HomeRubriekenArtikel
voetnoot

Bibliotheektweedaagse druk bezocht

Eimer Wieldraaijer
06-01-2011
Bibliotheektweedaagse druk bezocht
Op 9 en 10 december 2010 vond in Maastricht een bijzondere bijeenkomst plaats, want voor het eerst organiseerden de nieuwe landelijke organisaties Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) en de stichting Bibliotheek.nl een gezamenlijk congres.
Smaakte dat naar meer?
Dagvoorzitter Quirijn van den Hoogen, voormalig beleidsmedewerker cultuur bij de Vereniging van Nederlandse gemeenten en tegenwoordig docent kunstsociologie en kunstbeleid aan de Rijksuniversiteit Groningen, zette de toon voor de insteek van het congres: ‘Wij gaan het hebben over wat er kan, niet over wat er niet kan. Het thema is Meer bereiken.’

Communicatie en promotie
De eerste keynote speaker was Roberta Stevens, voorzitter van de American Library Association en werkzaam bij de Library of Congress, ’s werelds grootste bibliotheek. Stevens: ‘Bibliotheken kampen met stijgende kosten, minder subsidies en dalend gebruik. We moeten de behoefte van het publiek beter in kaart brengen en onze sterke kanten meer vermarkten. Dat neemt niet weg dat ons gevoel van ongemak begrijpelijk is. De ontwikkelingen gaan steeds sneller. Daarom is het een illusie dat je als bibliotheek overal in gespecialiseerd kunt zijn. Een juiste personeelsmix is van essentieel belang. De commerciële wereld explodeert, de klant individualiseert, dat vergt de nodige flexibiliteit van de bibliotheek. De beste bibliotheken zijn die organisaties die de klant als betrouwbare gids door de complexiteit van de 21ste eeuw leiden. De klant van nu eist hoogwaardige faciliteiten en wij kunnen die bieden. Maar doe dat wel gericht. Communiceer met je klant via alle beschikbare kanalen, fysiek en virtueel. Ga daarnaast verbanden aan met musea, onderwijs, bedrijfsleven en doe dat met zelfvertrouwen, want onze maatschappelijke rol blijft groot. Draag die boodschap doorlopend uit aan degenen die aan de touwtjes trekken. Wees niet bang om jezelf als bibliotheek te verkopen. Span ook anderen voor je karretje. In Amerika brengen diverse schrijvers het belang van de bibliotheek voor het voetlicht. Maar onze beste ambassadeurs zijn onze klanten. Schakel de bevolking in als de bibliotheek met korting wordt bedreigd. Laat het publiek luid en duidelijk zeggen: “Niks ervan, de deur van de bibliotheek blijft open”. De klant van nu individualiseert weliswaar, maar met elkaar vormen die klanten wel heel veel individuen en wie heeft er zo bezien een groter bereik dan de bibliotheek?’

Lokale verankering
Aansluitend volgden vier parallelsessies. In de sessie De bibliotheek verankeren in de lokale samenleving was als praktijkvoorbeeld gekozen voor Veghel (dit jaar derde in verkiezing van de Beste Bibliotheek van Nederland), vanwege de goede samenwerking tussen bibliotheek en lokale overheid. Bibliotheekdirecteur Gio van Creij: ‘In dit geval maakt bekend ook bemind. Wij werken niet met dikke rapporten, maar luisteren naar de omgeving waarin we werken en handelen daarnaar. Onze medewerkers zijn onze voelsprieten in de lokale samenleving. Als bibliotheek kunnen en willen wij bijdragen aan een verantwoordelijke maatschappij. De bibliotheek is een keten in de lokale dienstverlening, slaat een brug tussen informatie en educatie, tussen commercieel en publiek opereren. We streven naar gezamenlijke verantwoordelijkheid.’
Erik Tausch, ambtenaar kunst en cultuur bij de gemeente Veghel: ‘Bibliotheek en gemeente moeten het samen doen. Bibliotheek en gemeente schrijven bijvoorbeeld samen het beleidsplan. In Veghel overheerst het wij-gevoel in de culturele sector. Daarom hebben wij zo’n sterke bibliotheek.’
Van Creij: ‘Vertrekpunt is: van de consument weer een burger maken. Aan de achterkant samenwerken om aan de voorkant maatwerk te kunnen bieden. Je moet je eigen verhaal duidelijk hebben en weten met wie je wat wilt bereiken. Dat vergt een lange adem en openstaan voor nieuwe mensen en nieuwe ideeën.’

Branchestrategie
In een volgende parallelsessie wisselde de VOB-commissie Strategie en Public Affairs met geïnteresseerden van gedachten over de vraag: Hoe maken we de bibliotheek toekomstbestendig? Een toekomstbestendige bibliotheek moet in elk geval waarde toevoegen aan de samenleving, zo luidt het uitgangspunt. Een nieuwe branchestrategie moet rekening houden met drie belangrijke trends: de digitalisering, de heroverweging van publieke middelen en het einde van het verheffingsideaal. Drie commissieleden doen een voorzet door elk een mogelijk toekomstscenario te beschrijven.
Sjaak Driessen, directeur Bblthk Wageningen, schetste het eerste scenario. De inspanningen die de bibliotheek zich getroost heeft om haar maatschappelijke relevantie te bewijzen hebben in 2021 allemaal gefaald. De strategie om aansluiting te zoeken bij ontwikkelingen in de samenleving - met digitale diensten als Zoek&Boek, inburgeringspunten, opvoedingsondersteuning - heeft uiteindelijk niet het gewenste effect gehad. De digitalisering vervreemdde de klant van de bibliotheek, met dalende uitleencijfers en een afkalvend maatschappelijk aanzien tot gevolg. Hoe hard de medewerkers ook werkten, het hielp niet: de burgers gingen hun eigen weg. De gemeenteraad besloot daarop de bibliotheek dan maar op te heffen, aangezien niemand de toegevoegde waarde nog zag.
Chris Wiersma, directeur Bibliotheek Almere, sloeg in scenario 2 een heel andere toon aan. De bibliotheek moet juist met moed, beleid en trouw ten strijde trekken tegen wat onvermijdelijk lijkt. ‘We willen een kenniseconomie, geen beleveniseconomie of ópzoekeconomie. Misschien betekent dit - door de digitalisering - dat we uiteindelijk blijven zitten met lege planken. Maar liever lege planken dan lege hoofden! Juist nu is het tijd voor een beschavingsoffensief, een Verlichtingsideaal.’ Hij betoogt dat de bibliotheken de digitalisering moeten omarmen als een kans, al schrijft hij het boek nog lang niet af. In zijn scenario starten de bibliotheken de campagne Nederland Lees! - gebiedende wijs - en maken ze meer propaganda voor zichzelf. Ze laten zien dat zij inspiratie en comfort bieden. Dankzij segmentatie krijgen ze meer inzicht in wie hun klanten zijn, zodat ze deze nog beter op maat kunnen bedienen (via personalisatie). Ze maken keuzes, ze beslissen zelf wat ze wel en niet doen en zoeken vervolgens partners die hun doelstellingen onderschrijven, zoals CPNB, boekhandels en uitgeverijen. ‘Je moet niet op alle trends in de samenleving willen inspringen, maar allianties smeden vanuit je eigen kracht’, stelt Wiersma. Een dankbare samenleving zal het gevolg zijn, denkt hij.
In het derde scenario, neergezet door Christine Kempkes (directeur Amstelland Bibliotheken), vindt de bibliotheek zichzelf als het ware opnieuw uit. ‘De bibliotheek is nu zo vanzelfsprekend, dat we er last van hebben’, betoogt Kempkes. De bibliotheek moet zich omdopen tot Stadsacademie of Dorpsacademie; die nieuwe naam maakt duidelijk dat ze midden in de lokale samenleving staat. De academie werkt samen met partners, verbindt zich daarmee en ontwikkelt nieuwe functies. Het is een plaats waar kennis en wijsheid te halen zijn, voor de humanisering van de beschaving. Het is ook een plek waar iets te beleven valt: zowel in de fysieke bibliotheek/academie als in de digitale. ‘Die twee vormen moeten naadloos in elkaar overgaan’, stelt Kempkes. Verder is de Academie er niet alleen voor leners, maar ook voor bezoekers. ‘Beiden zijn onze klanten’, aldus Kempkes.

Voorkeuren
Vervolgens kozen de deelnemers voor welk scenario zij het meest voelen. Per scenario verzamelden de groepen argumenten vóór hun keuze.
Scenario 1 trok de minste (10) medestanders. Zij vinden dat de bibliotheek zich hoe dan ook zal moeten aanpassen aan de veranderende omstandigheden, wil zij overleven. Ook al leidt die adaptatie in het slechtste geval uiteindelijk tot haar ondergang. ‘De behoefte aan kennis en informatie zal blijven, maar het is de vraag of de bibliotheek de aangewezen instelling blijft om deze te leveren’, zo verwoordt iemand de scepsis. ‘Misschien moet het eerst veel slechter gaan, voordat het beter wordt’, oppert Jan Krol, directeur Bibliotheek Almelo. ‘Pas als de bibliotheek bijna ten onder is gegaan, zullen de burgers wellicht beseffen wat zij missen in de samenleving. Waarna de bibliotheek als een feniks uit de as herrijst.’ Hoe dan ook kan het geen kwaad om na te denken over de vraag welke zwarte scenario’s zich kunnen ontvouwen en op welke wijze de bibliotheek daarop kan reageren, vindt deze groep.
De medestanders (30) van scenario 2 zijn er stellig van overtuigd dat de aanval de beste verdediging is. ‘We moeten laten zien wie we zijn en wat we kunnen betekenen voor anderen. En de regie in handen houden. Je moet niet beginnen met de vraag wat de samenleving wil, maar met de vraag wie je zelf bent’, zo verwoordt een van hen. Wiersma: ‘Je kunt geen relatie aangaan als je zelf niet weet wie je bent.’
Scenario 3 ontlokte het meeste enthousiasme: bijna vijftig deelnemers. Zij geloven dat de bibliotheek belemmerd wordt door haar huidige imago en hopen met een nieuwe naam (meer) interessante partners te kunnen aantrekken. Welke dat zullen zijn, moet lokaal worden bekeken. Want de wijze waarop de nieuwe branchestrategie tot uitdrukking komt, moet straks per plaats heel verschillend kunnen zijn, is de overtuiging. De groep pleit voor een back-office voor alle bibliotheken samen, met aparte voordeuren of etalages (front-offices) per bibliotheek. Digitaal moeten klanten op maat kunnen worden bediend.

Advies
De commissie gaat in de komende periode analyses uitvoeren van externe omgevingstrends en ontwikkelingen en van interne sterktes en zwaktes van de bibliotheeksector. Vervolgens worden de strategische opties/mogelijkheden bepaald. In een confrontatiematrix worden dan de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen met elkaar in relatie gebracht: welk effect hebben kansen en bedreigingen op de sterktes en zwaktes? Dat leidt tot het selecteren van een strategie. De commissie wil daar misschien ook mensen van buiten de branche naar te laten kijken. Uiteindelijk volgt een advies aan het VOB-bestuur en op de ALV van eind 2011 moet het stuk worden afgetikt. ‘Het veld’ wordt bij de totstandkoming van het advies betrokken, zodat het op die ALV geen verrassing meer is wat erin staat.

Bibliotheekmonitor
De afsluitende plenaire sessie startte met een audiovisuele presentatie, waarin Luc Röst, Frank Huysmans en Marjolein Oomes van het SIOB-programma Onderzoek & kennisdeling de Bibliotheekmonitor toelichten. Daarop zijn beschikbare onderzoeksgegevens over het aanbod (aantal vestigingen, omvang collecties), het gebruik (aantal en aard van de uitleningen) en bedrijfsmatige gegevens over baten, lasten, personeelinzet op één plek bijeengebracht en worden ze in samenhang geduid. Om de ontwikkelingen in de openbare bibliotheeksector in een context te kunnen plaatsen, biedt de Bibliotheekmonitor bovendien zicht op veranderingen in de maatschappij op voor de bibliotheek relevante terreinen, zoals media en informatie. De cijfers, feiten en achtergrondinformatie zijn afkomstig uit diverse bronnen, zoals StatLine van het Centraal Bureau voor de Statistiek, onderzoeken van het Sociaal en Cultureel Planbureau, de VOB en stukken uit Bibliotheekblad.

Digitale infrastructuur
Keynote speaker Bas Savenije, directeur KB, vertelde over een pilot die de KB en de Zeeuwse Bibliotheek uitvoeren in het kader van de landelijke digitale infrastructuur en single sign on (waarbij een gebruiker zich nog maar één keer hoeft aan te melden om toegang te krijgen tot content). ‘Voor een goede beschikbaarheid van informatie is het essentieel dat de muren tussen de verschillende soorten bibliotheken worden gesloopt’, aldus Savenije. ‘De KB streeft samen met de partners naar één Nederlandse digitale bibliotheek, waarin iedereen toegang heeft tot alles. De digitale content omvat alles wat door de publiek gefinancierde bibliotheken als relevant is geselecteerd en wordt zoveel mogelijk duurzaam bewaard in het e-depot van de KB. We streven naar een gezamenlijke back-office, want aan de achterkant kun je besparen en soms ook verbeteren. Iedere bibliotheek in Nederland kan vervolgens een front-office vormen voor deze digitale bibliotheek en de diensten zoveel mogelijk afstemmen op de eigen doelgroepen. Gebruikers krijgen toegang onder gedifferentieerde voorwaarden. Hoe dat in de praktijk kan werken, onderzoeken we nu samen met de Zeeuwse Bibliotheek. Zeeuwse klanten loggen in bij hun eigen bibliotheek en kunnen desgewenst doorgaan naar de KB.’
In de eerste maand van het experiment kregen duizend pashouders van de Zeeuwse Bibliotheek deze mogelijkheid; 277 personen maakten hiervan gebruik. Zij toonden vooral belangstelling voor de Krantenbank, Picarta, iStore en Project Muse. Savenije verwacht dat uiteindelijk zo’n 10% van de klanten van de openbare bibliotheken interesse heeft in deze dienstverlening.
Peter van Eijk, directeur Bibliotheek.nl wees op wat er in de afgelopen 2,5 jaar - sinds de publicatie van de Agenda voor de Toekomst - is bereikt. ‘We kunnen nu beginnen te oogsten wat we eerder gezaaid hebben’, zegt hij. ‘Zo staat de landelijke digitale infrastructuur - de collectie na de connectie - inmiddels heel behoorlijk op de rails. De vitale openbare bibliotheek komt steeds dichterbij.’ Van Eijk stelt dat de bibliotheeksector de komende twee jaar vooral de Agenda voor de Toekomst moet blijven uitvoeren. Maar ook moet worden nagedacht over het verhaal daarna: dat verhaal moet sterker.

Toekomst boek
Dag twee ging van start met een keynote speech van internetjournalist Francisco van Jole, die begon met de vraag of er nog toekomst voor de bibliotheek is. Hij wees op wat er ten gevolge van de digitalisering zoal is verdwenen: de telefooncel, de cd-winkel, de achturige werkdag, de zorgeloze vakantie, de videotheek, de brief, de praatpaal, het reisbureau, de faxmachine, de landkaart, het spoorboekje, het telefoonboek, de fotowinkel, het pornoblaadje. Hij geeft het papieren boek nog hooguit twintig jaar, want: ‘Op een iPad of e-reader is het boek gewoon een beter product. Waarom werd digitale muziek een succes? Omdat gemak het altijd wint. Neem de website Spotify. Voor een tientje per maand heb ik altijd en overal de muziek die ik wil. Bezit is niet langer relevant. Waar draait het nog wel om? Om de catalogus, om de vraag wie het best in staat is uit oude info nieuwe info te maken. U als bibliothecaris heeft de oudste info, maar weet u er ook nieuwe info van te maken?’
Volgende spreker was Christiaan Alberdingk Thijm, docent auteurs- en informatierecht aan de UvA. Hij denkt niet dat het boek verdwijnt. ‘Het e-book is net zo’n bedreiging voor het papieren boek als de lift voor de trap.’ Zijn lezing gaat over de juridische aspecten van het uitlenen van e-books, met als uitkomst dat het feitelijk niet mag, maar dat de bibliotheek best eens als breekijzer zou kunnen fungeren om uitgevers toeschietelijker te maken in het vinden van een voor alle betrokken partijen aanvaardbaar convenant.

Gezamenlijk beeldmerk
Ook dag twee kende meerdere parallelsessies. In een daarvan ging Coen van Hoogdalem (commissiesecretaris VOB) in op het gezamenlijke beeldmerk. Hij wijst op de vele namen en logo’s die in bibliotheekland gebruikt worden en stelt dat ‘wij zelf de grootste hinderpaal zijn om tot één merkstrategie te komen. Je moet bereid zijn met elkaar te investeren. Kijk niet enkel naar het lokale maar ook naar het landelijke belang. Laten we ons niet verschuilen achter de decentrale structuur van het bibliotheekstelsel, maar het gezamenlijke concept omarmen en daarmee aan de slag gaan. Het is zaak dat we met spoed leren collectief te denken.’
Dirk Houtgraaf (marketeer Bibliotheek.nl) over het gezamenlijke beeldmerk: ‘Van de bibliotheken geeft 90% aan daaraan behoefte te hebben. Qua aanpak kiezen wij voor het zwaan-kleef-aan-effect. We zijn gewoon begonnen, in de veronderstelling dat meer en meer bibliotheken zullen meedoen. Ook omdat dit initiatief financiële voordelen biedt, want uiteindelijk is marketing niks anders dan een financieel verhaal. Het levert schaalvoordeel op: inkoop van drukwerk, acties, bibliotheekkaart en herinrichten van de bibliotheek worden allemaal goedkoper.’ Inmiddels doet 70% van de bibliotheken mee met de gezamenlijke huisstijl. De vier grote steden zijn echter nog niet van de partij.

E-book
Naast drie andere sessies stond op vrijdagmiddag het e-book centraal. Michiel Laan (manager dienstenontwikkeling Bibliotheek.nl) en Theo Huibers (hoogleraar information retrieval aan de Universiteit Twente) legden de zaal een aantal stellingen voor, waar zeer uiteenlopend op werd gereageerd.
Wat heeft Maastricht al met al opgeleverd? Congres, presentatiemarkt en innovatieplein werden druk bezocht. En er was een gevarieerd en interessant programma, dat in 2011 een vervolg verdient.

Tekst: Eimer Wieldraaijer



Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Gastblog

Herbezinning Wsob: een pleidooi voor een vrijwillig franchisemodel Gert Staal

In de bibliotheeksector roepen we voortdurend tegen elkaar: ‘Bibliotheekwerk is lokaal’. Laten we met elkaar aan de voorkant van dit verhaal constateren: dat klopt ook. Ik zou namelijk de eerste zijn die dat uit eigen observatie kan bevestigen. Echter: een Albert Heijn is ook een lokale... Lees verder