HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Bibliotheekbarometer: van wisselvallig tot stormachtig

Jan Krol
13-06-2013
Bibliotheekbarometer: van wisselvallig tot stormachtig
Onlangs organiseerde het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) een middag voor gepensioneerden. Ruim 110 van de bijna 4500 gepensioneerden reisden daarvoor af naar de Eenhoorn in Amersfoort. Dat is wellicht niet veel, maar er liepen veel ‘gouwe ouwe’ pensionado’s rond, die hun sporen hebben achtergelaten in het vak. Aan hen de vraag met welk gevoel zij aankijken tegen de huidige ontwikkelingen in het bibliotheekwerk.
De middag ging over de organisatie en de financiële stand van zaken van het POB en over de koopkracht van gepensioneerden volgens het NIBUD. Verder was er een humoristische voordracht van pensioendeskundige Marc Heemskerk, die op luchtige wijze moeilijke onderwerpen behandelde als grijze druk; rekenrente/rendement/inflatie; het pensioenprobleem in euro’s en in welvaart. Tot ongeveer een etmaal na zijn voordracht bleef dit allemaal wèl goed hangen. Ook bleef hangen dat het aantal deelnemers aan het fonds dalende is en het aantal gepensioneerden stijgende, maar dat het fonds tegen deze oplopende grijze druk bestand is.

Dan de bibliotheekbarometerstanden volgens enkele aanwezige oud-bibliothecarissen. Op welk weertype staat de barometer? Zonnig? Wisselvallig? Verwoestende storm?

Mieke van den Besselaar (beleidsconsulent diverse terreinen VOB, uit in 2005): ‘Het zijn zware tijden voor de bibliotheek door de digitale ontwikkelingen, maar de creativiteit in de bibliotheken is zo groot dat ze de problemen wel aankunnen. Mij valt op dat de bibliotheek heel veel gebruikt wordt door scholieren als gezellige ontmoetingsruimte en als stille studieruimte. Het aantal uitleningen zal wel verder dalen, maar het aantal bezoekers stijgt. Gunstig is dat de bibliotheek de enige culturele instelling is waar alle geledingen van de bevolking komen en dus een sterke samenbindende kracht heeft. Dat moet verder worden uitgebouwd.’

Wim Evertse (directeur laatstelijk in Apeldoorn, uit in 2003): ‘De barometer staat tussen storm en echt zwaar weer in. Het is moeilijk om de bibliotheek goed en positief te profileren bij politiek en gebruikers. Ik ben niet optimistisch, de sector heeft nog niet het goede antwoord gevonden. Naar mijn mening moet de bibliotheek in een bredere organisatie worden ingebracht, omdat ze niet als zelfstandige organisatie kan blijven bestaan. Ik denk aan samenwerking met andere culturele organisaties op lokaal niveau, maar vooral ook met educatieve instellingen. Musea zouden ook kunnen. Het gebeurt al wel her en der, maar nog incidenteel. Er zou op veel grotere schaal beleidsmatig op aangestuurd moeten worden.’

Dianne Deelder (diverse leidinggevende functies, uit in 2008): ‘Bibliotheken verkeren in zwaar weer door de recessie, die echter om te buigen is tot een goede kans omdat de koopkracht daalt en die recessie echt nog wel even voortduurt. Als bibliotheken hier creatief mee omgaan, dan kunnen ze zich verkopen als laagdrempelige toegang tot cultuur.’

Klaas van de Brug (directeur laatstelijk in Ede, uit in 2004): ‘De barometer staat op storm, maar bibliotheken moesten eerder door zwaar weer en overleefden toen ook. Ik vind wel dat nu, net als zo’n vijfentwintig jaar geleden, vaak het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Een voorbeeld van zo´n wiel is de stilteruimte en studiezaal. Die zijn uit veel bibliotheken verdwenen omdat ze passé werden geacht, maar er is nu weer een grote behoefte aan. Bibliotheken moeten met allerlei soorten ruimtes hun gastheerschap ontwikkelen en zo dienstbaar zijn aan groepen in de samenleving. Ik zie veel kansen in het Seats to meet-concept, maar dan op zijn bibliotheeks.’

Anneke Verwijs (directeur laatstelijk Capelle ad IJssel, uit in 2004): ‘Het weertype is wisselvallig, maar ik ben positief: het hangt er vanaf hoe de nog steeds aanwezige kansen worden gepakt. Vestigingen worden gesloten en dat is desastreus, maar aan de andere kant zijn er concrete kansen, zoals de ontmoetingsfunctie en de samenwerking met en de binding aan organisaties in de lokale gemeenschap. Om die kansen te benutten, is wel een sterk ondernemerschap nodig. Ik was onlangs nog op een bijeenkomst van bibliothecarissen en ontdekte er gelukkig veel jonge vakgenoten die dit ondernemerschap in zich hebben.’

Dule Aelberts (docent Frederik Muller Academie, directeur Zwolle en laatstelijk manager kwaliteitszorg, uit in 2007): ‘Er is bij de gepensioneerden erg veel kennis aanwezig, maar daar wordt door de branche niets mee gedaan en dat is zonde. Er is naar mijn indruk namelijk veel instroom in de bibliotheekbranche van managers die van buiten het vak komen en die geen gebruik maken van de mogelijkheden tot duiding. Dat vind ik kortzichtig. Wat ik nog af en toe van de branche meemaak, is dat er nog steeds veel geklaagd wordt, maar dat vind ik nu best wel terecht vanwege al die vestigingen die gesloten worden. Maar misschien zijn het er inderdaad ook wel te veel voor de huidige tijd. Verder heb ik geen tekst’, aldus Dule Aelberts met een energieke en vrolijke lach.

Rob Kooijman (beleidsconsulent ict VOB, uit in 1997): ‘Ik volg het bibliotheekvak helemaal niet meer, dat wil zeggen, ik kom alleen nog regelmatig in de bibliotheek van Amsterdam en daar word ik altijd erg enthousiast van. Maar oké, ik zou me als bibliotheekdirecteur nu met veel poeha op een gevarieerd educatief activiteitenprogramma storten. Ook het stimuleren van leesclubs zou ik groots aanpakken. En omdat het aantal gedrukte boektitels toch gaat afnemen, zou ik me verder storten op het e-book. De komst van de e-reader en het e-book heb ik al in 1983 voorspeld in een artikel in de bibliotheekvakpers. Ze moeten nu door de bibliotheken voortvarend worden gepropageerd. Persoonlijk vind ik eerlijk gezegd die dwarsliggers veruit het handigst. Is dat ook niet een kans voor de bibliotheken?’

Tekst: Jan Krol
Foto Dule Aelberts:
Fotoarchief Bibliotheekblad



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Retro communicatie: ervaringen van een ‘oude’ jonge bibliothecaris Marileen van Wijnen

Als 33-jarige mocht ik op de valreep nog lid worden van het Jonge Bibliothecarissennetwerk. Zijn er dan zo weinig twintigers werkzaam in de bibliotheek dat de leeftijdsgrens verruimd is naar 35 jaar? Nu ben ik zelf ook ooit zo’n twintiger geweest. Tien jaar geleden startte ik mijn carrière bij... Lees verder