemeen. 'Bijvoorbeeld door mensen uit te lokken zich te mengen in het lokale maatschappelijk discours, bij lokale besluitvorming, gemeenschapskwesties of politiek.'

Minder collecties
In 4.2. gaat het over het afnemen van de noodzaak als bibliotheek eigen collecties ter beschikking te stellen en het toenemen van het belang van onderlinge connecties. De bibliotheek zal zich meer richten op het tot stand brengen, stimuleren en faciliteren van uitwisseling en samenwerking. In 4.2.1. zegt de commissie dat de uitleenfunctie zal afnemen, hoewel niet te voorspellen is in welk tempo die teruggang zijn beslag krijgt. 'De consequenties van deze ontwikkeling voor behoud en onderhoud van fysieke collecties van openbare bibliotheken zijn op dit moment ongewis en ook moeilijk voorspelbaar.' Maar welke rol hebben bibliotheken in het verschaffen van toegang tot digitale bronnen van informatie en cultuur? De commissie geeft geen antwoord, maar stelt er nog een paar vragen bij, zoals: 'Hoe verhoudt deze mogelijke rol zich tot die van private dienstenaanbieders en uitgevers?' De commissie vindt dat waar het e-book op de boekenmarkt het dominante format wordt, de bibliotheek ruimte kan bieden aan wat misschien wel de niche wordt van fysieke boeken.
In 4.2.2. gaat het over de connecties tussen mensen, met de bibliotheek als platform voor social learning en social reading. In 4.2.3. opereert de bibliotheek in het maatschappelijk hart, bijvoorbeeld als lokale gids of community leader. In 4.2.4. verbindt de bibliotheek verschillende informatiebronnen en brengt ze deze bronnen in context. Maar ook hier kunnen private aanbieders opdoemen, wat van de bibliotheek actief ondernemerschap eist.
In 4.3. wordt ingegaan op de vraag wat de eerder geschetste kennisrol en de sociaal-culturele rol betekenen voor de vijf kernfuncties. De commissie denkt dat deze grotendeels overeind blijven. De functie 'informeren' is door de digitalisering nog het meest aan erosie onderhevig.

De weg naar de toekomst
Het laatste hoofdstuk, 5, gaat over 'de weg naar de toekomst'. Het hoofdstuk geeft drie belangrijke elementen en aandachtspunten.
Paragraaf 5.1 betoogt dat de fysieke en digitale domeinen niet los van elkaar, maar aanvullend op elkaar moeten functioneren. Beide versterken en verrijken elkaar. Bibliotheken moeten hun diensten via alle beschikbare kanalen synchroon aanbieden of naar elkaar laten verwijzen. Hier komt het door het SIOB al vaker gehanteerde begrip 'naadloos geïntegreerde bibliotheek van print en digitale content, advies en begeleiding en leeromgeving' naar voren.
In 5.2. 'Responsiviteit en sensibiliteit voor de lokale omgeving' staat dat de bibliotheek in een omgeving van elkaar snel opvolgende ontwikkelingen moet meebewegen: flexibel, responsief en adaptief zijn.
In 5.3. 'Ruimte voor een innovatieve en ondernemende houding' wordt ondernemerschap gepropageerd als basis voor een succesvolle transformatie naar een innoverende bibliotheek. 'Cultureel ondernemerschap zou de komende jaren een belangrijk punt van aandacht moeten zijn. Succesvolle cultureel-maatschappelijke ondernemers zijn alert, creatief, hebben lef en overtuigingskracht, combineren inhoud met marketing en zoeken naar een inhoudelijk en financieel draagvlak voor hun organisatie en diensten. Zij maken een voortdurende geactualiseerde balans tussen vraaggerichte en aanbodgerichte producten.'
Maar bibliotheken zouden ook meer dan ooit transparant verantwoording moeten afleggen: evalueren van de opbrengsten van hun maatschappelijke opdracht en de taken die daaraan bijdragen, 'opdat keuzes kunnen worden gemaakt aangaande het schrappen van "oude" activiteiten en het vervangen door nieuwe, ondernemende activiteiten: kill your darlings.'

Trends apart beschreven
Bij het rapport (pdf) horen een verkorte publieksversie (pdf) en een door het SIOB gemaakt trendrapport (pdf), met een beschrijving van trends in demografie en economie (hoofdstuk 1), trends in informatie en media (hoofdstuk 2) en sociaal-culturele trends (hoofdstuk 3).

Het rapport is 21 januari aangeboden aan OCW-minister Jet Bussemaker en aan VOB-voorzitter Kars Veling.

Tekst: Wim Keizer
Foto: Eimer Wieldraaijer


1) Het rapport beschrijft de functies van de commissieleden als volgt:
• Job Cohen, o.m. oud-burgemeester van Amsterdam en nu o.m. voorzitter van de Raad van Toezicht van de Openbare Bibliotheek Amsterdam;
• Joke Hermsen, schrijver en filosoof;
• Valentine van den Lande, oprichter/directeur van uitgeefplatform TenPages.com;
• Kim Putters, directeur Sociaal en Cultureel Planbureau;
• Paul Rutten, onafhankelijk onderzoeker, creatieve sector

2) De vijf kernfuncties (artikel 5 voorstel-Stelselwet) zijn: 'kennis en informatie', 'ontwikkeling en educatie', 'lezen en literatuur', 'ontmoeting en debat' en 'kunst en cultuur'.
De publieke waarden (artikel 4 voorstel-Stelselwet) zijn: onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit.

N.B. Wim Keizer
Een trend in het trendrapport en ook in het rapport van de commissie-Cohen zelf is vaak Engelstalige termen te gebruiken op plekken waar met hetzelfde gemak een Nederlandstalige term had kunnen worden gebruikt.
Verder moet worden opgemerkt dat zowel het totale rapport als de publieksversie op sommige plekken uiterst moeilijk leesbaar zijn. De oorzaak is dat het SIOB een overenthousiaste vormgever niet in de hand gehouden heeft. Grijze letters op een grijze of roze ondergrond, hoe kom je erbij. Ik ben voorstander van zwarte letters op een witte ondergrond. Daarin is het trendrapport dan wel weer geslaagd.



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Malle motie Wim Keizer

Elke wereldburger die toegang heeft tot internet kan inloggen op en zich rechtstreeks laten registreren bij de Digital Library of India, de Digital Public Library of America, de Deutsche Digitale Bibliothek of de Digital Library of the Caribbean, om er maar eens een paar te noemen. Het is alleen al in... Lees verder