HomeNieuwsNieuws uitgelichtBericht
voetnoot
Jef van Gool neemt afscheid: 'Het zal moeilijk worden Literatuurplein los te laten'
Maarten Dessing
16-09-2016
Of hij nu de kwaliteit van de aanschafinformaties voor bibliotheken beoordeelde of een informatieve website over boeken beheerde, Jef van Gool had tijdens zijn lange carrière in de bibliotheekwereld altijd maar één doel: mensen kennis laten maken met boeken en enthousiasmeren voor lezen. De leesbevorderaar in hart en nieren neemt nu afscheid. 
Jef van Gool neemt afscheid: 'Het zal moeilijk worden Literatuurplein los te laten'
Het is dat bibliotheekorganisaties af en toe fuseren, reorganiseren of splitsen. Anders zou de LinkedIn-pagina van Jef van Gool er karig uit hebben gezien. De productmanager Literatuurplein, zoals zijn laatste functie luidt, werkte veertig jaar voor dezelfde organisatie. Alleen: in 1976 heette die nog het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum. In 1992 werd dat de Vereniging van Openbare Bibliotheken, waarna hij na de ontvlechting in 2011 bij Stichting Bibliotheek.nl terecht kwam. En op 15 september nam hij afscheid van de Koninklijke Bibliotheek, waar BNL vorig jaar in opging.

Uit alle fases van zijn carrière heeft de geboren en getogen Vlaming allerlei producten, beleidsvoorstellen en boeken bewaard. In de dagen voor zijn laatste werkdag moest het allemaal worden opgeruimd. Met spijt in zijn hart. 'Ik ben blij dat de KB me vier maanden na mijn AOW-leeftijd heeft laten blijven', vertelde hij tussen de werkzaamheden door. 'Ik had best nog langer willen blijven. Het zal onwezenlijk zijn niet meer elke dag naar mijn werk te gaan. Literatuurplein is zo'n integraal deel van mijn leven geworden. Ook 's avonds en in het weekend was ik ermee bezig. Als Nieuwsuur de shortlist van de ECI Literatuurprijs bekendmaakt, moet dat meteen online. Actualiteit is actualiteit.'
Gelukkig is pensionering niet hetzelfde als stoppen met werken. Van Gool zette al enige tijd geleden het bedrijfje Boekrijk op, waar hij tot nu toe weinig mee heeft gedaan. Hij zal zich onder die vlag bezig houden met lezen, literatuur, leesbevordering. 'Er komen mooie opdrachten aan. Dat is nog niet concreet, ik kan er daarom weinig over zeggen. Maar ik ga mijn kennis van boeken op veel verschillende manieren inzetten. En als ik dan fulltime blijf werken, waarom niet? Mijn leeftijd is geen enkele reden om minder actief te zijn.'

Veertig jaar dezelfde werkgever, maar niet veertig jaar hetzelfde werk. In 1976 was een website als Literatuurplein.nl nog volstrekt ondenkbaar.
'Zeker. Het was een kwestie van kansen krijgen en pakken. Maar voor een deel heb ik ook mijn eigen werk geschapen. Ik schreef in 1984 de eerste notitie over leesbevordering, waarna dat een belangrijk component van mijn werk werd. In de jaren negentig kwam het digitale op. Alle producten die wij voor de openbare bibliotheek maakten – documentatiemappen, keuzelijsten, reizende tentoonstellingen – konden dan, als de actualiteit daarom vroeg, nog dezelfde dag bij de bibliotheek zijn. Dat vond ik interessant. Toen heb ik eerst BiblioWeb opgezet. Vanaf 2001 begon ik met de plannen voor Literatuurplein.'

Maar het draaide wel veertig jaar om leesbevordering.
'Dat zou je kunnen zeggen. Ik ben ooit binnengekomen als "redacteur-vergelijker" voor de aanschafinformaties. Ik maakte, aan de hand van het genre sciencefiction, een rapport over de kwaliteit van de ai'tjes ten opzichte van andere informatiebronnen. Dat heeft nogal wat stof doen opwaaien. Het leidde tot een volkomen nieuw recensentenbestand voor het genre en een aanpassing van het recensiebeleid. Daarna werd ik snel hoofd Lektuurvoorlichting volwassenen – lektuur met een k, zoals het in die tijd werd gespeld. De materialen die we naar bibliotheken uitzetten, onder meer keuzelijsten over alle mogelijke maatschappelijke onderwerpen: van abortus tot zelfdoding, hadden in wezen dezelfde functie als Literatuurplein nu. Dat is: inspireren door goede boeken aan te reiken, vergezeld van passende informatie daarover.'

Hoe kwam het dat je het eerste rapport over leesbevordering schreef?
'Het ministerie van OCW had een studie uitgevoerd naar boekpromotie, zoals dat toen heette. Daarin werd met geen woord gerept over wat de openbare bibliotheek allemaal deed op dat gebied. Ik heb dat in beeld gebracht. Daarbij waren dit de jaren waarin het boekenvak de uitleningen van bibliotheken als de grootste bedreiging zag. Er was geen enkele samenwerking, alleen maar animositeit richting bibliotheken. Ik pleitte ervoor dat je hier anders naar moest kijken. Boekenvak en bibliotheek hebben juist een groot gezamenlijk belang: leesbevordering, zoals het toen in Duitsland al heette. Daaruit groeide het Samenwerkingsverband Leesbevordering en later Stichting Lezen.'

Beschouw je jezelf als geestelijk vader van Stichting Lezen?
'Nee. Ik heb mede aan de basis ervan gestaan en er de eerste beleidsnota voor geschreven. Meer niet. De Nationale Voorleesdag met de Nationale Voorleeswedstrijd, daar mag je me wel de initiator van noemen. Een voorleeswedstrijd was toen ook niet vanzelfsprekend. Kinderen die onderling strijd leverden, daar was echt weerstand tegen. En nu is het niet meer weg te denken.'

Ben je daar het meest trots op?
'Daar ben ik trots op. Maar Literatuurplein is echt mijn kindje. Dat heb ik vanaf nul opgebouwd, uitgebouwd en beheerd. Het zal moeilijk worden dat los te laten. Gelukkig heb ik in Sophie Ham een goede opvolgster. Zij heeft Nederlands gestudeerd en komt uit de schoot van de KB.'

Wat is het effect geweest van al die inzet voor leesbevordering?
'Het is natuurlijk moeilijk in cijfers aan te tonen. Wat zou er zijn gebeurd als ik het niet had gedaan? Wel is het bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur in de nieuwe wet benoemd als een van de vijf kernfuncties van de bibliotheek. Dat is niet mijn verdienste, maar het geeft aan dat de bibliotheek leesbevordering echt heeft opgepakt en het zelf heeft erkend als een essentiële taak. Kijk bijvoorbeeld naar BoekStart – waar ik zelf niets mee te maken heb gehad. Er is bijna geen bibliotheek die niet koffertjes aan de jongste inwoners van hun werkgebied aanbiedt en zo vanaf het begin inzet op kennismaken met boeken.'

En toch schijnt de ontlezing al die decennia maar door te zijn gegaan. Denk je dan toch soms: al mijn werk is mislukt?
'Zeker niet. Kijk ook naar hoe belangrijk de bibliotheek nog altijd is – juist voor het kennismaken met boeken en het enthousiasmeren voor lezen. Het bezoek van kinderen trekt de laatste jaren weer aan. Dat heeft te maken met wat de bibliotheek hen te bieden heeft en hoe zij dat doet. Naast de collectieve acties van de bibliotheken zijn er de initiatieven op lokaal vlak, zoals het betrekken van leeskringen bij de bibliotheek en lezers de mogelijkheid bieden schrijvers te ontmoeten. Heel belangrijk. En niet te vergeten: de collectieve acties via de CPNB. Ik ben heel blij dat de bibliotheek destijds volwaardig lid van deze stichting is geworden. Daar is een actie als Nederland Leest uit voortgekomen, een van de grootste leesbevorderingscampagnes van het jaar.'

Wat is het effect van ontwikkelingen als de bezuinigingen en de sluiting van vestigingen op de leesbevordering?
'En vergeet de afname van aanschafbudgetten niet. Ik weet nog dat uitgevers vroeger in één keer uit de kosten konden zijn als de NBD de bestelling van de bibliotheken had geplaatst. Bestellingen tot 1400 exemplaren waren geen uitzondering. Al die sluitingen, bezuinigingen op personeel en inkrimping van de collecties hebben natuurlijk gevolgen gehad voor de kwaliteit van de dienstverlening. Maar omdat leesbevordering een kerntaak is geworden, wordt daar onverminderd op ingezet. De laatste jaren zijn vanuit Kunst van Lezen overal leescoördinatoren gekomen, die linken leggen met scholen en gemeenten. Cruciaal voor de samenhang.'

Maar er staan wel veel minder boeken in bibliotheken waar tot lezen aangezette leden en bezoekers naar kunnen grijpen.
'Dat is jammer, ja. Gelukkig wordt dat opgevangen door goede regionale afspraken over een gezamenlijke collectie, zodat veel titels ten minste in één vestiging aanwezig zijn, en is het interbibliothecaire leenverkeer sterk geprofessionaliseerd. Daarbij heb je tegenwoordig e-books. Ondanks de verplichting om voor ieder e-book afspraken te maken met de rechthebbenden is de collectie inmiddels tien- tot twaalfduizend titels groot, eenderde van het totale aanbod. Toen BNL in het begin nog niets kon bieden, heb ik overigens nog de eBooks Eregalerij opgezet. Een kleine collectie, maar wel een met inhoudelijke meerwaarde door aanvullende informatie en gerealiseerd in samenwerking met anderen – precies zoals ik vind dat de bibliotheek meerwaarde geeft aan een collectie boeken.'

Wat vind je ervan dat bibliotheken zich steeds minder op hun collectie richten en steeds meer op hun functie als ontmoetingsplek?
'Dat sluit mooi aan bij leesbevordering. De bibliotheek kan dé plek zijn waar lezers elkaar ontmoeten. Daar is nog veel meer uit te halen. Maak een aparte ruimte in de bibliotheek voor literatuur, waar de catalogi van uitgevers liggen, pc's met literaire informatie, promotiemateriaal van leeskringen en zo veel meer. Organiseer boekpresentaties in de bibliotheek, sluit aan bij festivals, nodig writers in residence uit. Er kan zo veel.'

Hoe gaat het nu met Literatuurplein?
'Goed. Het bezoek blijft groeien. De site trekt jaarlijks 5,1 miljoen bezoekers die bij elkaar 21,2 miljoen pagina's bekijken. Een gemiddelde sessie duurt 7:47 minuten, waarbij gemiddeld 4,92 pagina's per sessie worden bekeken. De site heeft daarbij een behoorlijke autoriteit opgebouwd. Dat is in 2009, voorafgaand aan de ontvlechting van de VOB onderzocht. Maar ook daarna zie ik het aan meldingen op Twitter en Facebook. Niet zelden staat informatie het eerst of exclusief bij ons. Met name over die informatie wordt redelijk veel getweet.'

En de site is voldoende geïntegreerd in de bibliotheek?
'Zeker. Alle rubrieken zijn als widget aan de bibliotheken aangeboden voor hun individuele sites. Met name het nieuws wordt massaal overgenomen. Als een auteur sterft en ik maak daar een nieuwsbericht over, is dat op tientallen sites te lezen. Zo hebben we 2,3 miljoen bezoekers per jaar via de bibliotheken. Gezamenlijk zijn zij goed voor 10,3 miljoen pageviews. En dat is maar goed ook. De externe redactie wordt betaald uit de inkoopgelden. Ofwel: de bibliotheken betaalden op die manier vanuit hun eigen budget voor een deel van de inhoud. Ik denk dat we heel zuinig moeten zijn op Literatuurplein en dat nu snel verder moeten ontwikkelen.'

Wat moet er worden ontwikkeld?
'O, een heleboel! Er ligt een heel plan met wel tien punten. Zo is de site nog niet responsive, waardoor het er niet uitziet op de mobiele telefoon. Doodzonde. De vindbaarheid is niet optimaal omdat de url van auteurspagina's uitgaat van een ID-nummer, zoals vroeger normaal was, en niet van de naam van de auteur. De wereldkaart kan levendiger. De samenwerking met de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL), die nu ook ondergebracht is bij de KB, biedt allerlei nieuwe mogelijkheden.'

Er komt geen community bij? Een digitale variant van de leeskring, dat hoort toch bij uitstek bij Literatuurplein? Zeker nu Hebban zich stormachtig ontwikkelt als community.
'Ik heb ooit geprobeerd een forum op te bouwen. Maar ik kwam er al snel achter dat het niet samengaat: een informatieve, actuele site en een forum. Voor het laatste moet je heel anders schrijven en andere dingen opzetten om te zorgen dat de leden reageren en met elkaar in gesprek komen. Daarom is Literatuurplein de informatieve, actuele site – en nog altijd een unieke site ook, dankzij de koppeling van de CB- en NBD-databanken en de grote hoeveelheid informatie waarmee die is verrijkt. En wat nu De Boekensalon heet en van NBD Biblion is, is de community voor de openbare bibliotheek.'

Maar daar wil NBD vanaf. Althans: het gelijknamige blad is verkocht aan een commerciële uitgever. De online community niet. Moet de KB die overnemen?
'Laat ik zeggen: er zijn gesprekken over. Maar voor Literatuurplein is het zeker niet essentieel. Bovendien is de fysieke bibliotheek zelf de belangrijkste community. Daar staan de boeken, daar is een plek, daar zijn allerlei faciliteiten.'

Heb je in de begintijd van Literatuurplein, het tijdperk van goeroes die het einde van het papieren boek verkondigden, gedacht dat de site kon uitgroeien tot dé online bibliotheek van Nederland die alle fysieke bibliotheken overbodig maakt?
'Nee. Literatuurplein is met alle informatie ondersteunend aan bibliotheekinstellingen in het land. Ik geef toe dat ik in het begin wel dacht dat de groei van digitaal lezen sneller zou gaan. In Lezers en lasers, mijn boek uit 2002, nam ik allerlei scenario's op waarbij men ervan uitging dat mensen zelfs al in 2010 alleen nog digitaal zouden lezen. Niet dus. Het digitaal lezen zet wel door, maar het is niet verdringend. Daarom is Literatuurplein ook ondersteunend. De fysieke bibliotheek met al haar mogelijkheden en acties blijft de belangrijkste plek om mensen met lezen in aanraking te brengen. Vergeet niet: met vier miljoen leden is het nog altijd de succesvolste culturele instelling van Nederland.'

Tekst: Maarten Dessing 


Print deze pagina

Reacties op dit artikel (0)

Er zijn nog geen reacties.

Schrijf een reactie

Naam
E-mailadres (?)
Reactie
 

Gerelateerde informatie

Peiling

Een discussie over inzet van vrijwilligers wordt niet gevoerd, maar is wel nodig
Eens
Oneens
Jouke Bethlehem (Bibliotheken Noord Fryslân) merkt op dat er nauwelijks enige discussie gevoerd wordt over de inzet van...
Lees meer en geef uw mening