HomeRubriekenArtikel
voetnoot

James Gleick: Wikipedia en Google maken ons er bewust van dat informatie onvolmaakt is

Bart Janssen
03-11-2011
James Gleick: Wikipedia en Google maken ons er bewust van dat informatie onvolmaakt is
Deze week maakte de Amerikaanse wetenschapsjournalist James Gleick, auteur van onder andere Chaos, Faster en What just happened, een toertje door Nederland om de Nederlandse vertaling van zijn laatste boek The Information: A History, A Theory, A Flood (vertaald als: Informatie: van tamtam tot internet) te promoten. Gleick was ook te gast bij de opleiding Culturele Informatiewetenschap van de Universiteit van Amsterdam, in het kader waarvan hij op 31 oktober voor een publiek van zo’n 60 mensen in de Doelenzaal van de universiteitsbibliotheek in gesprek ging met bijzonder hoogleraar Bibliotheekwetenschap Frank Huysmans.
Gleick behandelt in Informatie de geschiedenis van het fenomeen informatie, waarbij een sleutelrol is weggelegd voor Claude Shannon, die met zijn 'mathematische communicatietheorie' de technisch-theoretische basis legde voor de informatiekunde.

Wikipedia verandert onze kijk op kennis
Het gesprek met Huysmans had bij tijd en wijle een hoog abstractieniveau, maar Gleick deed ook een aantal (voor bibliothecarissen) aardige uitspraken. Hij blijkt in ieder geval niet al te pessimistisch over de digitalisering van informatie. ‘Natuurlijk vindt Google niet alle relevante informatie en krijg je bij een zoekactie een hele berg resultaten over je uitgestort, maar zoekmachines slagen er toch heel behoorlijk in bij de eerste resultaten de informatie te presenteren waar je naar zocht. En laten we niet vergeten dat we in het pre-internettijdperk ook al allerlei informatie misten, alleen waren we er ons toen minder van bewust. Het is altijd al zo geweest dat veel informatie over een bepaald onderwerp voor ons verborgen bleef, maar met de komst van zoekmachines als Google zijn we ons daar meer van bewust.’ Gleick erkent dat we door de toenemende digitalisering van informatie overspoeld dreigen te worden door informatie, maar hij vraagt zich af of dat een reden moet zijn om het dan maar te laten, waarbij hij refereert aan het besluit van het Library of Congres om tweets te gaan archiveren. Weliswaar zal het meeste op Twitter door de meeste mensen ervaren worden als ‘noise’, maar: ‘Somewhere in that mountain there is something with a valuable meaning to someone out there.’
Ook Wikipedia heeft ons bewuster gemaakt van de tekortkomingen van de ‘traditionele’ informatiebronnen. Met de komst van Wikipedia werd voor het eerst ook het proces ‘achter’ de informatiebron die een encyclopedie is meer zichtbaar. Iedereen weet dat Wikipedia onbetrouwbaar kan zijn – enkele minuten voor jij een bepaald lemma raadpleegt kan het foutief zijn aangepast – maar tegelijkertijd is Wikipedia extreem waardevol. Het is natuurlijk altijd al zo geweest dat encyclopedieën als de Brittanica fouten bevatten, zo stelt Gleick, maar omdat ze gezien werden als autoriteiten werd de erin gepresenteerde informatie gezien als het finale antwoord. Wikipedia (en het internet in het algemeen) verandert onze kijk op wat kennis is, aldus Gleick. We beseffen nu beter dat kennis nooit definitief is. Wikipedia maakt zichtbaar dat kennis vaak ter discussie staat. Nadelen aan de ‘waarheid van de massa’ en het relatiever worden van kennis, ziet Gleick echter ook. Zo zegt hij zich te schamen voor de discussie die in zijn vaderland door conservatieve christenen werd aangezwengeld over het lemma over de evolutietheorie in Wikipedia en voor het feit dat er websites als Conservapedia zijn ontstaan, dat zich presenteert als een encyclopedie maar informatie slechts brengt vanuit een extreem conservatief standpunt.

Toekomst bibliotheek
Gleick gaat ook kort in op de toekomst van instituten als bibliotheken. Hijzelf maakt nog steeds gebruik van de bibliotheek in het kader van de research voor zijn boeken, maar dat is wel minder geworden nu steeds meer informatie online te vinden is. Bibliotheken zullen wel blijven, denkt Gleick, al was het maar omdat ze nodig zullen blijven voor de dingen die niet online te vinden zijn. Of er verder voor bibliotheken nog een rol is weggelegd (en welke dan) in relatie tot de (Information) Flood uit de titel van zijn boek wordt niet helemaal duidelijk. Een van de mooie dingen aan de ‘traditionele’ fysieke bibliotheek is dat het stimuleert tot ‘serendipiteit’, het onverwacht stuiten op tot dan toe onbekende informatie bij het ‘struinen’ langs boekenkasten, maar ook het internet biedt – op een andere manier – vormen van serendipiteit, aldus Gleick. Gleick ging er niet verder op in, maar men kan zich afvragen in hoeverre de toenemende ‘personalisering’ van het internet (‘filter bubble’) niet ook een zekere beperking zal betekenen voor deze serendipiteit, omdat het de wereld (‘bubble’) van mensen steeds kleiner zal maken. En misschien ligt daarin ook nog steeds een rol voor de bibliotheek: de wereld voor mensen ‘groot’ te houden.

Tekst: Bart Janssen
Foto James Gleick: Beverly Hall (met dank aan De Bezige Bij)



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie