HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Werkgroep vergelijkt rapporten over toekomst Pensioenfonds
Wim Keizer
23-06-2017
Het bestuur van het Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (POB) en de ‘sociale partners’ in het openbare bibliotheekwerk hebben een gezamenlijke werkgroep ingesteld om zich te buigen over de toekomst van het pensioenfonds. Het POB en de sociale partners, die elkaar treffen in het Centraal Overleg Arbeidsvoorwaarden Openbare Bibliotheken (COAOB), zijn al enige tijd bezig met nadenken over die toekomst, voor zowel korte, middellange als langere termijn.
Er liggen twee rapporten, één gemaakt door het POB in samenwerking met pensioendeskundige J. Westerbrink en één gemaakt door pensioenbureau Montae, in opdracht van het COAOB, waarin de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en de vakbonden FNV Publiek Belang en CNV Connectief/Publieke Diensten deelnemen. Het laatste rapport is in februari 2017 verschenen, nadat het COAOB kennis had genomen van het in december 2016 uitgekomen POB-rapport. De sociale partners achtten een eigen onderzoek wenselijk. De rapporten verschillen op onderdelen en komen tot andere conclusies. De werkgroep heeft tot taak de verschillen te duiden en te kijken waar eventuele overblijvende verschillen van inzicht uit bestaan. Het gaat om ingewikkelde materie, waarbij veel factoren een rol spelen, zowel externe (zoals wetgeving en eisen van de Nederlandsche Bank) als interne (zoals wenselijkheden, met verschillende belangen van werkgevers en werknemers, actieven en gepensioneerden, en vraagstukken rond opbouwpercentage, premiehoogte en pensioenhoogte).

De werkgroep bestaat namens het POB-bestuur uit Rob Pronk en Els Janssen, namens de VOB uit Christine Oyen en namens de vakbonden uit Anselma Zwaagstra van het CNV. Voor de procesbegeleiding heeft de werkgroep zelf gekozen voor Edward Snieder, partner bij Sprenkels en Verschuren (actuarissen en consultants).

‘Brug slaan’
De VOB meldde op haar website dat de werkgroep ‘een brug gaat slaan tussen de rapporten van beide partijen’. Over de rapporten zegt de VOB: ‘Westerbrink schreef het rapport van het POB, waarin er vooral aandacht was voor de huidige situatie van het pensioenfonds. Het fonds staat er op dit moment relatief goed voor. Het rapport van het COAOB is door Montae opgesteld en heeft vooral onderzocht wat op langere termijn het beste is voor de deelnemers.’

‘Verantwoorde keuze’
Bibliotheekblad.nl is in het bezit van beide rapporten. De overwegingen die het POB-bestuur, als onderdeel van een zogenaamde ‘overeenkomst tot opdrachtaanvaarding’ tussen POB en sociale partners, deden besluiten tot het maken van zijn rapport, met als titel ‘Notitie ten behoeve van ontwikkeling Toekomstvisie POB’, zijn onder andere.: een afname van het aantal actieve deelnemers, economische ontwikkelingen, stijgende uitvoeringskosten en de beperkte schaal (c.q. omvang van de branche). Aan het eind van het rapport staat: ‘Uit de korte- en middellange-termijn-analyse van de positie van het POB kan als voorlopige conclusie getrokken worden dat er eind 2016 geen noodzaak of situatie is, op basis waarvan op korte en zelfs op middellange termijn het POB in problemen komt, en op zal moeten gaan in of fuseren met een ander fonds.
Een zelfstandige positie van het POB is nog steeds een zeer verantwoorde keuze die in het belang is van de deelnemers.
Continuïteit, de kwaliteit van de regeling, de hoogte van de premie, kostenbeheersing, het draagvlak en de communicatie met deelnemers kunnen goed geborgd worden en blijven voor de korte en middellange termijn.’

Vergelijking vier fondsen
Het rapport van Montae, alleen gebaseerd op desk research, vergeleek het POB aan de hand van een aantal criteria met drie andere pensioenfondsen, namelijk het Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW), het Pensioenfond PNO Media (PNO) en het Pensioenfonds PGB (PGB, oorspronkelijk van de grafische sector). Montae ging uit van twee door de sociale partners geschetste toekomstscenario’s. Spoor 1: een zelfstandig voortbestaan van het POB en Spoor 2: samengaan met één van de drie genoemde.
De conclusie van het rapport is dat vergeleken met het POB als uitgangssituatie het PFZW het beste scoort. Montae zegt verder ook dat het POB als beste naar voren komt als gekeken wordt naar de beleidsdekkingsgraden. ‘De vraag aan de sociale partners is of een overstap op kortere termijn in het belang is van de achterban.’ Om dat echt te weten acht Montae verdiepend onderzoek noodzakelijk.

Kanttekening en werkgroep
Het POB-bestuur heeft gereageerd op het Montae-rapport en er kanttekeningen bij gemaakt.
Daarna is de gezamenlijke werkgroep ingesteld. De bedoeling is dat die voor de zomer rapporteert aan POB-bestuur en COAOB.

Tekst: Wim Keizer



Print deze pagina

Reacties op dit artikel (1)

Ronald Huizer
26-6-2017 12:00
 Leuk die korte en middellange termijn. Maar regeren is vooruitzien: Voor nieuwe generaties gepensioneerden moet het ook houdbaar en solidair zijn. 

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie