HomeRubriekenArtikel
voetnoot

‘Personal’ wordt belangrijker dan anonieme zoekmachines

Bart Janssen
07-03-2013
‘Personal’ wordt belangrijker dan anonieme zoekmachines
De VOGIN/IP-bijeenkomst die op 28 februari plaatsvond in de Brakke Grond in Amsterdam werd niet alleen gekenmerkt door een vol programma, maar ook door volle zalen. Phil Bradley bleek daarbij de grootste trekker. Zijn workshop ’s ochtends over zoekmachines en zoektechnieken trok zo’n 55 belangstellenden, maar ook de andere vijf workshops kenden een aardige opkomst. De dag stond geheel in het teken van ‘zoeken en vinden’. 
Phil Bradley, internetconsultant, trainer en voorzitter van CILIP, het Britse equivalent van onze NVB, verzorgde ’s middags ook de keynote speech The changing landscape of web search. Gelukkig bracht hij daarin genoeg variatie aan om het ook voor de deelnemers aan zijn workshop interessant te houden. Bradley betoogde dat de traditionele zoekmachines in veel opzichten niet meer voldoen. Ze focussen vooral op webpagina’s en benadrukken daardoor oude informatie (die hoger in de ranking verschijnt) en niet de nieuwe pagina’s die nog niet de tijd gehad hebben om hoger in de ranking te komen. De traditionele zoekmachines bieden ook weinig indicatie voor authority. Bradley: ‘Google doesn’t care about search, Google is an advertising company.’ Volgens Bradley levert Google (en ook Bing bijvoorbeeld) ‘poor quality data’, de zoekresultaten zijn te manipuleren en ‘Google don’t want you to think’, wat volgens hem onder andere blijkt uit het feit dat de optie voor Advanced search ergens moeilijk vindbaar weggestopt zit. En doordat Google de zoekresultaten steeds meer probeert te personaliseren dreigt ook het gevaar van een filter bubble (een door Eli Pariser gemunt begrip). Bradleys conclusie: ‘Search is broken: it wants to be everything, be personalised and make money from advertising.’ Er wordt te veel irrelevante informatie geleverd en veel relevante informatie wordt niet gevonden.  

Slagveld
Aan de andere kant verandert internet zelf ook. Er is nog steeds sprake van een gigantische groei aan data en ‘social’ wordt steeds belangrijker. In 2004 vond nog 83% van de mensen websites via zoekmachines, nu is dat 62%. Er is sprake van een ´battlefield’ op het gebied van social media en social search, waarbij Facebook en Google de belangrijkste combattanten zijn en wij burgers fungeren als de ‘foot soldiers’. Steeds meer mensen wenden zich voor informatie tot mensen die ze kennen en vertrouwen en daarbij spelen de social media een steeds belangrijker rol. Bradley ziet op het gebied van informatieverwerving dan ook een steeds grotere invloed van de social media. Maar je moet wel weten hoe je de goede informatie krijgt uit de overvloed aan social media-content. Bepaalde curation tools kunnen daarbij helpen, zoals Zite, Flipboard, Xydo, Scoop.it, Pinterest. Mensen worden zelf ook steeds meer content creators en curators, via blogs, Facebook en Twitter et cetera, waardoor ze ook een rol spelen als ‘filter’ van informatie voor wie hen volgt. Op die manier ontstaat er een vorm van informatievoorziening en search zonder interventie van traditionele zoekmachines als Google, die hun eigen agenda hebben (advertenties verkopen) en is ‘traditional search’ niet meer nodig. We creëren zo ons eigen kennisnetwerk en social search in combinatie met curation biedt daarmee volgens Bradley een goed alternatief voor de ‘broken’ traditionele zoekmachines.
In reactie op vragen uit de zaal stelt Bradley dat ook ten aanzien van via social media verkregen informatie gepaste argwaan wenselijk is, maar, zo stelt hij, in ieder geval is het dan mogelijk om te kijken naar de achtergrond van iemand en zo in te schatten wat de waarde van door hem of haar verspreide informatie is. ‘Personal’ wordt belangrijker dan anonieme zoekmachines. Bradley is het ermee eens dat veel vragen niet via social media beantwoord kunnen worden omdat de antwoorden in de ‘long tail’ zitten, maar anderzijds krijgen we in een social media-omgeving in ieder geval meer controle (terug) op wat we willen weten, want we krijgen feedback en kunnen in persoonlijk contact onze vragen specificeren. Samengevat: ‘Why on earth would I use a search engine if I can use social media to ask questions to knowledgeable people I trust’, aldus Bradley.

Social search
Na de lezing van Bradley volgen drie wat meer gespecialiseerde lezingen die met name interessant zullen zijn geweest voor informatieprofessionals verbonden aan universiteiten en bedrijven. Antal van den Bosch (PDF), hoogleraar aan de Radboud Universiteit bij het Centre for Language Studies en het Centre for Language and Speech Technology, ging in op het fenomeen text mining en illustreerde aan de hand van enkele voorbeelden hoe deze techniek ingezet kan worden bij wetenschappelijk onderzoek. Rinke Hoekstra, onderzoeker bij het Leibniz Center for Law van de UvA, behandelde het gebruik van linked data voor het bouwen van een semantisch web van onderzoeksdata. Joost Janssen (PDF), Online Channel Manager bij PWC, ging in op enterprise search en met name de tekortkomingen ervan. Met zijn lezing begon zich ook de rode draad van de dag af te tekenen, want ook hij ziet een oplossing in social search. Content is zo overvloedig en overal te vinden, dus ‘conversation is key’, aldus Janssen. Maak gebruik van ‘the wisdom of the crowd’. PWC gebruikt het platform Spark om binnen het bedrijf communities op te bouwen om informatie te delen. Daarbij is het de uitdaging om iedereen ‘op de dansvloer’ te krijgen, zo stelt Janssen, want een hoge participatiegraad is de belangrijkste voorwaarde om deze vorm van kennisdeling succesvol te maken.

Personal search
Henk van Ess, bekend van Voelspriet, auteur van Handboek Datajournalistiek en De Google Code, en verder voorzitter van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten, internetdocent en consultant, is duidelijk niet onbekend met het geven van lezingen. Ontspannen en vlot neemt hij de toehoorders mee langs enkele nieuwe ontwikkelingen in zijn lezing ‘Let’s get personal met Facebook Graph Search en Google Now’ (YouTube-filmpje). Hij stelt dat personal search steeds belangrijker gaat worden. De voornaamste reden dat diensten op dit gebied er nu aankomen, is volgens hem het toenemende gebruik van tablets en smartphones, waarmee heel veel data worden gegenereerd waarmee bedrijven als Apple (o.a Siri), Google en Facebook zo’n goed inzicht krijgen in wat mensen doen en willen, dat ze op basis daarvan diensten kunnen gaan bouwen. En anderzijds bieden ze ook weer diensten aan waarmee het inzicht in het doen en laten van mensen nog verder vergroot wordt. Van Ess laat tijdens zijn lezing demo’s zien van enkele van die diensten die nog niet in Nederland geïntroduceerd zijn, maar die er wel aan zitten te komen. Zo wordt voor het eerst op een congres in Nederland de nieuwe zoekdienst Facebook Graph Search (YouTube-filmpje) getoond, die pas over enkele maanden voor het publiek toegankelijk zal zijn. Hij geeft een inkijkje in wat Facebook van plan is met Graph Search, met zijn enorme database van miljoenen persoonlijke details. Het ziet er af en toe nogal beangstigend uit vanwege de precisie waarmee op basis van bepaalde parameters informatie verkregen kan worden. Via het zogeheten ‘downdrillen’ kunnen bijvoorbeeld mensen op Facebook geselecteerd worden die bij de bibliotheek van Amsterdam werken, single zijn, niet religieus zijn en bars in België bezocht hebben. Daarbij moet echter wel bedacht worden dat het gaat om openbare informatie die mensen zelf hebben vrijgegeven. Van Ess wijst erop dat mensen, vanuit het oogpunt van privacy, dus heel goed moeten nadenken over wat ze prijs willen geven, maar dat ze vaak waarschijnlijk nog steeds niet goed beseffen wat er allemaal gebeurt met door hen verstrekte informatie. (Zie ook het YouTube-filmpje 'Privacy and Facebook Graph Search') Van Ess gaat ook in op nieuwe Google-diensten, zoals Google Knowledge Graph, Google Now en Cue (YouTube-filmpjes), dat alles uit je persoonlijke levenssfeer dat in de cloud staat aan elkaar koppelt. Deze diensten kunnen gemak bieden, maar blijf je afvragen hoeveel van je persoonlijke data je prijs wil geven, zo luidt Van Ess’ boodschap.

Tussen de bedrijven door werd Eric Sieverts nog in het zonnetje gezet. Hij krijgt de eretitel Mister VOGIN en ontving een oorkonde vanwege zijn verdiensten voor de VOGIN.

Alle presentaties zijn terug te vinden op de VOGIN-site. Ook is er een terugblik te vinden in de vorm van tweets en blogs.

Tekst: Bart Janssen
Foto Phil Bradley: Eimer Wieldraaijer




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gastblog

Chris De Stoop Wim Keizer

Een Vlaamse schrijver en journalist die ik bewonder is Chris De Stoop (Chris de Stoop op z’n Nederlands). Hij reisde de hele wereld af voor indringende reportages over de gevolgen van genocide, terrorisme en vrouwenhandel. Maar hij schreef ook prachtige boeken over de teloorgang van het... Lees verder