HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Voilà-pas voldoende of willen we veel meer?

Wim Keizer
06-11-2012
Voilà-pas voldoende of willen we veel meer?
Wat is eigenlijk precies een 'Nationale Bibliotheekpas' (NBP)? En hoeveel (potentiële) gebruikers doen we daar plezier mee? Over deze open-deur-vragen moeten we natuurlijk hard gaan nadenken, nu zo’n pas een 'Sleutelproject Open Deuren' is in de nieuwe branchestrategie De bibliotheek levert waarde, samen met de Nationale Bibliotheekcatalogus (NBC) en de Nationale B-reader (NBR).  
De Stichting Bibliotheek.nl (BNL) regelt de NBC in opdracht van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB). Weliswaar zonder kosten-baten-analyse, maar ondanks de crisis is er blijkbaar geld genoeg voor. Nu de PvdA weer meeregeert, is het van belang te kijken of zo’n NBC niet betekent dat er relatief veel subsidiegeld naar de relatief hoogst betaalden gaat.
De NBR laten we graag over aan ondernemende bibliotheekorganisaties, die ik aanraad scherp na te gaan hoe ondernemende woningbouwcorporaties het er met hun 'maatschappelijk ondernemerschap' van af hebben gebracht. Een VOB-communiqué naar aanleiding van de eerste werkconferentie over de branchestrategie op 31 oktober, meldde dat NBD/Biblion en BNL een onderzoeksvoorstel over de NBR maken.

Maar nu de NBP. In de NBP komen alle eigenaardigheden van het openbare bibliotheekwerk samen: een decentrale werksoort, bekostigd door gemeenten, waar het Rijk met zo’n 4% van de totale subsidies een sterk sturende rol in wil hebben, via een daartoe door hem opgericht SIOB. De brancheorganisatie Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) heeft een centralistische branchestrategie vastgesteld, maar is voor de uitvoering ervan afhankelijk van spelers met een onafhankelijke opstelling. Zoals het SIOB, dat ook nog van OCW een 'regiefunctie' heeft meegekregen. Maar bureau Het Expertisecentrum (HEC) constateerde begin vorig jaar al dat er in bibliotheekland, zolang de decentralisatie voorop staat, geen echte Senior Responsible Owner (SRO) is en dat dit grote risico’s met zich meebrengt voor alle rijksinvesteringen. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft laten weten de decentralisatie niet te willen aantasten. Wel streeft het nieuwe regeerakkoord naar gemeenten met minimaal 100.000 inwoners (wat logischerwijs betekent dat ook basisbibliotheken minimaal dat aantal inwoners in hun werkgebied moeten hebben). Maar kleinere gemeenten hebben nu al de hakken in het zand gezet.
Hoe dan ook, het eerder genoemde VOB-communiqué meldde dat de Stichting Samenwerkende PSO’s Nederland (SPN) bij de realisatie van de NBP het voortouw neemt. Een mooie uitdaging voor de brugfunctie van de PSO’s.

Definitie 'Nationale Bibliotheekpas'
Laten we eens een poging doen een NBP te definiëren. De meest eenvoudige definitie is: 'een bibliotheekpas die overal te gebruiken is'. Dan hebben we het vooral over onderlinge afspraken en ICT-oplossingen die het mogelijk maken dat de bibliotheekpas van Bibliotheek A ook bruikbaar is in Bibliotheken B t/m Z, zonder verder naar de tarieven, voorwaarden en collecties te kijken. Afspraken zijn nodig over: waar lenen en waar terugbrengen.

Dergelijke passen bestaan al. Zelf heb ik een bibliotheekpas van Bibliotheek Huizen-Laren-Blaricum, die ook bruikbaar is in alle andere Gooise bibliotheken (die hetzelfde automatiseringssysteem hebben). De Gooise bibliotheken hebben echter niet dezelfde tarieven en uitleenvoorwaarden. Maar zij zien dat niet als een probleem. Pauline Gmelig Meyling van Bibliotheek Huizen-Laren-Blaricum zegt: “Door leners in het Gooi wordt in verschillende bibliotheken geleend. Bijvoorbeeld door mensen die in Huizen wonen en in Bussum werken. Of men woont in Hilversum, maar dichter aan de kant van Laren dan van Hilversum-centrum. Ook de scholieren voortgezet onderwijs zitten vaak in een andere plaats op school in het Gooi dan waar zij wonen. Het wederzijds gebruik is in balans en wij het vinden het als Gooise bibliotheken belangrijk dat klanten zich in dit relatief kleine, compacte gebied makkelijk langs alle bibliotheken heen en weer kunnen bewegen. Klanten rijden soms ook zelf langs een andere Gooise bibliotheek als men dringend een gereserveerd boek nodig heeft. We merken ook dat klanten (maar ook gemeenten) deze mogelijkheid om in alle Gooise bibliotheken te lenen erg waarderen.'
Haar collega Barend Eikelenboom van Bibliotheek Naarden-Bussum voegt daaraan toe: 'Het gaat met name om de aangeboden service dat de lokale lenerspas in alle Gooise bibliotheken te gebruiken is. Daar waar er sprake is van een praktisch probleem bedenken we een praktische oplossing. Als je vooraf alle theoretische problemen (bijvoorbeeld gelijke tarieven en voorwaarden) wilt oplossen, maak je het praktisch onbetaalbaar, respectievelijk praktisch onmogelijk. Dus ik vind dat de Gooise, praktische aanpak model kan staan voor een landelijke aanpak.'

Er zijn ook al hele provincies waar gastlenen mogelijk is: Bicat-passen zijn bruikbaar in Vubis-systemen en omgekeerd. Het lijkt niet al te ingewikkeld om dit uit breiden naar alle systemen en alle provincies en om uit te rekenen wat het kost aan ICT-oplossingen.
Daarmee kunnen we klaar zijn: de bibliotheekpas van Bibliotheek A is ook bruikbaar in alle Nederlandse Bibliotheken B t/m Z. Voilà, een NBP! Moet het ding er ook nog overal hetzelfde uitzien? Ook dat is niet erg ingewikkeld, maar kost natuurlijk wel veel meer geld.

Tarieven gelijk trekken
Een volgende stap kan zijn te proberen in heel Nederland de tarieven en uitleenvoorwaarden gelijk te trekken. Maar daar kan natuurlijk veel gedonder van verwacht worden, zolang het openbare bibliotheekwerk decentraal is en voor 86% door de gemeenten wordt bekostigd, met afkalvende subsidiebedragen per inwoner die ook nog een factor 3 tot 4 verschillen. Zowel gemeenten als bibliotheken hebben toch wel de houding: eigen inwoners eerst, hoewel het niet voor iedereen geldt. Er bestaat echter geen 'collectie Nederland'. Er bestaan collecties per bibliotheek, betaald uit subsidiegeld van de gemeente(n), met tarieven en voorwaarden die veelal per bibliotheek verschillen.
In de provincie Utrecht is het gelukt de tarieven en voorwaarden gelijk te trekken, met instelling van een fonds om bibliotheken te compenseren die door de maatregel te veel inkomsten zouden verliezen. Misschien lukt het (op de lange duur, gelijk opgaand met de schaalvergroting bij gemeenten en provincies) zoiets overal te doen. Maar dan zou ik, net als bij de NBC zeggen: maak eerst een kosten-baten-analyse.

Geen hiaten en overlappingen
Dan hebben we nog het collectiebeleid. Ideaal zou zijn als er geen hiaten en geen overlappingen zijn, bij een bestand aan boeken en andere stoffelijke materialen dat altijd nog bestaat uit 'passanten en constanten': bestsellers die vaak snel over hun hoogtepunt heen zijn en steadysellers die heel lang in de belangstelling kunnen blijven. Of moeten blijven, als we ook nog iets van een ideële missie willen hanteren.
Een soort ideaalbeeld was het 'dakpanmodel': elke lokale bibliotheek voorziet in 90% van de lokale behoeften, de PSO’s voorzien aanvullend in 90% van de resterende 10% en het landelijke en wereldwijde interbibliothecaire leenverkeer (IBL) voorziet in het piepkleine beetje dat dan nog niet gecoverd is. Maar het wilde nog niet serieus lukken met dat dakpanmodel. Juist omdat er geen 'collectie Nederland' is en collecties geen vaste, maar fluctuerende entiteiten zijn, worden er nog heel wat populaire boeken in busjes van hot naar her vervoerd en omgekeerd. De komst van de NBC zal dat versterken. Degene die het dakpanmodel aantoonbaar voor elkaar weet te krijgen verdient een heel grote onderscheiding: de allerbeste bibliothecaris van Nederland!

E-books
Tot nu toe hadden we het nog niet over e-books en andere e-content. De Inkoopcommissie van de VOB presenteerde op 7 juni een mooie e-bookregeling. In die regeling is het begrip 'digitaal lidmaatschap' geïntroduceerd. Uitgevers stellen voor de varianten 'Gelimiteerd' en 'Onbeperkt' naast een 'basislidmaatschap' (= lidmaatschap van een basisbibliotheek) namelijk een zichtbaar 'digitaal lidmaatschap' als eis. (Voor de variant 'On demand', bedoeld voor 'basisleden', geldt een bedrag per uitlening, zonder de eis van een apart digitaal lidmaatschap).
Voor het digitaal lidmaatschap is later een bedrag van € 20 genoemd.

In VOB-verband is nog niet gesproken over de relatie 'basislidmaatschap' en 'digitaal lidmaatschap'. Daarin speelt een grote rol dat OCW, SIOB en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uitgaan van de komst van een samen met de Koninklijke Bibliotheek (KB) te ontwikkelen en te exploiteren landelijke Digitale Bibliotheekorganisatie (met de mogelijkheid daar afzonderlijk lid van te worden). VOB en BNL zitten op de lijn dat de relatie tussen de fysieke bibliotheken en de digitale bibliotheek een echte twee-eenheid moet zijn.
En daar komt dan de NBP om de hoek kijken. Als die NBP meer mogelijk moet maken dan leners van Bibliotheek A makkelijk laten lenen in de Bibliotheken B t/m Z, hoe doen we dat dan? Het VOB-communiqué zegt er niets over.
Al vaker heb ik geschreven het onvermijdelijk te achten dat er straks mensen zullen zijn die wel lid willen worden van de landelijke Digitale Bibliotheek (omdat ze alleen maar geïnteresseerd zijn in e-content) en niet van een fysieke bibliotheek.
En als uitgevers, voor ze iets doen met de e-bookregeling (waar het nog niet erg naar uitziet), een digitaal lidmaatschap verplicht stellen, hoe ziet dan dat digitale lidmaatschap er uit in relatie tot het lidmaatschap van de fysieke basisbibliotheek?
Stel dat een basislidmaatschap € 41 kost, kun je dan simpelweg zeggen: van die € 41 is € 20 bedoeld als digitaal lidmaatschap? Of is daar iets anders voor nodig?

Digitale Bibliotheek
Ik ga er zonder meer van uit dat er een landelijke Digitale Bibliotheek komt (die is er eigenlijk al: de digitale collecties van de KB) en dat het niet zal lukken vol te houden dat 'de digitale bibliotheek' niet meer is dan een setje afspraken van de fysieke openbare basisbibliotheken, waar mensen uitsluitend gebruik van mogen maken als ze lid zijn van zo’n fysieke bibliotheek. De twee-eenheid is fictie, want Rijk en gemeenten vormen ook geen twee-eenheid. Ik vermoed dus dat het uitgangspunt van OCW, VNG, SIOB en KB het gaat winnen van dat van VOB en BNL, te meer daar de Digitale Bibliotheek breder bedoeld is dan een voorziening van en voor de openbare bibliotheekbranche. Wel hecht de VNG eraan dat de voor de Digitale Bibliotheek te kiezen constructie kan rekenen op draagvlak bij de openbare bibliotheken en er voldoende waarborgen zijn dat de openbare bibliotheken door de Digitale Bibliotheek(organisatie) optimaal worden bediend; bijvoorbeeld als het gaat om de collectie.

Soorten (niet-)gebruikers
Het SIOB schreef in reactie op de VOB-strategie: 'De strategie benadrukt dat de relatie met de klant centraal staat, maar deze presentatie van de bibliotheek als lokaal fysiek en digitaal informatieknooppunt stuurt de klant zeer sterk in een bepaalde, en in onze ogen beperkte richting.' Zelf schreef ik al eens geen idee te hebben wat 'een digitaal knooppunt' is, anders dan een driewegstekker.

Er zullen vier soorten mensen zijn en komen:
  • Willen geen lid zijn van een fysieke of de Digitale Bibliotheek. Dat is nu meer dan de helft van de bevolking. Daar kunnen we nog heel veel marketinggeld aan spenderen.
  • Willen lid zijn van de fysieke bibliotheek, maar niet van de Digitale Bibliotheek. Die kopen de Voilà-NBP, die lenen mogelijk maakt bij alle fysieke bibliotheken.
  • Willen lid zijn van een fysieke bibliotheek en van de Digitale Bibliotheek. Die kopen voor wat meer geld een Voilà-NBP-plus met log-in-gegevens.
  • Willen geen lid zijn van een fysieke bibliotheek, maar wel van de Digitale Bibliotheek (DB). Die kopen een DB-Pas (de DBP) waar de log-in-gegevens op staan.
Wat doen we als de Digitale Bibliotheek erin slaagt aantrekkelijke e-books en andere e-content aan te bieden en de laatste groep leners geweldig groot wordt, zodat het gebruik aantoonbaar ten koste gaat van de fysieke bibliotheken? Dan ben ik er voor dat de opbrengst van de NBP-plus en de DBP wordt herverdeeld over de fysieke bibliotheken. Want de DB wordt, zoals de VNG graag wil, geheel bekostigd door OCW. Daar hoeven geen gebruikersbijdragen aan te worden toegevoegd. Fysieke bibliotheken en fysieke boeken blijven hard nodig voor de rust, aandacht en concentratie die vereist zijn om werkelijk aan leesbevordering te doen. Dus is terugsluizen van de opbrengsten van de NBP-plus en DBP duidelijk te rechtvaardigen.

Wie gaat erover?
Ben benieuwd wie uiteindelijk de baas mag spelen over de DB. Volgens het VOB-communiqué staat de branche-agenda 'op de rails'. Dat is mooi, maar wordt het een boemeltrein, een sprinter of een intercity en waar gaat die trein naartoe? Wie onderhoudt de rails en wie levert de machinist?

Tekst: Wim Keizer
Foto: Gerard van Dijk




Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Clarificateurs Stelselwet en bibliotheeksystemen nodig Wim Keizer

Het bestuur van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) heeft de heren Ton Brandenbarg en Job Cohen als ‘verkenners’ het veld in gestuurd om na te gaan wat er het beste kan gebeuren met de door de VOB-leden op 18 juni in grote meerderheid aangenomen motie inzake... Lees verder